Gepubliceerd op
Specialist

Starters begeleiden: hoe kan het beter?

Log in om te bewaren.

“Wat uren vrijmaken voor mentoren om de hele aanvangsbegeleiding te torsen, is ruim onvoldoende”, stelt Johan De Wilde, hoofd van de lerarenopleiding Kleuteronderwijs Odisee Aalst. Hij vindt dat starters beter verdienen en ziet 5 sleutelfactoren.
 

Wat is aanvangsbegeleiding?

“De begeleiding die je 3 tot 5 jaar lang als starter krijgt. Van basisinformatie zoals ‘zo werkt de kopieermachine’ tot coaching. Met als doel: een duurzame, professionele groei. Starters hebben die hard nodig. Na hun opleiding kunnen ze wel verantwoord starten, maar zijn ze nog geen volwaardige leraren. Ze missen competenties waarop lerarenopleiders ze niet 100 procent kunnen voorbereiden. Denk aan ‘de leraar als partner van ouders’.”

“Starters kunnen natuurlijk in het heen-en-weer-schrift schrijven en het weekthema aankondigen in de agenda. En ze hebben slechtnieuwsgesprekken geoefend in rolspelen en geobserveerd. Maar zelf zo’n gesprek voeren, leer je alleen in de job, als je alle verantwoordelijkheid draagt voor leerlingen en de ouders je ook zien als leraar. Aan startende leraren is dus nog werk. Onvermijdelijk. Daarom: begeleid ze goed, doe dingen voor, ga naast hen zitten.”

Johan De Wilde over aanvangsbegeleiding bij starters

Johan De Wilde: “Een verstandige directeur weet: ‘als ik optimaal rendement wil halen, moet ik starters goed op weg helpen en intensief begeleiden.”‘

“Evident? Nog te vaak redeneren directeurs en leraren: die starter moet zich maar bewijzen. Het water in! Als hij blijft zwemmen, is het een goeie en houden we hem. Verzuipt hij? Jammer, andere en betere. Of ze zetten starters in als brandweerman. Die moeten dan de gaatjes in de uurroosters vullen of samenwerken met een uitgebluste collega, zonder perspectief op een eigen klas. Zo verbranden we veel talent. Een verstandige directeur weet: ‘als ik optimaal rendement wil halen, moet ik starters goed op weg helpen en intensief begeleiden’.”
 

Hoe kan je starters beter op weg helpen?

“We mogen aanvangsbegeleiding niet verengen tot een discussie over een aantal uren voor mentoren en een starterspool. Er is veel meer nodig. Ik zie 5 sleutelfactoren.”
 

  1. Begeleid starters samen

  2. “Veel scholen die vandaag mentoruren toewijzen, maken 1 leraar verantwoordelijk voor de volledige aanvangsbegeleiding. Een onmogelijke opdracht. Je kan een leraar aanstellen om de starterswerking te coördineren, om basisinfo en rondleidingen te geven, intervisies te plannen. Maar de chemie tussen starter en mentor komt niet op bestelling. Moederfiguur Machteld kan voor de ene starter de gedroomde mentor zijn, maar een andere starter voelt geen band met haar. Bovendien kan Machteld toch niet de expert zijn voor alle leervragen? Starters begeleiden moet in team. Alleen zo maak je samen de beste school.“

    “Maar ik zie het ook groter. Waarom organiseren we geen supervisies tussen studenten, starters, directeurs, pedagogische begeleiders en lerarenopleiders? Niet om verschillen tussen opleiding en werkveld uit te gommen. Wel om te leren van elkaar over de grenzen van hun werkcontexten of -plekken. Boundary crossing heet dat.“

    “Directeurs kunnen op zo’n samenkomst opwerpen wat op hun specifieke stageschool wel en niet lukt voor stagiairs. En waarom. Lerarenopleiders kunnen er duiden waarom ze hun studenten wapenen met nieuwe onderwijskennis zoals executieve functies. Onbekend bij de meeste leraren. Maar essentieel voor het onderwijs van (over)morgen.”
     

  3. Zie de talenten van starters

  4. “Studenten krijgen tijdens de opleiding de nieuwste onderwijsinzichten mee. Gebruik die om je school beter te maken. En benut ook de individuele talenten van starters vanaf het sollicitatiegesprek. Dan vind je de starter die complementair is met je team. Zo krijgt de starter kansen om zijn talenten op school te tonen en verder te ontwikkelen. Leraren ontdekken meteen de sterke punten van hun startende collega en zien niet alleen de werkpunten. Dat versterkt zijn positie op school.”

    “De talentenkaart helpt daarbij. Een ex-student vertelde dat een juf uit het derde leerjaar op de kaart gezien had dat ze vogels spot na de uren. De juf vroeg om samen haar klas te begeleiden naar het bos. Daar pikten de leerlingen het enthousiasme van de starter voor de natuur meteen op en leerden ze veel meer dan wat het curriculum voorschrijft. De ervaren juf zag hoe vlot ze kennis overbracht en de startende leraar voelt zich erkend.”
     

  5. Focus op informeel leren

  6. “Starters – en bij uitbreiding alle leraren – leren 3 keer meer van collega’s dan van een nascholing. Collega’s kennen veel beter de beginsituatie en schoolcontext. En ze kunnen elkaar voortdurend raad vragen: ‘Hiermee sukkel ik nog altijd. Begrijp ik je advies goed? Of kan ik bij jou hospiteren?’.”

    “Een interessant model van samen leren is Lesson study. Vakgroepen of parallelleraren zoeken uit wat een uitdagende les is, zowel voor starters als voor ervaren rotten. Iedereen is gelijkwaardig. Samen met een procesbegeleider en inhoudelijk expert werken ze de les uit. Een leraar geeft de les en wordt gefilmd. De collega’s observeren of de leerlingen echt leren en passen de les aan. Daarna geeft een tweede leraar de les en bedenkt de groep samen hoe ze de vervolg gedifferentieerd aanpakken.“

    Johan De Wilde over aanvangsbegeleiding bij starters

    Johan De Wilde: “Stimuleer starters om vragen te stellen, een probleem aan te kaarten. Maar reken ze daarna niet af op hun eerlijkheid.”

    “Lesson study is ongelooflijk verrijkend. Ook al omdat het onuitgesproken kennis naar boven haalt. Voor de ene leraar is het vanzelfsprekend dat hij pas begint als de leerlingen stil zijn, maar een leraar had daar nog nooit bij stilgestaan. Nu ziet hij het effect en kan hij het zelf proberen.“

    “Of op school een informele leercultuur ontstaat, hangt vooral af van de directeur. Als hij zich kwetsbaar opstelt, vragen durft stellen, dan doet het team dat ook. Als een directeur pretendeert alles te weten, zoeken ook leraren elkaar minder op. Stimuleer starters om vragen te stellen, een probleem aan te kaarten. Maar reken ze daarna niet af op hun eerlijkheid. Starters die hun directeur om feedback vragen, zijn vaak de sterkste. Zij zien hun eigen leerpunten.”
     

  7. Personaliseer de begeleiding

  8. “Starters hebben niet allemaal dezelfde leernoden. Toch brengen veel scholen starters maandelijks 2 uur samen om over klassieke startersproblemen als klasmanagement te overleggen. Maar sommige starters hebben dat in de vingers. Zij hebben meer baat bij verdieping wiskunde of differentiëren. In Nederland pakken ze het beter aan. Deskundigen screenden 50 procent van de starters. Ze observeerden ze, bespraken leerpunten en tekenden een professionalisering op maat uit. Gevolg: starters groeien sneller en langer.“
     

  9. Blijf professionaliseren

  10. “Na een aantal jaar gaat lesgeven vrij vlot: starters moeten minder nadenken over hun acties in de klas, geven met flair les. Dat maskeert hun groeinoden. Terwijl het de kunst is om te blijven groeien, een hele loopbaan lang. MyTalentCompass speelt daarop in. Het vraagt studenten welke leraar ze willen zijn, waar ze naartoe willen. Eerst antwoordt bijna iedereen dat ze ‘gewoon een goede leraar willen zijn’.“

    “Pas nadat je de vraag enkele keren stelde, krijg je verfijndere ambities: ‘Ik wil de muzische kracht zijn op een grote diverse school’. Persoonlijke groeitrajecten die je als school kan uitstippelen. Iedere leraar verdient die vraag van start tot pensioen. Dan blijf je reflecteren over je groeikansen en weet je dat de school tot de laatste dag in jou investeert. Goed voor elke leraar én de school.”

In september sterk starten met Klasse Magazine?*

  • 4 straffe nummers voor slechts € 10
  • Met doorleesdossier, verhalen en tips
  • Extra: zot zadelhoesje voor abonnees
Ik word abonnee

*Betaal vóór 7 juli en krijg een Klasse-kalender als extraatje