Gepubliceerd op
Blog

Meester Sam vindt hoop in bange dagen

portret Sam

Corona doet wat met meester Sam. Een deuk in zijn optimisme. Tot hij tijdens de noodopvang een nieuwe levensles ontdekt. Eentje die hij wil meegeven aan zijn leerlingen.
 
 


 
Als jonge twintiger ging ik zorgeloos door het leven. Ik had lange haren waarvoor ik nooit het gepaste kapsel vond, bezat een ongeziene onvermoeibaarheid en haalde mijn levenswijsheid uit regionale krantenpagina’s. Daar gaf een lokale 100-jarige zijn geheim prijs. “Ik trek ‘s ochtends mijn broek aan en voor de rest trek ik mij niet te veel aan“. Prachtig vond ik dat. Zo zou ik ook in het leven staan, tot mijn honderdste.

10 jaar later veranderde ik mijn persoonlijk motto tot “Ik trek ‘s ochtends mijn broek aan en misschien toch ook een vestje, afhankelijk van het weer en voor de rest trek ik mij niets aan.“ Voorzichtigheid werd door het vaderschap voorzichtig mijn deel. Bizar dat kleine wezens een verantwoordelijkheidsgevoel afdwingen dat onbestaande leek.

Tegenwoordig trek ik ‘s ochtends mijn broek aan, dat eventuele vestje tegen de koude en een hopelijk tijdelijk mondmasker, om mij voor de rest niets aan te trekken. Moeilijk. Hield ik nog kleine slag onder de arm voor voorzichtigheid, dacht ik voor angst helemaal immuun te zijn. Na mijn eerste stagedag, met mondmasker in de noodopvang, moest ik thuis niezen. Een onschuldige gebeurtenis, maar ze greep me bij de keel. Ik voelde mijn longen kraken, piepen en onheilspellende geluiden maken. De angst had zich meester gemaakt van deze meester, ook al was er niets aan de meermaals ontsmette hand.


Mijn blik bleef hangen op de kalender die nog altijd op vrijdag 13 maart stond

De angst bracht even wat cynisme mee. Op een dag had ik maar 1 kindje in de noodopvang, maar mijn vrouw moest wel verlof nemen voor onze 2 kinderen. Het nut leek zoek. Gelukkig drukte de directeur me op het hart dat mijn hulp zeer welkom was.

De weinige kinderen in de opvang hadden minder last van de uitzichtloosheid van de situatie. Zij liepen de klas binnen, namen hun werkbundel en gingen zitten. 2 eerstejaars, echte speelvogels, deden alsof er niets aan de hand was. Dat lukte mij niet. Mijn blik bleef hangen op de kalender die nog altijd op vrijdag 13 maart stond.

Ik moest mezelf dwingen om terug de eeuwige opti-optimist te zijn. Om kansen te zien in plaats van bedreigingen. Voor mezelf, voor de leerlingen want die voelen dat. Ik bedacht dat sommige wiskundeleraren hun oppervlaktebepaling inleiden door de plattegronden van een anderhalve-meter-klas te berekenen. Ik bedacht dat de meester der creativiteit zich toont in de beperking, de kunsten zijn niet dood. Leve de kunsten!

Ik draaide de kalender door en vond een nieuw levensmotto: een hoop miserie is ook hoop. En nog één: de kak van vandaag, is de meststof voor morgen. Nachtmerries hebben we niet onder controle, maar dagdromen kan altijd. Dat zal ik mijn leerlingen meegeven. Tot ik 100 jaar ben of ouder.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 58.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...