Gepubliceerd op
Zo doen zij het

Hoe de straatcultuur op deze school verdween

“Op straat moeten mijn leerlingen een grote mond opzetten. Maar door die straatcultuur staan ze op school meteen 0-3 achter”, vertelt Selma Klinkhamer, directeur van het Vakcollege De Hef in Rotterdam. Toen haar leraren de straatcultuur en de groepsdynamiek leerden kennen, begonnen de tieners ook op school te scoren.

leerlingen uit het Vakcollege Het Hef

Selma Klinkhamer: “Op straat maken onze leerlingen zich groot, zoeken ze het gevecht. Op school leren we hen dat praten ze wel vooruit helpt.”

5 jaar geleden werd Selma Klinkhamer directeur van een vakschool (vmbo) op het snijpunt van 3 Rotterdamse probleemwijken. “Ik wist niet wat ik zag. Leerlingen liepen de school in en uit, bedreigden elkaar en speelden de baas in de klas. Sommige leraren kwamen met de bibber in de benen naar school. Ook de middagpauze was een hel vol vechtpartijen, gestolen telefoons, boze buren en winkeliers.”

In die tijd las ze ‘Hoe de straat de school binnenkomt’ van socioloog Iliass El Hadioui. “Een eyeopener. Hij beschreef exact wat er op onze school gebeurde. Ik sprak hem aan om mijn team te leren hoe ze met die straatcultuur in hun klas konden omgaan.”
 

Iliass El Hadioui stelde een mismatch vast tussen school, straat en thuis.

“Kinderen uit de middenklasse weten hoe ze zich op school moeten gedragen. De schoolcultuur leunt heel sterk aan bij hun thuiscultuur. Maar voor sommige leerlingen geldt dat niet. Zeker in grootsteden. Zij groeien op in de straatcultuur, mijlenver van de schoolcultuur. Op school staan ze meteen 0-3 achter.”
 

Welke waarden botsen tussen de straat en de school?

“De schoolcultuur is heel vrouwelijk: we praten over alles, vragen of iedereen mee is en laten leerlingen nadenken over hun gedrag. Maar zo werkt het niet op straat. Daar maak je jezelf groot, zoek je het gevecht. Zonder grote mond, red je het daar niet.”

“Onderwijs moet leerlingen leren dat praten je wel vooruit helpt. Dat gaat niet vanzelf. 2 jongens die iets uitgespookt hadden, smeekten me bijna: ‘Mevrouw, geef ons gewoon straf, dan zijn we ervan af’. Typisch straatcultuur. Maar op school werken we zo niet. Hier bespreken we hoe je alles herstelt en opnieuw het vertrouwen van je leraren verdient. Alleen zo bied je die tieners een duidelijk alternatief voor de straat.”
 

Die inzichten kregen je leraren mee?

“Ze kregen masterclasses over straatcultuur. Wat is die straatcultuur? Hoe moet je omgaan met straatcodes in je klas? En hoe leg je met die leerlingen contact, want zonder relatie geen prestatie. Ze bespraken scènes uit de film ‘Entre les murs’, gingen bij elkaar observeren. En we wisselen met andere scholen lesopnames uit om op een veilige manier van elkaar te leren.”

directeur Selma Klinkhamer met een leerling

Selma Klinkhamer: “Elke dag starten de leerlingen een halfuurtje bij hun mentor. De hamvraag daar: staat er jou iets in de weg om les te volgen en hoe ruimen we dat op?”

“Het doel is de leerlingen van de straatladder te krijgen en op de onderwijsladder te plaatsen. Daarvoor moeten leraren hun emotionele bluetooth aanzetten. Spelgevoel aanleren om de kantelpunten binnen groepsprocessen te detecteren en ervoor te zorgen dat niet meer leerlingen meegezogen worden in fout gedrag. Niet makkelijk in klassen vol jongens die op andere scholen afgeschopt zijn en nu zwaar onderpresteren, waardoor ze zich te pletter vervelen en tijd hebben om verwarring te schoppen.”

“De start van de schooldag is essentieel. Daarom zitten alle leerlingen van half 9 tot 9 bij hun mentor. Ze bekijken hun agenda en hun rooster. Bespreken de actualiteit, want rond de school kan het heel roerig zijn. De hamvraag tijdens die dag-start is: snap je wat je hier vandaag op school komt doen? En ook: staat er jou iets in de weg om les te volgen? Zo ja, hoe ruimen we dat op zodat je je kan focussen op de vakken? Iedere leraar leverde 5 minuten van zijn les in voor die dag-start, maar wint toch lestijd. Alle gedoe is van de baan, waardoor ze meteen met hun lessen kunnen starten.”
 

Wat als een leerling vervelend doet tijdens de les? Hoe krijg je die opnieuw in schoolmodus?

“Door met subtiele acties je leerling weer te krijgen waar je hem wil: bij de les. Ik zag een van mijn leraren ontzettend knap reageren op een laatkomer. Leerlingen waren al aan het werk op computers. De jongen kwam binnen als een macho. De leraar riep niet: ‘Waarom ben jij nu weer te laat?’ Nee, hij wees waar de leerling kon zitten, hurkte daarna naast hem: ‘Jammer dat je te laat bent. Ik heb deze instructie gegeven.’”

“De leerling probeerde nog wat te roepen om te scoren bij andere leerlingen. Maar de leraar bleef onverstoorbaar focussen op het scherm. En vroeg: ‘Lukt dat?’ ‘Kleu-ter-werk!’ riep de macho. Tot even later bleek dat hij het niet kon. Dus stapte de leraar terug naar hem. En dan stelde de leerling een vraag. Over zijn opdracht. Van de straatladder kreeg de leraar die ‘lastige’ leerling op de onderwijsladder. Zonder dat de les stilviel, zonder dat hij de regie kwijtspeelde.”

“Zo’n leerling blijft natuurlijk wel verantwoordelijk voor zijn gedrag. Na de les – als de rest het klaslokaal uit is – spreek je hem aan: waarom was je te laat, waarom gedroeg je je zo? Onder 4 ogen, zo gaat hij niet af voor de groep. Anders heb je ruzie en riskeer je dat de hele klasgroep tegen jou komt te staan.”

 

Je blijft dus als leraar duidelijk in de schoolcultuur? Je zoekt geen middenweg tussen school- en straatcultuur?

“Je blijft hyperprofessioneel. Je spreekt A.N., legt je normen niet lager en grijpt niet meteen naar straf. Pittige opdracht, want soms is het echt vechten tegen de verleiding om een leerling verrot te schelden. Maar als je in de straatcultuur meegaat, in het taalgebruik van je leerlingen, dan verlies je het. Dan zet je jezelf op 0-1 achterstand en grijpen leerlingen de macht.”

leerlingen uit het Vakcollege Het Hef

Selma Klinkhamer: “Wat levert straffen op? Zonder inzicht in zijn gedrag zal zo’n leerling de klas de volgende dag opnieuw verstoren en de leraar uitdagen.”

“Ik besef dat het niet makkelijk is voor mijn leraren. We nemen de moeilijke route. We kiezen voor de lange termijn. Sommige leraren denken dat het beter lukt met straffen. Maar wat levert dat op? Zonder inzicht gaat zo’n leerling morgen net hetzelfde doen. Wellicht vindt hij het zelfs leuk om de leraren weer uit te dagen en de klas te verstoren.”
 

En hoe reageer jij als directeur wanneer de grootste uitwassen van straatcultuur op jouw kantoor terechtkomen?

“Ik ben een vrouw: wat kan ik doen tegen een onfatsoenlijke, luidruchtige leerling? Terugroepen? Dat wil ik niet. Ik heb het zo niet geleerd, ik hoefde op straat geen grote mond op te zetten om te overleven. Wel kan ik zeggen: ‘Jongen, loop eens mee.’ En dan mag hij met grote, heftige gebaren achter me aan lopen – niet afgaan voor de hele speelplaats – maar aan mijn tafel stopt het. Daar probeer ik te begrijpen waarom hij zich zo slecht gedroeg, zonder meteen te oordelen. En leer ik hem snappen dat zijn gedrag andere leerlingen, mijn collega’s en de school raakt. Na zo’n gesprek worden die grote machojongens vaak heel kleine jongetjes.”

“Het wordt pas echt moeilijk als ouders het gedrag van hun kinderen ontkennen of relativeren. ‘Hij heeft wat kleurpotloden gestolen? Ach, hier is 10 euro’. Met ouders probeer ik altijd de verbinding te maken. Ik vraag waarop ze trots zijn bij hun kind. Daarna kan ik over fout gedrag spreken zonder het kind te veroordelen.”
 

Jongeren de schoolcultuur binnentrekken, kan alleen als je ook de ouders meekrijgt?

“Ja. Want de thuiscultuur botst vaak ook met de schoolcultuur, terwijl je ouders wel als pedagogische partners ziet. Daarom houden we vlak na de zomervakantie – in vredestijd, want dan ligt het hele schooljaar nog voor je, nog zonder incidenten – met elke leerling, ouder en mentor een gesprek van een halfuur. Eerst informeren we naar de vakantie om de band te versterken en dan blikken we vooruit naar het schooljaar. De leerling vertelt wat hij wil leren, ouders leggen uit hoe ze hun kind zullen begeleiden en de mentor geeft aan wat de school kan doen. Zo maken we een verbintenis voor het schooljaar.”

“We leggen ook nieuwe gesprekken vast. Met de leerling als gespreksleider die op een leerroutekaart aanduidt waar hij zijn toekomst ziet en hoe hij daar geraakt. En we spreken af dat we elkaar ook opzoeken als het misgaat. Een hele investering. Maar wat blijkt? Alle ouders komen. En dat idee had ik al, want welke ouder wil nu niet dat zijn kind scoort op school?”

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...