Gepubliceerd op
Wat vind jij?

Zin en onzin van centrale examens

Centrale examens: een goed idee voor het Vlaams onderwijs? Wouter Duyck (UGent) en Jan Vanhoof (UA) spreken zich in 5 stellingen uit over de zin en onzin van standaardtoetsen, de gevaren van teaching to the test en de rol van de leraar.

Een standaardtoets is een toets die hetzelfde is voor alle leerlingen, over klassen en scholen heen. Ook centrale examens zijn standaardtoetsen. Belangrijk verschil: de overheid legt in dat geval precies op wanneer je welke toetsen afneemt. De resultaten zijn bepalend voor de slaagkansen van de leerling én voor de kwaliteitscontrole van de school. Bij een standaardtoets die niet centraal is – denk aan OVSG, IDP en PISA –, beslis je als school zelf of en hoe je die toets inzet.

 


  1. Ons onderwijs beschikt over voldoende data

  2. Wouter Duyck: “Absoluut niet. 1/3 van de Vlaamse begroting gaat naar onderwijs, maar we meten amper of we dat geld goed besteden. 150 inspecteurs evalueren 4000 scholen, 150.000 leraren en 1,2 miljoen leerlingen. Op dit moment hebben we alleen grote internationale testen die we niet zelf organiseren om evoluties te detecteren. Het beleid heeft meer data nodig om de lijnen uit te zetten.”

    Jan Vanhoof: “Akkoord, we hebben meer data nodig. Maar niet zozeer voor de beleidsmakers, wel voor de scholen zelf. Geef ze de tools om hun eigen werking te evalueren: kwalitatieve standaardtoetsen en de knowhow om de resultaten te interpreteren. Als scholen weten hoe hun leerlingen scoren, kunnen ze hun beleid daarop afstemmen en de onderwijskwaliteit verhogen.”
     

  3. Leraren kunnen leerlingen het best evalueren

  4. Jan Vanhoof: “Helemaal mee eens. Maar opgepast: die visie is kwetsbaar. Veel leraren zijn sterk overtuigd van hun eigen aanvoelen. Maar weet jij of je met jouw evaluaties wel correct toetst of elke leerling de eindtermen bereikt heeft? En of jij je lat niet te hoog of te laag legt?”

    Wouter Duyck

    Wouter Duyck: “Als de test goed is, is teaching to the test net wat je wil”

    Wouter Duyck: “En dus moet je volgens mij de vraag stellen of we de evaluatie alleen aan de leraar mogen overlaten. Het watervalsysteem maakt duidelijk dat er iets fout loopt bij de oriëntering van leerlingen. Hoe meer gegevens de klassenraad in handen heeft, hoe beter ze een oordeel kan vellen.”

    Jan Vanhoof: “De klassenraad kan inderdaad beter geïnformeerd zijn. Je oordeel wordt sterker als je een referentiepunt hebt waar je je eigen evaluaties naast kan leggen. Dat betekent niet dat je je eigen toetsen aan de kant moet schuiven. De beslissing moet in handen van de klassenraad blijven, maar het resultaat op de standaardtoetsen moet wel meegenomen worden in die beslissing. Anders doen je leerlingen minder hun best, krijg je vertekende resultaten en is het hele initiatief zinloos.”

    Wouter Duyck: “Ik vind dat we verder moeten gaan dan dat. Kies voor een systeem met centrale examens. Standaardtoetsen die in sterke mate bepalend zijn voor de oriëntering van leerlingen. Maar welke keuze het beleid ook maakt: voor de leerlingen en voor de scholen moet het inderdaad duidelijk zijn dat het resultaat op die toetsen belangrijk is.”

     

  5. Standaardtoetsen leiden tot eenzijdig onderwijs

  6. Wouter Duyck: “Als de test goed is, is teaching to the test net wat je wil. Gek dat niemand zich bij ons huidige evaluatiesysteem de vraag stelt of dat een probleem is. Ben je er zeker van dat je nu geen les geeft in functie van je eigen examen? Belangrijke voorwaarde: doe recht aan de veelzijdigheid van ons onderwijs. Nederlands is meer dan spelling en woordenschat.”

    Jan Vanhoof: “De Engelsen zeggen het zo mooi: ‘The tail wags the dog’. Leraren zijn heel sterk bezig met leerinhouden. Het gevolg: soms verlies je de doelstellingen uit het oog. Maar als de evaluatie doelgericht is, worden de lessen dat ook. Leraren moeten de evaluatie dan wel een stukje uit handen geven, en dat zijn ze niet gewend. Geef ze de kans om daarin te groeien. Net zoals je ziet dat co-teaching heel verrijkend kan werken. Wie de stap waagt, vindt die samenwerking vaak een ervaring waar je sterker uitkomt.”
     

  7. Standaardtoetsen vergelijken leerlingen eerlijk

  8. Wouter Duyck: “Onderzoek is duidelijk: centrale examens leiden tot een betere oriëntering. Betere studiekeuzes en minder waterval.”

    Jan Vanhoof: “Maar stel dat je met het oog op studiekeuze een centrale toets organiseert op het einde van het secundair? Dan heb je enkel een outputmeting. Zo’n eindtoets is niet meer waard dan een autopsie. Je weet dat het niet goed is, maar je kan er niets meer aan doen.”

    Wouter Duyck: “Ik vind ook dat we niet enkel dat moment in kaart moeten brengen. Maar aan het einde van de rit wil je als leerling ook weten waar je staat ten opzichte van anderen. Die info wil je toch hebben om een doordachte studiekeuze te maken?

    Jan Vanhoof: “Dat speelt zeker een rol. Maar het is veel belangrijker dat we leerwinst meten. Met aanvangstoetsen, tussentijdse toetsen en de kans om bij te sturen. Integreer die resultaten in je leerlingvolgsysteem. Zo benader je de zwakkeren veel positiever. Leerlingen die ‘onderaan’ bengelen, hangen vaak hun hele carrière ‘aan de rekker’. Als je hun leerwinst toont in plaats van hun positie in de groep, stimuleer je ze veel sterker. ”

     

  9. Standaardtoetsen vergelijken scholen eerlijk

  10. Jan Vanhoof: “Opnieuw: op voorwaarde dat je een eerlijke vergelijking maakt. Met verschillende metingen, zodat je de leerwinst in kaart kan brengen. Goed mogelijk dat een concentratieschool plots veel beter scoort dan een traditioneel college. Dat kan een enorme boost betekenen voor scholen in een moeilijke context.”

    Jan Vanhoof

    Jan Vanhoof: “Als je de resultaten openbaar maakt, komen de media met een ranking”

    Wouter Duyck: “1 op de 7 scholen zakt voor de PISA-test. 1 op de 7 scholen reikt diploma’s uit aan leerlingen die de eindtermen niet halen. Breng voor mijn part de leerwinst in kaart, vergelijk scholen op een eerlijke manier met elkaar en maak die resultaten openbaar. Leerlingen, ouders en het beleid hebben recht op goede en duidelijke informatie over schoolkwaliteit. Zo zijn scholen verplicht om hun uiterste best te doen, ook voor leerlingen die slecht scoren. Centrale examens zijn de kortste weg naar minder sociale ongelijkheid.”

    Jan Vanhoof: “Er zijn te veel negatieve neveneffecten. Geen enkel onderwijssysteem heeft ooit gekozen voor een ranking van scholen, maar als je de cijfers openbaar maakt, komt die er. De media doen dat voor je. En krijg je dan een ranking volgens leerwinst, of gewoon volgens wie het hoogst scoort?”

    “In het buitenland zien we welke schade dat aanricht. Succesvolle directeurs worden weggekocht en het loon van leraren wordt gekoppeld aan de prestaties van hun leerlingen. Zwakkere leerlingen worden vriendelijk verzocht om niet deel te nemen aan de testen of de school te verlaten. De woningprijs in de buurt van scholen die goed scoren, stijgt. De verleiding om het systeem te bedotten wordt groter voor alle partijen. Dat is een prijs die je niet wil betalen.”

    Wouter Duyck: “Maar als je de resultaten intern houdt, verandert er niets. De leraar bespreekt ze enkel met de directeur, of in het beste geval ook met een collega. Aan die openbaarheid zijn gevaren verbonden, maar die wegen niet op tegen de voordelen. Op het vlak van evaluatie had je in ons onderwijssysteem heel lang absolute vrijheid, en dat ging lange tijd goed. Maar nu gaat ons onderwijsniveau achteruit. Daar laten internationale vergelijkingen geen twijfel over bestaan. En dus moeten we ingrijpen. Met centrale examens die openbaar zijn.”

    Jan Vanhoof: “Ga niet overhaast te werk door die resultaten openbaar te maken. De neveneffecten kunnen zeer zware gevolgen hebben, daarover kunnen onze buurlanden meespreken. Ik geloof in de professionaliteit van scholen. Op dit moment is het voor hen heel lastig om te bepalen waar de lat ligt. Geef ze de juiste referentiepunten, tools en toetsmateriaal om hun leerlingen en hun werking intern te evalueren, en je zal zien dat ons onderwijs zichzelf van binnenuit zal versterken.”

 


In onze buurlanden werkt het onderwijs met centrale examens. Zo heeft Frankrijk het Baccalauréat, Duitsland de Abitur, Engeland de A-levels en Nederland het eindexamen. In Vlaanderen zijn centrale examens niet aan de orde. Standaardtoetsen vinden wel ingang. Klasse laat experten aan het woord.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...