Gepubliceerd op
Zo doen zij het

Studiekeuze uitgesteld in nieuwe school LAB

“Een studierichting kiezen op 12 jaar is te vroeg. Dan spelen te veel niet-relevante factoren een rol. Zoals vriendjes of de impact van thuis.” Dat zeggen de oprichters van LAB. En daarom stelt deze nieuwe secundaire school de studiekeuze uit. Tot het vijfde jaar.

leerling in de nieuwe school LAB

Tinneke Van Kerckhoven – LAB: “Er is hier geen hiërarchie van kennis”

“Onderzoek leert dat 12 jaar echt te vroeg is om een goede keuze te maken. De meeste kinderen weten dan nog niet goed waar hun interesses en talenten liggen”, zeggen co-directeurs en onderwijswetenschappers Kristien Bruggeman en Tinneke Van Kerckhoven. Zij leiden het nieuwe en vernieuwende LAB in Sint-Amands. Die secundaire school ging op 1 september 2017 van start.
 

Geen studiekeuzestress

Elke LAB-leerling volgt er het standaardprogramma tot en met het vierde secundair. Voor de eerste graad A-stroom vult de school de complementaire uren in met 5 modules die elk 6 weken duren en 3 uur per week beslaan. Houtbewerking, elektriciteit, exponentieel denken (creatief werken rond innovatie), verbindend communiceren en programmeren komen aan bod. In het tweede jaar verdiepen de leerlingen die leerstof. Ze moeten alle modules volgen. Ook hier geen keuze dus.

enkele leerlingen achter computer in de nieuwe school LAB

Ook meisjes programmeren

Waarom? Bruggeman legt het uit: “We merken dat meisjes nooit voor programmeren zouden kiezen, maar als ze 2 weken bezig zijn, vinden ze het keitof. Ook bij houtbewerking en elektriciteit fronsen veel kinderen eerst de wenkbrauwen. Maar eens ze het doen, vinden ze het fantastisch. We geven dat ook niet droog, de lessen zijn net heel praktisch opgevat.”

“Ook als je er niet blij van wordt, vinden wij het belangrijk dat je 6 weken kan doorzetten en de modules op een constructieve manier uitzit. Na 6 weken kan je dan gefundeerd zeggen: dat is niks voor mij. Zo ondervinden ze in de eerste graad wat ze wel en niet tof vinden.”
 

Wetenschappen tot en met het vierde jaar

In de tweede graad volgt iedereen de richting wetenschappen. Die keuze is praktisch ingegeven: “Als nieuwe school moet je rekening houden met een lijst van vrij programmeerbare onderdelen en die is erg beperkt”, verklaart Bruggeman. “Klassiekere opleidingen vullen die wetenschappen aan met extra chemie of wiskunde. Maar in onze visie moedigt een basisopleiding tot wetenschapper je aan om ook creatieve oplossingen te bedenken en om kritisch te zijn.”

leerling in de nieuwe school LAB

Leren in real life

Daarom maken 6 modules die visie concreet: webdesign, journalistiek, vreemde talen, herborista (bio en chemie), engineering en fotografie. Een derdejaars kiest er 2 per schooljaar en verdiept er zich elke week 3 uur in. 15 weken lang.

Van Kerckhoven: “De leerlingen van de verschillende modules werken allemaal samen aan 1 project en hebben elkaar nodig om dat tot een goed einde te brengen. Daarvoor zullen we samenwerken met het wetenschappelijke tijdschrift EOS. Onze leerlingen-webdesigners bouwen een website die we koppelen aan die van EOS. Dat is heel levensecht. Je kan het zo aan de bomma tonen. Belangrijkste les? Er is geen hiërarchie van kennis. Je bent van elkaar afhankelijk voor een mooi resultaat. Zonder de fotograaf lijkt die website nergens naar.”
 

Eerst prikkelen, dan doorduwen …

“In de tweede graad kan je je dus vastbijten in je interesse. Wordt het een passie? Ben je bereid om de minder fijne kanten erbij te nemen? Dat is belangrijke info voor je studiekeuze. In elke job zijn er immers dingen die leuk en minder leuk zijn. Je kan maar beter in een module ontdekken dat je wel graag je laarzen aantrekt om op zoek te gaan naar kruiden, maar dat het eindeloos herhalen van proeven in het lab niets voor jou is.”


Ook als een module je niet ligt, moet je die 6 weken constructief kunnen uitzitten

Kristien Bruggeman - LAB

… en dan pas kiezen

“Uit onze ervaring in andere scholen weten we dat de meeste leerlingen de tweede graad in aso halen. Dat verwachten we ook bij ons omdat we voor elk vak met verschillende niveaus werken.” En dan wacht de derde graad: “Daar maken ze pas een fundamentele keuze. Leer je graag al doende? Dan volg je een duale richting, die leren op de werkplek en op school combineert.”

“Ben je sterk in het verwerven en verwerken van meer abstracte leerinhouden? Dan is er onze academische richting, de Wetenschappen Plus. Je kiest voor extra talen, wiskunde of economie. En daarbovenop kies je nog 2 modules. Voor wie droomt van geneeskunde bijvoorbeeld, is er de module ‘anatomie’. Heb je een talenknobbel, dan neem je via e-learning een taal naar keuze op in je lessenpakket. ”
 

Wat met de zwakste leerlingen?

De school heeft ook een 1B-klas, maar wel met een focus op terugstromen naar 1A. “Er zitten 2 types kinderen in ons 1B”, vertelt Bruggeman. “Met een mogelijke 1A-leerling beginnen we al snel te differentiëren. Hij krijgt meer leerstof, het tempo ligt hoger en we zetten fel in op zelfstandig werk. Kinderen bij wie dat niet lukt, begeleiden we bij het ontdekken van hun talent. Zijn dat eerder de zachte of harde technieken? We hebben helaas niet het geld en plaats om hen hier op school te houden. Al staat een initiatief in die richting nog wel op mijn verlanglijst.”
 

Waarom is LAB nog vernieuwend?

  1. Theorie toepassen en ervaringen theoretisch onderbouwen: “Je komt niet ver met ervaringen die niet theoretisch onderbouwd zijn. En omgekeerd geldt: theoretische kennis die je niet toepast, gaat snel verloren. Als onze leerlingen de theorie toepassen, krijgen ze veel ruimte voor hun eigen inbreng en creativiteit. En doen ze veel zelfkennis op.”
  2. Autonomie: “In het verwerven van meer theoretische kennis, sturen de leerlingen binnen BZL (begeleid zelfstandig leren) zelf hun leerproces. Leraren zijn aanwezig als coach op de klasvloer.”
  3. Jury’s in plaats van examens: “Leerlingen stellen hun projecten voor aan een jury van leraren en externen. Wie op tijd start, goed plant en rekening houdt met de tussentijdse feedback, kan schitteren voor zo’n jury. In het andere geval staan ze op die momenten spreekwoordelijk met hun broek op de enkels. Meestal overkomt hun dat geen 2 keer.”
  4. Rapport met kleuren: “We visualiseren elke doelstelling met kleuren. Vergelijk het met leren fietsen. In de eerste fase (oranje) weet je dat fietsen iets met een stuur en trappers is. In een volgende fase (blauw) kan een kind wel rijden op die fiets, maar je durft het nog niet alleen op pad te sturen. De derde fase kleurt groen en betekent ‘Hier is 2 euro, ga naar de bakker’.”
  5. Paperless: “Elk kind heeft zijn laptop. Die is eigendom van LAB, het gebruik ervan zit vervat in de schoolrekening. Je boekentas staat hier in de cloud.”
  6. Onderzoeksprojecten (OP) in plaats van losse vakken: “Tijdens de OP-blokken vervagen de vakgrenzen helemaal. Leerlingen verdiepen zich in historische, technische en wetenschappelijke problemen.”
  7. Anders leraar zijn: “Hier geef je niet alleen maar jouw vak. Hier zijn geen blokken van 50 minuten. Leraren zijn hier de hele dag. Zo hebben ze de ruimte om samen te werken, samen te groeien en elkaar te helpen. Ze zitten in minstens 1 leergemeenschap per week.”

 

logo Veranderwijs.nu
Dit artikel kwam tot stand in een samenwerking tussen Veranderwijs en Klasse.
Veranderwijs wil innovatieve onderwijspioniers samenbrengen en inspireren. Kriebelt het bij jou ook om iets nieuws uit te proberen? Op www.veranderwijs.nu kan je ideeën vinden en uitwisselen.
 


Meer weten over LAB? Je vindt het op www.labonderwijs.be

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...