Gepubliceerd op
Specialist

Heeft kansarmoede ook een positieve kant?

Log in om te bewaren.

“Kansarme leerlingen zijn niet zielig. Ze hebben humor, solidariteit en veerkracht.” Marjolein Petit, maatschappelijk werker bij de permanente ondersteuningscel CLB van het GO!, spreekt met respect en enthousiasme over gezinnen in armoede. Op vormingen zet ze leraren en CLB-medewerkers aan tot nadenken én actie, want “tijdgebrek en taalbarrières zijn geen excuus”.
 

Als we over kansarme leerlingen praten, gaat het vaak over tekorten. Waarom niet over sterktes?

“We willen problemen graag direct oplossen. Lukt dat niet, dan schieten we in een klaagzang. Als je de situatie door een positieve bril bekijkt, zie je dat veel dingen wél goed gaan.”

“Daarvoor moeten we soms de norm verlaten. Wij vinden het normaal dat leerlingen op tijd komen, dus ergeren we ons aan hardnekkige laatkomers. Zo vergeten we dat de ochtendrush voor een alleenstaande moeder van 3 niet evident is.”

Marjolien Petit over de positieve kanten van kansarmoede

“Op vakantie sluiten we vriendschap met onbekenden. Toch gek dat we niet dezelfde moeite doen voor wie we dagelijks zien?”

Hoe verander je zo’n probleemgerichte kijk in een positieve kijk?

Ervaringsdeskundigen kunnen helpen om een andere bril op te zetten. Ongelooflijk wat een veerkracht die mensen uitstralen! Ze kunnen pakkend getuigen waar het fout ging tijdens hun kindertijd, of waar ze als ouder tegenaan botsen.”

“Of organiseer een inleefmoment. Tijdens mijn opleiding sociaal werk moest ik een dag in een rolstoel rondrijden, waarom laten we leraren in spe niet proeven van armoede?”

“En elke school zou een buurtonderzoek moeten doen in een kansarme wijk. Wie woont er? Hoe leven ze? Op vakantie sluiten we vriendschappen van een week met onbekenden. Toch gek dat we niet dezelfde moeite doen voor mensen die we dagelijks zien?”
 

Wat als het contact met kansarme ouders stroef verloopt?

“Een oudergesprek moet uitgaan van een vertrouwensrelatie. Die bereik je door ouders als gelijke partners te behandelen. Ook als je een andere mening hebt. Armoede-experts spreken van een ‘transgenerationeel mandaat’. Een zwaar woord om te zeggen dat alle ouders, ongeacht de opvoedsituatie, het beste willen voor hun kind. Ze wensen dat het kind het beter doet dan zij.”

“Geef ouders niet het gevoel dat ze hun kind te kort doen. Leraren worden opgeleid om het ‘beter’ te weten. Kennis overbrengen is hun taak. Maar kansarme ouders weten heus wel dat die rekening nog niet is betaald, of dat hun kind slecht luistert. Het andere uiterste, té betrokken zijn als leraar, is ook niet goed. Een juf die schoenen meeneemt als kinderen in de winter op sandaaltjes lopen, neemt de rol van de ouders over.”

Communiceer direct en duidelijk. Vaak gaat het al fout tijdens de kennismaking. Zo kan de directie meteen na een inschrijving een uurtje uittrekken om ouders te leren kennen. Kinderen hebben nog een lange loopbaan voor de boeg. Kennismaken is een eerste essentiële stap. Directeurs durven niet altijd op de man af te vragen of ouders betalingsproblemen hebben, terwijl mensen in armoede erop hameren: vráág het ons!”
 

Wat als ouders geen Nederlands spreken?

“Ouders verwelkomen lukt ook zonder taal. Je moet een beetje out-of-the-box denken, afstappen van een doorsnee oudercontact. Een kunstengalerij of toonmoment zijn daarvoor heel geschikt, want elke ouder wil zijn kind zien schitteren. En omdat je als klas op het podium staat, zijn alle leerlingen gelijk. Ze horen erbij, letterlijk.”


Armoede is zoveel meer dan geldgebrek. Het is ook gebrek aan taal, aan liefde, aan een sociaal netwerk.

Marjolein Petit

Vermijd tijdens het schooljaar ruis op de communicatie. Bied brieven aan in aangepaste taal of werk met kleurcodes (bv. groene brieven zijn heel belangrijk). Spreek ouders aan, desnoods met handen en voeten. Of schakel een tolk in. Scholen met een sterk taalbeleid hebben vaak goede connecties met de moskee, Samenlevingsopbouw etc.”
 

Er zijn toch ook ouders die het écht helemaal niks kan schelen? Van wie de kinderen in pleegzorg belanden?

“Ook dan geloof ik dat ouders hun best doen. Het klinkt misschien melig, maar het blijft hun kind. Op het moment dat het wordt geboren, verandert er iets. Voor mij bestaan er geen slechte ouders. Ik geloof dat je in iedereen het beste kan zien. Net als bij leerlingen. Ook al loopt het fout, iedere leerling heeft toch iets positiefs in zich waarmee je verder kan werken?”

“Elkaar leren kennen vergt natuurlijk wel tijd. Toen ik als CLB-medewerker huisbezoeken deed, ging het de ene week super en liep het de week daarop voor geen meter. Besef dat het een lang proces is, durf toegeven dat het niet meteen lukt en hou vol.”
 

Tijdgebrek zal voor leraren ook wel een rol spelen.

“Ik besef dat het niet evident is, al die administratie en lesvoorbereidingen. Maar tijd maak je zelf. Wat vind je belangrijk? De ene week is het papierwerk dringend, de volgende week heb je tijd voor de ouders. Op de schoolloopbaan van een kind zit best wat speling.”

“Maar áls je luistert, luister dan écht. Leraren zijn babbelaars, ze worden ongemakkelijk als er een stilte valt. Terwijl die stilte ouders net ruimte geeft om zelf met iets op de proppen te komen.”
 

Helpt kansarmoede leerlingen om bepaalde competenties te ontwikkelen?

“Kansarme leerlingen hebben zoveel kwaliteiten! Ze hebben gevoel voor humor – ze moeten wel, om problemen te relativeren. Ze zijn solidair: ‘Heb je geen potlood? Leen het mijne maar!’ En ze zijn ongelooflijk weerbaar. Hoe vaak ze ook tegen een muur botsen, ze krabbelen telkens weer recht. Op dat vlak kan de middenklasse veel van hen leren.”
 

Zet zo’n achtergrond ook aan tot engagement in een latere job?

“Elke maatschappelijk werker wil zijn eigen situatie rechttrekken, zei mijn docent. (lacht) Ik denk dat kinderen vooral hun toevlucht zoeken in wat ze fijn vinden. Voor sommigen is dat mensen helpen, anderen zijn misschien heel creatief. Maar een ding weet ik zeker: kansarme kinderen hebben evenveel in hun mars als ieder ander. En met de juiste begeleiding, en in de juiste studierichting, halen ook zij een diploma.”

“Het probleem is alleen dat ze sommige richtingen, bijvoorbeeld de kappersopleiding, schrappen door de hoge materiaalkosten. Een maximumfactuur in het secundair zou veel verschil maken. Een studiekeuze maken is al ingewikkeld genoeg zonder dat geld een rol speelt.”

Marjolien Petit over de positieve kanten van kansarmoede

“Kansarme kinderen krabbelen telkens weer recht. Op dat vlak kan de middenklasse veel van hen leren.”

Kansarme kinderen hebben veel potentieel. Geldt het omgekeerde ook? Kennen middenklassekinderen tegenslag?

“Elke school kent armoede, ongeacht het GOK-percentage. ‘Rijke’ armoede bestaat ook: drukbezette ouders die de opvoeding uitbesteden. Als ik mijn dochter van 2 ophaal in de nabewaking, dan raakt dat me: zo’n propke dat daar de hele middag moet zitten. Thuis knal ik een kant-en-klare lasagne in de oven, niet de gezondste voeding. Maar dan kan ik tenminste voorlezen, in plaats van haar achter de tablet te zetten.”

Armoede is zoveel meer dan geldgebrek. Het is ook gebrek aan taal, aan liefde, aan een sociaal netwerk. Al die facetten zijn met elkaar verbonden: wie geen Nederlands spreekt, vindt moeilijk werk en heeft daardoor geen netwerk. Ga je dan wel werken, bijvoorbeeld als poetsvrouw of in shiften in een fabriek, dan lijdt je gezondheid er weer onder. Dat maakt het heel moeilijk om uit dat web te raken.”
 

Ik kan me voorstellen dat leraren denken: waar begin ik?

“Zo’n complexe situaties oplossen, is niet de taak van de leraar. Daarvoor is er leerlingbegeleiding en sociale hulpverlening. Jij kan beter helpen met iets praktisch. Dat is welkom, haalbaar en schept vertrouwen.”

“Zet als team je schouders onder een sterk armoedebeleid. Kijk goed naar je school: wie zijn de leerlingen, wie zijn de ouders, welke problemen spelen er? Wat pakken we als eerste aan? Samen een plan van aanpak opstellen, geeft houvast. Anders blijft het bij losse flodders: een lege brooddoos hier, een onbetaalde factuur daar.”

“Iedere school heeft haar problemen, sommige scholen hebben ze jammer genoeg allemaal. Maar net die scholen gaan ermee aan de slag. Omdat ze beseffen: wat we aanbieden, past niet langer bij de doelgroep. Moet je zomaar je principes overboord gooien? Absoluut niet. Je moet gewoon meer op maat van je publiek werken – en als leraren één ding kunnen, is het dat.”
 

Hoe werk je als leraar op maat van een superdiverse klas?

“Elk schooljaar zijn er een aantal scharniermomenten. De eerste schooldag: vertellen over je vakantie, je nieuwe boekentas showen. Wat met de kinderen die daar staan met hun rugzak van vorig jaar en de hele zomer op het pleintje hebben rond gehangen? Waarom ga je niet op zoek naar het gemeenschappelijke, in plaats van zo’n kringgesprek dat de kloof vergroot?”

“Verjaardagen, ook zoiets. Ouders boksen tegen elkaar op met spectaculaire kinderfeestjes en traktaties. Waarom laat je de kinderen niet zelf kiezen hoe ze willen vieren? Of vier alle verjaardagen tegelijk tijdens een groot feest op het einde van het schooljaar.”

Met een voorkeursbehandeling zet je kansarme leerlingen alsnog in de kijker. “Ocharme, jij krijgt een laptop van school want je hebt thuis geen computer.” Als alle leerlingen na schooltijd het computerlokaal kunnen gebruiken, profiteert iedereen.”

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...