Gepubliceerd op
Verhaal

6 jaar na busongeval in Sierre: “Een hecht team was onze redding”

Log in om te bewaren.

In de nacht van 13 maart 2012 gaat de gsm van Nicoles echtgenoot af. “Mijn eigen toestel lag beneden en ik sliep als een roos, want ik dacht: morgenvroeg zijn ze thuis”, vertelt directeur Nicole Gerits van basisschool ’t Stekske in Lommel. Maar de onderwijsschepen had vreselijk nieuws: in Zwitserland was de bus met zesdejaars van haar school tegen de tunnelwand gebotst.
 

Dag 1: op automatische piloot

We kwamen onmiddellijk naar school: de schepen, mijn man en ik. Vóór de ochtend wilden we alle betrokken ouders en de collega’s op de hoogte brengen, zodat ze het niet via de radio moesten vernemen. Ondertussen belden we Buitenlandse Zaken en crisispsychologen Erik De Soir en Lies Scaut.

De intussen aangekomen burgemeester sprak ’s morgens de betrokken ouders toe, nog niet wetende hoeveel slachtoffers er waren. Ik vertelde in de sporthal tegen de andere ouders dat er geen les zou zijn. Crisispsycholoog Lies ontfermde zich over de kinderen die niet terug naar huis konden, samen met collega’s van de andere gemeenteschool, die net een verlofdag hadden. Wij verzamelden met het team in het catecheselokaal.

leerling in de nieuwe school LAB

De ouders van de zesdejaars vertrokken al snel naar de luchthaven – met de telefoon in de hand geklemd, want Binnenlandse Zaken zou hen rechtstreeks verwittigen. De burgemeester, meester Bert en onze turnleraar, die ook brandweerman is, stelden zelf voor om mee te gaan. Ik bleef op school, en vond dat ook mijn plek. Een uur later stond de straat bomvol internationale pers. De politie schermde de school af, en we gaven meteen de boodschap: laat ons, wij hebben hier het een en ander te verwerken.

Pas tegen de avond wisten we hoe het met elk van de kinderen gesteld was. Dat ging telefoontje per telefoontje. In het begin hoop je nog: misschien zaten ze achteraan in de bus?

Ik holde van het ene overleg naar het andere, op automatische piloot. Ik heb daardoor ook dingen gemist. Zo ontbrak ik de eerste dag op een persconferentie in het stadhuis, besefte ik pas weken later. De eerste weken sliep ik 3 à 4 uur per nacht, maar ik had nooit het gevoel dat ik ‘plat’ was. Die adrenaline, dat is echt iets speciaals.
 

De eerste weken: knuffelen, praten, wenen

Meteen kwamen derdejaarsstudenten van de lerarenopleidingen in Hasselt ons depanneren. Het hele schooljaar lang kregen we van het onderwijsministerie ook twee extra krachten. Die zetten we in om te differentiëren, want niemand die zijn leerlingen wou ‘afgeven’. Maar ik was wel heel blij dat die mensen er waren, just in case. Ik vergelijk het met Bart Peeters, die tijdens de begrafenisdienst achter me klaarstond mocht ik het niet meer trekken bij het voorlezen van mijn tekst.

Ook de psycholoog van het CLB was het hele schooljaar lang constant beschikbaar in de zorgklas. Ook Lies heeft heel veel tijd bij ons doorgebracht. We maakten het er heel knus met speelgoed, boekjes, zeteltjes … Kinderen mochten er spelen, tekenen, babbelen, ongelukken nadoen … Ze wisten ook: als ik een moeilijk moment heb, mag ik de les uit lopen tot bij haar. Zij nam ook klassikale initiatieven, bijvoorbeeld de tijdslijn op niveau van alle kinderen doornemen.

Ook collega’s konden bij de psycholoog terecht. Zelf heb ik vaak gedacht: ben ik wel normaal als ik in deze omstandigheden kan blijven functioneren? Misschien had ik het ‘geluk’ dat dit gebeurde in een fase van mijn leven waarin ik geen andere grote zorgen had?

Ik durfde amper in het openbaar te spreken, want ik dacht: wie ben ik om de wereld hierover iets te vertellen? En zal ik niemand kwetsen met mijn woorden, terwijl er al zoveel pijn is? Dat is ook de reden waarom ik weinig interviews gaf. En onze burgemeester is daar gewoon ook beter in.


De school was voor collega’s de beste plek om te verwerken, onder lotgenoten

Maar in mijn team was ik dan weer niet bang om foute dingen te zeggen. Ik had nochtans geen draaiboek met tips klaarliggen. Maar wij waren altijd al heel open. We hoefden niets te verbergen voor elkaar, konden praten en huilen zoveel we wilden. Niet iedereen was even openhartig, maar opkroppen deed niemand. Hier is geknuffeld dat het niet normaal was, ook door mij. Er zijn er die tot op vandaag nóg knuffelen.

Ik denk dat ons hechte team ook de reden is dat niemand, ook niet op langere termijn, is uitgevallen of deeltijds is gaan werken. De school was voor iedereen klaarblijkelijk de beste plek om alles te verwerken, onder lotgenoten. Al overviel de twijfel me soms: misschien durven ze niet anders dan doorbijten, omdat ik altijd zo trots vertel over ons ‘supersterke’ team? Dan zei ik dat ook: ‘Mannen, jullie mógen crashen, he.’
 

De rest van het schooljaar: lesgeven én nazorgen

Zelf werd ik het liefst even met rust gelaten als het niet ging. Zo ben ik één keer huilend de toiletten in gerend, toen een lokale kunstenares een schilderij kwam brengen. Dat was net nadat de verificateur me had gemeld dat ik de overleden kinderen niet mocht vergeten uit te schrijven. Raar dat het op zo’n moment tóch gebeurt, terwijl je al de hele tijd met die namen op de klaslijsten bezig bent.

Ik heb mijn ogen uitgeweend, maar rationeel als ik ben, probeerde ik wel te sturen waar het kon. Zo probeerde ik er als directeur altijd voor iedereen ‘te zijn’. Maar de psycholoog stelde me gerust: niet iedereen hoeft per se bij jou troost te vinden. Zolang ze maar bij íemand terechtkunnen. Zelf kreeg ik ook een persoonlijke hulplijn toegewezen, maar door mijn stevige vangnet thuis, heb ik ze nooit hoeven te bellen.

Onze secretaresse, mijn steun en toeverlaat, is ook in het ongeval gebleven. Maar is dat ander verdriet dan dat om de kinderen? Je kan dat niet scheiden. Of je kan niet verdrietig zijn in het kwadraat. De leraar van het zesde was er ook niet meer. De overlevende kinderen van zijn klas kregen de rest van het schooljaar onderwijs aan huis van een interimaris die we al kenden. Ook zij werden een hechte kliek: ‘Die van de bus’.

leerling in de nieuwe school LAB

“De aandacht voor wat gebeurd is, vermindert stilaan. En dat is oké”

Het contact met de ouders van de slachtoffers is ook altijd heel open geweest. Toen ze pas terugkwamen van Zwitserland, zijn ze het bankje van hun kind gaan zoeken in de klas. Daarin vonden ze een portfolio: wat is mijn lievelingsfilm, wat wil ik later worden, met wie wil ik gaan trouwen … Dat was ‘het van het’ voor die ouders. We zochten ze ook allemaal thuis op. En we dachten ook aan de ouders met gewonde kinderen. Ook hen ben ik minstens één keer per week in Leuven gaan bezoeken. Het zijn 2 totaal verschillende groepen geworden.

Opnieuw op een bus stappen was natuurlijk ook heel vreemd. Chauffeurs die kort na de feiten leerlingen van ’t Stekske naar het zwembad brachten, durfden niet harder dan 50 km/u te rijden. We gaan sindsdien ook niet meer met de bus naar Zwitserland, wel met de trein. We voelden zelf aan dat we zo’n ervaring niet mochten ‘afpakken’ van onze zesdejaars, en ouders gaven dat in een enquête ook aan. Wie echt niet mee wil, pushen we niet. Uiteraard zijn dat telkens 10 spannende dagen. Maar mijn telefoon heb ik nog steeds niet op mijn nachtkastje liggen.
 

Vandaag: geen afgesloten hoofdstuk, wel leefbaar

Het is intussen meer dan 5 jaar geleden. Binnen 3 jaar ga ik met pensioen. Ik vermoed dat de aandacht voor de gebeurtenissen stilaan verder zal verminderen. En dat is oké. De linken worden steeds vager: we hebben enkel in het derde, vierde en het zesde nog een broer of zus van een slachtoffer. Toen een paar jaar geleden onze onwetende kleuters totaal verbouwereerd waren bij het zien van al die huilende juffen op het herdenkingsmoment, beseften we al: dit mogen we niet meer doen. Nu laten we de kinderen zelf kiezen of ze meedoen.

Op termijn zal er misschien alleen nog een kaarsje aangestoken worden in de klassen. Ook in de lerarenkamer wordt er, behalve in de week van 13 maart, ook niet vaak meer over gepraat. Er is natuurlijk wel het monument aan de schoolpoort. Iedereen zal altijd weten waar dat voor staat. Het zal nooit een afgesloten hoofdstuk zijn, maar het is intussen wel leefbaar geworden.

Dit verhaal staat ook in het e-book over crisis ‘Toch niet in onze school?’. Download het gratis.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...