Gepubliceerd op
Specialist

“Als we betere lezers willen, kunnen we ze niet leren tanden poetsen”

De onheilspellende berichten over het niveau van begrijpend lezen sloegen ons de afgelopen jaren om de oren. Daarom werkt Jan Rijkers met de Taalraad aan een marshallplan. Dat moet het leesonderwijs een nieuw elan geven en een effectieve leesdidactiek binnenbrengen in scholen.

Portret van Jan Rijkers

Wat is precies het probleem met ons leesonderwijs?

Jan Rijkers, voorzitter van de Taalraad: “Verschillende onderzoeksresultaten voor Vlaanderen en Nederland baren grote zorgen. Het PIRLS-onderzoek 2016 bij 10-jarige lezers bijvoorbeeld. De scores dalen fors ten opzichte van 2006. We scoren ook minder goed dan andere West-Europese landen en wereldwijd zakt Vlaanderen van plaats 13 naar 32. Een beetje zalf op de wonde is onderzoek van Bieke De Fraine (KULeuven), waaruit blijkt dat de achterstand bij dezelfde 10-jarigen uit PIRLS op het einde van de basisschool gedeeltelijk is ingehaald.”

“Uit de PISA-resultaten bij de 15-jarigen blijkt tot nu toe geen spectaculaire achteruitgang, al zijn de signalen over de komende resultaten niet hoopgevend. Een enorm probleem is dat we al jaren met een soort lost generation zitten van 15 á 20% die niveau 2 van de test niet haalt, het minimumleesniveau om je als volwassene te kunnen handhaven in de maatschappij. Die mensen kunnen geen handleiding lezen voor het werk, hebben grote moeite om een formulier in te vullen en snappen niet wat de overheid communiceert.”

“Ander onderzoek bevestigt de tendensen. In de peilingsproef uit 2018 over het beheersingsniveau van de eindtermen bij de overgang naar het secundair onderwijs in Vlaanderen zakt de score van 92% naar 84%. Slechts 84% haalt dus het basisniveau.”

“Nog een sterk signaal is onderzoek van Jan T’ Sas (UAntwerpen) in de lerarenopleidingen. Docenten en studenten vinden leesmotivatie van groot belang, maar dat wordt niet vertaald naar aandacht ervoor in de opleiding. Nog zorgelijker is dat leraren in spe worstelen met hun eigen leesmotivatie. Ze lezen zelf niet graag. Dat is als een stratenmaker die niks met stenen heeft of een econoom die niet van cijfers houdt. Leesmotivatie is een van de sleutels om te komen tot begrijpend lezen. Hoe kunnen leraren die zelf niks met lezen hebben, leesmotivatie bevorderen?”
 

Waar liggen de oorzaken?

Jan Rijkers: “Uit PIRLS weten we dat veel minder tijd gereserveerd wordt voor lezen dan 20 jaar geleden. Er is vooral minder aandacht voor technisch lezen, het vlot kunnen verklanken van wat er staat. Vlot technisch kunnen lezen is essentieel, maar het schiet erbij in omdat scholen in Vlaanderen en Nederland veel andere doelstellingen moeten realiseren: EHBO, tanden poetsen, beweging, drugpreventie, gezond leven, met geld leren omgaan …”

“Een andere vrij simpele verklaring is dat teksten in de basisschool zelden langer zijn dan een halve bladzijde. Bij PIRLS moeten ze ook langere teksten begrijpen.”
 

Speelt toegenomen diversiteit ook een rol?

Jan Rijkers: “Meertalige leerlingen hebben meer moeite om een bepaald leesniveau te bereiken. Maar zelfs als je hun scores in PIRLS niet meetelt, doen we het veel minder goed dan voorheen.”

“Scoren die moedertaalsprekers minder goed omdat ze in de klas zitten met meertalige leerlingen? Vooralsnog wordt die hypothese niet ondersteund door onderzoek. Een licht heterogeen samengestelde groep blijkt voor de betere lezers geen hinderpaal en voor de zwakkere lezers een meerwaarde.”

“Toch krijg je geen eenduidig beeld. Als je meer algemeen kijkt naar PISA voor functionele of wetenschappelijke geletterdheid of wiskunde, dan zie je nog iets anders. In Vlaanderen had je in het verleden weliswaar uitschieters aan de onderkant, maar zeker ook aan de bovenkant. Dat is nu wat minder. We kunnen dus niet uitsluiten dat sterke leerlingen gehinderd worden door meer hulpbehoevende leerlingen in de klas, maar het vraagt onderzoek om vast te stellen of dat echt zo is.”
 

De Taalraad moet het tij keren. Hoe kwam die tot stand?

Jan Rijkers: “Toen in december 2017 de resultaten van PIRLS naar buiten kwamen, leidde dat tot veel vragen, ook in het Vlaams Parlement. Minister Crevits organiseerde toen een werkbezoek aan Nederland. Meteen daarna beslisten de ministers van Onderwijs in Vlaanderen en Nederland om een gezamenlijke Taalraad op te richten. De basisopdracht is een actieplan op te stellen voor wat moet gebeuren opdat de leesvaardigheid weer toeneemt.”

“De raad bestaat uit een 15-tal leesdeskundige ‘handlangers van het onderwijs’ in Vlaanderen en Nederland: leraren, lerarenopleiders, onderzoekers, curriculum- en toetsontwikkelaars en pedagogisch begeleiders. Zo kan wat uit de Taalraad komt meteen doorstromen naar de praktijk.”
 

Hoe ver staan jullie intussen?

Jan Rijkers: “We werken bottom-up, vanuit de goede voorbeelden van 15 scholen. Die brengen we in contact met andere scholen. We beschrijven hun aanpak en eventuele valkuilen. Die praktische insteek koppelen we aan wetenschappelijk onderzoek naar de implementatie van effectieve leesdidactiek. Wat werkt wel, wat niet? We zullen die praktijken ook bundelen.”

“We maakten een zo concreet mogelijk actieplan voor alle niveaus. Alle partijen, pedagogisch begeleiders, lerarenopleidingen, onderzoekers, nascholers, uitgeverijen en de overheid, zullen een eenduidige boodschap brengen over wat nodig is om een effectieve leesdidactiek binnen te brengen in onze scholen. Het wordt een speerpunt in de lerarenopleidingen en het enige onderwerp van prioritaire nascholingen in Vlaanderen voor de komende 2 schooljaren.”
 


Het ontbrak scholen de afgelopen 20 jaar aan een geïntegreerde, brede, beleidsmatige aanpak. Die is nodig om het leesonderwijs op een hoger niveau te krijgen.

Jan Rijkers - voorzitter van de Taalraad

Wat zijn de krijtlijnen van zo’n effectieve leesdidactiek?

Jan Rijkers: “Als je alle onderzoek op dat punt vergelijkt, bepalen volgens mij 4 factoren of iemand goed begrijpend kan lezen: zijn algemene intelligentie, kennis van de wereld, technisch leesniveau en leesmotivatie. Daarnaast spreekt men van ‘kilometers maken’, maar dat hangt vooral samen met leesmotivatie.”

“Intelligentie is moeilijk te beïnvloeden, maar op de andere 3 moet je tegelijk inspelen. Bijvoorbeeld: in sommige basisscholen lezen leerlingen minstens 2 keer per week een kwartier vrij. Dat gebeurt systematisch, georganiseerd, begeleid, zonder verdere opdracht. Dat werkt uitstekend voor de leesmotivatie, maar dan ben je er niet.”

“Het ontbrak scholen de afgelopen 20 jaar aan een geïntegreerde, brede, beleidsmatige aanpak. Die is nodig om het leesonderwijs op een hoger niveau te krijgen. Scholen moeten zich afvragen hoe lezen past binnen hun visie op onderwijs. Wil je lezen met of zonder methode? Oefen je het geïsoleerd of geïntegreerd in andere vakken? Hoe je het aanpakt, daar kan je alle kanten mee uit, als je schoolbeleid maar inspeelt op alle factoren. Het is dringend nodig dat we scholen daarin ondersteunen.”
 

Moeten leraren dan massaal bijscholen?

Jan Rijkers: “Dat is zeker nodig, want op het punt van effectieve leesdidactiek valt er nog veel winst te behalen, zo blijkt ook uit onderzoek. We moeten wel bedenken dat er in de afgelopen jaren al veel is bereikt. 25-30 jaar geleden was er nog nauwelijks sprake van gericht leesonderwijs. Je kreeg als leerling een tekst voor je neus met vragen en – in Vlaanderen – ook nog eens in de vorm van invuloefeningen. Als iets niet helpt om te leren begrijpend lezen, dan is het wel woordjes moeten invullen. Toch leerden veel leerlingen uitstekend lezen, ondanks de leesmethodes. Maar wie het niet uit zichzelf oppikte, bleef in de kou staan.”

“Dus kwam er een aanpak, gelijk voor iedereen, met instructies over alle mogelijke leesstrategieën. Er gebeurde iets strategisch, maar het bleek contraproductief. Leerlingen werden tot vervelens toe gebombardeerd met leesstrategieën, met als gevolg dat ze vooral niet meer wilden lezen. Zomaar leesstrategieën aanbrengen werkt niet, blijkt uit recent onderzoek. Je moet heel zorgvuldig kiezen welke strategieën je aanbrengt, in welke volgorde en met een duidelijk doel.”

“Nu weten we dat we leerlingen strategisch moeten laten lezen. Dat betekent lezen om een concreet, voor de leerling interessant, probleem op te lossen. Niet lezen om daarna wat vraagjes bij de tekst op te lossen.”
 

Lezen moet dus altijd doelmatig zijn?

Jan Rijkers: “Precies. Dat doel kan ook plezier in lezen zijn, maar bij begrijpend lezen gaat het om iets concreets, interessants en realistisch leren van een tekst. Dat doe je niet door een pseudorealistische situatie creëren. Een wat extreem voorbeeld: in sommige Nederlandse taalboekjes stond een schrijfopdracht waarbij leerlingen een brief moeten schrijven naar de koningin om te protesteren tegen de aanleg van een nieuwe ringweg rond het dorp. We hebben al sinds enige jaren een koning, je zal maar in een dorp wonen waar geen ringweg gepland is en de koning beslist helemaal niet over ringwegen.”

“Wat is dat toch voor een opdracht? Leerlingen strategische schrijvers of lezers laten worden, vraagt om echte problemen die opgelost moeten worden. Dat is de volgende stap die we moeten zetten.”

Portret van Jan Rijkers

“Ik zie liever een handboek voor de leraar met suggesties voor leesactiviteiten, dan een voorgeschreven lesboek met invuloefeningen voor de leerling.”

Conclusie: we moeten af van handboeken?

Jan Rijkers: “Handboeken, lesmethodes en lesboeken kunnen zeker waardevol zijn. Maar ik zie liever een handboek voor de leraar met suggesties voor leesactiviteiten, dan een voorgeschreven lesboek met invuloefeningen voor de leerling. Je moet als leraar hulp krijgen over wat je wanneer op welke manier kan doen, maar als het te veel voorgekauwd is, valt het leesplezier weg en kunnen leerlingen niet goed leren lezen.”
 

Moet je die goede leesdidactiek ook binnenbrengen in andere leerstofonderdelen?

Jan Rijkers: “Collega’s van andere vakken hebben een minimale basis nodig qua leesdidactiek. Ze moeten ook bijdragen aan goed lezen, met plezier, door het gebruik van teksten op niveau en interessante opdrachten.”

“Ik schrok erg van een Nederlands onderzoek naar teksten in handboeken geschiedenis voor het eerste jaar secundair, vergelijkbaar met de B-stroom in Vlaanderen. Leerlingen krijgen een tekst van een halve bladzijde, waar ze een samenvatting van moeten maken om de inhoud te leren. Hoe doe je dat als de buitengewoon ‘kromme tekst’ al een samenvatting is? Goede teksten, met een interessante inhoud, maar ook een goede opbouw en samenhang, zijn van het grootste belang.”

“Daarom ontwikkelen we nu een kijkwijzer voor methodes: bevat de methode die goede teksten en past de aanpak bij een effectieve leesdidactiek? De bedoeling is dat we uitgevers mee in het bad trekken.”
 

Zie je nog andere manieren om leesmotivatie te stimuleren?

Jan Rijkers: “Wellicht nog beter dan het onderwijs weet de cultuursector hoe je dat doet. Daarom brengen we onderwijs en cultuur met elkaar in contact. We bezochten 2 Nederlandse scholen waar de buurtbibliotheek in de school is. De gemeentelijke bib levert leesmotivatiedeskundigen die samen met de school op zoek gaan naar initiatieven.”

“In Eindhoven krijgen sociale huurders een fikse korting van 100 euro per maand als ze zich als leesvrijwilliger aanmelden bij de basisschool in de buurt. Ze lezen met de kinderen in kleine groepen, spreken over de teksten, doen spelletjes en lezen voor. Stuk voor stuk activiteiten waarvan onderzocht is dat ze effect hebben. Of ze kinderen hebben op de school of niet, doet er niet toe. Ze moeten het minstens een jaar doen en behouden nadien sowieso de korting. Er is de laatste jaren nog niemand gestopt als vrijwilliger.”
 

Is dat een manier om leerlingen ‘kilometers te laten maken’?

Jan Rijkers: “Veel lezen is belangrijk. Als intelligentie, kennis van de wereld en technisch lezen goed zitten, blijkt goed begrijpend lezen toch moeilijk als er geen kilometers gemaakt worden. Je moet je leerlingen dus verleiden om meer te lezen.”

“Ik zag een basisschool waar ze met een leesbingo werkten. Het stelt inhoudelijk niks voor, zeiden ze zelf, maar het werkt als een trein. Op een A4 hadden ze een groot aantal vakjes gemaakt, met per vakje een plek waar je een kwartier vrij kan lezen: het toilet, het bureau van de directeur, op de speelplaats, onder de tafel … De leerlingen vinkten af. Ze mochten pas naar dezelfde plek als hun kaart vol was. Kleine dingen werken mee, maar ze moeten wel een onderdeel zijn van een brede, geïntegreerde aanpak, vanuit een doordacht leesbeleid.”
 


Ingrijpen in het leesproces is nog een stuk ingewikkelder voor lezen en luisteren dan voor schrijven en spreken.

Jan Rijkers - voorzitter van de Taalraad

Volstaan die ingrepen om die 15-20% zeer zwakke lezers weg te werken?

Jan Rijkers: “Voor die groep moeten we ons extra inspannen, bijvoorbeeld door veel meer in te zetten op formatieve feedback. Dat betekent dat je tussendoor het leesniveau meet, zodat je weet of leerlingen vorderingen maken op basis van je aanpak.”

“Maar ingrijpen in het leesproces is nog een stuk ingewikkelder voor lezen en luisteren dan voor schrijven en spreken. Je kan geen feedback geven op het lezen of luisteren zelf, alleen op wat iemand ermee doet. Er zijn zeker hulpmiddelen voor het volgen van het leesniveau van leerlingen, maar het aanbod is volgens de Taalraad nog onvoldoende.”

“We evalueren begrijpend lezen nog veel te generiek. Om het exacte niveau of de precieze problematiek vast te stellen heb je interactieve doortoetsmogelijkheden nodig. Bijvoorbeeld Diataal heeft dat soort testen wel al ontwikkeld en Vlaamse scholen maken er gretig gebruik van. Maar er moeten meer en breder inzetbare producten komen.”
 

Ik hoor veel praktijken voor het basisonderwijs. Zie je ook kansen in secundair?

Jan Rijkers: “Er is veel minder aandacht voor, omdat mensen er te makkelijk van uitgaan dat onderwijs in begrijpend lezen dan niet meer nodig is. Maar het ligt gecompliceerder. Er zijn best veel leerlingen die in het secundair geen behoefte hebben aan expliciet leesonderwijs. Het volstaat dat ze veel lezen. Een andere groep komt toe met wat extra oefentijd. Maar voor minstens 15 tot 20% is expliciet leesonderwijs net wel belangrijk. Die groep wordt nu onvoldoende bediend.”

“Er is een veel sterkere differentiatie nodig. Een minderheid van scholen volgt het leesniveau van zijn leerlingen in het secundair. Maar als je daar geen beeld van hebt, doe je maar wat. In Nederland gebruiken steeds meer scholen de CITO VAS-toetsen, waarin het leesniveau 1 of 2 keer per jaar gemeten wordt. Dat kan ook in het secundair. Zo weet je wat je inspanningen opleveren en zie je per leerling in welke leescategorie die valt.”

“In hoeveel Vlaamse secundaire scholen legt men alle docenten de beginselen van effectieve leesdidactiek uit? Waar is men gericht met leesmotivatie bezig in samenspraak met de cultuursector? Die scholen zijn er nochtans en daar kunnen andere scholen van leren. Kansen genoeg, dus.”
 

Een laatste factor om goed begrijpend te lezen is ‘kennis van de wereld’. Kan je daar als school veel invloed op uitoefenen?

Jan Rijkers: “Om te begrijpen wat je leest, heb je referentiekaders nodig om de informatie aan op te hangen. Je kan dat op verschillende manieren stimuleren. Ga bijvoorbeeld voor een rijk aanbod aan leesopdrachten bij WO of wetenschap.”
 

Scholen staan nu al zwaar onder druk. De acties die jullie voorstellen zullen opnieuw tijd kosten. Zullen ze niet ondergesneeuwd raken?

Jan Rijkers: “Dat is een grote zorg. Onze acties mogen niet leiden tot meer belasting. Een directeur zei me: “Ik ben het helemaal met je eens, maar zeg me eens wat ik van het programma moet halen. EHBO?” Ik beslis daar niet over, maar ik weet wel zeker dat het niet zal lukken zonder er iets af te halen. We zullen prioriteiten moeten stellen. Als we betere lezers willen, zullen we ze niet kunnen leren tanden poetsen. Misschien moeten we dat overlaten aan de ouders.”
 

Dit artikel heeft als onderwerp Dit artikel is interessant voor een

Klasse Magazine = cadeau aan jezelf *

  • 4 kwaliteitsnummers met inspiratie van leraren en experts.
  • Fraai ondersteunend materiaal (kalender, poster, ...)
  • Je Lerarenkaart 2020 valt gewoon in je brievenbus.
*Betaal vóór 30 oktober en krijg je Lerarenkaart 2020 thuisbezorgd.