Gepubliceerd op
Trend

Zo kán onderwijs eruitzien als lessen weer op school mogen

Hoe organiseren we onderwijs als straks de lessen op school niet langer volledig geschorst zijn vanwege corona? Charlotte Arnou (lerarenopleiding KU Leuven en Schoolmakers) maakt de denkoefening. Ze ziet 5 manieren om de lessen dan vorm te geven. Daarmee verruimt ze de blik op de didactische mogelijkheden.
 

n.v.d.r. – Klasse maakte dit artikel half maart 2020. Ondertussen zijn de omstandigheden en richtlijnen voor onderwijs gewijzigd. Up-to-date info lees je hier.

Charlotte Arnou
  1. Individuele onderwijsbegeleiding

  2. Charlotte Arnou: “Een eerste vorm is een afstandsonderwijs met plaats voor individuele onderwijsbegeleiding op school. Zo help je kinderen die thuis onvoldoende of niet de gepaste ondersteuning krijgen en verklein je de kloof tussen kansrijk en kansarm. Dat kan bijvoorbeeld in een OKAN-klas met veel niet-begeleide minderjarigen, maar even goed bij kinderen die geen eigen computer hebben of zich niet aanmelden op Smartschool.”

    “Het kan een denkpiste zijn om leerlingen met leerachterstand heel gericht uit te nodigen op school. Je voorziet dan niet enkel opvang, maar ook onderwijsbegeleiding in vaste, kleine groepjes. Heel haalbaar om sociale afstand te houden. De kinderen die wel mee kunnen met het afstandsonderwijs, blijven thuis. Individuele onderwijsbegeleiding lukt alleen als de school en de leraren hun leerlingen goed kennen en monitoren. Met de kinderen die thuis leren, boek je geregeld een contactmoment. Zodra zij signaleren dat ze niet mee zijn, kunnen ze aansluiten bij de individuele begeleiding in de klas”
     

  3. Blended onderwijs

  4. Charlotte Arnou: “De tweede vorm is blended onderwijs. Je kiest voor afstandsonderwijs en bouwt fysieke contactmomenten in als dat didactisch niet anders kan. Eigenlijk is duaal leren blended onderwijs. Niemand kan op afstand leren metselen. En je kan leerlingen via video’s wel technisch laten koken, maar niet de smaak overbrengen. Ook voor brainstorms kan je fysiek met je leerlingen afspreken.”

    “Je stelt je bij blended onderwijs als leraar de vraag: wanneer doe ik er als leraar fysiek toe? Wanneer zet ik leerlingen via digitale tools beter zelf op weg? Op die manier bevorder je zelfsturing en eigenaarschap bij je leerlingen, omdat ze deels zelfstandig aan taken werken.

    “Blended onderwijs doet je op een andere manier naar de leerdoelen kijken. Je denkt proactief na op welke manier je welk doel het best kan behalen: via les in de klas of via educatieve YouTube-video’s? Bovendien kan het in vele variaties, met meer of minder contactmomenten. Leerlingen bereiden bijvoorbeeld voor een taalvak thuis een discussie voor en voeren die daarna in de klas uit. De terugblik of de naverwerking kan dan weer van op afstand. Of in de richting verzorging: de ontwikkeling van het jonge kind kan je via online leerpad aanbrengen. Leren verluieren is dan weer beter in face-to-face-onderwijs.”

    “Voorwaarde is – net als bij andere vormen – dat je social distancing kan bewaken en dat het openbaar vervoer op gang trekt. Organisatorisch moet je omdenken. Je kan de leerlingen niet voor 1 lesuur naar school laten komen. Lagereschoolkinderen van ouders die hulpverleners zijn, zullen langer dan een halve dag op school blijven. Er is wat coördinatie voor nodig: een planning met de contactmomenten maken voor een hele school lijkt titanenwerk. Maar klasteams en vakgroepen kunnen dat ook organiseren.”


    Bij elke vorm moet je met formatieve toetsen uitzoeken hoe ver je leerlingen staan. Die testen zonder punten geven je inzicht in de beginsituatie en het leerproces van je leerlingen

    Charlotte Arnou - lerarenopleiding KU Leuven en Schoolmaker
  5. Alternerend open en dicht

  6. Charlotte Arnou: “Bij de derde vorm gaan de scholen alternerend open en dicht. Je laat kinderen 2 weken naar school komen, en dan weer 2 weken thuis werken. Dan kan je eerst een vorm van blended learning toepassen, om daarna weer volledig op afstandsonderwijs over te schakelen.”

    “Zo blijf je als leraar contact houden met je leerlingen en kan je leeractiviteiten en -doelen gericht plannen. Ideaal ook om de leerprocessen van je leerlingen tussentijds te monitoren zonder dat digitale filters ze vertekenen. Door te alterneren tussen open en dicht kan je leerlingen trainen in zelfsturing. Je moet ze af en toe loslaten met gerichte opdrachten. Maar ook niet te hard: om de 2 weken zie je ze opnieuw in je klas.”

    “Door in onderwijs met een aan- en uitknop te schakelen, creëer je contactbubbels. Sommige virologen zien dat als een manier om groepsimmuniteit op te bouwen zonder dat iedereen tegelijkertijd ziek wordt. Daarbij kan je overwegen om oudere leraren meer in te zetten op het afstandsluik en jonge collega’s naar school te laten komen.”
     

  7. Een combinatie van alles

  8. Charlotte Arnou: “Bovenstaande vormen van lesgeven kan je ook combineren. Zoals in Denemarken: daar starten ze klassikaal onderwijs in basis sneller op dan in secundair, om ouders die thuiswerken met jonge kinderen wat rust te geven. De ene school is de andere niet. Sommige scholen zullen veel leerlingen hebben die achterstand oplopen, andere bijna niet. Je kan een vorm van blended learning aanvullen met individuele begeleiding voor bepaalde leerlingen.”

     

  9. Allemaal terug op school

  10. Charlotte Arnou: “Het ‘back to normal’ scenario. Bekend terrein voor scholen. Maar sinds 13 maart – toen de kinderen voor het laatst in je klas zaten – is er veel gebeurd. Daarom moet je je als leraar toch voorbereiden. Je zal de beginsituatie van je leerlingen moeten onderzoeken en ze zowel sociaal-emotioneel als in hun leerproces extra moeten begeleiden, o.a. door volop te differentiëren.”

    “Bij elke vorm moet je met formatieve toetsen uitzoeken hoe ver je leerlingen staan. Die testen zonder punten geven je inzicht in de beginsituatie en het leerproces van je leerlingen. Wat gaat er vlot, waar haken je leerlingen af? Je kan inschatten wat je zeker moet herhalen of wie je naar de klas moet halen.”

    “Sommige leerlingen maken alle extra oefeningen, andere komen er moeilijk toe om zelfstandig te werken. Daarom moet je de noden van elk kind registreren en voldoende differentiëren. Je kan niet op de rem gaan staan voor de sterke leerlingen. De leerlingen die het moeilijk hebben, begeleid je extra.”

 


Voor meer achtergrond kan je terecht op de blog van Platform L

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 58.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...