Gepubliceerd op
Specialist

“Als samenleven op school niet lukt, dan ook later niet”

Klassen worden diverser, ook qua levensbeschouwing. Hoe kan je leerlingen op dat vlak verbinden en respectvol leren omgaan met elkaar? Zijn de 6 verplichte uren interlevensbeschouwelijke competenties (ILC) per schooljaar een sleutel? Klasse sprak met 3 inspecteur-adviseurs levensbeschouwelijke vakken.

3 inspecteur-adviseurs over interlevensbeschouwelijke competenties

Wat verstaan we onder interlevensbeschouwelijke competenties en – dialoog?

Agnes Vonckx, inspecteur-adviseur rooms-katholieke godsdienst: “Interlevensbeschouwelijke dialoog gaat over elkaar leren kennen: wat is een moslim, een vrijzinnige, een jood, een christen? Waar geloven ze in? Maar vooral ook: wat doet die levensbeschouwing met hen? Wat betekenen de 5 zuilen voor Ahmed, hoe belangrijk is het voor hem dat hij ooit naar Mekka kan? Daarover praten met elkaar en loskomen van vooroordelen en oneliners is een belangrijke ervaring.”

Ahmed Azzouz, inspecteur-adviseur islam: “Iedereen heeft een levensbeschouwing, ook al ben je niet gelovig. Je denkt na over het leven: vanwaar kom ik, waar ga ik naartoe, bestaat god, is er leven na de dood, waarom is er zoveel pijn in deze wereld? We proberen daar allemaal antwoorden op te vinden. Ieder vanuit zijn achtergrond.”

De 24 interlevensbeschouwelijke competenties zijn een kans om kinderen levensbeschouwelijk geletterd te maken. Het start met ‘ik en mijn eigen levensbeschouwing’, waarbij je je verdiept in je eigen levensbeschouwing en de diversiteit daarbinnen ziet. Dan heb je ‘ik en de levensbeschouwing van de ander‘ waar je via dialoog leert wat gemeenschappelijk is, hoe je dat versterkt, en hoe je omgaat met de verschillen. Het derde niveau is de samenleving: hoe doorprikken we clichés, pakken we vooroordelen aan, leren we samenleven?”

Frank Stappaerts, inspecteur-adviseur zedenleer: “Uit onderzoek blijkt ook dat mensen die bewust met hun levensbeschouwing omgaan gelukkiger zijn, en zich maatschappelijk makkelijker engageren.”
 

Sommigen zeggen dat religie en levensbeschouwing niet op school thuishoren, maar in de privésfeer.

Frank: “Een school vormt persoonlijkheden. We werken er samen aan de identiteitsontwikkeling van kinderen en jongeren. De levensbeschouwelijke identiteit hoort daarbij. Zeker tijdens de adolescentie hebben jongeren veel vragen over zichzelf, het leven, de wereld, hun toekomst. Ze zijn ook vatbaar voor allerlei invloeden. Als we op school niet helpen om hun levensbeschouwing te vormen, doen de commercie, oppervlakkige televisieprogramma’s of het internet dat wel. Of dat positief is?”

Agnes: “Onze maatschappij wordt alsmaar diverser. Het is cruciaal dat we jongeren en kinderen vaardig maken om samen te leven met andere levensbeschouwingen. De school is daar een mooi oefenterrein voor en biedt ‘leef-stof’ aan. Als je met elkaar in dialoog gaat over levensbeschouwingen leer je zien dat dé moslim, dé vrijzinnige, dé jood, dé katholiek niet bestaan.”

3 inspecteur-adviseurs over interlevensbeschouwelijke competenties

Agnes Vonckx, inspecteur-adviseur rooms-katholieke godsdienst: “De school is een mooi oefenterrein voor en biedt ‘leef-stof’ aan”

Frank: “Dat samenleven begint dus op school. Als het in de school niet lukt, hoe zou het dan later in de samenleving kunnen lukken?”

Agnes: “In een gemeenteschool opperden de leraren tijdens de personeelsvergadering dat ze geen levensbeschouwelijke vakken meer wilden. De leraren levensbeschouwing waren gechoqueerd en diep geraakt. Moesten ze zichzelf nu verdedigen of in dialoog gaan? Ze kozen voor het laatste. Elkaar leren kennen: waar zijn wij mee bezig tijdens onze lessen en waarom doen we dat? Zo groeide er vertrouwen. Als er nu op die school een interlevensbeschouwelijk project georganiseerd wordt, zijn er handen te veel om mee te helpen. Leraren merken de meerwaarde voor de school en plukken er ook zelf de vruchten van in hun klas.”

 

 

Waarom zijn mensen – ook jongeren – geneigd om vooral de verschillen te zien met andere overtuigingen?

Frank: “Dat mechanisme heeft te maken met ons biologisch primatenverleden. De overlevingsstrategie van de eigen groep: daar voel je je veilig. De vijand zit bij de anderen. Interlevensbeschouwelijke competenties en -dialoog op school kunnen daaraan werken. Allicht niet alleen, want het is geen problematiek die beperkt blijft tot de levensbeschouwelijke vakken.”

Ahmed: “Mensen zetten vandaag heel fel in op identiteit en er wordt veel gepolariseerd in de (sociale) media. Kinderen horen scherpe meningen en voelen dat wij-zij-verhaal. Dan is het onder meer aan leraren om ze te helpen nuanceren, om te leren inzien dat je niet enkel een levensbeschouwelijke identiteit hebt, maar ook andere identiteiten. En zo ontdekken wat ons verbindt. Zet daarom van jongs af aan in op dialoog en samenwerken.”

Frank: “Of nog zo’n typisch fenomeen: toen ik les gaf zaten er enkele moslims in mijn klas. De andere leerlingen deden soms racistische uitspraken over moslims, maar niet tegen Mohammed, want die kenden ze, die ‘was zo niet’. Voor andere moslims gingen alle clichés en vooroordelen op, maar niet voor hun klasgenoot.
 

Dialoog is dus het sleutelwoord?

Frank: “We kiezen didactisch uitdrukkelijk voor het gesprek, niet het debat. De focus ligt op elkaar leren kennen, begrip krijgen voor elkaar, zoeken naar wat verbindt. Dat zorgt voor vertrouwen. Pas dan kan je komen met moeilijke thema’s als homoseksualiteit, geweld en levensbeschouwing etc. Als dialoog te snel een debat wordt over ‘het grote gelijk’, mis je dat zoeken naar en ontdekken van elkaar. Let op: het is zeker niet de bedoeling om tegenstellingen uit de weg te gaan. Conflicten zijn eigen aan het leven, we moeten ze dus niet onder de mat vegen, wel ermee leren omgaan.”

Agnes: “In die dialoog moet iedereen in zijn verschil kunnen staan en van daar uit elkaar relevante vragen stellen. Over de manier van omgaan met de grenzen van het leven bijvoorbeeld. Een vrijzinnige en een rooms-katholiek zullen elkaar daar nooit in vinden, maar kunnen daarover wel een boeiend gesprek aangaan, respect voor elkaar krijgen en uitgedaagd worden om elk over hun eigen kijk na te denken. Interlevensbeschouwelijke dialoog is dus niet een mix maken van alle levensbeschouwingen.

Ahmed: “Of nog een voorbeeld: in een katholieke school rees er een probleem tijdens een meerdaagse uitstap: plots zagen de leraren moslimkinderen van het vijfde en zesde leerjaar samen bidden. De leraren wisten niet hoe ze daarmee moesten omgaan. Ik voerde een heel fijn gesprek met de leraren over de gelaagde identiteit, over leerlingen die als puber soms grenzen aftasten, die thuis hun gebed niet doen, maar op school wel … Die dialoog heeft ze versterkt: ze zijn gaan nuanceren, minder in clichés en problemen gaan denken.”

3 inspecteur-adviseurs over interlevensbeschouwelijke competenties

Ahmed Azzouz, inspecteur-adviseur islam: “Wie aan interlevensbeschouwelijke competenties werkt, werkt ook aan burgerzin”

Wat als een leerling zegt dat vrouwen minderwaardig zijn of homo’s opgehangen moeten worden?

Frank: “De ondergrens voor de dialoog en het respect zijn de mensenrechten. Als een leerling zulke dingen zegt, dan moet je dat met rede bestrijden: ‘Mijn waardenkader zijn de universele rechten van elk mens en ik ga niet akkoord met hoe jij vrouwen afschildert of over homo’s denkt.’ Als je democratisch wil samenleven, moet je het eens zijn over een aantal gedeelde basiswaarden, mag je het over een aantal zaken hartgrondig oneens zijn, maar moet je ook samen nadenken over de grenzen van de ruimte.”

Agnes: “Dat is niet altijd makkelijk voor leraren. Soms hebben ze de neiging om die discussie niet aan te gaan. Maar angst mag je niet verlammen. Het is wel belangrijk dat de school experten of hulplijnen heeft als het dreigt te ontploffen. Ik denk aan de kleuterschool waar niet-moslim kleuters niet meer naar school durfden omdat ze van hun moslim klasgenoten te horen kregen dat ze naar de hel zouden gaan omdat ze varkensvlees eten. De school haalde er een specialist bij om met de ouders, de kinderen en de leraren in gesprek te gaan. Zo iemand kan de toestand ontmijnen en doet het probleem kantelen naar een kans voor interlevensbeschouwelijke dialoog.“

Ahmed: “We moeten onze kinderen en jongeren doen beseffen dat mensenrechten en democratie zeer belangrijk zijn voor een verdraagzame, rechtvaardige en vreedzame samenleving. Dat is ons verbindend kader. En perfect te combineren met de eigen religieuze waarden die ook focussen op het respect voor vrouwen en ieder mens ongeacht zijn geaardheid, culturele en levensbeschouwelijke achtergrond.”
 

6 uur per schooljaar in basis en secundair onderwijs werken aan een ‘schoolbreed interlevensbeschouwelijk project’, redden we het daarmee?

Ahmed: “Veel scholen overschrijden die 6 uur makkelijk. De rest van het jaar werkt elke leraar levensbeschouwing in zijn klas met zijn eigen leerplan aan interlevensbeschouwelijke competenties.
Zo kom je snel aan meer dan 6 uur per jaar. Bekijk zo’n schoolproject ook als een trigger. Wie werkt aan vakoverschrijdende eindtermen als burgerzin of, maar bv. ook mediawijsheid, werkt ook aan interlevensbeschouwelijke competenties. En omgekeerd wie aan interlevensbeschouwelijke competenties werkt, werkt ook aan burgerzin. We kunnen elkaar versterken.”
 

Interlevensbeschouwelijke dialoog is een verantwoordelijkheid van elke leraar?

Frank: “Dat alle leerlingen zich in hun levensovertuiging goed voelen op school, dat ze er mogen zijn in dat stukje van hun identiteit, zich aanvaard weten en dat we inzetten op verbinding met elkaar, is inderdaad niet enkel de verantwoordelijkheid van de leraren levensbeschouwing. Zij hebben natuurlijk een heel specifieke opdracht. Maar je mag de invloed van die 2 uurtjes les per week niet overschatten. In mijn school was de leraar praktijk een racist. De leerlingen zaten 12 uur in zijn les. Zijn uitspraken kreeg ik niet gecounterd in mijn lessen.”

3 inspecteur-adviseurs over interlevensbeschouwelijke competenties

Frank Stappaerts, inspecteur-adviseur zedenleer “Als je ouders betrekt in de interlevensbeschouwelijke dialoog, kan je ook thuis iets veranderen.”

Ahmed: “Alle leraren zouden misschien een minimum aan levensbeschouwelijke geletterdheid moeten hebben. De basis kennen van de verschillende levensbeschouwingen van de leerlingen in hun klas. Dat helpt om te kijken met een empathische bril, of helpt je gevoeligheden te zien, zeker als er in de wereld dingen gebeuren die leerlingen meebrengen naar de klas.”

Agnes: “In scholen van het officiële net zitten leraren van verschillende levensovertuigingen in het lerarenkorps. In katholieke dialoogscholen stelt het pedagogisch project dat het hele team meegenomen wordt in de interlevensbeschouwelijke dialoog. Enerzijds wordt van alle leerkrachten verwacht dat ze steeds met de interlevensbeschouwelijke bril geïntegreerd aan de slag gaan. Anderzijds wordt er ook verwacht dat ze gedurende een beperkt deel van de onderwijstijd een expliciet, gericht aanbod met ILC-focus aanbieden.”
 

Dan kom je bij de schoolcultuur, de missie en visie van een school.

Agnes: “Samen stilstaan bij de visie en missie van de school is ook belangrijk, want daar zitten de gezamenlijke waarden voor het lerarenteam: iedereen met de neuzen in dezelfde richting. Ook de dialoog tussen leraren is essentieel. Hoe sta je zelf in het leven? Als je onverdraagzaam bent, geen respect toont en vooroordelen hebt over wie anders denkt, kan je als leraar veel schade berokkenen. De directeur speelt een grote rol als bewaker van de schoolvisie.”
 

Soms horen leerlingen thuis een onverdraagzaam verhaal. Hoe ga je daar als school mee om?

Frank: “Je kan ouders betrekken in de interlevensbeschouwelijke dialoog. Dat biedt misschien een kans om ook thuis iets te veranderen. Communicatie is erg belangrijk. Ik krijg soms boze telefoontjes van ouders of grootouders: ‘We hebben in de tijd gevochten om ontvoogd te worden van dat katholicisme en nu moet mijn kleinzoon op bezoek naar de moskee, waar zijn jullie mee bezig?’ Leg dan uit wat je doet en waarom je daar als school voor kiest.”

Ahmed: “In een basisschool zaten leraren met de handen in het haar: jonge moslimkinderen die niet moesten vasten, wilden toch meedoen aan de ramadan. Ze zetten elkaar onder druk. We zijn toen gaan praten met de ouders met als boodschap: de school maakt zich zorgen over de gezondheid en welbevinden van jullie kinderen. En we willen ook niet dat ze elkaar onder druk zetten. Er was ook een gesprek met de kinderen zelf: ‘Oké, jij wil deelnemen aan de ramadan, fijn, maar dan doe je dat op een andere manier: door je gedrag te verbeteren, door oog te hebben voor de kwetsbaren’. Als je ouders inschakelt, heb je veel meer kans op succes.”

 

 


Ervaar jij problemen met religies en levensbeschouwing op school? Mail je vraag naar diversiteit.onderwijs@vlaanderen.be. Op zoek naar inspiratie? Check www.levensbeschouwelijkevakken.be en www.KlasCement.net.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 56.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...