Gepubliceerd op
Actueel

Verkiezingskoorts: Vlaamse partijen over onderwijs

Log in om te bewaren.

Op 26 mei 2019 kiezen we met z’n allen de 124 nieuwe leden van het Vlaams Parlement. Wat zijn de onderwijsplannen van de verschillende politieke partijen? Klasse vroeg het op de man/vrouw af. Klik en lees hun antwoorden!

1. Wat zijn volgens uw partij de 3 topprioriteiten?

  • Investeren in middelen en mensen voor het basisonderwijs: voldoende kinderverzorgers bij de jongste kleuters zodat de leraren hun lesopdracht beter kunnen vervullen. De financiering van kleuter- en lager onderwijs gelijktrekken.
  • Meer aandacht voor andere talen in het basisonderwijs: Frans, Engels en Duits vanaf het 3e jaar. CLIL ook in het lager onderwijs mogelijk maken.
  • Een echt loopbaanpact voor leraren. Meer aandacht voor begeleiding, opleiding en ondersteuning.
  • De N-VA wil dat de kern van onderwijs wordt gezet op leerwinst bereiken bij leerlingen door lesgeven opnieuw centraal te zetten en dat de leraren zich daarvoor kunnen inzetten. De N-VA wil ervoor ijveren dat leraren opnieuw worden ingezet en gewaardeerd voor het streven naar excellentie, in de zin van het maximale uit elke leerling halen.
  • De N-VA wil dat de ondersteuning effectief in de klas en in de scholen plaatsvindt en dat dit ook zo door leraren wordt ervaren in de toekomst.
  • Ten slotte wil de N-VA geëxperimenteer met allerlei pedagogische adviezen, zoals schrappen van examens en evaluaties met punten, vermijden en onderwijsrust brengen.
  • Het Vlaams Belang wil meer investeringen in schoolinfrastructuur, zodat opnieuw overal les kan worden gegeven in een kwalitatieve omgeving.
  • Het Vlaams Belang wijst nieuwe ideologisch gedreven hervormingen die de kwaliteit van ons onderwijs verder dreigen aan te tasten af. Het Vlaamse onderwijs heeft behoefte aan rust.
  • Het Vlaams Belang is voorstander van een systeem van centrale examens. Die kunnen een belangrijk instrument zijn om de kwaliteit van het onderwijs te meten en een beleid uit te stippelen.
  • Investeer in het basisonderwijs. We trekken de historische achterstand in de werkingsmiddelen recht. De directies krijgen meer beleids- en administratieve ondersteuning zoals in het secundair. We versterken het team met extra zorgleraren en bieden de mogelijkheid om masters met ervaring in te zetten. We investeren in de beste leraar voor de klas.
  • Zet in op Nederlands: de taal is de hefboom tot veel in onze samenleving.
  • Innoveer op alle mogelijke gebieden en speel vooral in op de toenemende digitalisering van de samenleving. Dat houdt in dat we ervoor zorgen dat iedereen over de nodige digitale geletterdheid beschikt en dat scholen zowel qua infrastructuur als qua leermiddelen mee zijn met de 21ste eeuw.
  • We willen de slaagkansen van alle leerlingen verhogen, onder meer door alle financiële drempels weg te werken en de nodige aandacht aan alle leerlingen te besteden in kleinere klasgroepen.
  • We pleiten voor een veelzijdige algemene en technische vorming van hoog niveau voor alle leerlingen. Hoofd (cognitief) en hart (emotioneel, ethisch), handen en benen (manueel, motorisch), theorie en praktijk, kennis en vaardigheden.
  • Om dat alles mogelijk te maken, is er nood aan een ernstige herfinanciering van het Vlaams en het Franstalig onderwijs. We voorzien in onze plannen jaarlijks 2 miljard euro extra investeringen in het onderwijs.
  • Leraren hebben recht op een haalbaar takenpakket, meer doorgroeimogelijkheden en meer begeleiding en opleiding op maat.
  • We investeren meer en gericht in jonge kinderen. Investeren in het basisonderwijs is een kwestie van gezond verstand.
  • We zetten in op kwaliteit. De lat mag hoog en leraren moeten voldoende tijd krijgen voor hun kernopdracht, lesgeven. Werken aan welbevinden en aan gelijke onderwijskansen zijn essentiële voorwaarden. We brengen extra ondersteuning binnen in de klas. Ondersteuning van de pedagogische begeleiding in de klas, meer zorgleraren, meer mogelijkheden voor co-teaching en teamoverleg.
  • We versterken de kwaliteit door ambitieuze en bindende eindtermen.
  • We houden onderwijs betaalbaar door een maximumfactuur in te voeren in het secundair en de schoolfactuur in het basisonderwijs te verlagen naar nul.
  • We maken van gelijke kansen opnieuw een speerpunt door voor leraren de ruimte te creëren om les te geven op maat van hun klas.

2. Hoe wil uw partij het lerarentekort oplossen?

  • Een sterke aanvangsbegeleiding zodat starters niet uitvallen.
  • Meer zij-instromers door administratieve drempels weg te werken.
  • Een langdurige campagne om de rol van leraar te herwaarderen.
  • Een job die voldoende uitdagend en flexibel, en dus werkbaar is.
  • Meer mannen en mensen met een migratieachtergrond aantrekken.
  • De instroom vergroten door de hervormde lerarenopleidingen.
  • Het lerarentekort stelt zich vooral in grote steden, en niet voor elk vak. Lokale besturen schatten het best de noden van hun scholen in.

Door de aantrekkelijkheid van en waardering voor de job te verhogen. Leraren moeten meer ruimte krijgen voor hun kerntaak: lesgeven. We gaan na of de vernieuwde lerarenopleiding de praktijkschok effectief verkleint waardoor leraren in de job blijven.

Eenmaal afgestudeerd, zetten we in op begeleiding van startende leraren door ervaren collega’s en bekijken of de opleiding hierin een rol kan spelen, in de klas en school. We willen we de zij-instroom versterken. De uitwisseling met de privésector willen we vergroten. Door leraren in élke school waar ze werken, onafhankelijk van het net, anciënniteit te laten opbouwen willen we hun werkzekerheid verhogen.

Het beroep van leraar moet aantrekkelijker worden. Beginnende leraren moeten goed begeleid worden en sneller jobzekerheid krijgen. Anderzijds moeten we ook de demotivatie van bepaalde leraren actief tegengaan door hun vertrouwen te geven, te verlossen van de regeldruk en bemoeizucht, en hen te ondersteunen voor zorgtaken. Leraren moeten zich opnieuw volledig kunnen focussen op hun kerntaak: kennis en vaardigheden overbrengen. Wanneer leraar een knelpuntberoep wordt, moeten we extra investeren in de herwaardering en promotie van lerarenopleidingen.

Met een breed gedragen actieplan willen we potentiële studenten met sterke profielen werven, de aanvangsbegeleiding versterken, creatief zoeken naar samenwerking met andere sectoren om specifieke profielen aan te trekken, LIO-banen (leraren in opleiding) bekend maken en stimuleren … Ook zij-instromers kunnen het tekort mee opvangen. Hun ervaring elders op de arbeidsmarkt kan bovendien een meerwaarde zijn in de klas. Daarnaast is een goed, competentiegericht personeelsbeleid in elke school cruciaal om de juiste profielen te werven en aan boord te houden.

We willen leraren met een vereist diploma loon- en werkzekerheid garanderen door een vaste benoeming na hoogstens 5 jaar en door de uitbouw van een volwaardige vervangingspool voor wie nog geen vaste plaats heeft. Startende leraren kunnen rekenen op een stevige aanvangsbegeleiding en moeten kunnen groeien in de job.

Verder stellen we de maatregelen van de huidige Federale en Vlaamse Regering die het lerarenberoep onaantrekkelijk maken in vraag. Denk aan langer werken voor minder pensioen, de afschaffing van de loopbaanonderbreking, de woordbreuk inzake de pensioenrechten bij VVP en Zorgkrediet en de sperperiode van 14 dagen vóór een verlof om zieke leraren te vervangen.

We willen nieuwe leraren die boeiende ervaringen hebben opgedaan buiten het onderwijs motiveren om leraar te worden. Dat vergt een regelluw kader zodat directies hen kunnen aanstellen en middelen om de anciënniteit van zij-instromers te erkennen. Via de brede school zorgen we ervoor dat het lerarenteam verweven is met een breder netwerk van partners in de schoolbuurt. We bieden de ervaren leraren ook meer doorgroeimogelijkheden en opleidingskansen aan.

Door in te zetten op werkbaar werk en een herwaardering van het lerarenberoep voorkomen we dat leraren vroegtijdig afhaken. Al deze aspecten moeten verankerd worden in een stevig loopbaanpact.

Er dreigt een tekort aan minstens 6000 leraren. Sp.a wil een ambitieus rekruteringsplan dat inzet op 4 pijlers:

  • Een ‘Talent for Teaching’-programma in het secundair onderwijs waarmee we jongeren stimuleren om leraar te worden en ze voorbereiden op de opleiding.
  • Volwaardige anciënniteit en een flexibel opleidingsaanbod voor zij-instromers.
  • Collectieve heroriëntering uit andere sectoren zoals de chemie of de bankensector.
  • Meer werkzekerheid voor starters om uitval tegen te gaan. Meer werkbaar werk voor álle leraren.

3. Hoe wil uw partij de job van de leraar werkbaar houden?

  • Door schooldirecteurs te professionaliseren, zodat zij hun leraren goed kunnen ondersteunen.
  • De vlakke loopbaan en beperkte arbeidsmobiliteit doorbreken. Wie een paar jaar de klas wil verlaten voor een andere job, mag daar niet voor gestraft worden.
  • Co-teaching en andere vormen van lesgeven zijn de toekomst.
  • Structurele nascholingstrajecten voor leraren om zich te specialiseren.
  • De lesopdracht inruilen voor een school- of jaaropdracht. Zo kunnen leraren onderling beter afstemmen.
  • Kleinere en beheersbare klassen voor leerlingen die verhoogde zorg nodig hebben.
  • Nutteloze administratie weg. Niet alleen de Wetstraat, ook inrichtende machten, koepels en pedagogische begeleiding moeten hierop inzetten.

Door leraren hun kerntaak maximaal te laten uitvoeren: lesgeven. Het aanleggen van een “witte lijst” aan documenten die echt moeten, geeft duidelijkheid over wat niet moet. Zowel financiële als personeelsmiddelen moeten maximaal ingezet worden in klas en school. Ondersteuning moet zicht- en voelbaar zijn in de klas. Vlaanderen heeft een van de hoogste ratio’s van 1 personeelslid op 8,4 leerlingen. Die verhouding wordt maar in weinig klassen gehaald. Dat moet tegen het licht worden gehouden. Bijkomende investeringen moeten in de klas en school worden gevoeld. Voor leerlingen die het Nederlands niet machtig zijn, voorzien we ondersteuning voor taalbaden Nederlands.

Leraren in het reguliere onderwijs moeten bovenop hun niet te onderschatten takenpakket ook de zorg dragen voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben. Dat aantal is fors toegenomen ten gevolge van het M-decreet en de snelle toename van anderstalige leerlingen. Het Vlaams Belang pleit voor een afbouw van het M-decreet en taalbadklassen voor anderstalige leerlingen waar ze een vol schooljaar bijgeschoold worden in onze taal. Elke school in het gewone onderwijs moet voldoende middelen krijgen voor de aanwerving van zorgleraren voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben.

  • Blijvende aandacht voor planlastverlaging, de leraar moet zo maximaal mogelijk met lesgeven bezig kunnen zijn.
  • Zorg voor sterke directeurs. Het beleidsvoerend vermogen van de school is zo bepalend voor welbevinden van medewerkers en leerlingen.
  • Meer handen voor de klas door te investeren in het basisonderwijs.
  • Een sterk engagement van elke ‘stakeholder’ (bv. onderwijsverstrekkers of vakbonden).
  • Een goed, competentiegericht personeelsbeleid in elke school is cruciaal. Het bevordert de motivatie van leraren en andere personeelsleden en laat hen toe zich te professionaliseren.

Kleinere klassen zijn een voorwaarde om de job haalbaar en werkbaar te maken. We trekken lessen uit het tijdsbestedingsonderzoek, dat nu onder de mat wordt geveegd. Zo willen we geen verhoging van het aantal lesuren voor masters, een herinvoering van de ‘bonusuren’ voor wie op verschillende vestigingen werkt en ook geen uren extra schoolwerk via de ‘schoolopdracht’. We zetten nutteloze administratieve verplichtingen stop.

We willen meer middelen en tijd om leraren de kans te geven zich regelmatig bij te scholen en ervaringen uit te wisselen. En met incentives als bonusuren willen we ervaren leraren stimuleren om op vrijwillige basis in uitdagende scholen of klassen les te geven.

We willen investeren in professionalisering en de begeleiding van leraren. Startende leraren krijgen een afgeslankte lesopdracht en aanvangsbegeleiding om zich te ontwikkelen. Ook de mogelijkheid om onderwijsassistenten met een graduaatsdiploma in te zetten, willen we onderzoeken. Dat kan tegemoetkomen aan reële verzuchtingen van leraren die overbevraagd zijn. Met meer handen in de klas zorgen we voor een haalbaar takenpakket. De overheid moet investeren. De vakbonden en werkgevers zullen taboes moeten laten varen om verschillende vormen van ondersteuning in onderwijs mogelijk te maken.

Werkbaar werk is de kern van een lerarenloopbaanpact. Met een nieuw carrièremodel dat de taakinvulling van leraren afstemt op de noden van de school en de talenten en de levensfase van de leraar zelf, houden we de job attractief en werkbaar. We gaan de uitval van leraren tegen door een echte planlastverlaging, door een bindend streefcijfer te bepalen als overheid en onderwijsverstrekkers. We versterken het HR-beleid op school. Een sterke pedagogische directeur krijgt de ruimte om het lerarenteam aan te sturen en heeft voeling met de noden van het team. Dat is de beste garantie op een gezonde werkomgeving.

4. Hoe wil uw partij het M-decreet verder invullen?

We willen weg van ad-hocoplossingen. Daarom moeten we nadenken: waar willen we naartoe? Het buitengewoon onderwijs laten verdampen of die scholen net meer uitbouwen tot expertisecentra? Klassen van het gewoon en het buitengewoon onderwijs op één campus samenbrengen? Kennis en ervaring mag niet versnipperd raken. Samenwerking over alle netten heen is noodzakelijk en klassen in het gewone onderwijs met kinderen uit het M-decreet, moeten voldoende klein zijn.

We sturen het M-decreet en de uitvoering ervan bij zodat alle leerlingen maximale leerkansen krijgen, hetzij in het gewoon onderwijs voor zij die het – al dan niet met extra zorg – kunnen, hetzij in het buitengewoon onderwijs voor wie het nodig is. Leerlinggebonden ondersteuning op school is wenselijk want voor iedereen duidelijk.

Het buitengewoon onderwijs én de expertise van de mensen die daar werken zullen we behouden.

Ook voor (uitermate) hoogbegaafden en snel-lerenden zullen we de nodige aandacht moeten geven.

Voor sommige leerlingen zal het inclusief onderwijs inderdaad een succesverhaal zijn, maar in de meeste gevallen zijn leerlingen met beperkingen gebaat bij onderwijs op maat. Hiervoor zijn de scholen van het buitengewoon onderwijs met al hun expertise het meest aangewezen. Het Vlaams Belang pleit dan ook voor een uitdoofscenario voor het M-decreet.

‘Gewoon onderwijs waar kan, buitengewoon als het moet’ is ons uitgangspunt. Dat geven we vorm in een begeleidingsdecreet gericht op leerwinst voor elke leerling. We vinden beide onderwijsvormen complementair en willen drempels wegnemen om sterker en geïntegreerd samen te werken. Dat kan door voldoende ondersteuning in de klas, efficiënt ingezet dichtbij de leraar en de leerling. Daarvoor moeten ondersteuningsnetwerken hun expertrol in de klas waarmaken en willen we de FAST-teams uitbreiden. Tot slot willen we het buitengewoon onderwijs moderniseren: niet indelen op medische typologie, maar veeleer op zorgzwaarte.

We geloven in het principe van inclusie van leerlingen met een beperking of een leerprobleem. Maar er zijn heel wat uitdagingen om het M-decreet op een respectvolle manier uit te voeren. We willen werk maken van een sterkere samenwerking tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs. Zodat we de sterke troeven van ons buitengewoon onderwijs kunnen uitbreiden en inzetten in het gewoon onderwijs. De professionele ondersteuning die vandaag aanwezig is in het buitengewoon onderwijs willen we uitbreiden naar het gewoon onderwijs.

We willen leraren in het gewoon onderwijs de tijd en de middelen geven om zich te professionaliseren. We maken co-teaching en de inzet van specialisten in de klas mogelijk.

Groen zal meer mensen en middelen inzetten om de transitie naar inclusief onderwijs waar te maken. Dit raakt aan de grondrechten van kinderen en we hebben ons daar internationaal voor geëngageerd. Een beter geplande en gefaseerde doorstroming van de leerlingen van het buitengewoon naar het gewoon onderwijs zal de onzekerheid bij scholen, leraren en ouders wegnemen. Om de ondersteuning van de leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften beter te waarborgen, werven we bijkomende zorgleraren aan. We voorzien meer kindgebonden financiering. Het recht op inspraak voor ouders bij de beslissing over de ondersteuning van hun kind moet verzekerd worden.

Sp.a streeft naar zorg op maat voor elke leerling. De hervorming van de zorgondersteuning leidt ertoe dat zorgbegeleiders meer in hun wagen zitten dan bij de leerlingen. Sp.a wil voldoende zorgondersteuning voorzien zodat basiszorg voor elke leerling en individuele begeleiding van leerling en leraar mogelijk is. De zorgondersteuning op bovenschools niveau wordt regionaal en netoverschrijdend georganiseerd om de bestaande middelen efficiënter aan te wenden. We willen meer ruimte voor het gesprek over zorg op school tussen leerling, ouders, schoolteam en CLB om tot een gedragen zorgbeleid te komen.

5. Welke acties stelt uw partij voor om de kloof tussen sterke en zwakke leerlingen te verkleinen én de toppresteerders uit te dagen?

Ondanks alle inspanningen sinds 2002 is de kloof gegroeid. Maar hoe groot zou die zijn zonder die maatregelen? Het gevoerde beleid kan beter, maar SES-middelen afschaffen of herberekenen is voor ons niet aan de orde.
Gelijke onderwijskansen en excelleren gaan hand in hand. Dat lukt door goed opgeleide leraren die inzetten op differentiatie. We blijven ook leerlingenbegeleiding en zorg versterken, willen wetenschappelijk onderzoek naar de klasvloer overbrengen. En ook de uitrol van het gemoderniseerd secundair onderwijs – in het eerste jaar 27 uur basis en 5 uur keuze – en de nieuwe eindtermen – met basisgeletterdheid, de lat waar iedere leerling over moet – helpen alle leerlingen.

In ons onderwijs moet het streven naar excellentie primeren. Elk kind uitdagen volgens zijn eigen talenten, op zijn eigen niveau, soms in een specifieke context. Net door de lat hoog genoeg te leggen en te houden, slagen we erin om leerlingen met een zwakkere startpositie te versterken én blijven we leerlingen met een sterkere startpositie uitdagen. In plaats van nivellering en niveauverlaging kiest de N-VA uitdrukkelijk voor opwaardering en niveauverhoging in het belang van elke leerling.

  • Eindtermen zijn minimumdoelstellingen en mogen niet leiden tot nivellering. Scholen die hun leerlingen meer willen en kunnen aanleren dan de eindtermen verplichten, moeten daartoe de vrijheid hebben en mogen niet terechtgewezen worden door de inspectie.
  • Slimme informaticatoepassingen kunnen helpen bij het aanbieden van onderwijs op maat, zowel voor de sterkere als voor de zwakkere leerlingen.
  • Het gezag van de leraar moet worden hersteld.
  • Andere talen dan het Nederlands mogen niet worden toegelaten op de speelplaats.
  • We focussen op de leerwinst die iedere leerling kan boeken, niet op de kloof.
  • We willen scholen duidelijke minima geven waar ze elke leerling over moeten helpen: basisgeletterdheid, heldere eindtermen.
  • Door meer te doen met de resultaten van peilingen, gevalideerde proeven, inspectierapporten willen we het kwaliteitsbeleid van scholen versterken.
  • We willen dat ons onderwijs sterke leerlingen specifieke aandacht geeft, hoogbegaafde jongeren beter begeleidt en voldoende differentieert. De modernisering SO eerste graad biedt die differentiatiekansen.

We denken dat kleinere klassen cruciaal zijn om met alle leerlingen vooruit te kunnen gaan. Zowel om sterke leerlingen uit te dagen als om zwakkere leerlingen te remediëren.

We zien dat door zwakkere leerlingen in homogene groepen te concentreren, de verwachtingen vaak naar beneden worden bijgesteld. Hoge verwachtingen van de leraar zijn nochtans cruciaal. We zijn daarom voorstander om tot een zekere leeftijd met heterogene groepen te werken, waarbij aan alle leerlingen voldoende hoge verwachtingen worden gesteld en zwakkere leerlingen worden meegetrokken door sterkere leerlingen.

We zetten in op een veelzijdige vorming, uitdagend en maatschappelijk relevant voor alle leerlingen.

Wij willen werkingsmiddelen gerichter toekennen aan scholen die het echt nodig hebben. Ongelijke situaties moeten met ongelijke middelen worden aangepakt. Voor scholen met een opeenstapeling van zorgnoden is er nood aan een gerichte injectie van investeringen in omkadering en werkingsmiddelen. Zo kunnen ze dit inzetten voor taalbeleid, differentiatie naar boven, extra nascholing of pedagogisch materiaal om gelijke onderwijskansen te bevorderen. Meer aandacht geven aan leerlingen met specifieke noden vergt immers een andere manier van lesgeven. Toppresteerders zijn gebaat bij binnenklasdifferentiatie. Daar willen we leraren in ondersteunen.

Ons onderwijs worstelt met de grote kloof tussen leerlingen en wil alle leerlingen uitdagen op hun talenten. Er is nood aan een nieuw ambitieniveau in ons onderwijs. Door de eindtermen, de absolute minimumlat, bindend te maken voor alle leerlingen, zorgen we ervoor dat elke leerling over de minimale competenties beschikt om te kunnen functioneren in de maatschappij. We zorgen voor voldoende ruimte voor leraren om de individuele leerling op zijn of haar talenten uit te dagen. We voorzien voldoende middelen voor de werking en personeel op schoolniveau, versterken co- en teamteaching en voeren een talentgericht oriënteringsbeleid.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...