Gepubliceerd op
Specialist

Hoe bereiken we leerlingen die voorlopig onder de radar zitten?

Niet alle leerlingen zijn mee met onderwijs op afstand. Hoe bereiken we hen? En hoe nemen we ze vervolgens mee in preteaching en nieuwe leerstof? Professor Onderwijskunde Martin Valcke (Ugent) vraagt om te onderhandelen met ouders. “Met sommige leerlingen moet je aparte afspraken maken en individuele trajecten starten. Anders verlies je ze.”

Scholen schakelen naar nieuwe leerstof en preteaching. Maar we hebben nog niet alle leerlingen mee. Wie bleef onder de radar?

Martin Valcke: “Een mix van leerlingen, breder dan kansengroepen. Jonge kinderen met ouders die lange werkdagen draaien of onderwijs sowieso niet sterk opvolgen, tieners die schoolmoe zijn of centen verdienen zolang oefeningen niet verplicht zijn. Wat ze delen: als we hun ouders meekrijgen, komen de meeste wel tot leren.”

“Niet makkelijk voor een school met 90% GOK-leerlingen. Maar ook op scholen met lager GOK-cijfers glippen kinderen door de mazen van het net. Ik vermoed dat we 15% nog niet bereikt hebben. Een schatting, want er is geen verplichte inventarisatie. Op sommige scholen piekt dat naar 30 tot 40%. Zeker als ze de voorbije jaren geen sterk kanaal naar ouders uitgebouwd hebben. Vandaag krijgen scholen een unieke kans om daar iets aan te doen. Om een communicatienetwerk uit te bouwen en sterker dan ooit met ouders te overleggen over het leerproces van hun kinderen.”

Er is wel haast bij. Hoe bereiken we ze snel?

Martin Valcke: Schoolsecretariaten kunnen daarbij fantastisch werk leveren. Net als brugfiguren, zorgleraren en CLB-medewerkers. Zij kennen de ouders het best, hadden in het verleden al contact. Ze weten of een mail, telefoon, brief of stoepbezoeken het meeste kans maakt. Kunnen inschatten welke taal ze thuis spreken. Nog geen gehoor? Schakel het netwerk van die ouders in, werk samen met een buurtcomité dat wel regelmatig contact heeft met een groep ouders of zet een buddysysteem op met ouders.”


Een alleenstaande mama met 4 kinderen en 1 pc? Dan ga je voor het minimum: geen visueel contact via computer, maar wel korte telefoons, invulblaadjes en structuur

Martin Valcke Professor Onderwijskunde

“Zodra je de ouder hoort, zoek je samen uit via welke kanalen je de kinderen bereikt. In Gent heeft 60% van de kinderen geen eigen werkruimte. Hoe kan een kind dan geconcentreerd deelnemen aan de klas-chat? Zeker als de tv intussen speelt om kleine zus stil te houden, want een tuin ontbreekt. Of wat als ouders niet willen dat iedereen kan binnenkijken in hun woonkamer of leven. ook niet als de achtergrond wazig is? Dan overleg je. Ik vraag niet dat je zoon elke dag online komt. Maar hoe laat kunnen we (twee)dagelijks een kort telefoongesprek plannen?”

Neem dat onderhandelen écht ernstig. De meeste leerlingen krijg je met duidelijke weekschema’s en afspraken wel online. Maar met sommige ouders en leerlingen moet je aparte afspraken maken. Anders verlies je ze.”

Waarover onderhandel je niet?

Martin Valcke: “Als ouders geen enkele inspanning willen leveren, kan dat niet. Thuis of op school moeten kinderen tot leren komen. Ouders engageren zich tijdens het schooljaar om kinderen naar school te sturen. Vertaald naar de uitzonderlijke situaties vandaag engageren ze zich om hun kinderen actief te laten meewerken aan afstandsonderwijs. Door hun kinderen te motiveren, niet door lessen over te nemen of huiswerk te begeleiden.”

“Meestal is het geen kwade wil als ouders zeggen dat het niet lukt. Zien ze zelf gewoon de oplossingen niet. 4 kinderen – soms op verschillende scholen – en ik moet als alleenstaande moeder op de enige pc in huis werken. Oké, dan sturen leraren afgedrukte pakketjes op, starten we een individueel traject met korte telefonische contacten op afgesproken uren. Dan ga je voor het minimum: geen visueel contact via tablet of computer, maar wel structuur. Bovendien: voor heel veel leerplandoelen heb je geen internet of laptop nodig.”

Wat als geen enkele lijn lukt?

Martin Valcke: “Blijft de hoorn op de haak of elke mail ongelezen, dan noteer je dat. Stuur dan een brief: ‘Beste, we proberen via mail, brief en telefoon contact op te nemen met je. Dat kan nu nog: door te bellen naar dit nummer. De weken afstandsonderwijs voor de paasvakantie waren oefeningen niet verplicht. Nu wel.'”.

“Dat moet je durven zeggen. Net als: ‘Je kind heeft het recht om te leren en zich te ontplooien, laten we daar samen op inzetten’. Enkele ouders en hun kinderen zullen onder de radar blijven. Maar die hadden we in gewoon onderwijs ook niet mee. Door te problematische opvoedingssituaties, ziekte of omdat ouders onvoldoende gericht zijn op onderwijs …”

Hoe start je maandag op met leerlingen die 3 weken geen boek openden? Liepen ze leerachterstand op?

Martin Valcke: “Waren die kinderen 3 weken ziek, dan kraaide geen haan om onherstelbare leerachterstand en werkten we dat op school bij. 3 weken geen herhalingsoefeningen maken is geen ramp, zeker als we nu goed onderwijs geven op maat. Dat doe je door eerst uit te zoeken wat je leerlingen beheersen, vervolgens netjes op te volgen en te documenteren wat ze oppikken. En door continu feedback te geven.”

Eerst checken waar elke leerling staat en daarna individueel werken?

Martin Valcke: “Klopt. Goed onderwijs begint altijd met een voorkennis-check. Met apps als Mentimeter of Kahoot kijk je hoe ver leerlingen staan. Interactief zelfs, noodzakelijk bij online onderwijs. Als je geen vraagjes stelt of poll doet, haken ze na een paar minuten af. Het leerproces moet volledig switchen naar ‘stop teaching, make them work‘ en geef veel feedback. Dat is de beste vorm van onderwijs: er niet te lang over praten, maar het gewoon doen. Heel herkenbaar voor leraren buitengewoon onderwijs en kleuterleraren: zij vertrekken altijd vanuit ervaringen en zetten kinderen aan het werk met verhalen en materialen om zo nieuwe woorden te leren.”

“Dat lukt niet als we leerlingen als 1 klasgroep benaderen. Deel ze voor instructie in minstens 3 groepen in. Durf te zeggen: laag – midden en hoog. Leerlingen weten dat zelf ook wel. Plus: wie laag zit voor taal, kan in de middengroep zitten voor rekenen of wero. Beperk de groepen tot 8 leerlingen. Meer kan je niet in de gaten houden. Organiseer dan 10-minuten-lessen met je niveaugroepen.”


Als schoolteams goed prioriteren, inzetten op individuele leerpaden met veel feedback én examenperiodes deels wisselen voor lesmomenten, wordt het een diploma plus

Martin Valcke Professor Onderwijskunde

‘Teken daarbij per kind een duidelijke leerlijn uit en registreer zijn leerproces. Alles wat kinderen de volgende weken doen, voeg je toe aan hun individuele portfolio. Daarom vraag je bij elke opdracht heel even output. ‘Toon me je tekst, stuur me je schema door, laat me aan de telefoon horen hoe je lezen vordert’. Als je kinderen individueel benadert, groeit hun motivatie. Krijg je leerlingen die in de klas afhaken, misschien wel mee. Ze voelen dat ze het kunnen, dat jij ze ondersteunt, kansen strooit om succesvol te zijn en positieve feedback geeft.”

“Moeilijker bij praktijkvakken? Zeker. Thuis technieken oefenen waarvoor je een draaibank, garage of kapsalon nodig hebt, vergeet het. Maar je kan aan generieke vaardigheden werken. Hoe pak je iets commercieel aan, hoe werk je aan relaties met klanten? Later – als alle leerlingen weer naar school mogen – toets je kort wat ze opgestoken hebben. En dan duik je 14 dagen de labo’s in.”

Leerlingen zelfstandig aan het werk zetten, lukt dat voor elk kind?

Martin Valcke: “Voor het overgrote deel. Sterke leerlingen nemen zelfstandig een vlucht, zwakke leerlingen of kinderen met minder studiediscipline moet je meer bij de hand nemen. Via afstandsonderwijs kan je kinderen meer leerkansen geven. In je klas krijgen ze maar 3 kansen om iets te doen of het woord te nemen. Nu kunnen ze allemaal aan het werk. Geef daarbij een variatie aan oefeningen. Opdrachten waarvan je zeker weet dat een leerling het kan, oefeningen op het niveau van de les en wat extra uitdagend materiaal.”

“Kies niet voor klassieke, naakte invuloefeningen. Geef een half uitgewerkt voorbeeld mee, een structuur die ze moeten volgen, 10 oefeningen waaruit ze er 3 kiezen of vraag ze om 3 oplossingen van een klasgenoot te verbeteren. Zeker leerlingen met wat achterstand en taal- of leerproblemen redden het niet zonder extra structuur. Ondersteun ze voldoende nadat je de opdrachten uitdeelde. Dat kan gaan tot Zeno opbellen om 11.00, Lana om 11.15, Yasmine om 11.30.”

We moeten mikken op maximale leerwinst voor alle leerlingen. Hoe passen examens in dat verhaal?

Martin Valcke: “Die moeten we in vraag stellen. Sommige scholen secundair klokken na 6 jaar af op 1 volledig schooljaar aan examens. Andere scholen kiezen voor permanente evaluaties. Zij beseffen dat zo’n examenperiode een circusnummer is waar leerlingen hun kunstjes vertonen maar voor veel vakken nauwelijks iets leren. En bovendien geen kwalitatieve feedback krijgen.”


Secretariaatsmedewerkers zijn experten in eenvoudige taal. Ze nu meetrekken bij het opstellen van je opdrachten is een mooie waardering voor hun positie op school

Martin Valcke Professor Onderwijskunde

“Veel kans dat we niet voor klassieke examens kiezen. In de voetsporen van Nederland, Duitsland, VS die examenweken inkrimpen ten voordele van onderwijs. Ook daarvoor is communicatie naar ouders cruciaal. Ze moeten weten dat leren de volgende maanden primeert boven examineren. Alles wat je kind vanaf vandaag instuurt is een indicator van zijn leerproces. Regelmatig werken bereidt leerlingen sowieso beter voor op hoger onderwijs en een job dan 40 bladzijden blokken eind juni.”

Eindigen we met meer leerlingen zonder diploma of met gaten in hun kennis?

Martin Valcke: “Nee. Als schoolteams goed prioriteren, inzetten op een paar vakken per dag via individuele leerpaden met veel feedback én examenperiodes deels wisselen voor lesmomenten, wordt het een diploma plus. Keek ons onderwijs klassiek naar klassen, dan kan onze blik nu 180 graden draaien naar leerlingen. We gaan de progressie van leerlingen centraal zetten. En onder leraren nog meer ervaringen en materiaal delen. Bovendien: ook in normale schooltijden studeren sommige leerlingen af zonder alle eindtermen te bereiken. Dat zou niet mogen, maar spreken we dan van een diploma met een knip in?”

“De volgende weken moeten leerlingen en ouders veel lezen. Van schoolcommunicatie over weekschema’s tot opdrachten van elke leraar. Nog te vaak communiceren we in advocatentaal. Houd rekening met het taalniveau van elk kind en elke ouder. Schrijf je opdrachten in heldere taal uit zonder zware bijzinnen of moeilijke woorden, van kleuterleraar tot leraar biologie in de derde graad secundair. Zorgleraren, logopedisten en secretariaatsmedewerkers kunnen je helpen. Ze zijn experten in eenvoudige taal. Ze nu meetrekken bij het opstellen van je opdrachten is een mooie waardering voor hun positie op school.”

Haal Klasse Magazine in je bubbel

  • 4 kwaliteitsnummers met inspiratie van leraren en experts.
  • Fraai ondersteunend materiaal: kalender, poster, zorgkaartjes ...
  • Je Lerarenkaart met meer dan 1000 voordelen in je brievenbus.