Gepubliceerd op
Schooltips

Stem je schoolgebouw af op de pedagogische noden

Co-teaching, differentiatie, de leraar als coach … De onderwijspraktijk verandert snel, maar gebouwen zijn iets statischer. Dat frustreert soms. Toch kunnen kleine ingrepen een groot verschil maken, weten ze in de Talentenschool in Turnhout.
 

Een team van onderwijsspecialisten en architecten ontwikkelde de +School Inspiratiegids: 24 fiches die de leeromgeving helpen afstemmen op de pedagogische noden. De Talentenschool is 1 van de 6 modelscholen uit het rapport. Welke ingrepen vormen volgens de leraren een meerwaarde?
 


 

  1. Leerstraat met agora

  2. Geef je gangen een extra dimensie door er leerstraten van te maken. De schoolbevolking circuleert er, maar de gang zelf is een uitbreiding van wat in de klaslokalen gebeurt. Kleinere gangen kunnen overgaan in pleintjes met zitplaatsen en tafels. Die bieden leerlingen de kans om er korte overlegmomenten te organiseren, op eigen tempo leerstof te verwerken of even te pauzeren.

    “Onze lokalen hebben glazen wanden zodat je de gang en de agora ziet”, zegt Wim Paeshuyse, leraar geschiedenis en Engels in de A-stroom. “Vaak verhuist een deel van de leerlingen na een instructiemoment. Zo kunnen ze allemaal rustig werken. Dankzij dat visueel contact houden we het overzicht. We willen een open school zijn. Iedereen mag zien waarmee we bezig zijn in ons lokaal.”

    “Meer bewegingsruimte nodigt uit om anders les te geven”, zegt leraar PAV Joris Stesses. “Leerlingen in de B-stroom vinden het fijn dat ze veel verantwoordelijkheid krijgen bij de organisatie van hun werk.” Lerares Frans Isabelle Eurlings bevestigt: “Er is plaats voor overleg met de leraar of een verbeterhoek.”

    “We hebben soms moeilijke groepen, maar er zijn veel minder tuchtproblemen nu. Vroeger zouden we de leerlingen nooit zo vaak zelfstandig hebben laten werken, maar door de sfeer die er nu is, lukt dat de meerderheid van de dagen goed. Er is altijd een collega in de buurt, zodat je elkaar kan helpen tijdens de les.”

    “De agora is ook een ontmoetingsruimte met andere klassen, zonder dat het een sociale ruimte is waar zomaar gepraat kan worden. Dat gaat heel goed. Maar we maken daar wel goede afspraken over met de leerlingen, zodat de rustige sfeer blijft zoals ze nu is”.

     


     

  3. Werkbubbles en plug-ins

  4. Wim: “We vinden het heel belangrijk dat leerlingen goed leren samenwerken. Ze moeten dus vaak zelf leerstof opzoeken, verwerken en aan elkaar presenteren. Je hebt daarvoor natuurlijk wel wat ruimte nodig. Dat gaat moeilijk in een traditioneel klaslokaal. Daarom hebben we in dit gebouw ook geen vaste computerklas, maar ontleenbare laptops. Die kunnen eenvoudig overal ingeplugd worden.”

    “Heel tof zijn onze zitcirkels, waarin je met z’n tienen gezellig kunt overleggen. De cirkel houdt het geluid goed binnen. Als andere leerlingen ondertussen in de agora aan het werk zijn, heb je daar bovendien geen last van. Dat is ideaal voor groepswerken. Het is de lievelingsruimte van veel leerlingen.”

     


     

  5. Lokalen voor co-teaching

  6. Wim: “De twee klassen van het eerste en die van het tweede jaar liggen naast elkaar. Tussen de lokalen zijn brede tussendeuren en een glasraam, zodat je de ruimte groter of kleiner kan maken naargelang de noden van de les en de groep.” “De akoestiek in de lokalen is heel belangrijk”, merkt Joris op. “Als de deuren dicht zijn, komt er geen geluid door. De isolerende muren en het plafond absorberen het geluid, zodat er geen galm is. Dat doet wonderen voor het gedrag van de leerlingen.”

    Wim: “Die link tussen de lokalen maakt het voor ons makkelijk om aan co-teaching of differentiatie te doen. Voor Engels bijvoorbeeld herverdelen we de klas soms in twee homogenere groepen. Vandaag werk ik met de gevorderde leerlingen uit de twee klassen aan een uitdagend project, terwijl mijn collega met de andere leerlingen gericht aan de slag gaat.”

     


     

  7. Tidy-up

  8. Scholen onderschatten het belang van intelligente opbergruimte. Als leerlingen vaak zelfstandig aan het werk zijn, moeten ze zelf materiaal kunnen halen en weer opbergen. Het geheel moet er bovendien overzichtelijk en ordelijk uitzien. Wim: “Ze hebben een eigen bakje in het lokaal. Ze hoeven dus niet alle boeken mee naar huis te nemen. We proberen zo aan te sluiten bij de lagere school en de overgang naar het middelbaar geleidelijker te laten verlopen.”

    Joris: “In de kasten zitten bakjes met soorten papier, verbeterboekjes, kranten, breinbrekers, vouwmeters of knutselmateriaal. Leerlingen kunnen zo’n bakje uit de kast halen en mee naar hun tafel nemen. De ronde of open kasten zijn speels van vorm. Dat is toch iets anders dan die metalen dossierkasten van vroeger. Het geeft meteen een andere sfeer in de klas. Sommige kasten staan op wieltjes, zodat die makkelijk verplaatst kunnen worden of als wand kunnen dienen.”

     


     

  9. Clustering

Wim: “De stoelen en sommige tafels zijn vlot verplaatsbaar door ze te rollen. Ze staan binnen een halve minuut zoals je ze wil. Wanneer ik in het begin van de les ‘klasruitopstelling’ zeg, weten leerlingen dat ze een cirkel moeten maken met stoelen rond drie eilanden. Bij een toetsopstelling staan de stoelen meteen in rijtjes.” Joris: “Als een bepaalde opdracht het vraagt om meer ruimte te creëren, dan staat het meubilair ook meteen aan de kant.”

Joris: “We kiezen ook bewust voor in hoogte verstelbare tafels en stoelen. We laten leerlingen rechtstaand werk komen verbeteren bij de leraar. Zo doorbreken we het constante zitten. Dat is ook praktisch bij het coachen. We hoeven ons niet de hele tijd te bukken of te hurken.”

“Ook over de kleur en de vorm van de stoelen is nagedacht. Sommige stoelen nodigen uit om ‘s recht te staan of onderuit te zakken. De wiebelstoelen geef ik soms aan leerlingen met concentratiestoornissen, omdat ze daar hun energie in kwijt kunnen.”

De tafels in de agora kun je makkelijk in elkaar puzzelen. De vorm is wat frivoler dan bij gewone tafels en zorgt er ook voor dat de leerlingen iets dichter bij elkaar zitten om te overleggen dan bij gewone tafels. We noemen die opstelling ‘de wolk’.”

 

Meer inspiratie over wat je als school kan doen om je gebouw af te stemmen op 21e-eeuws onderwijs?

 


Een overzicht van alle fiches met illustraties uit de modelscholen vind je in de ‘+School Inspiratiegids’ van de Vrije Universiteit Brussel en +ReseARCH architecten, gemaakt in opdracht van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De gids wordt gepresenteerd op 24 april 2019 op de studiedag ‘+School. Nieuwe competenties. Nieuwe fysieke leeromgevingen’ in het VAC Gent en zal vanaf dan publiek beschikbaar zijn. Inschrijven kan via deze link.

Waar is mijn
Lerarenkaart?