“Minder efficiënt onderwijs is beter onderwijs”

Log in om te bewaren.

“Onderwijs is een sector die steeds arbeidsintensiever wordt”, zegt Rutger Bregman. “Daarom moet je er meer en meer geld in pompen. Want als je kwaliteit wil, moet je steeds minder efficiënt gaan werken.”
 
“Het probleem is niet dat we het niet goed hebben, het probleem is dat we niet weten hoe het beter kan”, zegt Rutger Bregman. Als historicus en journalist bij De Correspondent blikt hij vooruit op het onderwijs van de toekomst.
 

Wat moeten leerlingen in het secundair leren om voorbereid te zijn op de maatschappij van 2030?

Rutger Bregman: “Dat is de foute vraag. Op onderwijscongressen vertellen trendwatchers zelfverzekerd hoe de wereld er straks zal uitzien. Ze presenteren hun visies als onoverkomelijk, door de almacht van de technologie en de globalisering. En leraren zouden hun leerlingen moeten voorbereiden op die tijd, hen helpen zich daaraan aan te passen, creatief en flexibel te zijn.”

“Onderwijs is dan het glijmiddel om het leven mee door te glibberen. Maar waar is dan het oude, vormende ideaal gebleven? Het idee dat je zelf je leven in handen kan nemen, zelf sturen, zelf beslissingen kan nemen?”

Rutger Bregman, historicus en journalist bij De Correspondent

“Investeer in kansarmen, maar niet uit medelijden. Wel omdat je later in veelvoud terugkrijgt wat je investeert”

“We hebben tegenwoordig een erg magere visie op de toekomst. En volledig onjuist. Technologie en globalisering zijn helemaal geen natuurkrachten. We kiezen zelf waarin we investeren, hoe we omgaan met technologie. Als we beweren dat kunstgeschiedenis een pretstudie is, omdat er geen banen voor de afgestudeerden zijn, moeten we ons de vraag stellen: waarom is daar geen vraag naar? Is dat een natuurfenomeen, of heeft een onzichtbare hand dat bepaald?”

“Natuurlijk niet. Er zitten geldstromen, macht, politieke keuzes achter. Als er geen banen meer zijn voor masters in de kunstgeschiedenis, heeft de overheid wellicht beslist om fors te bezuinigen op de musea. Is het dan gek dat die afgestudeerden ineens geen werk meer vinden?”
 

Welke vraag moeten we dan wel stellen?

Rutger Bregman: “De vraag is: welke wereld wíllen we hebben? Wat vinden wij belangrijk in de wereld van de toekomst? Wat wíllen we dat onze leerlingen in de toekomst kennen? In Nederland heb je nu het meest kans op een baan als je fiscalist bent. Nederland is net als Vlaanderen een heel belangrijk belastingparadijs.”

“Dat is een politieke keuze. Nederland heeft eind jaren tachtig besloten: we willen aan de schurken van de wereld ons geld verdienen. Is het dan gek dat er nu veel vraag is naar fiscalisten? Laat ons op onderwijscongressen liever nadenken over wat we willen dat onze kinderen gaan doen in plaats van te leuteren over dat je adaptief en flexibel moet zijn. En dat je dus ook maar het best voor fiscalist gaat studeren.”

“Onderwijs gaat over wat deze generatie wil overbrengen op en meegeven aan de volgende generatie. Over die waarden moeten we in gesprek. Dat is zo evident, maar het zegt iets over deze tijd dat we dat zijn vergeten. We praten enkel over wat je kan kwantificeren, wat je in cijfers kan vatten. En over de didactische middelen. Over wel of geen tablet in de klas. Maar wat dondert die tablet mij nu? Dat is een louter technische vraag.”
 

Je klaagt ook aan dat het huidige onderwijs leerlingen en studenten doorsluist naar bullshit jobs.

Rutger Bregman: “De afgelopen dertig jaar hebben we een ongelooflijke explosie aan bullshit jobs gekend. Dat is een baan waarvan wie hem heeft zélf zegt dat hij overbodig is. Zo zegt liefst 37 procent van de Engelsen een bullshit job te hebben. Mensen met zeer hippe profielen op LinkdedIn, zeer succesvolle onderwijscarrières, diploma’s aan de muur, maar aan het einde van de rit is er één klein probleempje. Hun werk stelt niets voor, vinden ze, zeker vergeleken bij wat bijvoorbeeld leraren, verplegers, vuilnismannen doen.


We vergelijken kosten in onderwijs met kosten van plastic speelgoed, troep die fabrieken uitbraken. Maar onderwijs is geen bedrijf dat producten aflevert.

Rutger Bregman

“Maar ons onderwijs leidt mensen op voor die bullshit jobs. Het pompt hen zogenaamde 21st century skills in en spuwt die kinderen zo snel mogelijk als flexibele pakketjes weer uit om aan de slag te gaan in zo’n onzinbaan. Waarbij we werk supernauw definiëren tot iets waarmee je geld kan verdienen zodat je belastingen kan betalen. En het bizarre is dat die mensen in die bullshit jobs volgens de huidige criteria in het onderwijs het meest succesvol zouden zijn. Dan is er toch iets fundamenteel mis?”
 

Moet onderwijs dan niet voorbereiden op de arbeidsmarkt?

Rutger Bregman: “Als ik ouder was zonder fors salaris of een pak spaargeld, dan zou ik me inderdaad zorgen maken als mijn kind een studie kiest die geen enkel perspectief biedt op geld. Want als je wil trouwen en kinderen krijgen, is het toch handig als je een baan hebt. We hebben nu een samenleving waarin alles draait om betaald werk. Dat is het individuele perspectief.”

“Maar er is ook het collectieve perspectief. Waar willen we als samenleving naartoe? Ik wil een samenleving waar de bullshit jobs relatief slecht verdienen en we de zinvolle jobs veel beter betalen. Kijk naar die mensen die een goedverdienende job hebben in de financiële sector, maar die ‘eindelijk hun hart volgen’ en fotografie gaan studeren of ontwikkelingswerk gaan doen. Dan applaudisseren we voor die ‘moedige’ keuze. Terwijl het toch gewoon logisch is dat iemand doet wat hij graag wil?”

“Maar we hebben een financieel-economisch systeem dat het heroïsch maakt om een onzinnige baan op te zeggen om vervolgens écht iets toe te voegen aan de wereld, iets zinnigs te doen wat je zelf ook nog eens het allerleukst vindt.”
 

Ons onderwijs moet ook investeren in de zwakkeren in onze maatschappij.

Rutger Bregman: “Investeer in kansarmen, maar niet uit medelijden. Wel omdat je later in veelvoud terugkrijgt wat je investeert: lagere zorgkost, minder criminaliteit, kinderen met meer vaardigheden die later meer welvaart scheppen. Het is moeilijk om een euro aan het onderwijs te verspillen.”

“Maar hier speelt nog iets anders mee. De Amerikaanse econoom William Baumol ontdekte een fenomeen – de ‘ziekte van Baumol’ – dat laat zien dat het onderwijs steeds duurder mag worden. Andere sectoren in de economie worden namelijk steeds efficiënter, zoals de landbouw en de maakindustrie. Daar kan je met steeds minder geld steeds meer productie leveren. Sectoren zoals zorg en onderwijs zijn dan weer heel erg arbeidsintensief. Daarin werken mensen die je niet zomaar kan vervangen door machines.”

Rutger Bregman, historicus en journalist bij De Correspondent

“Hoe maak je een klas productiever? Door tien keer zoveel kinderen in de klas te droppen? Dat slaat nergens op. Als je kwaliteit wil, moet je net minder efficiënt gaan werken.”

“Zorg en onderwijs worden dus relatief gezien duurder. Dat is geen ziekte, maar een zegen. Het is de essentie van vooruitgang. Machines doen steeds meer dingen die robots goed kunnen, zoals voedsel of goedkope troep maken. Vervolgens kunnen wij veel meer tijd, energie en middelen besteden aan wat nu eenmaal aandacht vereist.”

“Een fabriek die spijkers maakt kan je makkelijker productiever maken. Met betere machines ga je van duizend naar honderdduizend spijkers per dag. Maar hoe maak je een strijkkwartet van Mozart productiever? Door tien keer zo snel dat strijkkwartet spelen? Nee, want dan tast je de kwaliteit aan. En hoe maak je een klas productiever? Door tien keer zoveel kinderen in de klas te droppen? Dat slaat nergens op. Als je kwaliteit wil, moet je net minder efficiënt gaan werken.”
 

We moeten dus geld pompen in onderwijs?

Rutger Bregman: Natuurlijk. Minder efficiënt en dus duurder onderwijs is ook beter onderwijs. En naarmate we rijker worden kunnen we het ons permitteren onderwijs en zorg steeds minder efficiënt te maken. Dus moeten we per definitie steeds meer geld pompen in leraren, in onze zorg. En er mag gerust veel geld naar onderwijs. De leraar is het beroep met de meeste invloed op de wereldgeschiedenis. Het is een beroep waarin mensen – als ze het goed doen – het gevoel hebben dat ze de wereld een beetje beter hebben gemaakt.”

“Maar wat doen we? We houden de uitgaven voor onderwijs stabiel. Dat is heel dom, want netto gezien gaat je onderwijs er dan op achteruit. Je moet net elk jaar meer uitgeven aan onderwijs in een tijdperk van technologische vooruitgang. Zeker als je het onderwijs beter wil maken. Maar nu zit ons denken vast in een ouderwets frame. We vergelijken kosten in onderwijs met kosten van plastic speelgoed, troep die fabrieken uitbraken. Maar onderwijs is geen bedrijf dat producten aflevert. En hoewel economen dit al erg lang weten, willen ze toch krampachtig de productiviteit opdrijven in onderwijs.”

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...