Gepubliceerd op
Specialist

Differentiëren is geen luxeproduct

“In september 2020 zullen de verschillen tussen leerlingen groter dan ooit zijn, stelt expert Katrien Struyven (UHasselt). “Alleen door te differentiëren krijgen leraren iedereen aan het leren, ook de staart en de kop. Geen klant-is-koning-onderwijs met 25 aparte lespakketten. Wel haalbare ingrepen in je klas.”

Differentiëren is geen luxe maar noodzaak. Waarom kwam dat besef harder binnen bij het afstandsleren?

Katrien Struyven: “Onderzoek toonde vóór corona een gemengd beeld. Veel leraren geloven fel in differentiatie en spelen in op verschillen in motivatie, voorkennis en leeraanpak. Maar tegelijkertijd geeft een aantal leraren aan dat hun klas weinig of geen diversiteit kent. Logisch dat zij differentiëren links laten liggen.”

“Wellicht merkt die laatste groep de verschillen vandaag wél. Sterker nog: de spreidstand zal in september groter zijn dan ooit. Sommige leerlingen bleven door moeilijke omstandigheden nagenoeg stil staan, andere maakten wel snelheid.”

Katrien Struyven

Maakten leraren door afstandsonderwijs mooie sprongen in differentiatie?

Katrien Struyven: “Leraren snoeiden noodgedwongen in hun cursus. Selecteerden moetjes versus magjes en schoven prioritaire leerdoelen vooruit. Een pak leraren reageerde in moeilijke weken sterk op de verandering, maakte de digitale ommezwaai. Ze lieten leerlingen online nieuwe leerstof ontdekken of schotelden uitdagende opdrachten voor.”


Differentiëren is geen klant-is-koning-onderwijs waarbij leraren voor 25 leerlingen evenveel aparte pakketten ontwikkelen

Katrien Struyven - UHasselt

“Digitaal liggen er mooie kansen voor een rijkere leeromgeving. Als je aan lesmateriaal een video toevoegt met instructies, differentieer je automatisch. Leerlingen kiezen zelf of ze de video nodig hebben, hoe vaak ze hem afspelen en terugspoelen. En door met tools als Adpuzzle vragen te integreren, kan je inschatten of je leerlingen actief de inhoud begrijpen. Je ziet meteen wat ze nodig hebben: individuele opdrachten, een één-op-één- of groepsgesprek.”

Vraagt differentiatie veel ervaring, werk en zweet? Is het hogere krijgskunst?

Katrien Struyven: “Differentiatie moet een basisvaardigheid zijn. Dat lukt als leraren vanaf dag één in hun opleiding naar klassen leren kijken als kinderen die onderling sterk verschillen. Dan kruipt differentiatie automatisch in hun didactiek.”

“En ja, iedereen start met een witte gordel. Je stapt in een proces van aanpakken, vallen en opstaan. Je ondervindt wat werkt en minder loopt. Zoals een krijger: de zwarte gordel is het ultieme doel, maar die gris je niet zomaar mee. Stilletjes doorgroeien – elke keer een kleur hoger, dat is de ambitie.”

Met welke haalbare ingrepen kan je doorgroeien?

Katrien Struyven: “Keuzes aanbieden. Stel: je geeft les over abstracte figuren. Teken dan een rechthoek op je bord en vraag of je leerlingen een voetbalveld of een concertpodium zien. Hun keuze bepaalt of ze meetkunde aan sport of muziek koppelen. Door de inhoud te koppelen aan hun interesse leren beide groepen abstracte wiskunde waarvoor ze anders moeilijk warmlopen. Keuzes kunnen ook gaan over individueel, met een vriend(in) of in kleine groep werken. Of over welke bronnen leerlingen mogen raadplegen. Je kan variëren.”

“Nog een voorbeeld. Moet iedereen bij dezelfde reeks spellingsoefeningen starten? Of springen sommige leerlingen – zelfstandig en zonder instructie – meteen naar oefening 4? Wat ook kan: geef klassikaal of digitaal korte instructie, stel daarna 2 vragen. Wie ze allebei goed heeft, gaat alleen door de oefenreeks en start met complexere oefeningen. 1 vraag correct: die werkt met hulpmiddelen op de set basisoefeningen. Allebei fout, dan blijf je bij de leraar voor verlengde instructie. Dat vraagt geen extra werk of oefeningen. Alleen vooraf een denkreflex.”

“Nog ingrepen waarvoor je geen zwarte gordel moet hebben; een SOS-hoek in je klas tijdens zelfstandig werk. Ontzettend krachtig, niet alleen in september. Leerlingen gaan daar zitten als ze vastlopen. Een leerlingencoach schuift een paar minuten bij. Extra sterk, want dan komt de uitleg uit je klas. Online kan dat met een studiebuddy of een vragenforum.”

Katrien Struyven

Katrien Struyven: “Differentiatie moet iedereen aan het leren krijgen. Ook de leerlingen die al over de lat zitten en de groep die nog meer dan één leersprong moet maken om de lat te halen.”

Moet differentiatie iedereen even ver krijgen?

Katrien Struyven: “Differentiatie moet iedereen aan het leren krijgen. Ook de leerlingen die al over de lat zitten als je een onderwerp aansnijdt en de groep die nog meer dan één leersprong moet maken om de lat te halen. 2 kwetsbare uitersten die je verliest met een algemeen klassikale aanpak. Veel te moeilijk voor de een, niets nieuws voor de ander. Beide groepen haken af en leren niets.”

“Trek je klas niet altijd uiteen in vaste groepen als je differentieert. Als een groepje leerlingen rond het heelal werkt en een ander rond media, sta je onnodig voor 2 klassen. Nee, werk met dezelfde inhoud en splits ze op naar voorkennis. Geef leerlingen met veel voorkennis nieuwe zoekopdrachten over de ruimte op internet. Voor de andere blaas je het stof van de planeten. Toon je waar zon, aarde en maan staan, hoe ze cirkelen. Op het einde van de les presenteren leerlingen de verdiepende kennis. Dan krijgt iedereen het signaal: we werken rond hetzelfde thema, leren allemaal bij en zijn één klasgroep.”


Sterke kans dat leraren in de toekomst vaker een korte evaluatie inzetten als startpunt voor hun les

Katrien Struyven - UHasselt

Dreigt differentiëren soms door te slaan tot een streamingdienst? Voor elke leerling inhoud op maat?

Katrien Struyven: “Differentiëren is geen klant-is-koning-onderwijs waarbij leraren voor 25 leerlingen evenveel aparte pakketten ontwikkelen. Dat is onwerkbaar en onhaalbaar. Werken met 2 of 3 verschillende groepen is al knap. Wat je het best wel doet: elk kind dat vastloopt, moet bij jou of een buurman/-vrouw kunnen aankloppen. Wat individuele ondersteuning krijgen om niet te blokkeren of stil te vallen.”

Voor je differentieert moet je weten waar iedereen exact staat. Starten leraren in september het best met een grote voorkennischeck?

Katrien Struyven: “In september zullen leraren uitzoeken hoe leerlingen de leerstof aanpakten, waar ze staan. Met oefeningen, duo-gesprekken, door leerlingen samen aan bord te roepen … Sterke kans dat leraren die kaart vaker trekken: een korte, formatieve evaluatie als startpunt voor hun les. Gebruik daarbij liever 2 goed gemikte vragen dan veertig. En sla vooral niet massaal aan het toetsen. Dat is demotiverend en confronterend. Zeker voor leerlingen die weinig leerkansen kregen tijdens corona.”

“Leerlingen die nauwelijks of geen opdrachten maakten omdat huiswerk tikken op een smartphone of in kleine, drukke woonkamers onmogelijk vol te houden valt, haal je snel boven water. Maar je moet ook leerlingen die schijnbaar leerden ‘ontmaskeren’. Pubers ontdekten de achterpoorten van asynchroon afstandsonderwijs en schreven correctiesleutels over, nodigden een vriend(in) virtueel mee aan hun bureau of leerden met minimale of oppervlakkige inspanningen.”

“Zoek ook uit welke leerlingen wél alles onder de knie kregen. Anders denken die de eerste weken van het nieuwe schooljaar: ‘Dat ken ik allemaal al’. Als je dan in oktober met nieuwe kennis komt, zijn ze niet meer alert.”

In 4 weken naar beter klasmanagement?

Schrijf je in voor de gratis online tipreeks en krijg in je mailbox:

  • inspirerende praktijken van collega's
  • strategieën om te proberen bij jouw leerlingen
  • kant-en-klare tools