Gepubliceerd op
Mening

“Aso, bso en tso zijn perfect evenwaardig”

Van een tso-richting naar de top 30 van invloedrijkste jonge wetenschappers ter wereld. Met dank aan ambitie en een (zelf)bewuste studiekeuze. Hannelore Bové (Universiteit Hasselt): “In tso leerde ik experimenteren, falen en weer doorgaan. Zonder die attitude redde ik het vandaag niet als onderzoeker.”

Hannelore Bove in een labo - tso bewuste studiekeuze

Jouw studiekeuze ging dubbel tegen de stroom in: STEM avant la lettre én een positieve keuze voor tso. Wist je als tiener al waar je naartoe wilde?

Hannelore Bové: “Nee. Want ook al legde ik na schooltijd bijen onder een goedkope microscoop, toch hoorde ik bij de stroom meisjes die prinses wilden worden. En omdat ik mooie cijfers haalde, was ‘aso proberen en later eventueel zakken naar tso’ voor mij het logische traject. Maar ik ging resoluut voor TW, techniek-wetenschappen. De juiste keuze voor mij: evenveel theorielessen als labs, een mooie mix tussen theorie en praktijk. Best moeilijk voor veel tieners om zich iets voor te stellen bij de wet van Newton, zelfs na een demoproef van de leraar. Pas tijdens practica, waarin ik mocht uitzoeken wat het effect van massa op kracht is, begon het me te dagen.”

“Dat ik snel een goede studiekeuze maakte, kwam dus niet omdat ik haarscherp wist waar ik naartoe wilde. Wel omdat ik besefte wat ik goed kon, en wat niet. Frans bijvoorbeeld was de hel voor mij. Liever dan uren zwoegen op zwakke punten, stak ik tijd in vakken waarin ik nog beter wilde worden. Leraren steunden me daarin. Ze spraken mij aan op mijn sterktes.”

 

Niemand die je keuze voor tso betreurde als een gebrek aan ambitie?

Hannelore Bové: “Mijn ouders gelukkig niet. Sommige leraren wel. ‘Probeer toch maar aso’, adviseerden ze. Omdat ik de theorie sneller aan boord haalde dan mijn klasgenoten, begon ik tijdens de les soms te kletsen met mijn buur. Storend, vonden de leraren terecht. Maar ik zat perfect, bleef in tso en kreeg extra oefeningen voor wiskunde en Nederlands.”

 

Hoe ambitieus was je zelf?

Hannelore Bové: “Van foutjes lag ik wakker, van een 6 werd ik ziek. Vooral voor biologie, fysica en chemie wilde ik een hoogvlieger zijn. Voor mezelf, niet omdat mijn ouders met straf zwaaiden bij een slechte toets. En als ik sakkerde op een rekenfout, deed mijn leraar chemie er nog een subtiel schepje schuldgevoel bij. ‘Hannelore toch, dat had je moeten zien’. Ze had gelijk, vond ik. Dat motiveerde me ook extrinsiek.”

Hannelore Bove - tso bewuste studiekeuze

Hannelore Bové: “Toch kan je jongeren niet wegzetten als niet-ambitieus. Buiten de schoolmuren flakkert ambitie en intrinsieke motivatie bij diezelfde jongeren soms hoog op.”

PISA-onderzoek stelt dat Vlaamse leerlingen niet ambitieus zijn. Herken je dat?

Hannelore Bové: “We slagen er niet altijd in om schoolse ambitie te triggeren. Zeker niet bij leerlingen die een verkeerde studiekeuze maken, die niet in hun talenten zitten. Zij vinden school verplichte kost, per definitie saai en onbelangrijk, waar alles boven hun hoofd beslist wordt. Dat zag ik bij mijn klasgenoten die ontgoocheld uit aso instroomden: ‘ik voldeed niet voor aso, TW is dan een logische stap terug’. Logische studieswitch voor wie hiërarchisch denkt. Maar geen keuze van de leerling zelf en dus dodelijk voor zijn motivatie.”

“Toch kan je jongeren niet wegzetten als niet-ambitieus. Buiten de schoolmuren flakkert ambitie en intrinsieke motivatie bij diezelfde jongeren soms hoog op. Daar zetten ze wel door als het moeilijker wordt, jagen ze grote doelen na. Kijk naar de gedurfde plannen van de klimaatbetogers. In hun vrije tijd mogen jongeren wel autonoom beslissen. Dat gevoel missen ze op school. Terwijl ze ook hun schoolcarrière perfect in handen kunnen nemen. Zelfs wie niet weet wat hij later worden wil. Werk met kortetermijndoelstellingen: een goede toets, een goed schooljaar, een studierichting die perfect past. In mijn geval lag die in tso.”

 

Waar ligt de kracht van tso?

Hannelore Bové: “In aso – geen kritiek overigens – stapelen leerlingen meer theoretische inzichten en krijgen ze minder tijd voor toepassingen of om resultaten zelf te verwerken. In tso moet dat wel. Leerlingen verwerken leerstof op een andere manier. Dat maakt het geen light versie van aso, wel een even waardevolle plek waar (deels) andere talenten aangesproken worden. Net als bso.”

“In tso leerde ik zaken zelf uitspitten, experimenteren, omgaan met tegenslagen en opnieuw proberen. Die attitude helpt me vandaag als wetenschapper. Dagelijks stuit ik op ontbrekende stukjes kennis. Niets mooier dan daarop je tanden stukbijten tot je een doorbraak forceert en met techniek een maatschappelijk probleem kan aanpakken. Zoals het opsporen van roetdeeltjes in het lichaam, daar bestond geen methode voor. Door een lasertechniek te ontwikkelen lukte het me om ze zichtbaar te maken.”

 

Technische opleidingen en jobs missen soms waardering. Steekt dat bij jou extra?

Hannelore Bové: “Ja. Omdat ik ondervond dat aso niet voor alle leerlingen zaligmakend is. Dat ook een tso-richting sterk in elkaar zit. Al had ik geluk met bevlogen leraren die graag in tso lesgeven en de liefde voor hun vak doorgeven. Dat ik na het zesde naar de universiteit trok, dank ik aan mijn klastitularis. Zij stak dat ambitieuze idee in mijn hoofd. En regelde een afspraak met een universiteitsstudent tijdens chrysostomos. Terwijl mijn klasgenoten daar in bowlingschoenen stonden, ging voor mij de bal figuurlijk aan het rollen.”


Tso/bso moeten niet de pechstroken zijn waar je naar uitwijkt als aso niet lukt

Hannelore Bové - Universiteit Hasselt

“Dat we nog altijd hiërarchisch denken: aso voor de sterkste leerlingen, de snelweg naar succes, hogere studies en status, is jammer. Tso/bso moeten niet de pechstroken zijn waar je naar uitwijkt als aso niet lukt. Dan ondergraaf je de motivatie van leerlingen. Leer ze bewust kiezen voor wat ze willen/kunnen. Liever dat dan aanklampen in de maatschappelijk meest gewenste studierichtingen. Maar dat lukt alleen als we maatschappelijk evenveel waardering voelen voor een handige tuinman of loodgieter als voor een mondige advocaat.”

 

Was jij het enige meisje van de STEM-klas?

Hannelore Bové: “Nee. TW telde evenveel jongens als meisjes. Maar ik informeerde me ook voor industriële wetenschappen in de vakschool. Allemaal jongens. Om als enige 12-jarige meisje in een bolwerk van jongens rond te lopen, dat was een brug te ver.”

“Ook in het lerarenteam zaten veel vrouwen. Lesgeven was voor vrouwelijke wetenschapsprofielen lang de enige keuze. De deuren naar het laboratorium bleven gesloten. Rolmodellen genoeg op mijn secundaire school.”

 

De Vlaamse-monitor meet vandaag 31% meisjes in wetenschappelijke richtingen van de derde graad secundair. Moeten we naar 50?

Hannelore Bové: “Ons vastpinnen op gelijke cijfers tussen jongens en meisjes is niet nodig. We moeten er wel voor zorgen dat het opstapje naar STEM voor iedereen even klein is. Dat we geen talenten mislopen omdat meisjes denken dat STEM voor jongens is. Dat idee is best hardnekkig. Vorig jaar sprak ik in een basisschool. Een meisje volgde met grote ogen, maar vertelde dat STEM niets voor haar was, wel voor haar broertje. Hoe kan die misvatting zo vroeg in kinderhoofden kruipen? Al gaat het vooruit: STEM is trending bij ouders en leerlingen. Alleen jammer dat de groeiende instroom aan leerlingen niet mooi verdeeld zit tussen aso, bso en tso.”
 

Dit artikel heeft als onderwerp Dit artikel is interessant voor een

Klasse Magazine = cadeau aan jezelf *

  • 4 kwaliteitsnummers met inspiratie van leraren en experts.
  • Fraai ondersteunend materiaal (kalender, poster, ...)
  • Je Lerarenkaart 2021 valt gewoon in je brievenbus.
*Betaal vóór 3 november en krijg je Lerarenkaart 2021 thuisbezorgd.