Trend Dit artikel behoort tot de reeks Vrijdag MagDag met de buurt Gepubliceerd op

Samen spaghettisaus maken met 1 hand: wat leer je daaruit?

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

Leerlingen van 3 scholen in Wetteren werken samen aan hulpmiddelen voor kinderen met een motorische beperking. Een schoolvoorbeeld van community service learning (CSL) of ervaringsgericht leren met burgerschapsvorming als surplus.
 

Nieuw is het niet. In de Verenigde Staten en Zuid-Amerika werken al meer dan 1100 hogescholen met community service learning. Ook in Vlaanderen neemt het hoger onderwijs het voortouw in deze manier van burgerschapsvorming. Kan het ook in het secundair? Echt wel. 3 Wetterse scholen tonen hoe.

Community service learning combineert inzichten uit vakken met ervaringen in de echte wereld. Door daarop te reflecteren in de les leer je (vak)inhoudelijk, persoonlijk en sociaal-maatschappelijk. Samenwerken met kwetsbare mensen staat voorop. Een soort vrijwilligerswerk of stage dus? Niet echt, want het is ingebed in een (of meer) vakken of in het leerplan. Het is ook meer dan puur toepassen wat je leerde, en verschilt daardoor van een stage.

Community service learning : leerlingen werken samen aan hulpmiddel voor kinderen met een beperking

“Een leerling met 1 arm die zelf zijn jas wil dichtritsen. Sommige hulpmiddelen bestaan al, maar zijn extreem duur.”

3 scholen in multidisciplinaire teams

Kortweg komt de samenwerking tussen de 3 scholen hierop neer: in multidisciplinaire teams werken leerlingen rond de concrete hulpvraag van een motorisch beperkt kind. Denk aan een leerling met 1 arm die zelf zijn jas wil dichtritsen. Of een remsysteem dat de wieltjes van een bureaustoel klemzet. “Sommige van die hulpmiddelen bestaan al, maar zijn extreem duur. Andere moeten nog uitgevonden worden”, verklaart Florance Lannoy de nood. Zij is ergotherapeut in Sint-Lodewijk, een school voor buitengewoon onderwijs.

De leerlingen van 5 Industriële Wetenschappen van het Scheppersinstituut zoeken in de lessen Engineering naar oplossingen. Ze schetsen technische voorontwerpen, maken prototypes en proberen die uit. “Mijn leerlingen zijn technisch ingesteld. Soms worden ze teruggefloten omdat hun oplossing niet handig is of te groot”, zegt hun leraar Evelyne Cloet.

Dat gebeurt dan door de zevendejaars Leefgroepenwerking van Mariagaard, de derde school in het project. Zij hebben tijdens het hele proces oog voor het kindvriendelijke en het ergonomische. Ze observeren de leerling in kwestie, overleggen met de ergotherapeut en adviseren de ontwerpers. “Mijn leerlingen krijgen intussen een zicht op de technische mogelijkheden en ontdekken bijvoorbeeld de 3D-printer”, vertelt leraar Marijke Ringoir.

 

Kennismaken en teams vormen

Het project start met een inleefdag. “We maken dan bijvoorbeeld spaghettisaus met 1 hand. Ondertussen leren alle partijen elkaar beter kennen. De leerlingen maken ook kennis met de ‘cliënt’, met zijn beperking en met de verschillende hulpvragen. Op basis van persoonlijke voorkeur worden 2 leerlingen van elke klas aan een cliënt en hulpvraag gekoppeld. Zo ontstaan er 6 teams die op regelmatige tijdstippen samenkomen. Verder verloopt de communicatie via Facebook-groepen.”

 

Completer zicht op vaardigheden

Welke voordelen zien ze in deze manier van leren? Marijke: “Onze lessen worden er zinvol door. De theorie komt tijdens elke ontmoeting tot leven. Een van de competenties voor onze toekomstige opvoeders is goed observeren. Dat kunnen we nu in de praktijk oefenen. Die werkvorm geeft ook vaak een beter zicht op de andere vaardigheden van leerlingen. Wie is bijvoorbeeld een crack in samenwerken?”

 

Motivatieboost

“Je werkt aan iets concreets waarmee je iemand helpt, iets wat er echt toe doet. Leerlingen voelen zich verantwoordelijk en dat is een enorme boost voor de motivatie”, vindt Evelyne. “Via deze insteek krijgen onze leerlingen een blik op een wereld die ze niet kennen en waarmee ze anders niet in contact zouden komen.”

“En net dat is voor ons de belangrijkste doelstelling”, pikt Florance in. “Het taboe rond buitengewoon onderwijs laten vervagen. De andere klassen zien dat onze kinderen mentaal sterk zijn, maar door hun fysieke beperking nu eenmaal niet naar een gewone school kunnen. Als er iets van deze ontmoetingen blijft hangen, dan houden ze in hun latere ontwerpen misschien ook rekening met onze doelgroep.”

Community service learning : leerlingen werken samen aan hulpmiddel voor kinderen met een beperking

“Het leerproces van de leerlingen is in eerste instantie het belangrijkste.”

“Belangrijk is dat we dezelfde verwachtingen hebben”, zegt Florance. “Wij zouden graag hebben dat er iets geproduceerd wordt, maar we weten ook dat we nog altijd bezig zijn met leerlingen van de secundaire school.” Evelyne: “Dat was mijn grote bezorgdheid. We hebben niet de tijd om het prototype tot in de puntjes uit te werken, laat staan om het echt op de markt te brengen. Het zou fantastisch zijn als het op een dag kon, maar het leerproces is in eerste instantie het belangrijkste.”

 

Open communicatie

Om te slagen is er heel veel overleg en open communicatie nodig. Dat begint al bij het afstemmen van de uurroosters in de verschillende scholen: een huzarenstuk. Elke school heeft haar eigen cultuur. Ook daar moet je mee aan de slag. En met grote klasgroepen of zonder het vertrouwen en de steun van je collega’s en directie, lukt het niet. “Je moet dus ook durven én mogen springen, en niet alles zal meteen gesmeerd lopen. Zo moeten we zelf op zoek naar manieren om leerlingen hierop objectief over te evalueren.”

Op een slotevent presenteert elk team zijn realisatie. Dan voelen de 3 trekkers ook de waardering en de interesse in hun project. “Die erkenning doet ons beseffen dat we nu voor het derde schooljaar op rij met iets waardevols en unieks bezig zijn.”

 

Hoofdrolspelers in dit vernieuwingsverhaal? De vijfdejaars Industriële Wetenschappen van het Scheppersinstituut met Evelyne Cloet, leraar Engineering, het zevende jaar Leefgroepenwerking van Mariagaard (met Marijke Ringoir, leraar competentiegericht werken) en leerlingen met een motorische beperking van Sint-Lodewijk. Florance Lannoy is er ergotherapeut.

 


logo Veranderwijs.nu

Dit artikel kwam tot stand in een samenwerking tussen Veranderwijs en Klasse.
Veranderwijs wil innovatieve onderwijspioniers samenbrengen en inspireren. Kriebelt het bij jou ook om iets nieuws uit te proberen? Of experimenteerde je al? Op www.veranderwijs.nu kan je ideeën vinden en uitwisselen.