Vlaanderen
Klasse.be

Schooltips

Onderwijsspiegel 2020: 8 conclusies uit het inspectierapport

  • 23 juni 2020
  • 6 minuten lezen

532 scholen kregen in 2018-2019 onderwijsinspecteurs over de vloer. Die zagen veel visie en warme relaties, maar ook werkpunten rond evalueren, taalgericht onderwijs en professionalisering. Klasse filtert 8 conclusies uit het inspectierapport.

1. Scholen weten waar ze naartoe willen

9 op de 10 basis- en secundaire scholen hebben een sterke visie, strategie en organisatiebeleid. De scholen weten wat ze met hun onderwijs willen bereiken. Ze staan open om te reflecteren en te vernieuwen, communiceren goed met hun leerlingen en ouders en delen de touwtjes met leraren.

Maar zelfs als een school goed scoort op organisatiebeleid, kunnen er nog werkpunten zijn voor het onderwijskundig beleid. Terwijl dat de basis legt voor kwaliteit in de klas. Dat kan door vakgroepen en leraren sterker aan te sturen en op te volgen en duidelijke teamafspraken te maken over leerdoelen, evaluatie en feedback.

2. Het leer- en leefklimaat is top

In bijna alle doorgelichte scholen zetten leraren stappen opdat leerlingen zich goed voelen: ze zetten volop in op verbinding, goede afspraken, motivatie en ondersteuning en gebruiken die als basisvoorwaarde voor kwaliteitsvol onderwijs.



3. Grote kwaliteitsverschillen tussen scholen

Een derde van de basisscholen moet werken aan kwaliteitsontwikkeling: de combinatie van visie, beleid en Interne kwaliteitszorg (IKZ). In het secundair onderwijs is het een werkpunt voor 76% van de scholen. Voor directeurs in secundaire scholen is het moeilijker het overzicht te houden over de verschillende vakken. In basisscholen is 1 leraar per jaar ‘bevoegd’ voor bijna alle leergebieden.

Vaak zijn er binnen scholen duidelijke kwaliteitsverschillen in de onderwijsleerpraktijk tussen vakgroepen en zelfs tussen leraren. Vooral op het vlak van leerlingenevaluatie, feedback, leerlingenbegeleiding en kwaliteitsbewaking liggen er groeikansen. Niet alle vakgroepen beschikken over kwaliteitsvolle criteria voor hun toetsen. Bovendien houden niet alle leraren alle leerdoelen voldoende in het oog. Een excursie naar Parijs werkt niet alleen aan spreekvaardigheid, maar misschien ook aan burgerschap.

Op iets meer dan de helft van de middelbare scholen behaalde een zo groot mogelijke groep leerlingen de minimaal gewenste output. Dit wil zeggen dat er een positief effect is op de leerresultaten en op het welbevinden van de leerlingen. In de basisscholen scoort vier vijfde van de scholen goed op leereffect.

4. Scholen beslissen ook vanuit de buik

Meten is weten, maar scholen doen nog te weinig aan datageletterdheid. Iets minder dan de helft van de basisscholen analyseert voldoende eigen data en baseert haar beleid daarop.

Nochtans evalueert driekwart van de basisscholen voldoende uitgebreid de kwaliteit van hun schoolbeleid, maar ze kijken niet regelmatig terug op de pijnpunten, noch naar de evolutie van de leereffecten door de jaren heen. Sommige scholen doen te weinig met de resultaten van gevalideerde toetsen, de prestaties in het vervolgonderwijs en doorlichtingsverslagen. Hetzelfde geldt voor tevredenheidsmetingen bij ouders en leerlingen

Slechts een kwart van de secundaire scholen evalueert voldoende breed de kwaliteit van zijn schoolwerking. De andere scholen evalueren onderdelen, zoals het welbevinden van de teamleden, maar focussen onvoldoende op de onderwijsleerpraktijk. Bijna geen enkele secundaire school gebruikt rapportcijfers, feedback naar de leerlingen, doorstromingscijfers of externe onderzoekspartners om haar kwaliteit te verbeteren.

5. Scholen nemen de juiste mensen aan

De grote meerderheid van de doorgelichte scholen scoort goed op selectie en aanwerving. Ze werven teamleden aan via duidelijke criteria. Ze zoeken uit welke competenties de schoolwerking kunnen versterken, zodat ze nieuwe leraren of medewerkers optimaal kunnen inzetten. Ook de aanvangsbegeleiding is goed. Bijna alle bezochte scholen helpen starters integreren in de schoolwerking en coachen hen bij het les geven.



6. Veel informele gesprekken, weinig feedbackcultuur

Voor een kwart van de doorgelichte basisscholen en in 70% van de secundaire scholen is professionalisering van de teamleden een werkpunt. Directeurs zetten functionerings– en evaluatiegesprekken

vaak te selectief in: alleen voor starters of minder goed functionerende leraren. Die scholen voeren wel informele gesprekken gesprekken met hun teamleden.

In het buitengewoon basisonderwijs komen 5 van de 7 doorgelichte scholen tegemoet aan de verwachting. Ze voeren formele en informele gesprekken met de teamleden en doen aan coaching. Maar in het buitengewoon secundair onderwijs voldeed geen enkele doorgelichte school daaraan. Directeurs lassen er geen systematische coachingsgesprekken met de teamleden in. Gesprekken gebeuren informeel of als er een probleem opduikt.

Een ander aspect is expertisedeling. Vooral secundaire scholen kennen een ‘eilandcultuur’: de teamleden werken soms los van elkaar. Zo kunnen er soms grote verschillen ontstaan tussen de leraren, tussen onderwijsvormen en tussen vakgroepen. Kansen voor uitwisseling of feedback worden onvoldoende benut.

7. Evaluatie blijft een pijnpunt

In meer dan een derde van de doorgelichte kleuterscholen observeren leraren niet voldoende breed en gericht. Ze verzamelen observatiegegevens, maar richten zich vaak te op bepaalde ontwikkelingsdomeinen en stemmen niet genoeg af op de leerdoelen.

In de basisscholen is de evaluatie voor wiskunde voor de meeste scholen positief, voor Nederlands voldoet 70% van de scholen. Scoort mens en maatschappij nog middelmatig (24% ondermaats), muzische vorming (26% ondermaats) en wetenschappen en techniek (40% ondermaats) zijn de zwakke broertjes.

Van de secundaire scholen ontwerpt minder dan de helft van de vakgroepen goede leerlingenevaluatie, met uitzondering van klassieke talen (78%) en muzische vakken (65%) Evaluatie focust nog te vaak op kennis en inzicht en te weinig op vaardigheden en vakattitudes.

De variatie in evaluatievormen is eerder beperkt en vaak niet afgestemd op de leerlingen en hun leefwereld. Leerlingen hebben ook weinig inspraak in evaluatievormen en kennen de beoordelingscriteria niet altijd.

Kwaliteitsvolle feedback blijft een werkpunt in het gewoon secundair onderwijs. De feedback is nog te vaak productgericht en corrigeert vooral fouten, algemene attitudes en gedrag. Vakgroepen laten kansen liggen om proces- en ontwikkelingsgerichte feedback te formuleren. Schriftelijke commentaar, zoals op rapporten, mist vakinhoudelijke diepgang.

8. Niet elke leraar is al een taalleraar

Vooral het secundair zet nog te weinig in op taalgericht onderwijs. Van de 18 onderzochte scholen voldoen er maar 8. Zij kennen de talige competenties van hun leerlingen en stemmen hun onderwijs daarop af. De andere scholen hebben alleen intuïtief zicht op het taalniveau. Daarnaast is het taalbeleid nog te weinig vakoverschrijdend geïntegreerd. Leraren bouwen zowel vak- als schooltaal te weinig progressief op. Soms is er wel taalsteun, bijvoorbeeld met taalposters of woordenboeken, maar niet elke leraar voelt de nood om taalverwerving in zijn vak te stimuleren.

Enkele cijfers:

  • Het merendeel van de scholen kreeg een gunstig advies, zonder werkpunten: 60,5 %, wat een sterke indicatie is van een brede kwaliteitsvolle werking’.
  • 34% kreeg een gunstig advies met enkele werkpunten: Ze moeten sleutelen aan hun kwaliteitsontwikkeling, meer bepaald aan de onderwijsleerpraktijk. Daarnaast schiet in een aantal scholen het beleid rond bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne tekort.
  • 5% kreeg een ongunstig advies. Daar is een probleem met de onderwijsleerpraktijk, al dan niet in combinatie met tekorten in bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne.
  • In het buitengewoon basisonderwijs kreeg 40% van de doorgelichte scholen een gunstig advies zonder meer. 28,6% kreeg een gunstig advies met werkpunten. 31,4% kreeg een ongunstig advies.
  • In het buitengewoon secundair onderwijs doet 33,9% van de doorgelichte scholen aan selectie op maat. In opleidingsvorm 2 voldoet 63,6% niet helemaal aan het selecteren van doelen op maat, in opleidingsvorm 3 is dat 72,5%. Klassenraden kunnen de doelenselectie beter aansturen op basis van multidisciplinair overleg.

Wil je meer weten over deze doorlichtingsronde?

Bekijk de video over de Onderwijsspiegel 2020. Of lees de Onderwijsspiegel 2020.


Het hoofd van de inspectie Lieven Viaene biedt enkele handvaten aan om je evaluatie transparant en betrouwbaar te maken.
In het referentiekader voor onderwijskwaliteit (OK) vind je alle aspecten die bij een doorlichting aan bod komen. Op mijnschoolisok.be kan je via 12 stellingen testen of je school aan het OK voldoet.

Femke Van De Pontseele

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter