Gepubliceerd op
Mening

Onvoldoende voor muzische vorming

Log in om te bewaren.

leraar Karel Willem

In het jaarrapport van de onderwijsinspectie scoort de helft van de doorgelichte lagere scholen onvoldoende voor muzische vorming. Jammer, vindt docent muzische vorming en cultuureducatie Koen Crul. Want er was een positieve tendens merkbaar, maar die konden de scholen niet bestendigen.
 

Een groep kleuters met blokfluiten, of kinderen met een muziekpartituur. Die stereotiepe beelden in kranten en op tv rond muzische vorming roepen bij sommige lezers wellicht onprettige herinneringen op. Maar ze zetten ons op het verkeerde been.

Want muzische vorming is meer dan muziek. Ook beeld, drama (theater/woord), dans (beweging), beeld en media zitten in het lespakket. Het ultieme doel van muzische vorming is dat leerlingen zich leren uiten in die verschillende muzische talen en dat ze in contact komen met verschillende vormen van kunst. Een boeiende opdracht, toch?

Om dat te realiseren moeten leraren zelf culturele goesting uitstralen. Ze moeten ook in staat zijn om kinderen te begeleiden in een creatief proces. En ze moeten voldoende didactische bagage hebben om uitdagende opdrachten te bedenken. Let wel, er zijn heel wat scholen die muzische vorming wel goed aanpakken. Hun leraren dagen de kinderen uit om zich in alle kunstvormen te uiten.

Wat zijn dan de pijnpunten? Hoe kunnen we het in de toekomst beter doen? Het antwoord bestaat uit 4 delen:
 

  1. Een doorlopende lijn kunsteducatie

  2. Leerlingen moeten tijdens hun schooltijd goesting krijgen in kunst. Leraren hebben daarin een voorbeeldfunctie. Toch eindigt een brede kijk op kunst vaak in het lager onderwijs. In het secundair onderwijs krijgen de leerlingen in de eerste graad nog wat lessen muziek en plastische opvoeding. Maar daarna is het grotendeels afgelopen.

    Jongeren die in de lerarenopleiding instromen, hebben nog maar weinig voeling met kunst, tenzij ze zich (in hun vrije tijd) verder verdiepen in een of meerdere kunstvormen. De lerarenopleiding steekt bijgevolg veel (meer?) in het oproepen van enthousiasme voor kunstbeleving. Terwijl de kerntaak zou moeten zijn:aanleren hoe je muzisch-didactisch werkt met kinderen.
     

  3. Voldoende tijd in de lerarenopleiding

  4. Veel oudere leraren kregen tijdens hun opleiding enkel lessen beeld en muziek. Ze hebben het moeilijk om zinvolle drama-, dans- en media-activiteiten aan te bieden. Jongere leraren hebben doorgaans al meerdere domeinen verkend.

    Maar door de inperking van het aantal contacturen is er steeds minder tijd om studenten onder te dompelen in de kunstvormen. Vaardig worden in kunstzinnig werken en een culturele bagage opbouwen vraagt tijd.
     

  5. Een positieve beeldvorming

  6. Ook leraren moeten we blijvend bewustmaken van het belang en de meerwaarde van muzische vorming. De lessen muzische vorming staan vaak op vrijdagnamiddag geroosterd. Ze vallen geregeld weg omdat een andere activiteit voorgaat of omdat de leraar toch zeker niet wil achterop wil raken voor cognitieve vakken.

    Bovendien hebben veel scholen ook te weinig plaats om een sterk creatief proces mogelijk te maken. Muzische vorming speelt zich niet af achter of tussen de banken. Je hebt ruimte nodig om te bewegen, groot te werken en te experimenteren.
     

  7. Nascholing en ondersteuning

Minister van Onderwijs Hilde Crevits ‘verwacht veel van de geplande nauwere samenwerking met het deeltijds kunstonderwijs (dko)’ (De Standaard). Als een expert het didactisch leerproces van de leraren lager onderwijs echt ondersteunt en coacht, kan dat heel effectief zijn.

Maar het is geen goed idee om leraren dko zelf lessen te laten geven terwijl de leraar ondertussen wat verbeterwerk uitvoert. Leraren dko zijn vaak gespecialiseerd in een domein (bv. woord, muziek, beeld of dans). Een leraar basisonderwijs is daarentegen breed georiënteerd. En hij moet net cross-overs kunnen maken, tussen de kunsten maar ook in combinatie met andere vakken. Dat is best een uitdaging voor specialisten.


Een cultuurcoördinator op school kan een brugfiguur zijn tussen de culturele wereld en de school.

Koen Crul - docent muzische vorming en cultuureducatie Hogeschool VIVES, campus Brugge

Een interne muzische coach, iemand die het onderwijs kent en een hart voor cultuur heeft, is een meerwaarde. Een cultuurcoördinator op school kan een brugfiguur zijn tussen de culturele wereld en de school.

Er liggen nog veel kansen om de kwaliteit van muzische vorming te verhogen in de samenwerking met dko, kunstenaars, cultuurhuizen en cultuureducatieve diensten. Er zijn talloze projecten mogelijk waar kinderen intens kunst kunnen beleven en waar de leraar (mee) de coach is van het creatief proces.

Gelukkig zijn er ook heel wat lichtpunten. Kijk naar de dynamoPROJECTEN waarin scholen financiële ondersteuning kunnen krijgen voor cultuurprojecten. Of de nieuwe leerplannen in de verschillende onderwijsnetten met ambitieuze doelen voor muzische vorming. En kijk naar de leraren die opleiding volgen en enthousiast hun liefde voor kunst willen delen.

Maar het inspectierapport duwt ons met de neus op de feiten. Er is nog heel wat werk aan de winkel.
 

Koen Crul is docent muzische vorming en cultuureducatie Hogeschool VIVES, campus Brugge. Hij is auteur van Zeppelin, didactiek voor muzische vorming.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...