Verhaal Gepubliceerd op

Zij-instromer Delphine: “Lesgeven is de leukste job ter wereld”

4 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Delphine Seghers had een droomjob als journalist bij de VRT. Maar ze was er niet gelukkig. Dus start ze 6 jaar terug een lerarenopleiding, en gaat lesgeven in een tso- en bso-school. En ze vindt er de job van haar leven.
 

Delphine Seghers: “Ik wil altijd al leraar worden. Maar na 4 jaar Germaanse doe ik mee aan het journalistenexamen van de VRT. Om te kijken hoever ik geraak. Ik blijk telkens geslaagd, ook bij de stemtest. En dus mag ik meteen beginnen. Zo’n aanbod sla je niet af.”
 

Gedemotiveerd en zotverklaard

“Ik doe die job 5 jaar met veel overtuiging. Ik ben journalist algemene verslaggeving, een allrounder. Maar daardoor kan ik me niet specialiseren, mijn kennis niet verbreden. Na 5 jaar gaat mijn motivatie bergaf. Een artiest interviewen, 2 songs filmen, en dan naar buiten met de ploeg, dat is niet mijn idee van culturele verslaggeving. Als ik iemand in een vergevorderd stadium met ALS interview, en louter voor de eisen van televisie moet vragen om een zin nog eens opnieuw te zeggen, maar dan met een onderwerp en een werkwoord, denk ik: ik ben écht niet goed bezig.”

“Ik blijf nog 5 jaar bij de VRT. Zonder veel overtuiging. Ik behandel wel steeds meer onderwijsthema’s. Maar ik wil terugkeren naar vanwaar ik kom. Dus schrijf ik me in voor de lerarenopleiding. Dat is een jaar financieel doorbijten. Tijdens mijn stage kom ik terecht in KTB Mobi in Gent. En ik heb meteen het gevoel: hier wil ik lesgeven. Deze school ligt me, ook al heeft ze de reputatie moeilijke leerlingen te hebben.”

Delphine Seghers

“Journalist zijn bij de VRT: schitterend voor mijn reputatie. Maar wat brengt het bij aan mijn leven? Niets”

“Niet alleen mijn collega-journalisten, maar iedereen in mijn directe omgeving verklaart me gek. Zo’n job, zo’n werkgever met zo’n reputatie verlaten, dat doe je toch niet? Ook mijn bazen zijn verrast. Alleen mijn ouders en mijn beste vrienden weten dat ik een goeie keuze maak. Ik ben geen geboren journalist. Je mag geen uitgesproken mening hebben, moet een objectieve toeschouwer zijn. Maar ik wil proberen mensen te helpen. En daarom vind ik leraar zijn een geweldige job.”
 

Te strenge starter

“Dat eerste jaar heb ik vooral problemen met discipline. Ik stel me op als een zeer strenge juf. Ik wil mijn leerlingen in de pas laten lopen zoals ik dat zelf moest doen op school. Maar straffen en dreigen met strafstudie, dreigen met taken, dat werkt niet. Ik lig daarvan wakker. Ik besef dat ik fout bezig ben. Maar als je fout begint met een klas, komt dat meestal niet meer goed dat schooljaar, vertellen collega’s me.”

“Als startende leraar is het ook absolute chaos. Je bent niet vertrouwd met je leerstof, je cursus. Je moet je positie vinden tegenover je groep leerlingen. En je denkt dat je de enige bent met problemen, dat je er alleen voor staat. Als leerlingen niet mee zijn, denk je al vlug dat het ligt aan de manier waarop je het uitlegt. Pas op een klassenraad zie je dat het probleem algemeen is.”

“Maar ik ben nooit gaan twijfelen. Een collega speelt voor mentor, ook al heeft hij daar geen uren voor. Hij komt soms kijken naar mijn lessen om tips te geven. Zodat ik het het schooljaar daarna anders kan aanpakken. Zo heb ik het jaar daarna mijn ‘moeilijke’ klas weer. Ik begin anders, maar ook de leerlingen zijn ondertussen veranderd, gegroeid. Ik maak nu heel duidelijke afspraken en ben consequent. Mijn leerlingen weten heel goed wat de regels zijn. En het werkt. Humor is ook erg belangrijk. Met duidelijke grenzen, natuurlijk, anders wordt je klas een café.”
 

Respecteer je leerlingen

“Ik zet in op een persoonlijke band met elke leerling. Als ze zich voorstellen, dan noteer ik of ze broers, zussen hebben, en welke hobby’s. In kleine gesprekken, zoals wanneer we de trap opgaan naar de klas, vraag ik dan: ‘Hoe is het nog in het voetbal?’ Of: ‘Houdt je babyzusje je niet wakker ’s nachts?’ Dan zijn ze blij dat je dat nog weet. Zij krijgen het gevoel: ik ben iemand, ik word gerespecteerd. Dan krijg je dat respect automatisch terug.”


Als leraar ben je luisterend oor, therapeut, psycholoog en mama

Delphine Seghers - leraar

“Dikwijls zijn het kinderen die thuis niet zo goed omringd zijn. Die niet de nodige aandacht krijgen. Niemand gaat graag naar school, maar ik wil mijn leerlingen het gevoel geven dat ze iets bijleren in mijn les, en dat het op een leuke manier gaat. Dat welbevinden is erg belangrijk. Maar dat koppel ik aan resultaten. Ik blijf remediëren tot het in orde is. Als ze falen op een toets, moeten ze die blijven inhalen tot ze geslaagd zijn. Ze moeten daarvoor hun vrije middag opofferen. En na een tijdje studeren ze allemaal. Want ze willen niet terugkomen op woensdag, natuurlijk.”
 

Lesgeven is niet werken

“Lesgeven is leuk. Het voelt niet aan als werken. Je bent bezig met jonge mensen, er is voortdurend interactie. Je geeft je kennis door. Maar je probeert ook ze mee op te voeden, en brengt ze het belang bij van waarden en regels. Je leert ze respect voor elkaar hebben. In een debat merk je dan dat ze naar elkaar kunnen luisteren, en argumenteren. En dan heb jíj hun dat geleerd. Dan ga je met een erg goed gevoel naar huis. Want wat je zegt gaat niet verloren. En je ziet je leerlingen vooruitgaan. Je ziet ze leren en ontbolsteren. “

“Het is ook fijn om in een lerarenteam te zitten waar we allemaal op elkaar ingespeeld zijn. En we willen allemaal het beste voor onze leerlingen. In tso en bso lesgeven is niet alleen maar kennis overdragen. Je bent een luisterend oor, een halve therapeut, een beetje psycholoog, een beetje mama.”

“5 jaar later sta ik nog steeds voor de klas. Ik geef Nederlands en Engels in 3, 4, 5 en 6 tso. En ik heb nog steeds tonnen voorbereidingswerk. Maar dat komt omdat ik elk jaar iets anders wil doen. Ik werk mijn lessen uit rond thema’s uit de actualiteit, maar dus moet je het jaar daarna opnieuw beginnen.”

“Je bent dat ook verplicht aan je leerlingen. Het is niet de bedoeling dat je jaar na jaar dezelfde cursus staat af te haspelen. Als je ze wil boeien, moet je je lessen betrekken bij de wereld waarin ze leven en bij de dingen die rondom hen gebeuren en waar zij mee te maken krijgen.”
 

Problemen mee naar huis

“Ik wist dat lesgeven meer is dan 20 uur werken. Maar ik wil alles perfect voorbereid hebben. In het weekend is er misschien 1 voormiddag waarop ik niet met school bezig ben. Al doe ik dat natuurlijk mezelf alleen maar aan, met lesmateriaal dat ik voortdurend moet updaten. Maar ik heb geen schrik voor een burn-out. Want ik heb wel tijd voor een sociaal leven, vooral ’s avonds in de week.”

Delphine Seghers

“Mijn leraren hebben me kennis doorgegeven. Maar mij gevormd? Nee.”

“Lesgeven is nog steeds mijn droomjob. Maar ik ben wel realistischer geworden. Soms steek je heel veel energie in een leerling, en lukt het toch niet. Ik neem dat dan persoonlijk. Zo heb ik een jongen uit Syrië begeleid. Hij sprak zeer snel op zeer hoog niveau Nederlands. Ik had een goeie band met hem, maar ik was de enige. Die jongen is wegens agressief gedrag van school gegooid. Hij probeerde het daarna nog op 4 scholen, maar spijbelde zich te pletter. Nu werkt hij in een fabriek, ondanks al mijn inspanningen. Dat is een grote ontgoocheling. En dat is ook het grote gevaar van onderwijs: je neemt de problemen mee naar huis. Terwijl je die van je af moet kunnen zetten.”

“Dan zou je de vraag kunnen stellen: waarom steek ik daar mijn tijd en energie in? Het loopt toch mis. Maar dan kom ik weer mijn klas binnen. En is het net een zeer goeie les, of een les waarna ze je komen bedanken. Dan besef je: ik mag zo niet denken. Het is niet omdat het met 1 leerling mislukt, dat je de andere leerlingen bij het oud vuil moet plaatsen. Ik wil niet cynisch worden. Ik háát cynisme. Zo gemakkelijk, en het biedt geen oplossing. Voor niets.”
 

Leerlingen mondiger

“Wat ik niet had verwacht toen ik in onderwijs startte, is dat de leerlingen een pak mondiger zijn geworden. Als er sneeuw ligt, krijg je een sneeuwbal op je kop als leraar. Daar zouden wij vroeger zelfs nooit aan gedacht hebben om dat te durven. De omgang, de verhouding leraar-leerling is totaal veranderd. Maar dat is niet noodzakelijk negatief. Nu is er een verstandhouding tussen leerling en leraar die er vroeger niet was. Mijn leraren hebben vooral hun kennis doorgegeven. Maar of ze mij gevormd hebben, mee opgevoed? Geen idee.”

“Ook de tonnen administratie hebben me verrast. Je moet alles registreren. Want als een leerling een tekort heeft, moet je kunnen aantonen dat je geremedieerd hebt, anders vechten ouders dat aan. We zijn een maatschappij aan het worden die denkt dat ze alles kan monitoren. Maar soms moet je gewoon als ouder kunnen toegeven dat een kind in de verkeerde richting zit, dat het niet gaat. Dat het kind daar niet gelukkiger van wordt.”

“Toch weet ik nu al: ik verander nooit meer van job. Want het is geen job. Lesgeven is gewoon leuk. ’s Ochtends denk ik nooit: nu moet ik weer voor de klas gaan staan. Ik probeer altijd enthousiast, positief les te geven. En als ik een slechte dag heb, dan doe ik alsof ik er zin in heb. Dat is een tip uit een bijscholing die ik volgde. Het mooie is: na 10 minuten krijg ik er ook zin in. Het werkt écht! En het slaat over op de leerlingen.”