Gepubliceerd op
Klastips

Check je toetstaal

Waarom haalt Jarne een onvoldoende, terwijl je zeker weet dat hij de leerstof kent? Misschien is de toetstaal wel zijn struikelblok. Door onduidelijke vragen vinden minder taalvaardige leerlingen moeilijker het juiste antwoord. 5 tips.

Vermijd algemene schooltaalwoorden

Dat zijn woorden zoals indeling, kenmerken, factoren … Vermoed je dat niet alle leerlingen die kennen? Kies eerder voor een alledaagse formulering.

Voorbeeld

DON’T

Vraag: Geef de indeling van de klimaatgebieden en de spreiding van elk klimaat.

DO
a. Welke klimaten zijn er op aarde te vinden?
b. Welk klimaat vinden we in welk gebied?

 

Geef ook niet-talige leerlingen de kans

Geef ze de kans om te bewijzen dat ze het antwoord op de vraag kennen. Dat kan door verschillende vraagvormen aan te bieden.

Voorbeeld

DON’T

“Geef de definitie van:
a. Lintbebouwing
b. Verkaveling

DO
a. Duid op volgende satellietfoto een lintbebouwing en een verkaveling aan.
b. Waar of niet waar?
c. Leg telkens uit waarom.

  • Lintbebouwing vind je terug in de stadskern.
  • Een verkaveling is een gebied verdeeld in stukken.
  • Zet het juiste woord bij volgende foto’s: verkaveling, lintbebouwing.

 

Gebruik het juiste vraagwoord

Als je een definitie wilt, gebruik dan ‘wat is’. Anders creëer je verwarring over wat je van de leerlingen verwacht.

Voorbeeld

DON’T

“Wanneer spreekt men van symbiose en wanner van mutualisme?

DO
a. Wat is symbiose?
b. Wat is het verschil met mutualisme?

 

Vermijd onduidelijke uitdrukkingen

Denk aan: bespreek – omschrijf – beschrijf – verklaar – vergelijk – schets – illustreer – licht toe. Dan zijn verschillende antwoorden mogelijk zijn. Splits brede vragen in deelvragen op zodat duidelijk is welke denkhandeling de leerlingen moeten maken.

Voorbeeld

DON’T

“Wat weet je over de Europese Commissie? Wees volledig a.u.b.”

DO
a. Omschrijf met eigen woorden in 3 regels wat de Europese Commissie is.
b. Wie maakt deel uit van de Europese Commissie?
c. Geef 5 voorbeelden van opdrachten van de Europese Commissie.

 

Maak de zinsbouw niet nodeloos complex

Beperk je tot 1 vraag per zin.

Voorbeeld

DON’T

“Wat zijn de belangrijkste voor- en nadelen van de geziene technieken om het weer te voorspellen?”

DO
a. Met welke 3 technieken kunnen we het weer voorspellen?
b. Wat zijn de voor- en nadelen van elke techniek?

 
Te veel leerlingen haalden een onvoldoende op je toets of examen? Evalueer je examen op taal met de kijkwijzer ‘Evalueren en taalvaardigheid‘.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...