Zo doen zij het Dit artikel behoort tot de reeks Wij-zij-denken Gepubliceerd op

Meervoudige identiteit verbindt leerlingen

1 reactie

Log in om te bewaren.

Delen

“Leerlingen zijn Brusselaar, zoon of dochter, Belg, Marokkaan … Ze hebben altijd dingen gemeen. Als ze dat beseffen, denken ze minder snel zwart-wit.” Leraren Angeligue en Sara van het Brusselse Imelda-Instituut versterken tijdens lessen en projecten de meervoudige identiteit en kennis van hun leerlingen.

Leraren Angeligue en Sara van het Brusselse Imelda-Instituut

Als het buiten stormt en relschoppers de stad door elkaar schudden, trilt het dan in de klas van een Brusselse leraar? Angelique lacht. Ze geeft geschiedenis en godsdienst op Imelda, een katholieke bso-, kso- en tso-school met 280 leerlingen, de meeste uit de Kanaalzone Kuregem-Molenbeek: “Ik werk 15 jaar als leraar en zag de maatschappij verharden. Als reflex zoeken onze leerlingen op school de zachtheid op. Ook na de terreuraanslagen in Brussel zag je dat.”

“Toen werden onze moslimleerlingen gefouilleerd in de metro. Dat maakte ze niet zozeer opstandig of gefrustreerd, maar vooral triest. De aanslagen versterkten hun liefde voor Brussel. De stad werd een verbindende factor tussen de leerlingen. Tegen de buitenwereld die niet snapt hoe hun stad in elkaar zit, tegen de media die schreven over een hellhole, tegen de daders. Want ook onze Marokkaanse leerlingen voelden meer band met de slachtoffers dan met de daders. Die ze soms kenden: als klasgenoot in de basisschool, of omdat er eentje een auto verkocht had aan een van onze leerlingen.”
 

Meervoudige identiteit

“In mijn klas maak ik ruimte om over moeilijke onderwerpen te praten. Leerlingen mogen zeggen wat ze willen, maar niet buiten het juridisch-democratische kader stappen. Hoor ik antisemitische uitspraken, dan maak ik ze attent dat ze een grens oversteken. Al vraag ik dan wel waarom ze zo denken.”


Terwijl de buitenwereld verhardt, zoeken onze leerlingen op school de zachtheid op

Angelique Hoogstoel - leraar Imelda-Instituut

In de discussies probeert ze positieve stemmen ruim aan het woord te laten. “Daarom moet de klas een veilige omgeving zijn. Ik vraag mijn leerlingen altijd eerst de mens te zien, voor ze inzoomen op een aspect van de identiteit: blanke, zwarte of de typische symbolen van een peergroep waar ze als tiener naar zoeken. Elke leerling heeft een meervoudige identiteit, en dat is een rijkdom voor onze samenleving. Ook als je tegen elkaar staat, heb je dingen gemeen. Een leerling is Brusselaar, maar ook Belg, Marokkaan, moslim, man of vrouw en zoon of dochter.”
 

Discussie verleggen

10 jaar geleden zaten leerlingen veel vaker in wij-zij-denken, herinnert Angelique zich. Toen de samenleving net zachter aanvoelde, kwam het internationale conflict haar klas binnen. Vooral Israël-Palestina roerde de leerlingen. Ze merkte dat haar leerlingen via sociale media eenzijdige en gekleurde informatie kregen. Bovendien wisten ze heel weinig over Gaza, over PLO en de Intifada.

“Dus gaf ik ze extra achtergrond, want kennis helpt tegen stigmatiserende uitspraken en verlegt soms de discussie. ‘We moeten onze Palestijnse broeders helpen’, riepen ze. ‘En wat met de Palestijnse christenen? vroeg ik dan. Dat deed ze twijfelen. Maar ook nadenken: moet ik die ook helpen?”
 

Ambassadeurs van de dialoog

In die woelige periode, met de aanslagen in Brussel en Parijs erachteraan, rijpte het plan om een aantal leerlingen ‘Ambassadeurs van de dialoog’ te maken. Een groepje vierde- en vijfdejaars – christenen en moslims, jongens en meisjes – trok daarvoor ook naar Haifa in Israël. Om er te leren kijken naar wat leerlingen met verschillende overtuigingen toch bindt: hun dromen en twijfels.


Onze leerlingen leerden dat je een conflict niet kan beoordelen vanop internet

Sara Douho - leraar Imelda-Instituut

Collega Sara Douho, leraar Frans reisde mee: “We zagen er leerlingen met verschillende overtuigingen supermooi samenleven. Maar ook waartoe de polarisatie tussen Joden en Palestijnen kan leiden. Onze leerlingen leerden dat je een conflict niet kan beoordelen vanuit de verte of op internet.”

“Vooraf hadden ze duidelijke meningen, achteraf beseften ze dat ze niets wisten en dat de werkelijkheid niet zwart-wit is. Het komt er dus op aan om er samen het beste van te maken. We hopen dat die houding zich als een olievlek verspreidt op school en in de vriendengroepen. Door hun ervaringen – we geloven sterk in buitenschools leren – kunnen ze nuance brengen.”
 

Dichter bij elkaar op een kleine school

“Imelda is een kleine school”, besluit Angelique, “waar we voor preventieve dialoog en pragmatische oplossingen kiezen om samen te leven. Dat lukt omdat leerlingen en leraren dicht bij elkaar staan. We belanden als leraar op een kleine school ook minder snel in de tegenpositie. ‘Alle Vlamingen zijn racisten’, hoor ik leerlingen wel eens roepen. Dan kijken ze op en voegen ze snel toe: ‘Maar jij niet, mevrouw.’ Beetje inconsequent snappen ze en dan glijden ze vanzelf al wat uit hun extreme standpunten weg.”