Gepubliceerd op
Klastips

Zo hangen je leerlingen aan je lippen

Kinderen anderhalf uur geboeid laten luisteren? Daar draaien de makers van de ‘Heerlijke Hoorspelen’ hun hand niet voor om. “Door humor, spanningsopbouw of een hoek van de personages af te halen”, vertellen Paul Wauters en Koen Brandt van het Geluidshuis. Welke technieken gebruik jij straks in je les?

auteur Paul Wauters en regisseur-componist Koen Brandt van Het Geluidshuis

Kinderen kunnen hun aandacht er niet langer dan 5 minuten meer bijhouden. Jullie bewijzen het tegendeel?

Paul Wauters, auteur, en Koen Brandt, regisseur-componist: “Toen we 15 jaar geleden – samen met illustrator Mark Borgions – startten met de ‘Heerlijke Hoorspelen’ was dat een teer punt: hoe laat je kinderen luisteren zonder beelden? Vanaf dag één was iets maken dat nooit verveelt – gedurende anderhalf uur – onze hoofddoelstelling. De uitgeverijen geloofden er niet in, dus startte Koen zelf een uitgeverij op.”

“Een voordeel, want daardoor konden we altijd onze eigen goesting doen. Zondigen tegen de regels die mensen zichzelf opleggen als ze tegen kinderen praten. ‘Cloaca’, welk kind kent dat? Maar het is een plezant woord en er zal wel iemand zijn die het uitlegt. Dus gebruiken we het.”

“We lezen het script steeds vanuit de luisteraar: hier zijn we ze kwijt, die uitleg is te lang, er zijn te veel personages … Of: we hebben veel informatie gegeven, nu moet er iets komen om dat te verzachten. Een grapje, een liedje … Ook de vertelstijl is belangrijk: niet te braaf en te kinderachtig. Net boven de hoofden van de kinderen zodat hun nieuwsgierigheid wordt geprikkeld.”
 

Best een moeilijke oefening?

Paul Wauters en Koen Brandt: “Ja, maar eigenlijk net dezelfde oefening als leraren elke dag maken. Ik heb een uur en ik moet dat en dat en dat kwijt. Ik begin met een grote aandachtspiek, zeg iets dat ze niet verwachten en begin te vertellen. Timing, kleur, detail, intonatie … iedereen kan die technieken toepassen. In Koning Odysseus beginnen we met een liedje over een paard dat niets met een koning te maken heeft. Je snapt er niets van en dan, aha, het paard van Troje. Je nieuwsgierigheid is geprikkeld.”


Ga eens op je lessenaar staan in plaats van erachter te zitten

Paul Wauters en Koen Brandt - Geluidshuis

“De leraren die buiten de lijntjes kleuren, dat zijn de leraren die je je herinnert. Dat moet niets excentrieks zijn: ga eens – zoals in de film Dead Poets Society – op je lessenaar staan in plaats van erachter te zitten. Of neem eens je gitaar mee en de leerlingen denken ‘o,o foute boel!’. Maar als je er mee weg geraakt, is het oké. Onze meeste technieken hebben we zelf geleerd van onze beste leraren.”
 

Wat is jullie favoriete techniek?

Paul Wauters en Koen Brandt: “De invalshoek een paar graden verleggen. We hebben van Koning Odysseus een ‘stoefer’ gemaakt. Als Griekse held moet hij heldhaftig zijn, maar hij wil met zijn heldendaden vooral op een vaas schitteren. Door zijn zwakke kantjes te tonen – en hem niet op te hemelen zoals iedereen – maak je hem meteen een pak interessanter.”

Of je kiest de kant die je niet verwacht. Reinaert de Vos is een meedogenloze schurk en wij maken hem sympathiek. Hij liegt en bedriegt, maar je bewondert hem wel omdat hij overal mee wegkomt. En zijn slachtoffers zijn zageventen en zwakkelingen. In het originele verhaal is dat ook zo, maar wij hebben dat uitvergroot. Hetzelfde met Shakespeare. Voor Engelse kinderen zijn de toneelstukken al een pest, laat staan voor kinderen die nog niet goed Engels kunnen. Maar zijn werk zit vol intriges. De interactie tussen de personages in oude, stoffige verhalen is zo eigentijds. Mensen zijn in 10.000 jaar tijd niet veranderd. Maak verbinding met vandaag zodat je klas voeling kan hebben met je personages.”

“Veel kinderen haten geschiedenis, zo droog, datums vanbuiten leren … Maar dat vak zit vol verhalen. Vertel het dan ook zo! ‘Dat is wel een straffe, dat is een echte filou …’ Historische figuren waren vooral ook mensen. Met een excentriek trekje, anders waren ze niet beroemd. Als ze saai waren, in de pas liepen, hadden we er nooit over gehoord. Geef hun genoeg kleur, vertel pittige details, ook al zijn die niet per se waar. Als je over Napoleon leert, vertel dan dat hij zeer klein geschapen was.”

auteur Paul Wauters en regisseur-componist Koen Brandt van Het Geluidshuis

Paul Wauters en Koen Brandt – Geluidshuis: “De eerste wetenschappers waren mafkezen. Vertel je leerlingen over hun experimenten”

Niet zo moeilijk in vakken als geschiedenis en Nederlands, maar wat met fysica, aardrijkskunde … ?

Paul Wauters en Koen Brandt: “Als je je afvraagt: ‘hoe zijn ze tot die kennis of formule gekomen?’ kom je altijd bij een goed verhaal terecht. In de 18e eeuw hebben wetenschappers geprobeerd om de massa van de aarde te meten. Daarvoor moesten ze in Nieuw-Zeeland op een bepaalde dag naar een hemellichaam kijken. De eerste keer was er een storm en werden ze weggeblazen, 7 jaar later was het bewolkt. Het is ze dus nooit gelukt.”

“En fysica en chemie? Die eerste wetenschappers waren echte mafkezen. 19e-eeuwse edelen met veel geld en tijd voerden als tijdverdrijf experimenten uit. Met alle gevolgen van dien: hun kasteel ontplofte of ze verdronken bijna toen ze voor het eerst een bathyscaaf uittestten. Ze bedreven wetenschap op gevaar van eigen leven. Als je wetenschap een beetje verpersoonlijkt – ja, Newton ligt onder een boom en de appel valt – creëer je een waw-gevoel. Vertel eens een sappige anekdote, vermenselijk hem en laat een zwak kantje zien.”
 

Je verhaal moet niet alleen goed zijn, je moet het ook nog goed kunnen overbrengen?

Paul Wauters en Koen Brandt: “Een wending, een illustratie of het tegengestelde van wat je zelf net hebt gezegd … helpen het verhaal en houden de aandacht vast. Je spanningsboog moet kloppen: net genoeg informatie weggeven, zaadjes planten zodat kinderen uitkijken naar de afloop. Daarnaast zorgen moppen en liedjes voor een ‘break’. Wel opletten (of doseren), want als je kunstmatig zijsprongen maakt, verlies je het verhaal. Dan breng je entertainment en dat is niet de bedoeling.”

“Je moet niet iets maken waarvan je denkt ‘dat gaan de kinderen goed vinden’, want dan maak je doorslagjes van wat al bestaat. Je moet denken ‘dat is zo interessant, dat moeten ze weten’. Je overtuiging zal veel meer in je vertelling zitten. Hou rekening met een aantal gevoeligheden en het intellect van je toehoorder. Maar onderschat hem nooit, mik eerder een beetje hoger. We gaan er altijd vanuit dat kinderen slimme wezens zijn, slim genoeg om iets op los te laten dat niet vaak op ze losgelaten wordt.”
 

10 gouden tips

Verhalen vertellen zodat je leerlingen aan je lippen hangen? Dit zijn de 10 gouden tips van het Geluidshuis:

  1. Vertel net boven de hoofden: onderschat je leerlingen niet, gebruik af en toe een moeilijk woord. Het prikkelt hun nieuwsgierigheid en ze leren bij.
  2. Vermijd saaie momenten: als je veel informatie hebt gegeven, bouw dan een verrassend moment in: een grapje, een zijsprong …
  3. Verleg je invalshoek: wijk 10 graden af van het oorspronkelijke verhaal, bekijk het verhaal eens van de andere kant.
  4. Bouw spanning op: je spanningsboog moet kloppen, geef nooit te vroeg informatie weg.
  5. Vergroot zwakke kantjes uit: maak mensen van vlees en bloed van wetenschappers, helden en personages uit een boek.
  6. Leg de link met vandaag: maak situaties en personages herkenbaar.
  7. Gebruik humor
  8. Beperk het aantal personages: te veel personages zorgen ervoor dat je leerlingen de draad kwijtraken.
  9. Verwerk laagjes dreiging in je verhaal: laat voelen wat er zou kunnen misgaan. Wissel spanning en ontspanning af.
  10. Beschrijf niet te veel: hoe concreter je bent, hoe minder ruimte er is voor de fantasie van je luisteraars.
Dit artikel heeft als onderwerp Dit artikel is interessant voor een

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 56.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...