“Een kind komt pas tot leren, als het zich gezien voelt”

Log in om te bewaren.

Luisteren. Dat is het geheime recept van ‘Radio Gaga’-presentator Joris Hessels. 3 seizoenen lang verzamelde hij in zijn caravan warme verhalen. “Ook leraren moeten tijd krijgen om in hun klas echte gesprekken te voeren”, vindt hij. “Niet over labels of over punten, maar gewoon over de persoon daarachter.”
 

Als er 1 aflevering van ‘Radio Gaga’ onder de huid van presentator Joris Hessels is gekropen, dan is het die over De Markt, de gesloten jeugdinstelling in Mol. Gasten van 14 jaar met wie onze maatschappij geen weg weet, hij kan er met zijn hoofd moeilijk bij. Woorden als ‘prestatiedruk’, ‘keurslijf’ en ‘punten’: hij trekt er een vies gezicht bij. Voor zoon Oscar (6) wil hij het anders.
 

Je koos voor je zoon een Freinetschool. Bewust?

Joris Hessels: “In Gent moet je eerst een voorkeurslijst invullen. Gelukkig was er plaats in onze nummer 1. Ze gaan er in op wat een kind kán en stimuleren creativiteit. Een kind komt pas tot leren als het vertrouwen krijgt, zich gezien voelt, kan bloeien en mag botsen. En dat kan je niet vroeg genoeg aanbieden. Ook dat alle kleuters in 1 klas zaten, vonden we een plus: ze leren van en aan elkaar, ook sociale skills. Al is dat niet enkel in het het methode-onderwijs zo, merkten we bij onze schoolbezoeken. Ook ‘traditionele’ scholen pikten al veel op van dat ervaringsgerichte, dat projectmatige, vanuit ‘waar is een kind op dit moment mee bezig?’. Een goeie evolutie.”

Portret Joris Hessels

Joris Hessels: “De boodschap die je geeft is altijd dezelfde: ik heb jou gezíen”

Maakt dat soort onderwijs hem weerbaarder?

Joris Hessels: “Oscar is een kwetsbare vogel, maar hij voelt zich goed, zeker nu hij in het eerste leerjaar zit en er via het lezen een wereld voor hem opengaat. Echt zorgen maak ik me niet, ik was als kind ook erg verlegen. Eigenlijk nog altijd, maar op de toneelschool leerde ik daarmee om te gaan. Ik ben ook een compromiszoeker en pak veel binnen. Net als Oscar. Dat is nu eenmaal zijn temperament. Ik moet toch niet zeggen: ‘Ge moet u niet laten doen’. Ik kan alleen duidelijk maken dat wij er zijn, en dat doet ook de school. Ik zou het erg vinden mocht hij niet durven te zeggen dat er wat scheelt.
 

Kon je dat zelf onvoldoende als kind?

Joris Hessels: “Mijn ouders zijn van een generatie waarin praten over gevoelens niet aan de orde was. Maar ik heb daar geen trauma’s aan overgehouden. Ook niet aan mijn schooltijd, integendeel. Het basisonderwijs volgde ik in de dorpsschool, daarna deed ik Moderne Talen-Wetenschappen. Een ‘warme school’ maakten we er vooral zelf van. Het was er in elk geval niet zo streng als in het internaat waar we een aflevering van ‘Radio Gaga’ draaiden. Daar zou ik niet in gedijd hebben, al is het niet dat ik daar ongelukkige kinderen heb gezien. Voor sommigen is die vaste structuur ook goed.”

“Achteraf bekeken had een ander soort onderwijs had mij wellicht in een vroeger stadium geholpen om zelfzekerder te zijn. Die punten, die regeltjes, dat kennis uitbraken … ‘Wie bén je nu eigenlijk’, dat ontbrak. Geef mij maar de gezonde chaos op Oscars school. Daar moeten ze niet in het rijtje lopen. Krijgen ze geen punten. Voor mij hét symbool van onze prestatiemaatschappij: zodra je een ‘cijfer’ niet haalt, dreig je uit de boot te vallen. Of geven ze je een etiket.”
 

Stelde je dat ook vast in de caravan?

Joris Hessels: “In onze gesprekken vonden Dominique en ik – en ook de gasten, denk ik – het een verademing om net níet over dat label te praten, maar gewoon met de persoon daarachter. We hebben zo vaak mensen gezien die last hadden van opgelegde gedragscodes. Vooral in Mol viel dat op. Daar verblijft een segment van jongeren dat nu al opgegeven is door de maatschappij. Gasten die aan het zoeken zijn en dat heel erg duidelijk maken. Jongens en meisjes die letterlijk zeggen: ‘Ik heb geen dromen meer’. En wij steken die dan in een soort jeugdgevangenis. De repressieve aanpak.”
 

Had het onderwijs die jongeren moeten vasthouden?

Joris Hessels: “Dat zijn natuurlijk nooit eenduidige verhalen, vaak zitten die jongeren ook in een moeilijke thuissituatie. Maar we stellen toch met z’n allen vast dat de kloof tussen kansarm en kansrijk groeit, dat we maar niet uit dat klotige watervalsysteem geraken en dat het aantal schoolverlaters te hoog blijft. Ik zie een mogelijke verklaring in het economisch gerichte gedachtengoed waar zeker die moeilijke groep geen aansluiting bij vindt. Die stop je niet in een keurslijf. Die stoom je niet zomaar klaar voor de arbeidsmarkt of hogere studies.”


Hoe is ‘t? Geen banale vraag als je ruimte laat voor het antwoord

“Ik denk ook dat álle jongeren nood hebben aan opvoeders – leraren én ouders – die zich kwetsbaar durven op te stellen en zeggen: ‘Ik weet het ook allemaal niet.’ Dat maakt je niet zwakker, maar net sterker. We willen het allemaal zo verschrikkelijk goed doen. En dat stralen we ook af op onze kinderen.”
 

Geen wonder dat er zoveel kampen met faalangst?

Joris Hessels: “Het recht om te falen wordt kinderen vaak ontnomen door de bezorgdheid van hun ouders en doordat er ook op school continu met een vergrootglas naar hen gekeken wordt. Jonge mensen die zo’n angst hebben dat ze zelfdestructief worden, vreselijk vind ik dat. We moeten er alles aan doen opdat kinderen en jongeren mogen zoeken, vallen en weer opstaan. Dat heeft ook te maken met realistische verwachtingen stellen, inclusief voor onszelf. De lat mag gerust wat naar beneden.”
 

Je gaf het al aan: ook de thuissituatie speelt een rol in welbevinden.

Joris Hessels: “Het thuisfront is de voornaamste plek vanwaar stimulering moet komen. Wat je oppikt en wat niet, hangt daar veel van af. Het moet voor leraren soms frustrerend zijn: al je inspanningen in de klas verloren zien gaan na het weekend. Zo leerde ik in Mol ook fantastische opvoeders kennen, maar ze hebben amper 2 weken om te werken met die jongeren, dan worden ze alweer doorgesluisd naar een andere instelling of uiteindelijk zelfs de gevangenis. Meer dan acute zorg kan je dan niet bieden. En als de entourage dan ook niet mee wil, is dat een gevecht dat je niet wint.”

“Scholen moeten daarom ouders zo veel mogelijk betrekken, zonder ze met de vinger te wijzen. Zodat ouders voelen dat iedereen het beste voor heeft met hun kind. Vaak gaan ze in het defensief als er iets over hun kind wordt gezegd, terwijl je het als school net wil optillen. Zelf engageer ik me graag op school. Gewoon pinten gaan tappen op het schoolfeest, maar vorig schooljaar bokste ik ook een spektakel mee in elkaar. De kracht die dan vrijkomt bij iedereen die betrokken is: fantastisch. Toch hoor ik andere ouders soms klagen: ‘Ze vragen wel veel participatie’. Dat is net een mooi signaal: wij willen samen met jou je kind helpen groeien.”
 

Je ‘tactiek’ bij ‘Radio Gaga’ is luisteren. Is die ook leraar-proof?

Joris Hessels: “Wij doen eigenlijk niets. We poten gewoon een ruimte neer waarin we babbelen en muziek draaien. Dat schept blijkbaar vertrouwen. Ik was laatst in een Gentse concentratieschool voor deeltijds beroepsonderwijs. Door te vragen: ‘Wat doe jij graag?’, kom je tot een ander gesprek en zie je die mannen 10 centimeter groeien. Daar komt het altijd op neer. De boodschap geven: ‘We hebben jou gezien’.

“In Mol vroeg een jongen Michael Jackson aan en showde zijn moves. Applaus van iedereen. Na de laatste draaidag kwam hij afscheid nemen. Toen voelde ik even die gloed bij hem van wat had kunnen zijn. Ik denk dat hij het ook voelde. En ik weet dat het soms complexer is dan dat, maar gewoon vertrekken van wat er wél is, en je vooroordelen laten varen, dat zou al geweldig preventief werken. Al wil ik niet pretenderen dat onderwijs iets moeten leren van ons. Opvoeders, leraren, straathoekwerkers … Die doen wat anders dan in een caravan zitten.”

Portret Joris Hessels

Joris Hessels: “Het recht om te falen wordt kinderen ontnomen doordat ze continu met een vergrootglas worden bekeken”

Je stelt ook altijd de meest banale vraag ooit: hoe is ‘t?

Joris Hessels: “Mensen vragen dat elke dag aan elkaar, zonder daar een antwoord op te verwachten. Maar als je daar echt ruimte aan geeft, al is dat in de gang op school of op de speelplaats, dan bied je een leerling de mogelijkheid om daarop in te gaan. Op zo’n moment behandel je die leerling ook gewoon als een mens. Wat hij ook is, he. We zijn soms te betuttelend. Dat merkte ik in het Zeepreventorium en op het rouwkamp van Missing You waar we gingen draaien. Je hoeft je manier van spreken niet te veranderen. Je moet misschien wat meer context geven, maar verder is praten met een kind net hetzelfde als met een volwassene.”
 

Moeten leraren dan therapeuten zijn?

Joris Hessels: “Nee, het gaat gewoon om actief aandacht hebben voor het welbevinden van je leerlingen. Maar leraren moeten daar vanuit het beleid wél tijd en ruimte voor krijgen. Het onderwijs ervaart sowieso al veel druk vanuit de maatschappij. Leraren moeten zoveel problemen ‘oplossen’. Ga er maar eens aan staan, als je ook je leerplan rond moet krijgen, allerlei richtlijnen moet volgen, elke dag voor een klas sjarels staat die je dwingen om andere manieren van informatieoverdracht te verzinnen.”

“Ik zie dat ook in de psychiatrie, waar ik via het theater mee in contact kom: daar zit zoveel bezieling, maar de tijd ontbreekt te vaak. Geen wonder dat er zoveel burn-outs zijn in onderwijs. Bij mij moet niemand afkomen met: ‘Ja maar, ze hebben toch veel congé, die leraren’.”
 

Leraren vinden het misschien vooral eng, zo’n moeilijk gesprek aangaan?

Joris Hessels: “Dat is het ook best wel. Ons bezoek aan het rouwkamp was bijvoorbeeld heel heftig. Daar was zoveel rauw verdriet per vierkante meter. Ik stond er eerst wat ongemakkelijk bij, maar al die kinderen zeiden: ‘Het is hier zo fijn omdat ik erover kan babbelen.’ Hoe hard scholen ook hun best doen, er blijkt na een tijdje weinig begrip voor je verdriet, je moet op een bepaald moment ‘uitgerouwd’ zijn. Terwijl daar geen termijn op staat. Daar met zo’n kind over praten is niet makkelijk. Mijn ‘truc’? Gewoon laten zien dat ik het moeilijk vind. En de ongemakkelijke stiltes toelaten. Die zeggen soms meer dan het gesprek.”
 

Zelf ooit overwogen om les te geven?

Joris Hessels: “Ik weet niet of ik dat zou kunnen, maar aan de makers van het programma ‘De Klas’ (waarin BV’s een uur lesgeven over een thema naar keuze, nvdr) heb ik alvast mijn diensten aangeboden. Ik wil het in mijn les graag hebben over identiteit. Via het jeugdtheater ontmoet ik vaak pubers van het eerste, tweede, derde middelbaar. Een toffe leeftijd, die zijn vollen bak in ontwikkeling. Maar ook de moeilijkste groep, omdat ze enkel met zichzelf bezig zijn. Elke vorm van emotie wordt beantwoord met een onbeholpen reactie.”


Op tv zijn de steentjes die je in het water gooit uitvergroot, maar leraren verleggen die elke dag

“Ik zou hun willen zeggen: ‘Het is oké om om eruit te springen, om te zeggen wat je denkt en voelt, ook al zegt de maatschappij dat je je op een bepaalde manier moet gedragen.’ Dat klinkt logisch, maar dat is het niet. Er zitten zoveel vragen in die jonge hoofden. Als die onuitgesproken blijven, zijn dat vaak kiemen voor latere problemen.”
 

Jij komt zelf ook uit een onderwijsnest?

Joris Hessels: “Mijn vader was bezeten door onderwijs. Hij was jaren onderwijzer in het zesde leerjaar, en de laatste 8 jaar van zijn carrière was hij directeur in een secundaire school op de Antwerpse Linkeroever, met 33 nationaliteiten. Hij heeft altijd naar manieren gezocht om leerlingen te betrekken, ze het gevoel te geven: jij bent belangrijk. Hij bekrachtigde zijn team ook positief, stimuleerde de collega’s die van het pad durfden af te wijken. Hij wou niet stoppen aan zijn pensioen. Op zijn 74ste leert hij op school de leerlingen nog met de computer werken.”
 

Een bevlogen man. En dus een goede leraar?

Joris Hessels: “Een goede leraar is voor mij iemand bij wie je voelt waarom hij lesgeeft, met passie voor zijn vak. Ik heb veel leraren gehad die tegen hun goesting lesgaven. Ik vind dat vooral erg voor hen, maar het zorgde ook bij mij voor een soort van onverschilligheid. Ze maakten van mij geen kritische wereldburger. Ik was vroeger zot van ‘Dead Poets Society’. Intussen is die film wat gedateerd, maar de oeridee ervan, namelijk op een passionele en authentieke manier leerlingen die met veel andere dingen bezig zijn toch betrekken in jouw passie, dat is schoon om te zien. En dat terwijl je je autoriteit behoudt en niet hun beste vriend probeert te zijn. Ook bij mij zijn dat de leraren die ik onthouden heb: mijn leraar Nederlands in het 5e en 6e, die me A.F.Th. Van der Heijden liet ontdekken, bijvoorbeeld.”
 

Na 3 seizoenen plooien jullie de caravan definitief dicht. En nu?

Joris Hessels: “Ik zou heel graag een voettocht maken met jongeren, zien en tonen welke evolutie ze doormaken. Ik denk dat dat ook voor leraren belangrijk is: vaststellen dat er door jou iets gebeurt, al is het maar bij een paar leerlingen. Op tv zijn die kiezeltjes die je in het water gooit uitvergroot, maar leraren verleggen elke dag van die steentjes. Al weten ze niet altijd meteen wat voor impact ze op iemands leven hebben. Een vriendin vertelde dat ze op de Dag van de Leraar een Facebook-berichtje kreeg van een oud-leerlinge om haar te bedanken. Zonder het te weten had zij blijkbaar jaren tevoren haar minicaravan voor dat meisje opengeplooid.”

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...