Gepubliceerd op
Zo doen zij het

“Ik wil dat elk kind een label heeft”

Hoe ga je om met al die ‘labels’ in de klas? Lin Tulfer onderzocht deze vraag in haar bachelorproef. En past als startende leraar haar aanbevelingen nu zelf toe in het 4de leerjaar van Stedelijke Basisschool Hoedjes van Papier in Deurne. “Ik kijk liever naar wat kinderen nodig hebben om te leren dan naar de etiketjes die op hen kleven.”
 

“Tijdens mijn lerarenopleiding was het M-decreet een hot item. En ik heb in mijn familie ook kinderen met een etiketje. Die labels waren nieuw voor mij – in mijn lagereschooltijd bestonden ze niet – en er werd sterk op ingezet tijdens de opleiding: hoe ga je om met zorgkinderen, wanneer heeft een kind een label en wanneer niet, wanneer kan je ondersteuning aanvragen? Ik vond dat een beetje stom en ik vind dat nog altijd: leerlingen moeten geholpen worden op hun maat of er nu een label op hen plakt of niet.”

“Ik heb 19 leerlingen in de klas, waarvan 4 met een ‘officieel’ label: dyslexie, concentratie- en gedragsproblemen. Twee kinderen volgen een individueel traject voor rekenen. En ik heb ook een hoogbegaafd kind in de klas. Maar ik laat me niet leiden door die labels. Ik kijk naar wat een kind nodig heeft. Als ik zie dat kinderen niet mee zijn met een oefening, zal ik hen ondersteunen. Het is niet omdat een kind dyslexie heeft dat het daarom altijd meer ondersteuning nodig heeft. Als een ander kind iets leest en niet mee is, heeft het ook extra uitleg nodig.”
 

Differentiëren

“Ik geef eerst klassikaal instructie en dan gaan de leerlingen zelf aan de slag. Ze hebben allemaal een blokje met rood-oranje-groen waarmee ze me kunnen tonen hoe het vlot. Rood = ‘ik kan het niet, je moet me komen helpen’, oranje = ‘als je tijd heb mag je komen helpen want ik twijfel’ en groen = ‘ik kan het alleen’. Ze kunnen op hun eigen niveau en tempo werken. Ik kan individueel begeleiden. Dat werkt! Leerlingen met een label durven zo meer vragen stellen. Iedereen is gelijk met deze manier van werken.”

leraar Lin Tulfer met een dobbelsteen in de klas

Lin Tulfer: “Elk kind is speciaal, er zijn geen gewone kinderen”

“Door die individuele aanpak kan je beter puur op de noden van elk kind inspelen. En het is niet omdat een kind zelfstandig aan de slag is, dat ik niet zou vragen ‘lukt het?’. Ik vind het fijn dat je je zorg op die manier kan onderbouwen, in plaats van altijd klassikale lessen te geven waarbij een deel zich zit te vervelen, een deel aandachtig is en een deel niet weet waar je het over hebt.”

 

Veel complimenten geven

“Ik vertel al mijn leerlingen vaak ‘ik vind dat knap van jou’. Als mijn leerling met concentratieproblemen zijn werk gedaan heeft of zelfs nog maar in de helft zit, zeg ik ‘goed gedaan’ om hem toch maar te motiveren. Ik probeer heel veel individueel en klassikaal complimenten te geven. Ik durf wel eens een letterkoekje – een ‘leersnoepje’ – te geven als ik vind dat ze allemaal supergoed bezig zijn. Ze kunnen ook duimen verdienen. Niet te veel omdat er iemand uitzonderlijk gepresteerd heeft, maar eerder klassikaal. Als ze zich samen als klas hebben ingezet, worden ze daar voor beloond.”

“Het gaat niet om de punten, maar om hoe goed je je best hebt gedaan. Dat wil ik hen duidelijk maken. Kinderen die zwakker presteren en bijvoorbeeld een 6 halen op een toets, krijgen van mij even goed een ‘knap’ als dat hun niveau is. Ik ontwierp ook een mijlpalenslinger: elk succes komt op een vlaggetje aan hun persoonlijke vlaggenlijn. Als je telkens kleine overwinningen registreert, heeft elke leerling snel succeservaringen. Leerlingen kunnen er vol trots naar terugkijken en de klas wordt steeds meer aangekleed.”

 

Beweging en rust

“Ik plan elke dag 2 of 3 bewegingstussendoortjes in: just dance, een gek spelletje of tikkertje op de speelplaats. De school doet ook mee aan het project ‘Bewegen naar de zon’: iedereen loopt toertjes. We doen dat regelmatig klassikaal – ik loop gewoon mee – , maar als de leerlingen hun concentratie begint te zakken tijdens zelfstandig werk vragen ze zelf of ze mogen gaan lopen. Dat mag altijd: per 2 of 3 lopen ze 2 toertjes.”

leerling loopt rondjes op de speelplaats

Lin Tulfer: Als leerlingen hun concentratie begint te zakken, mogen ze toertjes gaan lopen. Allemaal, niet alleen de leerlingen met ADHD

“Alle leerlingen doen het, dus is het niets speciaals voor kinderen met een label. Maar als een kind met ADHD er 4 wil lopen, mag dat ook. Ze drinken even en kunnen er weer tegenaan. Ik verlies daar geen tijd mee, integendeel! En als de leerlingen rust nodig hebben, mogen ze een hoofdtelefoon opzetten. Iedereen mag die gebruiken, niet alleen de kinderen met ADD.”

 

Bekrachtigen in talenten

“Ik vind het jammer dat leerlingen enkel extra zorg kunnen krijgen als ze heel het zorgtraject doorlopen hebben en er een label op hen is geplakt. Gelukkig zet mijn school sterk in op zorg en moet een kind geen label hebben om gedaan te krijgen dat er eens iemand komt helpen of kijken. Ik vind het wel belangrijk dat die labels bestaan. Het is een leidraad bijvoorbeeld voor ouders: ‘ik moet die stappen doorlopen’ of ‘ik weet waarom mijn kind fouten schrijft’. Dan kan je ermee aan de slag gaan.”

“Zelf vind ik een label geen voorwaarde om een kind te ondersteunen. Een kind zonder label dat problemen heeft met spelling, moet evenveel ondersteund worden als een kind met het label dyslexie. De ondersteuning moet er zijn, maar ik wil niet het grote onderscheid maken. Ja, je hebt dyslexie, maar dat wil niet zeggen dat je geen ingenieur kan worden. Ik heb liever dat ze bekrachtigd worden in hun talenten dan dat ik zeg ‘dat kan je niet’. Ik wil dat elk kind een label heeft. Elk kind is speciaal, er zijn geen gewone kinderen, ook niet als ze gewoon presteren.”
 


Meer info? Lin Tulfer, ‘Hoe bevorder je het welbevinden van kinderen met een label in de klas?’, 2018.

Dit artikel heeft als onderwerp Dit artikel is interessant voor een

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 56.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...