Gepubliceerd op
Verhaal

Hoe meester Jan zich ontpopte tot Boekenmeester 2018

Jan Lambrechts is Boekenmeester van 2018. Als voltijds leescoördinator maakt hij leerlingen en collega’s zot van boeken. Toch was meester Jan zelf helemaal niet zo’n goeie lezer. “Ik ontdekte de jeugdliteratuur pas toen ik voor de klas stond.”

BoekenmeesterJan Lambrechts

Leeslui, schoolmoe

“En ik wil zo graag een goeie lezer zijn. In het vijfde leerjaar loop ik op de speelplaats te lezen in een boek voor volwassenen. Maar dat is aanstellerij. Ik wil laten zien dat ik lees, maar ik kan het niet. Ik ben een schilder die doet alsof hij schildert, maar zonder verf. Gevolg: ik lees tijdens mijn jeugd geen enkel kinder- of jeugdboek. We hebben sowieso weinig boeken in huis. Mijn moeder is huisvrouw, mijn vader zelfstandige. Hij leest De Witte, ja, maar meer uit nostalgie. En thuis spreken we dialect. Nederlands is pas mijn tweede taal, die ik alleen spreek tegen de leraar. Nu zouden ze mij een GOK-kind noemen.”

“In het secundair worstel ik me door de collegeliteratuur. Het Afscheid van Ivo Michiels. Het Gevaar van Jos Vandeloo. Wierook en Tranen van Ward Ruyslinck. Dik tegen mijn zin. Als ik zeventien ben, ben ik schoolmoe. Ik wil gaan werken. Ten einde raad spreekt mijn vader mijn buurman aan: ‘Jan laat het afweten op school.’ Die buurman ontfermt zich over mij. Hij doet me proeven van cultuur. Neemt me mee naar musea in Brussel. En wijst me de weg naar goeie boeken. Als een Rattenvanger van Hamelen. De klik komt er met A Christmas Carol van Charles Dickens. Nog steeds mijn favoriete auteur.”

 

Doorbomen over boeken

Ik ga studeren in Leuven. Psychologie. Ik moet me door dikke cursussen en boeken wurmen. Tegen januari weet ik al: dat wordt niets. Maar op kot zitten we nachtenlang door te bomen over boeken. Pseudofilosofisch gezwets, over La Nausée van Sartre, waarbij we zonder enige notie van filosofie de diepe gronden van het leven proberen te doorboren.”

“Ik ben natuurlijk knal gebuisd. En trek met hangende pootjes terug naar Bilzen. Thuis leg ik uit dat de statistiek me de das heeft omgedaan, maar helaas komt mijn vader te weten dat ik zelfs geen examens heb afgelegd. Net zoals veel jongeren heb ik geen flauw benul hoe het nu verder moet. ‘Als je niet weet wat te doen, kan je nog altijd schoolmeester worden’, zegt mijn vader. En ik denk: waarom niet? Al heb ik niets met kinderen, en ben ik nooit bij de Chiro geweest, ik fiets over en weer naar de lerarenopleiding in Bokrijk. En haal zonder veel moeite mijn diploma.”

BoekenmeesterJan Lambrechts

Leestheater

“Ondertussen lees ik meer en meer. Boeken zijn mijn echte leefwereld geworden. Ik hou van auteurs die een sterk verhaal opbouwen: John Irving, Stefan Brijs, Philippe Claudel. Niet te arty farty, dan haak ik af. Want ik vermoed dat slechte schrijvers hun gebreken verpakken als stijl. Maar belangrijker: als ik voor de klas kom te staan, lees ik eindelijk Koning van Katoren. En verorber ik al die schitterende jeugdboeken die ik in mijn kindertijd heb gemist. Maar er is meer. ‘Meester, lees nog eens iets voor!’ Ik ontdek dat ik erg graag voorlees. En door al die schouderklopjes van mijn leerlingen, ga ik op de duur ook geloven dat ik dat geweldig goed kan.”

“Daarom durf ik ook steeds meer als meester. Het helpt natuurlijk dat ik graag toneel speel. Dat compenseert mijn extreme verlegenheid, want ik durf nauwelijks alleen een café binnen te gaan. Mijn toneelervaring zorgt ervoor dat de directeur mij aanstelt als leraar drama. Elke week heb ik een theaterles klaar voor alle leerjaren van de lagere school. Ik tover teksten uit hun handboeken om tot leestheater. Zo ontdekken de leerlingen dat die teksten helemaal niet saai zijn. En dat ze de teksten, door ze zelf te spelen en te reciteren, ook beter begrijpen.”

 

Voltijds leescoördinator

“Die job als leraar drama is zo intensief dat na twee jaar het vat af is. De hele dag door performen, stikkapot ben ik. Maar ik lees steeds meer vak- en wetenschappelijke literatuur over lezen. Zo ontdek ik ook waarom ik als kind geen vat kreeg op teksten. Ik was té technisch aan het lezen, en dan heb je geen plaats meer in je hersenen om de tekst te begrijpen. Daardoor kwam ik ook niet tot leesplezier. Al lijkt een lezer erg passief, zijn brein is érg actief. Want je voorspelt, visualiseert, vat samen, neemt informatie tussen de regels op, vormt je eigen mening, slaat woordenschat op: allemaal leesstrategieën.”


Ik tover teksten uit hun handboeken om tot leestheater. Zo ontdekken de leerlingen dat die teksten helemaal niet saai zijn.

“Op school merken we de laatste jaren dat het niveau begrijpend lezen van onze leerlingen achteruitgaat. Ons publiek is veranderd. We hebben nu veel anderstaligen, kinderen van vluchtelingen, het is logisch dat die minder goed lezen. Helaas zijn de teksten in de handboeken daar niet aan aangepast. En dus grijpt onze directeur in. Omdat ik me in die dertig jaar voor de klas steeds meer ontpopt heb als specialist lezen, stelt ze me twee jaar geleden aan als voltijds leescoördinator. Want we willen onze kinderen bijscholen op vlak van taal.”

 

Elke leraar lezer

“We hebben nu een leesbeleid, met een leeslijn van de eerste kleuterklas tot het zesde leerjaar. Op die manier zijn leesvaardigheid en leesplezier niet meer afhankelijk van die ene gepassioneerde leraar. De hele school is erbij betrokken. Dat betekent dat onze leraren goeie verhalenvertellers moeten zijn, en tijd willen vrijmaken voor lezen. En dat de directeur en mijn collega’s mij ten volle steunen. Want anders sta ik als leescoördinator eenzaam in de woestijn te roepen dat boeken belangrijk zijn.”

“Je kan je collega’s niet verplichten om te lezen. Maar het is toch vreemd dat een leraar niet graag zou lezen? Want dat is toch verweven met je job? Alsof je garagist zou zeggen: ‘Ik hou van auto’s, maar ik sleutel er niet graag aan.’ Natuurlijk is de ene leraar meer gericht op techniek, wiskunde of bewegingsleer dan de andere. Die heb je ook nodig in je school. Het is mijn taak om een context te creëren waarin ik ze kan aansteken met mijn leesvirus.”

 

Leeskilometers maken

“Maar wij maken onze leerlingen niet alleen leesvaardiger door verhalen te vertellen. Leerlingen moeten ook de kans krijgen om hun technisch lezen te ontwikkelen en dus leeskilometers te maken. Daarom zijn we vorig schooljaar gestart met Kwartiermakers. Elke dag lezen onze leerlingen een kwartier in zelfgekozen boeken, tijdschriften, kranten of strips. Elke drie weken praten ze dan met elkaar over wat ze hebben gelezen, of ze het leuk vonden, of ze het boek zouden aanraden. Zo besmetten ze elkaar met de teksten die ze gelezen hebben. En je weet pas wat je aan een boek hebt als je erover gesproken hebt met anderen.”

“Daarnaast doen we ook mee aan de Voorleesweek in november, houden we een boekenbeurs, komen auteurs op bezoek, en lezen ouders en grootouders voor in de klas. Voor de Jeugdboekenmaand kies ik voor elk leerjaar één boek. Daarvoor maak ik lesactiviteiten en schrijf ik een verhaal. En we organiseerden er dit jaar zelfs het schoolfeest, inclusief boekenwandeling, rond. We doen mee aan de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen. Omdat we liefst 35 kandidaten hadden, hebben we daarnaast ook twee boekenclubs opgericht. Die kinderen komen samen in onze schoolbib om over die boeken te praten.”

BoekenmeesterJan Lambrechts

Sinterklaasgevoel

Onze schoolbib heeft een naam: Fantasielines. Gevestigd in de vroegere kapel van het klooster. Vanuit een typische lelijke gang van een oud schoolgebouw, moeten de kinderen trappen naar omhoog. En een deur openduwen die knelt en schuurt – met opzet. Want als ze de deur open hebben gekregen, valt de boekenwarmte over hen heen. De kinderen moeten het gevoel hebben dat Sinterklaas is geweest als ze binnenkomen. Ze komen er terecht in een andere wereld, hun eigen microkosmos, een verborgen clubhuis waar ze kunnen snuisteren, lezen en tot rust komen.”

“90 procent van de boeken zijn nieuw. Ik hoef geen afdankertjes. Boek uit de bib met het stempel ‘afgevoerd’ weiger ik beleefd. Ik zet mijn boeken ook zoals in een uitstalraam. Met de cover naar voor. De kinderen daag ik uit om de boeken een kans te geven. Net zoals je mensen een kans geeft. Vijf bladzijden te lezen. En dan te beslissen of ze verder lezen of het boek terugzetten en een ander uit het rek nemen. En op reis te gaan in Fantasielines, een vliegmaatschappij die boekreizen boekt, waar je anderen kan ontmoeten in de literatuur. Want boeken lezen is een bruistablet tegen eenzaamheid.”

 

Nu ook als Boekenmeester mijn passie voor boeken delen

“En zo verkiezen ze mij tot Boekenmeester van 2018. Een leuke schouderklop. Al interesseert die titel mij niet zo. Die honderd boeken die ik voor mijn leerlingen heb gekregen dan weer wel. Want ik ben vooral Boekenmeester geworden dankzij het werk van mijn leerlingen. En die waren op hun beurt weer fier op mij. Ach, ik ben blij dat ik een passie heb die ik kan delen en waar ik gelukkig van word.”


We zetten structureel in op lezen, met als ultieme doel dat de kinderen meer leesplezier krijgen, dat ze spontaan een boek vastnemen.

“Het geeft mij het gevoel dat we goed bezig zijn. Al blijft het een intense zoektocht. We zetten structureel in op lezen, met als ultieme doel dat de kinderen meer leesplezier krijgen, dat ze spontaan een boek vastnemen. Dat de leerlingen boeken lezen niet meer als iets speciaals zien. Maar dat het gewoon gebeurt, zoals eten en slapen. Zodat kinderen naar de bib willen in de vakantie met hun mama. Als die dan tegenpruttelt: ‘Ik weet niet hoe dat gaat, meisje’, antwoordt het kind: ‘Toch wel, want we hebben dat geleerd op school, met dat kaartje. Inleveren en uitlenen doe je zo, met die knop.’”

 

Geen McDonald’s

“Lezen is overigens niet altijd leuk. Zelfs al noemen ze mij een leeskunstenaar, ik lees ook niet altijd graag. De context moet juist zitten, je moet in de flow zijn. Ik begrijp kinderen best als ze even geen zin hebben in lezen. Maar ik maak ze ook duidelijk dat, om leesplezier te voelen, je frustraties moet overwinnen. Het is geen equivalent van McDonald’s waar je je mond maar moet opendoen, en waar ze dan een hamburger in gooien. Om goed en graag te leren lezen moeten je leerlingen doorzetten. Roger Federer heeft ook niet altijd zin om te tennissen. En Thibaut Courtois gaat niet altijd met evenveel goesting in zijn doel staan. Wat voor sport opgaat, gaat ook op voor lezen. En voor het leven.”

 

Beste Boekenjuf/meester is een initiatief van CANON Cultuurcel i.s.m. GRoKi (GAU). Ken jij iemand die veel betekent voor leesonderwijs en daarbij ook het schoolteam motiveert? Of ben je benieuwd naar de tips van alle boekenjuffen en -meesters? Surf naar boekenjuf.be.
Dit artikel heeft als onderwerp Dit artikel is interessant voor een

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...