Gepubliceerd op
Zo doen zij het

Kan elke school scoren zoals een topsportschool?

Stedelijk Lyceum Topsport in Antwerpen kweekt talent zoals Seppe Smits, Mousa Dembélé en Radja Nainggolan. Hoe begeleid je toptalent op het veld én de schoolbanken? En kunnen gewone scholen iets leren van een topsportschool?

Sandy Lalieux en Pieter Pas hebben heel wat kilometers op hun teller. Sandy geeft al 15 jaar Nederlands en Frans op de topsportschool. Pieter scoort er al 14 jaar als basketbaltrainer. Het lerarenteam en de trainers werken intensief samen om toptalent naar het hoogste niveau te tillen: “De trainers krijgen elke maandagochtend de schoolresultaten van de leerlingen en de leraren supporteren mee op de sporttribunes.”

Topsportschool_Wilrijk: Leraren Sandy Lalieux en Pieter Pas

Waarin verschilt een topsportschool van een ‘gewone’ school?

Pieter Pas: “Je kan je hier niet zomaar inschrijven. Alleen leerlingen met een topsportstatuut worden toegelaten. De bedoeling van een topsportschool is om intensieve topsport te combineren met studies. Vroeger waren leerlingen, die op hoog niveau sporten, afhankelijk van de goodwill van de school om studies flexibel te combineren met wedstrijden. Samen met gewone leerlingen op eenzelfde school gaf ook wrevel omdat de topsportleerlingen veel meer uitzonderingen en privileges nodig hebben.”

Sandy Lalieux: Flexibiliteit is het sleutelwoord hier. Leerlingen nemen voortdurend deel aan wedstrijden en gaan op stage. De snowboarders spenderen zelfs enkele maanden in de sneeuw. Ze pakken hun lesmateriaal mee om ondertussen zelfstandig te studeren. Vragen stellen ze via Smartschool of soms via Skype. We experimenteren meer en meer met onderwijs op afstand met leerplatformen, oefensites of filmpjes. Terug in de klas bekijken we wanneer ze toetsen kunnen afleggen of bijles volgen. Elke sport is anders, dus krijgt elke leerling een individuele planning en begeleiding.“


Je moet heel kort op de bal spelen en plots studieplanningen omgooien

Sandy - Leraar Nederlands en Frans

“Als je weet dat de basketballers tot 23.00 uur trainen, plan je de volgende dag geen toets. Zwemmers blijven doortrainen tijdens de examens en doen die dus ná de training. Als tennissers zich kwalificeren voor een toernooi , moet je heel kort op de bal spelen en plots de studieplanning omgooien.”

“Wij hebben de luxe dat we leerlingen meer tijd en positieve aandacht kunnen geven. De eerste graad kan bijvoorbeeld na school huiswerk maken onder begeleiding. Zo moeten ze tussen school en training niet naar huis of het internaat.”

Jongeren spelen basketbal op de topsportschool

Wat valt een leraar op bij een bezoek aan een topsportschool?

Sandy: “De leerlingen werken heel zelfstandig. Natuurlijk leren jongeren dat ook op een gewone school, maar onze leerlingen moéten zich van kleins af aan leren beredderen. Ze moeten vaak alleen op locatie studeren, actief vragen wat ze nodig hebben of proactief plannen met een drukke periode in het vooruitzicht. Bij leerlingen die later instromen, moeten we nog heel sterk inzetten op die zelfstandigheid.”

Pieter: “Ze hebben 20 uur les en dus minder lestijd. Maar vergis je niet. Met 20 uur topsport en extra trainingen in de sportclub kloppen onze atleten heel lange dagen. Onze leerlingen hebben geen tijd voor verveling, lanterfanten of Netflix. Ze moeten heel efficiënt werken en nauwgezet plannen.”

Leraren en trainers hebben elk een eigen lerarenkamer?

Sandy: “Inderdaad, maar dat wil niet zeggen dat we niet samenwerken. Het is gewoon praktisch om onderling met de leraren of de trainers te praten. En er is een gang tussen de 2 ruimtes zodat we elkaar gemakkelijk kunnen aanspreken.”


Topsporters leren van kleins af aan omgaan met heel hoge druk en faalangst

Pieter - Basketbaltrainer

Pieter: “We trekken hier zeker aan hetzelfde zeel. De trainers krijgen elke maandagochtend de schoolresultaten van de leerlingen. Wij zijn niet alleen in hun sportprestaties geïnteresseerd. Bijscholingsmomenten voor de leerlingen gebeuren in principe buiten de trainingen, maar als dat echt niet lukt, liggen wij niet dwars. Omgekeerd gaan heel wat leraren supporteren tijdens wedstrijden. Meestal ervaren trainers en leraren hetzelfde in de sportzaal en de klas en zitten we op dezelfde lijn op een klassenraad of deliberatie.”

“Als de sportprestaties in een dipje zitten, zijn de schoolresultaten meestal ook minder. Een geblesseerde leerling kan in theorie meer tijd in school investeren, maar voelt zich niet goed in zijn vel en studeert slechter.”

Investeren in sportief talent én een goede cognitieve basis voor na de sportcarrière, kan dat?

Sandy: “Wij geven op de topsportschool allemaal de boodschap dat studies belangrijk zijn. Vanaf de derde graad zien leerlingen echt wel het belang van studeren in. Want je hebt een plan B nodig bij blessures of op het einde van een sportcarrière. In andere landen word je na een olympische medaille op handen gedragen en krijg je jobs aangeboden. Maar in België moet een olympische zwemkampioen zoals Fred Deburghgraeve schoenen verkopen.”

Leerlingen in klas van topsportschool

Begeleiden jullie leerlingen als duidelijk wordt dat ze de top niet halen?

Pieter: “Je moet elk jaar weer worden voorgedragen voor je topsportstatuut. De criteria daarvoor liggen vast en worden strenger met de leeftijd. Leerlingen kennen die criteria perfect en weten dat het hier stopt als ze op het einde van het vierde jaar bijvoorbeeld niet in het nationale team geraken. We hebben ook drop-outs door blessures. Of sommige leerlingen verliezen hun motivatie omdat ze de harde opofferingen niet meer kunnen opbrengen.”

Sandy: “Natuurlijk oriënteren we hen naar andere studierichtingen, vaak wetenschappelijke, wiskunde-sterke richtingen of lichamelijke opvoeding. Net daarom hameren we op het belang van studies zodat leerlingen ook in het reguliere onderwijs mee kunnen.”

Investeren jullie extra in de mentale factor om leerlingen te wapenen tegen tegenslagen?

Pieter: “Leerlingen moeten inderdaad van kleins af aan leren omgaan met heel hoge druk en faalangst. 15 jaar geleden vroeg een coach nooit eens: ‘Hoe voel je je?’. Nu zetten de sportfederaties veel meer in op mentale coaching. Zo houden de leerlingen een sportdagboek bij over hun gemoedstoestand en hoe ze de trainingen ervaren. Als ze zich niet goed voelen en ze hebben het zwaar op het veld, grijpen we in.”


Ik leer van de collega-trainers om een coachende rol op te nemen in de klas

Sandy - Leraar Nederlands en Frans

Hoe scherpen jullie hun intrinsieke motivatie aan?

Sandy: “Vergis je niet, passie en talent voor een sport staan niet gelijk aan er elke dag 100 procent voor gaan. Sommige sporters teren lang op hun talent en hebben pas laat door dat ze een tandje moeten bijsteken. Een sterke discipline vertaalt zich meestal zowel op het sportveld als op de schoolbanken. De trainingsbeesten zijn vaak ook de vlijtige studenten.

“Mijn leerlingen op de topsportschool zijn niet per se gemotiveerder, maar wel heel competitief. Ze zijn gemakkelijk te porren. Als ik een quiz doe, verandert hun blik en willen ze allemaal winnen. Ze zijn ook gewoon om te studeren onder enorme tijdsdruk en heel efficiënt te werken.”

“Ik ben naast leraar ook coach. Ik geef minder traditioneel frontaal les en leer van de collega-trainers om een meer coachende rol op te nemen. Na een training evalueren de trainers de atleten, maar ook zichzelf. Dat inspireert om jezelf als leraar ook elke dag in vraag te stellen. Hoe kan ik mijn les beter, efficiënter en aangenamer maken?”

Leerlingen zitten samen in de topsportschool

Kunnen scholen iets leren uit jullie aanpak naar ouders?

Pieter: “We kennen de thuissituatie en de ouders heel goed. We hebben veel overleg en oudercontacten. En we zien ze wekelijks op wedstrijden supporteren. Sommige ouders zien we minder omdat ze ver wonen en de kinderen op internaat of kot zitten. Maar ook met hen hebben we een nauw contact via telefoon en mail. Ouders nemen zelf snel de telefoon als er een probleem is. Ouders, leraren en trainers staan niet tegenover elkaar, maar gaan samen naar de meet.”

In tegenstelling tot sportief talent wordt cognitief talent vaak niet van jongs af aan opgemerkt en gestimuleerd. Hoe komt dat?

Pieter: “Bij sporttalenten bepalen heel veel andere factoren of en wanneer talent doorbreekt. De puberteit is een cruciale fase waarin ze ook zichzelf ontdekken en soms liever meer tijd aan andere dingen besteden. Wij hebben ook geen glazen bol of iemand echt doorbreekt of niet. Ze zijn al goed in wat ze doen, en dan komen ze op een topsportschool tussen andere uitblinkers. Dat stimuleert hen om het nog beter te doen. Verder zijn er vastgelegde criteria, een statuut, een school met alle faciliteiten en flexibiliteit.”


Jongeren die al jaren samen onder de douche staan, kunnen elkaar niet uitsluiten.

Pieter - Basketbaltrainer

Waar zijn jullie trots op?

Sandy: “Het is natuurlijk altijd leuk om in een sportuitzending op tv een ex-student te zien, maar succes op studiegebied maakt mij even trots.”

Pieter: “En ik haal dan weer de meeste voldoening uit de sportieve resultaten van mijn (ex)-leerlingen (lacht). En hier is geen racisme. Jongeren die al jaren samen onder de douche staan, kunnen elkaar niet uitsluiten. Ondanks de competitieve omgeving, is sport heel verbindend. Ook al ben je anders, heb je ASS of een verschillende huidskleur, we zijn allemaal basketballers.”

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 56.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...