Gepubliceerd op
Zo doen zij het

Mobiliteitsbeleid op school: de fiets op nummer 1

Zelf fietst ze elke dag 26 km om les te geven in het Maria-Boodschaplyceum, centrum Brussel. Tijdens haar sportles sjeest ze met leerlingen door de stad. En samen met haar fietsambassadeurs staat Marleen Metens op de trappers om collega’s en leerlingen met de fiets naar school te krijgen. Een mobiliteitsbeleid met het stalen ros in een glansrol.

Marleen Metens met de fiets

Marleen Metens: “Brussel ligt aan hun voeten, maar dat moet je ze wel even tonen.”

Een goed mobiliteitsbeleid op school: hoe begin je eraan?

Marleen: “Eerst stelden we een vervoersplan op, dat in kaart bracht hoe leerlingen en leraren naar school gaan. Wie komt met de auto, het openbaar vervoer, de fiets, te voet?

De meeste leerlingen maakten gebruik van het openbaar vervoer. Idem dito bij de leraren, al lag het aantal automobilisten daar wel hoger. Onze school ligt in hartje Brussel. Net achter de drukke Dansaertstraat en op minder dan 1 kilometer van de Grote Markt. De verbindingen met het openbaar vervoer zijn uitstekend en daarom maken zoveel leerlingen en leraren er ook gebruik van. Een goede zaak, maar wat opviel: bijna niemand nam de fiets.”
 

Typisch beeld voor een secundaire school in de stad, en toch een mooi aandeel voor het openbaar vervoer. Waarom dan nog inzetten op de fiets?

Marleen: “Hoe je mobiliteitsplan vorm krijgt, hangt helemaal van je context af. Een lagere school op het platteland heeft heel andere uitdagingen dan een secundaire school in de stad. Op het eerste gezicht denk je bij de ligging van onze school niet meteen aan de fiets, maar wij vonden het een gemiste kans. Wie fietst, beweegt meer. Je bouwt ervaring op in het verkeer en leert Brussel op een heel andere manier kennen. Voordelen die je ook in je latere leven meeneemt. ”
 

Wat houdt leraren en leerlingen tegen om te fietsen?

Marleen: “Uit een rondvraag bleek dat vooral het drukke verkeer en het Belgische weer stokken in de wielen staken. Ik fiets elke dag naar school. Het is een goed bewaard geheim onder fietsers: dat weer van ons valt wel mee. De dagen waarop de fietsers uitgeregend de school binnendruppelen, kan je op 1 hand tellen. Het drukke verkeer is een andere zaak. De verkeerssituatie in Brussel konden we niet zomaar veranderen. Maar we klopten samen met de andere scholen uit de buurt bij het lokale bestuur aan, en onze straat is intussen verkeersvrij.”


Dankzij ons fietsenpark kunnen we met de fiets op excursie en krijgt de fiets ook in de les L.O. een plek

Het verkeer onderweg blijft even gevaarlijk. Begrijpelijk dat ouders niet willen dat hun kind met de fiets door die jungle laveert?

Marleen: “Helemaal akkoord. Ik pleit er ook niet voor om leerlingen van de eerste graad al met de fiets te laten komen. Je moet in staat zijn om elke situatie correct in te schatten, en dat is niet eenvoudig als je jong bent. Onze fietspool biedt een antwoord op die angst bij ouders. Leerlingen spreken vaste routes af en pikken elkaar op. Oudere leerlingen nemen jongere leerlingen mee. Dat stelt de ouders gerust. En samen ben je meer zichtbaar.”
 

Hoe overtuig je de leerlingen?

Marleen: “Dat hoef ik helemaal niet te doen. Mijn fietsambassadeurs nemen die rol op zich. Toen we in 2013 begonnen, waren ze met 6. Nu zijn dat 20 leerlingen uit alle jaren en richtingen. Zij rollen geregeld de rode loper uit, zetten fietsers in de bloemetjes, organiseren een workshop om je fluohesje te pimpen. Of ze steken een promofilmpje in elkaar dat toont waarom je meer beleeft op de fiets dan op die duffe tram.

Intussen mochten ze al meedenken over het mobiliteitsbeleid van de stad en namen ze deel aan uitwisselingen met fietsende scholen uit Kopenhagen en Madrid. Met dank aan STARS, een Europees project dat leerlingen wil aanzetten om op een duurzame manier naar school te komen.”
 

Volstaat de wil om te veranderen, of heb je ook centen nodig?

Marleen: “Onze directie geeft veel steun en vrijheid. En ook de ouderraad is betrokken. Zij kochten 25 fietsen voor de school. Heel belangrijk, want niet elke leerling heeft een fiets of kan fietsen als hij hier start. Zeker bij leerlingen met een migratieachtergrond die in de drukke stad opgroeiden, komt dat soms voor. Dankzij ons fietsenpark kunnen we met de fiets op excursie en krijgt de fiets ook in de les L.O. een plek. Zo krijg je élke leerling op de fiets.”

leerling met fietser

Marleen Metens: “Of de fiets hot or not is? Dat bepalen je leerlingen.”

Is de extra beweging voor jou een belangrijk argument?

Marleen: “Absoluut. Met de sportlessen alleen red je het niet. Als je elke dag een uurtje onderweg bent met de fiets, beweeg je al voldoende. Onze school heeft een kleine sporthal. Amper voldoende plek om met meer dan 20 leerlingen te sporten. Daarom hebben we wekelijks 1 uur L.O. in de sporthal, en om de andere dinsdagochtend 2 uur fietsen, zwemmen of atletiek. We beginnen in het eerste jaar met behendigheidsspelletjes op de speelplaats en bouwen zo op. Onze vierdes rijden vlot in peloton langs het kanaal, naar Ruisbroek en terug.”
 

Is er plaats voor de fiets in onze hoofdstad?

Marleen: “Meer en meer sportleraren in het Brusselse zetten in op fietsen. Je bereikt verschillende doelen in 1 klap: leerlingen bewegen, leren het verkeer kennen én ontdekken hun stad. In Brussel is de eerste reflex bij veel jongeren nog om op de tram of de metro te wachten, terwijl de fiets vaak sneller is. Leerlingen trekken grote ogen als je ze op de fiets zet. ‘Is de school zo dichtbij?’, en: ‘Maakt de bus echt een omweg?’. Brussel ligt aan hun voeten, maar dat moet je ze wel even tonen.”
 

Hoe belangrijk is jouw rol in dit fietsproject?

Marleen: “Bij elk project heb je een trekker nodig. Iemand die met zijn enthousiasme anderen in beweging krijgt. Nog 3 jaar en ik ga op pensioen, maar dat betekent niet dat de fiets hier zal verdwijnen. Dankzij de fietsambassadeurs loopt het op wieltjes. Onderschat je voorbeeldfunctie als leraar niet, maar of de fiets hot or not is? Dat bepalen je leerlingen. In onze fietsenstalling zie je fixies en hippe koersfietsen. En ook het skateboard en de step horen er intussen helemaal bij.

Het aantal fietsende leerlingen en leraren is enorm sterk gestegen. En een deel van onze vijfdes gaat niet met de bus maar met de fiets op Parijsreis, 400 km op 4 dagen. Eens ze die afstand achter de kiezen hebt, weten ze het wel: met de fiets geraak je echt óveral.”
 

In 5 stappen naar een sterk mobiliteitsbeleid

  1. MEET. Stel een vervoersplan op. Wie komt met de auto, de fiets, het openbaar vervoer naar school? Bevraag leraren, leerlingen en ouders. Waarom kiezen ze voor een bepaald vervoermiddel? Dat plaatje heb je nodig om gerichte acties te ondernemen én om te meten welk effect ze hebben.
  2. LEER. Verkeersopvoeding begint in de kleuterklas: te voet naar de bib, loopfietsjes op de speelplaats. En elk jaar aandacht voor verkeer, want op het einde van de lagere school moet elk kind zich met de fiets in het verkeer kunnen begeven. De automatismen die je als kind leert, kunnen later van levensbelang zijn.
  3. INFORMEER. Op welke manieren is je school bereikbaar? Heb je al een schoolroutekaart met veilige toegangswegen voor fietsers en voetgangers? Is er een fietsenstalling? Vergeet in je communicatie zeker de grootouders niet. In de lagere school halen zij vaak de kinderen op. Belangrijk dat je ze rechtstreeks aanspreekt wanneer je afspraken maakt.
  4. STIMULEER. Beloningssystemen zorgen ervoor dat mobiliteit leeft. Acties genoeg die je daarbij helpen. Ook een veilige fietsenstalling, lockers om je materiaal op school te laten of douches voor leraren die van verder komen, maken een verschil. Welk rolmodel wil je tonen: de sportieve leraar op de fiets of de leraar die in zijn SUV de parking opdraait?
  5. ACTIVEER. Maak het fietsers en voetgangers makkelijk, maar auto’s moeilijker. Wie de auto nodig heeft, moet natuurlijk op school geraken. Kies voor een dropzone waar je kinderen uit de auto stappen en via een veilige route op school aankomen. IJver voor een schoolstraat, waar auto’s een half uur voor en na school niet welkom zijn. Of een circulatieplan dat doorgaand verkeer ontmoedigt om langs je school te rijden. Minder auto’s betekent meer veiligheid voor fietsers. Hoe veiliger, hoe meer fietsers. En hoe meer fietsers, hoe minder auto’s. Een positieve spiraal die leerlingen in beweging zet, CO2-uitstoot beperkt én de luchtkwaliteit rond je school kan verbeteren.

 

Bron: Mobiel 21. Vragen over je mobiliteitsbeleid of op zoek naar educatief materiaal? Zij helpen je graag op weg.

Waar is mijn
Lerarenkaart?