Specialist Dit artikel behoort tot de reeks Wij-zij-denken Gepubliceerd op

“Een leraar is de burgemeester van zijn klas”

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

“We leven in een wereld die steeds meer polariseert”, zegt Nederlands filosoof en expert polarisering Bart Brandsma. “Mensen gaan op zoek naar identiteiten waar ze zich sterk kunnen voor maken of ze maken van problemen snel een identiteitskwestie: voor of tegen Zwarte Piet, Trump-hater of niet, gelovig of atheïst.” Met zijn polariseringsmodel wil Brandsma leraren inzicht bieden in de dynamiek van het wij-zij-denken. Want die komt ook de scholen binnen.
 

Je onderscheidt polarisering van conflicten. Waar zit het verschil?

“Polarisering en conflicten zijn familie van elkaar. Polarisering kan leiden tot conflicten. Maar ook omgekeerd: conflicten in de wereld kunnen leiden tot polarisering. Stel dat een leraar op school een kerststalletje wil opzetten. Zijn collega vindt dat ze dat niet kunnen maken. Die kerststal wordt een conflict tussen twee leraren en nog wat collega’s die zich bemoeien.”

“Je kan dat conflict oplossen door die leraren bij elkaar te brengen en rationele argumenten in te brengen. Conflictmanagement dus. Dat kennen leraren en directeurs en daar kunnen ze mee om. Maar onder dat conflict kan ook een polarisering spelen. Misschien zijn de leraren verdeeld: voor of tegen integratie.”

“Dan moet je als directeur niet dat kerststal-conflict oplossen en denken dat daarmee de kous af is. Conflicten kan je vaak nog langs een rationele weg oplossen. Bij polarisering speelt juist het irrationele. Het is een gevoelsdynamiek. Als je dat wil doorbreken, heb je vooral sterk leiderschap nodig.”

Expert polarisering Bart Brandsma

“We moeten anders leren kijken naar conflicten. De definitie van vrede is: een lange reeks conflicten waar je goed mee omgaat.”

Moeten we conflicten zo veel mogelijk vermijden, ze uit de weg gaan?

“Nee, vooral niet. We moeten wel op een andere manier leren kijken naar conflicten. Conflict is niet het tegenovergestelde van vrede. Als je dat zo bekijkt, stel je heel snel de schuldvraag en zoek je een zondebok: wie heeft dat gedaan, wie heeft die vrede verstoord? Je dreigt te polariseren. De echte vraag is: hoe ga je ermee om? Conflicten horen bij samen leven, net als polarisering trouwens. Dat moeten we aan onze leerlingen leren. De definitie van vrede is: een lange reeks conflicten waar je goed mee omgaat.”
 

Hoe werkt polarisering?

“Wij-zij-denken speelt zich tussen de oren van mensen af. Het is een gedachteconstructie. Het gaat bv. over hoe aso-leerlingen over bso-leerlingen denken, meisjes over jongens, niet-moslims over moslims en omgekeerd. Die polarisering heeft brandstof nodig om te blijven bestaan. Die krijg je door over de identiteiten van de tegenpolen te praten: vluchtelingen zijn gelukszoekers, meisjes zijn goed in multitasken maar ze hebben geen oriëntatiegevoel, Nederlanders zijn brutaler en Vlamingen zijn beleefder … In de meest eenvoudige vorm klinkt dat als: ‘Wij zijn goed, zij zijn fout’.

“Bij polarisering doen feiten en argumenten er ook niet meer toe. Het is een gevoelsdynamiek. Vraag aan je leerlingen hoeveel moslims er in België wonen. Misschien antwoorden ze 30 procent. Eigenlijk is het maar 7 procent. En toch ‘worden we overstelpt’. Je komt er niet uit met cijfers, argumenten en redeneringen. Het gevoel blijft.”

 

Jouw polariseringsmodel telt 5 rollen.

“Je kan maar iets tegen polarisatie doen als je ook het mechanisme en de rollen herkent. De eerste rol is die van de pusher. Hij levert met zijn uitspraken brandstof voor het wij-zij-denken: ‘Blanken zijn racisten’, ‘Vluchtelingen zijn testosteronbommen’. De pusher op de tegenpool doet exact hetzelfde: ‘Buitenlanders zijn gevaarlijk’, ‘Extreem-rechts is ongeschoold en heeft oogkleppen op’.

De joiner maakt de keuze om mee te doen en kiest het kamp van een van de pushers. Hij is het niet helemaal eens met de pusher, maar vindt dat die wel een punt heeft. De derde rol is die van de middengroep, the silent. Zij kiezen voor geen van beide pushers. Soms uit onverschilligheid, soms omdat ze vanuit een hoge betrokkenheid of neutraliteit de nuance opzoeken. Denk aan rechters, politieagenten en burgemeesters.

polarisering infografiek

In elke polarisering staat er ook een bruggenbouwer op. Hij wil dat de pushers meer begrip tonen voor elkaar. Hij probeert objectief en neutraal boven de partijen te staan en organiseert de dialoog: ‘Je moet zo snel niet veroordelen, luister eens naar wat de ander ‘echt’ zegt’. Met de beste intenties doen ze dan dat waar de pusher blij mee is: brandstof leveren aan de polarisering.

“Als de polarisering zodanig toeneemt dat iedereen kant gekozen heeft en de middengroep klein is, komt de vijfde rol in beeld: de zondebok. Vaak is de bruggenbouwer daar de geschikte persoon voor. In een lerarenkamer die helemaal in twee kampen is verdeeld, zegt de directeur: ‘We moeten de groep wat bij elkaar houden’. Precies daardoor vinden zijn leraren hem een slappeling.”
 

Leraren zijn bijna gebiologeerd om een kant te kiezen of bruggenbouwer te zijn?

“Leraren zijn vaak bruggenbouwers of pushers en moeten zich vaker afvragen hoe ze in het midden kunnen staan. Als een leerling in de les geschiedenis roept dat alle Koerden moeten oprotten, kan je hem de les lezen. Dan ben je zelf pusher. Of je bouwt een les rond die opmerking, met hele rationele en objectieve argumenten. Dan ben je bruggenbouwer.”

“Leraren kiezen daar vaak voor. Kennis en argumenten zijn hun gereedschappen, hun kracht. Maar het kan ook een zwakte zijn bij echte polarisering. Want met koude argumenten bouw je tijdens polarisering geen verbinding. Daarmee versterk je pushers nog in hun overtuiging.”

“Je stapt pas in het midden als je duidt wat die opmerking met jou en met andere leerlingen doet. In het midden ben je niet neutraal, maar betrokken en onafhankelijk. Als een leerling zegt dat alle westerse meisjes hoertjes zijn omdat ze te korte truitjes dragen, wat doe je dan? Hoe reageer je als je zelf 2 dochters hebt? Vraag je aan je leerling wat ‘te kort’ is? Of waarom alles bedekt moet zijn? Of zeg je hem: ‘Je vertelt nu iets dat me raakt omdat ik 2 dochters heb. En je weet dat uitspraken over familie hard kunnen binnenkomen. Ik zou je nu het liefst zeggen: zo’n uitspraak kan niet. Maar ik vind je de moeite waard en wil van je horen waarom je zoiets zegt.’ Begrenzen én erkennen dus. Alleen: doe dat maar eens in de klas.”

“Daarvoor moet je geloofwaardig zijn en authentiek. Bijna onmenselijk moeilijk. Daarin verschilt een leraar niet van een burgemeester. Ze moeten allebei boven de partijen staan, er voor iedereen zijn en in een split second beslissen. Jouw klas of school is ook een kleine gemeenschap die je moet verbinden. In een Noord-Ierse school lossen ze dat mooi op. Leraren leren de leerlingen om moeilijke kwesties terug te brengen tot 3 bespreekbare, verbindende vragen: wat weet ik, wat wil ik vragen, wat heb ik geleerd. Niet: wat vind ik.”


Als leerlingen 20 loyaliteiten hebben, reken dan maar dat ze geïntegreerd zijn in de samenleving

Bart Brandsma - Expert polarisering

Moet je altijd in het midden staan? Om iets te veranderen of duidelijk te maken, moet je dan niet in de pusher-positie?

“Polarisering is niet altijd fout. Het is de motor van onze geschiedenis. Zonder polarisering blijft alles bij het oude. Als Nelson Mandela niet was gaan pushen, hadden we nu nog apartheid. Soms moet je dus polariseren om een probleem aan te pakken.”

“En ook de rollen zijn niet fout of goed, maar je moet wel weten hoe ze werken. Je mag pusher zijn, op school tonen dat je voor een ideaal gaat, dat je op de regels en afspraken staat. Maar soms is het effectiever om zelf in het midden te blijven en een leerling die pushers-rol te laten vertolken: ‘Wat vinden jullie dat we nodig hebben om in de klas fijn met elkaar om te gaan?’. De norm op school is dat we naar elkaar luisteren, dat we respect hebben voor elkaar. Het stellen van die norm is van groot bindend belang voor je klas. Maar stel die norm nooit zonder gesprek.”
 

Je ziet 4 gamechangers om polarisering te keren.

“Stel dat iemand in je klas zegt dat hij de terroristen van Parijs helden vindt. Je kan je dan laten verleiden tot de rol van de tegenpool, de pusher, en de leerling de les lezen. De kans dat polarisering hier stevig bij wint, is groot. Je kan ook 4 gamechangers inzetten.

  1. Verander van doelgroep. Focus niet op de leerling die dat zegt, de pusher, maar ga met ‘het midden’ van je klas aan de slag. Wat doet zo’n uitspraak met hen? Je bestrijdt niet de polen, maar versterkt het middenveld.
  2. Verander van onderwerp. Kom van de tegenstelling van identiteiten (zij die terroristen helden vinden en zij voor wie het grote criminelen zijn) naar een vraagstuk van het midden. De vraag is niet of ze al dan niet helden zijn, maar wat ons raakt, wat we herkennen en hoe dichtbij het is? Kunnen we hier iets mee, nu, vandaag? Of niet? Wat kunnen of willen we doen?
  3. Verander je positie. Verlaat je rol van bruggenbouwer en verhuis naar het midden, de stille groep. Wat heeft het met mij, met jou, met ons gedaan?
  4. Verander van toon. Polarisering gaat over dingen die ons raken. Ga niet veroordelen of moraliseren. Probeer gewoon goed te luisteren en te kijken naar wat er gebeurt.”

 

Aandacht geven aan identiteiten levert brandstof. Staat dat haaks op een van de taken van onderwijs? Leraren moeten toch de meervoudige identiteit van jongeren vormen?

“Polarisatie focust altijd op een aspect van een identiteit. ‘Jij bent moslim, ik niet’. Inzetten op meervoudige identiteit – ik noem het veel liever loyaliteiten – zorgt voor verbinding en versterkt het midden. Leerlingen zijn zoon of dochter, broer of zus, inwoners van een stad, ze gaan naar school, naar een sportclub … Als leerlingen 20 loyaliteiten hebben, reken dan maar dat ze geïntegreerd zijn in de samenleving.”

Het kwaad zit in eenzijdigheid. Ervoor zorgen dat leerlingen loyaliteiten – of meervoudige identiteiten – opbouwen en inzetten, daar gaat het om in onderwijs. Het grote gevaar is dat je mensen maar op één loyaliteit gaat vastpinnen. Je hoeft niet bang te zijn voor salafisten. Wel voor mensen die alleen maar salafist zijn.”
 

Anderzijds: voetbalclubs lijken spelers en fans wel te binden rond een identiteit.

“Ook dat kan ongezond zijn. Niet als de identiteit draait om een gedeeld vraagstuk als ‘hoe kunnen we kampioen van België worden’. Wel als je denkt dat jouw team de beste is en de andere teams klootzakken zijn. Dan zit je met identiteiten die leven vanuit stellingen en vijandschap, en krijg je hooligans die alles kort en klein slaan.”

“Om dat verbindende, gezonde wij-verhaal te vinden, heb je verbeelding nodig. En er zijn trainers en leraren die het talent hebben om iets los te maken in een groep. Waardoor zo’n groep denkt: wat ben ik blij dat ik in 3C zit en niet in 3B. Obama deed het in het groot. Mensen geloofden dat het door hem de goede kant uitging met de wereld.”

expert polarisering Bart Brandsma

“Niet elke dialoog is op elk moment efficiënt. Soms werkt hij contraproductief”

Je verwacht veel van leraren. Moet er in elk van hen een stukje Obama zitten?

“Leraren moeten vooral échte mensen zijn en tussen hun leerlingen gaan staan. Dat is het verschil tussen waarheidsdenkers, die zitten boven de leerlingen en vertellen wat ‘de waarheid is’. Waarachtigheidsdenkers staan in het midden en dringen echt door tot hun leerlingen of leraren.”

“Je hebt directeurs die hun teams iets voorleggen om draagvlak te creëren en andere die echt samen met het team beslissen. Leerlingen voelen dat verschil nog veel scherper aan dan volwassenen. Ze weten wanneer je een oprechte vraag stelt en echt een antwoord verwacht. En dus ook wanneer je een vraag puur voor de vorm stelt.”
 

‘We moeten opnieuw leren dialogeren’, hoor je vaak.

“We moeten terug naar het debat en de dialoog, maar vooral in ‘vredestijd’. Want niet elke dialoog is op elk moment efficiënt. Soms werkt hij contraproductief. Na de aanslagen in Parijs of Brussel is een dialoog over de identiteiten niet aan de orde, maar bekijk je beter wat zo’n aanslag met ieder van ons doet. Een dialoog moet altijd over een vraagstuk gaan, niet over wat je vindt van iets: dat is discussie, debat en dan ben je met identiteit bezig.”
 

Media spelen een belangrijke rol in polarisering. Moet de school leerlingen meer mediawijs maken?

“We zien heel veel discussie en debat, opinie en monoloog in de media. Waardoor we denken dat dat de vormen van praten zijn. Journalisten zijn getraind om polen in beeld te brengen en zijn vaak brandstof voor de polarisering. En nieuwe, snelle media doen met oneliners geloven dat er simpele oplossingen zijn voor heel complexe problemen. Het is goed dat leerlingen dat doorzien.”

“Mediawijsheid is dus belangrijk. Op school leren we onze leerlingen ook om kritische burgers te zijn, om argumenten aan te brengen en zo een eigen mening te vormen en in discussie te gaan. Dat is goed, maar we trainen jongeren onvoldoende in het luisteren en de juiste vragen stellen. Zoals die school in Noord-Ierland doet.”
 

Heb je specifiek advies naar Vlaamse scholen?

“Het midden versterken in vredestijd en daar niet mee wachten tot er een conflict rijst. Daarvoor moeten ook directies en leraren met elkaar afstemmen. De directie is verantwoordelijk voor het schoolklimaat, de leraar voor het klasklimaat. Niets zo ellendig dan wanneer ze niet stroken. Je kan als leraar in je eentje het model met de 5 rollen toepassen en proberen winst te boeken. Maar dat werkt niet als de hele school niet meedoet. Evenmin als een straffend klimaat van de directie, terwijl een leraar volop inzet op het gesprek.”