Gepubliceerd op
Duiding

Goede relatie met leraren maakt directeurs gelukkigst

Log in om te bewaren.

Hoe staat het met het welbevinden en stressgehalte van directeurs in het basis- en het secundair onderwijs? UGent ging het na voor 3 profielen: directeurs die door hun team ‘sterk’ worden bevonden, schoolleiders in scholen met veel directiewissels en directeurs in scholen met veel kansarme leerlingen.
 

Wat maakt directeurs (on)tevreden?

Stress en emotionele uitputting

De jobtevredenheid (bv. over hun werkomstandigheden en taken) en het jobenthousiasme (bv. de mate waarin ze met plezier naar hun werk gaan) van directeurs in Vlaanderen zijn voor alle 3 de onderzochte types schoolleiders gemiddeld tot hoog.

Toch voelen heel wat directeurs langdurige stress, vaak met slaapproblemen of piekeren tot gevolg. Ze zijn nog sterk op zoek naar manieren om met hun stress om te gaan. Wie wel al zulke strategieën vond, ervaart eerder pieken van drukke en stresserende momenten.

Een aantal schoolleiders vertonen burn-outsymptomen, de meeste in basisscholen met veel directiewissels. Bij hen uit zich dat vooral in het gevoel dat ze minder goed presteren. Opvallend is dat ook heel wat sterke schoolleiders symptomen van burn-out vertonen. Zij ervaren vooral vermoeidheid en een gebrek aan energie omdat ze de lat voor zichzelf extreem hoog leggen en altijd voor iedereen aanspreekbaar willen zijn.
 

Steun van gezin

Alle schoolleiders ervaren hun job als uitdagend, maar toch slagen sterke leiders en directeurs in scholen met meer kansarme leerlingen er beter in om de doelen die ze zichzelf stellen te bereiken. In scholen met veel directiewissels zijn het vooral de directeurs basisonderwijs die zich minder ‘zelfdoeltreffend’ vinden.

Het gezin speelt voor heel wat directeurs een positieve rol in hun welbevinden door de ondersteuning die ze er krijgen. Anderzijds geeft de job sommigen het gevoel hun gezin te verwaarlozen.
 

Omgang met leraren

De omgang met leraren, leerlingen en ouders is de vaakst genoemde bron van welbevinden voor directeurs.

Sterke schoolleiders en directeurs met een kansarme leerlingenpopulatie stellen dat er een aangename sfeer heerst op hun school. In scholen met veel directiewissels hangt vaak een gespannen sfeer, wat sterk weegt op het welbevinden van de schoolleider. Maar soms hebben zulke directeurs net sterk ingezet op vertrouwen in het team, met positief resultaat.

Toch kunnen leraren ook voor heel wat stress zorgen: (vervangende) leraren vinden is vaak moeilijk, slagkrachtig reageren op slecht functionerende leraren is niet evident, extra inspanningen vragen betekent rekenen op goodwill …
 

Relatie met leerlingen en ouders

Ook leerlingen en hun ouders zijn een doorslaggevende factor voor welbevinden. Toch kunnen contacten met ouders ook stresserend zijn, bijvoorbeeld wanneer zij beslissingen in twijfel trekken en verantwoording verwachten.

Verschillende scholen met veel directiewissels hebben te maken met een dalend leerlingenaantal of een geschonden vertrouwen bij ouders. De uitdaging om het tij te keren is een bijkomende stressfactor.

Ook leiding geven in een school met veel kansarme leerlingen kan extra werkdruk en gevoelens van machteloosheid met zich meebrengen. Daartegenover staat echter een groot engagement dat voldoening geeft.
 

Taakinvulling

Sterke schoolleiders en schoolleiders met een kansarme leerlingenpopulatie halen veel voldoening uit werken aan pedagogische taken en vernieuwingen. Directeurs in scholen met veel directiewissels ook, maar zij krijgen vaak nog te maken met weerstand, wat een bron van stress kan zijn. Helaas komen directeurs er te weinig toe om aan pedagogie en innovatie te werken, omdat ze een groot deel van hun tijd spenderen aan administratieve taken. Ze ervaren daarnaast ook planlast vanuit de overheid en de inspectie.

Directeurs hebben verder het gevoel continu aan het werk te zijn, maar toch moeilijk rond geraken. Verschillende schoolleiders storen zich ook aan de vele vergaderingen.

Schoolleiders die verantwoordelijkheden kunnen delen of delegeren ervaren die hoge werkdruk als minder problematisch.
 

Ondersteuning én druk van buitenaf

Noch de relatie met het schoolbestuur, noch die met de scholengemeenschap, noch die met pedagogische begeleidingsdiensten zijn doorslaggevend voor het welbevinden van directeurs.

Een bron van ongenoegen is echter de opgelegde regulering en wetgeving vanuit de overheid: bestaande regelgeving is te onduidelijk, timing van en communicatie over veranderingen zit niet altijd goed en er is te weinig inspraak vanuit de praktijk.
 

Werkvoorwaarden

Directeurs zien een loonsverhoging niet als prioritair om hun welbevinden op te krikken. Ze verkiezen ze een investering op schoolniveau, bijvoorbeeld via omkadering. Toch uit de meerderheid van de schoolleiders frustraties over hun lage verloning ten opzichte van leraren en de privésector. Daarnaast hekelen ze de beperkte carrièreperspectieven na hun functie als schoolleider.
 

14 x minder stress? Zo!

Deze (combinatie van) maatregelen stellen de onderzoekers voor om het welbevinden van directeurs te verhogen. Zo kan ook het beroep weer aantrekkelijker worden en krijgen schoolbesturen vacatures voor directieambten vlotter ingevuld.

  1. Schoolleiders die zelf een gezonde werk-privébalans zoeken, leren doseren en leren omgaan met de hooggespannen verwachtingen – óók de druk die ze zichzelf opleggen.
  2. Systematische vormen van overleg en ontmoeting tussen schoolleiders (blijven) organiseren: feedback krijgen en herkenbare verhalen horen helpt.
  3. Schoolbesturen die inzetten op preventie en remediëring rond psychosociaal welzijn van schoolleiders.
  4. Acties van de overheid om de weerbaarheid te verhogen, bv. infosessies laten organiseren door de pedagogische begeleidingsdienst of aandacht hiervoor vragen in de directeursopleiding.
  5. Het administratief personeel in basisscholen structureel versterken, want directeurs nemen er niet alleen basale administratieve taken, maar vaak ook een onthaalfunctie op.
  6. Gedeeld leiderschap mogelijk maken door naast het huidige lestijdenpakket meer omkadering te voorzien voor het vormen van een beleidsteam, ook in kleine scholen.
  7. Structureel meer tijd en ruimte voorzien in de opdracht van leraren voor vernieuwing, betrokkenheid bij uitwerking van beleid en visie, samenwerking en praktijkverbetering.
  8. Meer ‘manoeuvreerruimte’ creëren voor een gericht personeelsbeleid, bv. door leraren te affecteren aan een schoolbestuur in plaats van aan een instelling, om zo een bredere inzetbaarheid mogelijk te maken.
  9. Bij doorlichting vooral aandacht hebben voor de uitwerking van beleid in de praktijk. Verslagen en beleidsdocumenten op papier zeggen niet alles.
  10. Loonsverhoging voor meer erkenning en waardering van schoolleiders.
  11. Wisseling van schoolleiders tussen scholen mogelijk maken, mét voldoende aandacht voor continuïteit in leiderschap.
  12. Professionele schoolbesturen die zicht hebben op het leiderschapstype dat nodig is in een bepaalde school, realistische verwachtingen hebben en werken aan een complementair leiderschapsteam.
  13. Vorming en begeleiding met een uitgebreide praktijkcomponent (bv. stages) voor kandidaat-directeurs; aanvangsbegeleiding voor startende schoolleiders (bv. persoonlijke coach) en initiatieven voor ervaren schoolleiders (bv. intervisiegroepen).
  14. Schaalvergroting mét blijvende autonomie rond het pedagogisch project, de besteding van middelen en personeelsbeleid; en zónder extra werkbelasting door meer controle en bureaucratie.
 


Meer lezen? Download de Praktijkbrochure onderzoek stress en welbevinden directeurs.

Dit artikel heeft als onderwerp , Dit artikel is interessant voor een

Ben jij klaar voor een crisis op school?

  • 6 echte verhalen van directeurs
  • tips die jou en je team sterker maken
  • wacht niet met lezen tot het gebeurt