Verhaal Holebi en transgender

“Ik was de eerste homo van de school”

1 reactie

Log in om te bewaren.

Delen

Een eenzaam schooljaar vol pesterijen omdat hij homo was. Zo herinnert Dylan (23) zich zijn derde jaar secundair. Hij moest zijn jaar overdoen en zijn zelfvertrouwen kelderde. “Op die school blijven holebi’s vandaag nog altijd in de kast. Er is niets veranderd.”

De directeur van de school gaf aan dat ik niet welkom was

Dylan (23)
 
“Op de laatste dag van mijn tweede jaar secundair kwam een klasgenoot me out of the blue vragen: ‘Dylan, ben je homo?’ Ik stond aan de grond genageld, kon er niets op zeggen, maar zo heb ik het ongewild bevestigd. De hele zomervakantie heb ik zitten piekeren. Ik voelde dat de school heel vijandig tegenover homo’s stond. Ik besloot het dus verborgen te houden. Maar net voor de herfstvakantie verkondigde een klasgenoot: ‘Dylan is een homo’. Het ging als een lopend vuurtje rond. Zelfs een kerel van het zesde riep me in de gang na: ‘Flikker!’”

Het hoekje van de kleedkamer

“De pesterijen werden steeds gemener, mijn pennenzak, boeken, turnzak verdwenen. In de Chrysostomos-show zat een sketch over een homo. Ik zat achterin de zaal en iedereen keek om naar mij. Dat werd getolereerd, door niemand afgekeurd. Tijdens de les L.O. vroegen mijn klasgenoten aan de leraar of ik me niet bij de meisjes kon omkleden. Die man zweeg bijna een minuut en ik zag hem denken: ‘Hoe moet ik daar op reageren? Kan ik dat maken?’ Elke seconde zakte ik dieper in de grond. Ik koos altijd een hoekje van de kleedkamer en keek enkel naar de baksteen voor me, zodat ze me er zeker niet van konden beschuldigen op andere jongens te geilen.”


Ik heb mijn klas uit het jaarboek gescheurd

Dylan (23)

“Toen een klasgenoot me weer nariep, heb ik hem bij zijn kraag gepakt en tegen de muur geduwd. We moesten allebei naar de directeur. Ik was er echt van overtuigd dat die mij zou steunen. Ik was toch het slachtoffer? Maar de andere jongen mocht gaan en ik kreeg te horen dat ik de eerste homoseksuele leerling in het driehonderdjarige bestaan van de school was.”

Tegen de stroom in

“Sindsdien ging ik niet graag meer naar school, mijn punten gingen snel achteruit, ik werd zelf ook veel brutaler en rebelser. Mijn ma heeft me toen op een stoel gezet en gedwongen om te zeggen wat er scheelde. Ze heeft de pesterijen aangeklaagd bij de klastitularis. Een paar leraren deden daarna hun best, maar homofoob gedachtegoed krijg je niet met 2 bereidwilligen uit een hele school.”

“Ik deed niets meer voor school en vluchtte in World of Warcraft, een online game. Met een C-attest tot gevolg. Samen met die uitslag kreeg ik ook ons jaarboek. Ik heb de pagina met mijn klas eruit gescheurd en versnipperd. Zonder om te kijken, ben ik weggegaan. Ik zocht een andere school, 1 waarvan ik 100 procent zeker was dat ik er niet hetzelfde zou meemaken. Het werd een kunsthumaniora in een andere stad. Niemand kende me daar. Er waren zo veel subculturen dat ik niet meer speciaal was.”

Kwetsbaarder

“Dat ene jaar heeft me enorm beïnvloed: ik liep een studieachterstand op, mijn zelfbeeld en zelfvertrouwen waren naar de vaantjes. Het heeft me kwetsbaarder gemaakt. Mocht dat niet gebeurd zijn, dan was ik waarschijnlijk een gewone leerling gebleven en had ik steviger in mijn schoenen gestaan. In de lagere school werd ik al eens gepest omdat ik wat dikker was, maar als ze met je geaardheid lachen, ligt dat echt gevoeliger. Dat is zo persoonlijk.”

“Heb je al eens 2 homo’s zien dansen op een scoutsfuif? Dat is nog altijd om problemen vragen. Aan het station heb ik ooit klappen gekregen toen ik met m’n vriend op de bus stond te wachten. Als ze je als ‘de homo’ zien en benoemen, dan behandelen ze je vaak slecht. Pas als ze je als persoon kennen, verdwijnt de vijandigheid.