Gepubliceerd op
Zo doen zij het

De voordelen van een datageletterde school

Basisschool Sint-Maria in Antwerpen gebruikt kwantitatieve en kwalitatieve gegevens om haar beleid vorm te geven. Directeur Koen Tubeeckx: “Wij willen in eerste nationale spelen, niet in vierde provinciale.” 5 voordelen van datageletterdheid.

19 jaar al is Koen Tubeeckx directeur van deze school. Hij zag ze groeien van een schooltje met 187 leerlingen met Turkse en Marokkaanse roots in een te klein schoolgebouw, naar een superdiverse, brede school met 358 gasten in een prachtig gerestaureerd kloosterpand in hartje stad.

Koen Tubeeckx: “10 jaar geleden schreef de eerste blanke ouder uit overtuiging een kind bij ons in, een jaar later volgden er nog dankzij het project ‘School in Zicht’, dat kansrijke ouders samen laat inschrijven in concentratiescholen voor een evenwichtiger sociale mix. De school werd zo meer een afspiegeling van de buurt, wat wij uiteraard toejuichten.”
 

  1. Data tonen wie je publiek is

  2. “Maar het was meteen ook een uitdaging die ons bewuster met data aan de slag deed gaan, omdat ons publiek plots diverser werd. We deden wel al veel. Gewoon uit nieuwsgierigheid, lang voor de overheid dat aanmoedigde. Ik wou altijd al weten wie mijn doelgroep was. Hoe beter je je publiek kent, hoe makkelijker je immers in interactie kan gaan. Dus ging ik zelf op onderzoek. Tot bij onze gezinnen thuis. Wat ik verzamelde was vrij eenvoudig, gaande van schoolse achterstand van leerlingen tot de leeftijdssamenstelling van mijn schoolteam. In de loop der jaren breidde dat uit en deed ik dat soort ‘onderzoek’ steeds meer samen met mijn team en externen.”

    “Vandaag hebben we leerlingen met roots in 58 landen, die we allemaal goed onderwijs willen geven. Zij die een extra duwtje nodig hebben, maar evengoed zij die extra uitdaging vragen. De spreidstand is groot. Dat betekent maatwerk leveren, zodat élk kind kwaliteitsvol onderwijs krijgt. We willen in eerste nationale spelen, niet in vierde provinciale. Daar heb ik data voor nodig. Dus gebruik ik alle gegevens die ik te pakken krijg. En wat ik niet vind, verzamelen we zelf.”

     

  3. Data zetten aan tot verbeteracties

  4. “Heel wat materiaal is online te vinden en daar maken we dankbaar gebruik van. In Dataloep vind je steeds meer informatie over je leerlingen. Vroeger moest je daar zelf achteraan, nu heb je met een paar muisklikken wat je zoekt. Om ons inschrijvingsbeleid bij te sturen bijvoorbeeld, zodat we onze verhouding van 70/30 indicator- en niet-indicatorleerlingen kunnen behouden. We volgen via die tool ook hoe onze ex-leerlingen het doen in het secundair en sturen onze schooladviezen op het einde van het zesde leerjaar op basis daarvan bij. Het nieuwe kleuterparticipatierapport geeft ons dan weer info over de aanwezigheden van onze jongste leerlingen, al hielden we dat zelf ook al goed in de gaten.”

    “Ook andere tools of onderzoeksrapporten leveren bruikbare data op. De beschikbare paralleltoetsen voor het basisonderwijs bijvoorbeeld. Als er in het jaarverslag van de inspectie sprake is van zwakker spellingonderwijs, dan wil ik meteen weten hoe dat bij ons op school zit. Door paralleltoetsen af te nemen worden we meteen gebenchmarkt ten opzichte van andere scholen en kunnen we indien nodig bijsturen. Zo doen we voortdurend aan interne kwaliteitszorg.

    “Idem met de resultaten van PIRLS, het internationale vergelijkende onderzoek naar leerlingenprestaties in begrijpend lezen. Die waren de laatste keer wat verontrustend voor Vlaanderen. Dat was de aanleiding om leesonderwijs als focus op te nemen in ons beleidsplan. We werken daarom nu mee aan het leesproject Kwartiermakers.”

    directeur Koen Tubeeckx

    Koen Tubeeckx: “Zonder data geen kwaliteitsvol maatwerk”

    We werken ook mee aan externe onderzoeken van universiteiten of hogescholen. We kunnen er maar uit leren, toch? Zo deed de KULeuven een peiling Frans in basisscholen die zich daar vrijwillig voor konden opgeven. Daar werkten we aan mee. We ontvingen een feedbackrapport dat we gebruiken om bij te sturen waar nodig in onze lessen Frans. Niet dat je altijd externen nodig hebt om onderzoek te voeren. Toen ik 15 jaar directeur was, heb ik al onze oud-leerlingen aangeschreven. Het was een hele klus om die allemaal te pakken te krijgen, maar daar hebben we ook veel uit geleerd. Wat hebben ze gestudeerd? Liepen ze schoolse vertraging op? Hebben ze werk? De resultaten helpen ons gerichter studieadvies te geven en dat te onderbouwen met échte voorbeelden.”
     

  5. Data bieden input voor een cyclisch jaarplan

  6. “Om de 4 jaar doen we met het hele team ook aan zelfevaluatie met het instrument IZES. Daar halen we een schat aan informatie uit, het is een spiegel voor de school. De collega’s evalueren bijvoorbeeld mij als directeur. Maar ook de samenwerking met ouders, het personeelsbeleid, de inspraak op school … komen aan bod. Per item krijg je de wenselijke en de feitelijke situatie. Je ziet meteen waar we mee aan de slag moeten, dat is de input voor ons beleid. De resultaten communiceren we open op een personeelsvergadering mét de acties die we eraan koppelen in een jaarplan. En op het einde van het jaar kijken we samen wat we al dan niet realiseerden en waar we moeten bijsturen. Dat is meteen de input voor het volgende jaarplan, dus dat cyclische zit er altijd in.”

     

  7. Data doen je kijken naar groei

  8. “Via een waaier van indicatoren brengen we ook elke leerling in kaart. Vanuit die handelingsgerichte diagnostiek vertrekt onze werking: we kijken wat een kind nodig heeft om een bepaald doel te bereiken. Om de 6 weken evalueren we, sturen we bij én communiceren we naar kinderen én ouders. Dat zorgt voor een ander soort leerling- en oudercontact. Je hebt het immers over groei. Kinderen en ouders weten waar ze staan en wat er moet gebeuren om verder te geraken.”

    “Verder houden we bij alle betrokkenen op school ook tevredenheidsenquêtes over de meest uiteenlopende onderwerpen: van de nieuwe toiletten tot de aanpak van het Sinterklaasfeest. Die input helpt ons om voortdurend te verbeteren.”

     

  9. Data maken je werking transparant

  10. “Wij wikken en wegen niet elk cijfertje. Het gaat ook niet om de cijfers op zich, maar wat die vertellen over de werking van de school, over de ontwikkeling van leerlingen en collega’s. En kwalitatieve data vullen de kwantitatieve aan. Ik zit regelmatig samen met een vaste groep van 6 ouders die een afspiegeling zijn van alle ouders en die via de ochtend- en avondoudergroepen input krijgen over wat er leeft. Wat zij mij vertellen, zijn kwalitatieve gegevens. Die zijn even belangrijk. Mijn deur staat ook altijd open, ik vind het ontzettend belangrijk dat ik bereikbaar ben voor mijn team, ouders, leerlingen. Ik sta elke ochtend aan de schoolpoort, ik ken alle leerlingen bij naam, ik ken alle gezinnen.”

    “Of mijn team niet ‘datamoe’ wordt? Integendeel. Data gebruiken is zo essentieel voor onze werking, het team beseft dat maar al te goed. Wij hebben een sterk emancipatorische visie op onderwijs. Data helpen ons daarbij. Ze maken de werking van onze school ook transparant voor het team, maar ook voor ouders, leerlingen en externen.”

    “Ik vraag van mijn 47 collega’s ook niet dat ze de hele tijd met data bezig zijn. Onze beleidsondersteuner en de 2 zorgcoördinatoren doen dat uiteraard intensiever dan de anderen. Maar ik wil wel dat álle collega’s er op bepaalde momenten kritisch over nadenken, dat ze aan zelfreflectie doen. Als bij een kleuterjuf uit haar eigen gegevens blijkt dat bepaalde ontwikkelingsdomeinen structureel minder aan bod komen, dan kan dat aanleiding zijn om op een functioneringsgesprek aan te sturen op navorming. De bereidheid om dat te doen, is ook veel groter, ze zien immers zwart op wit vanwaar de vraag komt. Data geven dus ook mijn nascholingsbeleid mee vorm.”

 

Word ook een datageletterde school. 4 tips

  • Koudwatervrees om zelfstandig met data interpreteren, verzamelen, opvolgen … te starten? Laat je extern begeleiden en spreek je pedagogische begeleidingsdienst aan. Het kan de aanleiding zijn om een ‘datateam’ op te starten of uit te bouwen.
  • Pak werken met data constructief aan. Betrek het schoolteam, leerlingen, ouders, externen … naargelang het thema. Leg uit waarom je bepaalde data verzamelt en wat je met de resultaten van plan bent. Communiceer over de resultaten en durf daarbij werkpunten eerlijk te benoemen.
  • Laat anderen (een deel van) het werk doen. Universiteiten en hogescholen zoeken regelmatig scholen die aan onderzoek willen meewerken. En wat houd je tegen om hen zelf aan te spreken om een onderzoek-op-maat in jouw school te doen?
  • Datageletterdheid onder de knie krijgen gaat stap-voor-stap. Begin bescheiden en leer uit je ervaringen.
 


 
logo Veranderwijs.nu

Dit artikel kwam tot stand in een samenwerking tussen Veranderwijs en Klasse. Veranderwijs wil innovatieve onderwijspioniers samenbrengen en inspireren. Kriebelt het bij jou ook om iets nieuws uit te proberen? Of experimenteerde je al? Op www.veranderwijs.nu kan je ideeën vinden en uitwisselen.

Wil jij experimenteren met vakoverstijgend leren en daarvoor tot 3000 euro financiële steun ontvangen? Doe dan mee met de projectoproep van Veranderwijs.nu.

Dit artikel heeft als onderwerp Dit artikel is interessant voor een

Waar is mijn
Lerarenkaart?