Zo doen zij het Gepubliceerd op

Domeinschool: alle leerlingen evenwaardig

5 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Alle leerlingen op 1 campus, klassen doorbreken en de termen aso, bso, tso schrappen. Zo creëert directeur Eddy Willems van het Sint-Franciscuscollege in Heusden-Zolder een minimaatschappij waarin alle leerlingen zich evenwaardig voelen. “Dat kan alleen als ze elkaars talenten leren zien. En appreciëren.”
 

“In de basisschool zitten leerlingen allemaal samen. Maar als ze de straat naar het secundair oversteken, stoppen we ze liever in aparte scholen. Waarom toch? Dat onze leerlingen op 2 aparte campussen zaten, stoorde ons al lang. Maar onze infrastructuur zat dwars, die was helemaal gericht op aso-leerlingen. Vaklokalen inrichten lukte niet.”

“Met ‘Scholen van Morgen’ (2007) roken we onze kans en kregen we subsidies om alle leerlingen te verenigen op 1 vernieuwde campus. De overstap naar 1 domeinschool met verschillende interessegebieden vroeg ook inhoudelijk omdenken. Dus trokken we een weekend op hotel met leraren, secretariaatsmedewerkers, ouders, leerlingen, directeurs, schoolbestuursleden. 50 mensen, 2 dagen afzondering, 1 opdracht: de visie en organisatie van onze domeinschool afkloppen.”

“We waren het snel eens om onze school in graden van 500 tot 600 leerlingen in te delen met elk hun eigen pedagogisch directeur, secretariaatsmedewerkers en leerlingenbegeleiders. En nog veel sneller dat iedereen zich evenwaardig moest voelen op onze domeinschool. Vooral onze leerlingen klopten tijdens dat visieweekend op die nagel. ‘Het zijn maar die van bso’, daar hadden ze het helemaal mee gehad. Dat stigma kwetste hen. Ze hadden 200 procent gelijk.”
 

Weg met aso, bso en tso?

“Aso, bso en tso zijn namen als klokken. Met een klank die je niet meer positief kan bijstellen. Dus gooiden we ze eruit. We vervingen ze door U, H en A+, respectievelijk universiteit, hogeschool en arbeidsmarkt of extra opleiding. Die plus staat er omdat we geloven dat A+-leerlingen veel in hun mars hebben en verder kunnen studeren als ze dat willen.”

Eddy Willems over domeinscholen

“Bij de start vroeg een ouder: ‘Loopt mijn zoon binnenkort met bso-leerlingen op 1 speelplaats?’ Dat ging recht naar mijn hart.”

“Die afkortingen suggereren de meest logische vervolgopleiding. Vooral ouders vinden dat handig. Maar we willen nog verder en uitsluitend spreken over studierichtingen. Pas als dat lukt, landen we eindelijk waar we moeten zijn en zijn alle leerlingen echt evenwaardig.”

“De nieuwe afkortingen circuleren nog maar anderhalf jaar. Onze leerlingen en leraren betrap je niet vaak meer op de termen aso, bso, tso. Ouders wel. Zo snel wis je die namen niet uit hun hoofden. En ook de inspecteurs die onze school doorlichtten gebruikten consequent aso, bso, tso. Maar ze reageerden positief op ons alternatief. Ze bevestigen dat de visie daarachter meer is dan een papiertje. Klopt. Dat bewijst dat je als school niet altijd moet wachten, niet alles moet vragen, maar soms gewoon moet doen. Zolang je verhaal maar steek houdt en op school zichtbaar is.”
 

Don Quichot in onderwijs

“Onderwijs veranderen kan alleen van binnenuit. We proberen dat met onze domeinschool, maar voelen ons soms als Don Quichot. Een ouder vroeg me bij de start van ons fusieproces: ‘Loopt mijn zoon binnenkort met bso-leerlingen op 1 speelplaats?’ Dat ging recht tnaar mijn hart. ‘Maar hoe zie jij het verschil tussen die tieners?’ kaatste ik terug. En toen werd het stil.”

“Alle leerlingen samen op school, dat idee moest groeien. Vooral bij ouders met een klassiek aso-verleden die dat de norm vinden. Zij denken: alleen als aso-leerlingen apart zitten, krijgt ons kind alle kansen. Tradities zijn mooi, maar onderwijs mag niet geklemd zitten in een star systeem omdat het al 10 of 100 jaar zo loopt. Als onderwijs niet vernieuwt, hinkt het de maatschappij achterna en doet het leerlingen te kort.”
 

Minder schooluitval

“Klasdoorbrekende samenwerkingen zijn de logische rode draad van onze domeinschool. Alleen zo ontdekken leerlingen elkaars talenten, zien ze dat ze evenwaardig zijn en interesses delen. En zo verzacht je als domeinschool de bittere pil voor leerlingen die moeten veranderen van studierichting. Ze moeten niet van voor af aan beginnen in een vreemde school. Dat maakt van domeinscholen een krachtig instrument tegen schooluitval.”

“Hier schakelt een leerling binnen zijn interessegebied, maar blijft hij elke dag met zijn vrienden optrekken, werkt aan projecten met zijn ex-klasgenoten en volgt samen met hen seminaries. Daar kiezen leerlingen uit de derde graad uit 26 verschillende opties waar ze 2 uur per week aan willen werken: van elektronica over Chinees tot filosofie. Je studierichting is van geen tel, wel je interesse.”

Domeinschool Sint-Franciscuscollege in Heusden-Zolder

“Wat we van onze leerlingen vragen, moet ook het lerarenteam uitademen. Zij werken over studierichtingen en vakgebieden heen samen”

“Nog een voorbeeld van hoe we leerlingen samenbrengen: op het jaarlijkse economische project ‘ECO-man’ moeten onze leerlingen Office, Handel en Economie uitdagingen aangaan als managers voor 1 dag. Leerlingen uit de U kijken echt op van het organisatietalent van H- en A+-leerlingen.”

“Als het aan ons ligt, halen we de leerlingen nog veel vaker uit hun vertrouwde klas, maar het strakke curriculum remt ons af. We willen meer seminarie-uren inrichten in de 2de en 3de graad, waar leerlingen U, H en A+ puur hun interesse volgen en in elkaars klassen terechtkomen. Een leerling Latijn die later iets met programmeren wil doen, kan in die uren ontdekken of het écht iets voor hem is. Net als een leerling Sociale en Technische Wetenschappen. Alleen door dat zelf uit te zoeken, kunnen leerlingen écht een doordachte studiekeuze maken na het secundair. Zo geven we ze kansen en groeien ze in onze school, en later, uit tot de beste versie van zichzelf.”
 

Uitdagingen voor een domeinschool

“Een domeinschool moet een maatschappij in het klein zijn, waar iedereen samenleeft en elkaars talenten ziet. Wat we van onze leerlingen vragen, moet ook het lerarenteam uitademen. Zij werken over studierichtingen en vakgebieden heen samen, als mentor of door te hospiteren en projecten uit te werken voor leerlingen uit verschillende richtingen. Dat loopt al goed. Maar terwijl onze leerlingen een mooie spiegel zijn van de gemeenschap – 33 procent is van Turkse origine, net als de inwoners van onze gemeente – haalt ons lerarenkorps die cijfers voorlopig nog niet. Onze leerlingenraad en oudervereniging evenmin. Een streefdoel, zonder te gaan forceren.”

“Daarnaast moeten we al onze leerlingen uitdagingen blijven aanbieden. In het 1ste jaar begeleidt een leraar na de schooluren leerlingen die het op school of thuis moeilijk hebben met de schoolagenda, huiswerk én boekentas. Zo krijgen ze de structuur en ondersteuning die ze nodig hebben.”

“Maar tegelijkertijd stoppen we sterke leerlingen in verbredingstrajecten. Ze verlaten 2 uur per week de klas om te werken aan een zelfgekozen project. Een mentor begeleidt ze individueel. Inzetten op die 2 sporen is essentieel voor elke domeinschool. Vergeet of verwaarloos je 1 van de 2, dan creëer je een grote grijze massa. En daar is geen leerling mee geholpen.”