Gepubliceerd op
Klik & Print

Observeer als directeur hoe betrokken leerlingen bij de les zijn

Lesbezoek van de directeur. Tijd om een blik werkvormen open te trekken en te laten zien wat je kan? Voor directielid Ellen Holemans van GO! Atheneum KAMSA in Aarschot hoeft dat niet. Zij gaat tussen de leerlingen zitten en observeert hén, niet de leraar. Voor de evaluatie maakt ze een betrokkenheidsscan.
 
klik en print betrokkenheid: Zijn leerlingen bij de les

Ellen Holemans: “Een uitgewerkte lesvoorbereiding hoeven leraren niet te maken. Laat ons eerlijk zijn. Dat is een pain in the ass. Een fantastisch lesplan is overigens geen garantie op een goede les. Omgekeerd kan iemand op basis van zijn ‘papieren’ voorbereiding een nul lijken en de leerlingen toch helemaal meekrijgen. Dat laatste is wat we willen. Daarom focus ik bij elk lesbezoek op de betrokkenheid van de leerlingen.

“Dat past helemaal in onze visie op onderwijs. We geloven dat een leerling die volledig opgeslorpt wordt en kan volgen vanuit een comfort zone meer meeneemt uit de les. Hij verwerkt achteraf de leerstof sneller en gaat ook anders kijken naar een vak. Dat is een opwaartse spiraal. Wie betrokken is, toont meer inzet en dat stimuleert de leraar op zijn beurt onbewust om extra aandacht voor die leerling te hebben. Dus is het de kunst om zo veel mogelijk leerlingen mee te krijgen.”

“Uiteraard is dat niet altijd haalbaar voor 100% van de leerlingen. Betrokkenheid hangt af van veel factoren. Soms gebeurt er iets buiten de school. Maar ook dat aspect nemen we mee tijdens en na onze observatie. Als we observeren dat een leerling er met zijn hoofd niet bij is, kan de leraar hem achteraf aanspreken. Zo komt hij dingen te weten die hij anders misschien niet zou hebben opgemerkt.”
 

Dit haal je uit een lesbezoek met de betrokkenheidsscan

  1. Aandachtsniveau van leerlingen verschilt per lesfase

  2. Ellen: “Voor de les begint, pik ik er lukraak enkele leerlingen uit. Vanuit verschillende perspectieven – dus niet alleen van achteraan in de klas – hou ik hen nauwgezet in het oog tijdens de verschillende fasen van de les: de inleiding, de verschillende activiteiten en het slot. Per fase geef ik ze een score van 1 (afwezig) tot 5 (erg betrokken). Zo breng ik in kaart wanneer ik bij welke leerling meer of minder activiteit, aandacht, gedrevenheid of interesse zie.”
     

  3. Activerende werkvormen of doceren? Allebei prima!

  4. Ellen: “Je merkt snel dat bij een bepaalde werkvorm iedereen mee is, maar dat als die te lang duurt, de aandacht bij sommige leerlingen afzwakt, zonder dat de leraar dat ziet. Je zou dan verwachten dat een perfecte les vol werkvormen zit. Maar dat hoeft helemaal niet.”

    “Ik herinner me een les geschiedenis bij een heel gepassioneerde leraar. Hij doceerde met PowerPoint en af en toe een stukje film. De leerlingen zaten ‘gewoon’ vanop hun bank te kijken. Toch was de betrokkenheid enorm. Heel wat leerlingen stelden vragen, anderen waren geconcentreerd aan het luisteren. Ik was onder de indruk, maar de leraar twijfelde of hij het wel goed deed. Natuurlijk was dat zo. De leerlingen zaten met ‘goesting’ in de les.”

     

  5. Leerlinggedrag biedt groeikansen voor de leraar

  6. Ellen: “In een reflectiegesprek zoeken we samen met de leraar naar groeikansen op basis van onze observaties. Dat voelt veilig aan, omdat je praat over concreet gedrag van leerlingen, en niet in de eerste plaats over het functioneren van de leraar. Het is ook belangrijk om te communiceren dat het bedoeld is om leraren te doen groeien, niet om hen af te schieten.”

    “De eerste keren dat je leerlingen komt observeren, zijn leraren natuurlijk argwanend. Maar zodra ze zien wat je eruit kan halen, willen ze er meteen mee aan de slag. Het moet een beetje een gewoonte worden. Onze leerlingen kijken er niet meer van op dat ik binnenkom. Hetzelfde geldt voor de leraren.”
     

  7. Ook ervaren leraren ontdekken blinde vlekken

  8. Ellen: “Zelfs voor ervaren leraren, bij wie alles goed lijkt te lopen, kan zo’n observatie een eyeopener zijn. Als er een fijne sfeer hangt in de les en alles loopt vlot, merk je als leraar niet altijd op dat er ook leerlingen zijn die weinig of niets meepikken. Die vallen dan systematisch uit de boot. Dat is informatie waar je iets mee kan, ook na een supergoede les. Met enkele kleine ingrepen heb je die leerlingen misschien ook mee.”
     

  9. Leraren vernieuwen hun lespraktijk

  10. Ellen: “Ik merk dat onze manier om naar lessen te kijken de lespraktijk verandert. Uiteraard gaat dat samen met tendensen die je sowieso hebt in onderwijs, maar het versterkt de motivatie wel. Leerlingen in ons BSO bijvoorbeeld krijgen veel meer eigenaarschap over wat ze wanneer doen. De leraar is er meer een coach. In groepswerken zie je dat leerlingen niet zomaar kiezen met wie ze samenwerken. De leraar stelt de groepen bewust samen in functie van zijn les. Er wordt met andere woorden meer doordacht gewerkt. Leraren zien nog beter waar de noden liggen.”

 


GO! Atheneum KAMSA haalde de mosterd voor zijn leerlinggerichte aanpak van lesobservaties bij CEGO, dat het instrument ontwikkelde en de directies van scholengroep ADITE begeleidde bij de implementatie ervan.

Dit artikel heeft als onderwerp Dit artikel is interessant voor een

Waar is mijn
Lerarenkaart?