Gepubliceerd op
Klastips

“Schotel kinderen stapels boeken voor, zonder dat ze het beseffen”

Rien Deleu, alias de Boekenmeester van 2020, is leraar in het derde leerjaar van GVB De Revinze in Torhout. Een boekenwurm was hij als kind niet, wel een podiumbeest met een levendige fantasie. Vandaag is de klas zijn podium en prikkelt hij kinderen en collega’s om verhalen tot leven te brengen.

Matilda was mijn eerste

“Ik was al tiener toen de tekening van Quinten Blake, met de stapel boeken, het ‘m deed. De reden waarom ik Matilda wel 5 keer heb gelezen. En als je 1 boek leest van een schrijver, lees je graag verder. Joris en de Geheimzinnige Toverdrank, of Sjakie en de Chocoladefabriek. Een fantastische film, die laatste, maar die kon niet tippen aan de fantasie in mijn hoofd toen ik het boek las.”

Boekenmeester 2020 Rien Deleu

Rien Deleu: “Als ik een kinderboek zou schrijven, zou dat echt voor de kinderen zijn. Om ze mee te trekken in een verhaal.”

“Als volwassene ontdekte ik dat Roald Dahl eigenlijk een ambetante mens was. Die moest niets van kinderen hebben. Hij wilde gewoon in zijn tuinkot zitten, in die ene zetel die hij daar had, en even vluchten. Toevallig kon hij heel goed verhalen bedenken. Als ik een kinderboek zou schrijven, zou dat echt voor de kinderen zijn. Om ze mee te trekken in een verhaal. Bij Dahl was dat helemaal anders. Hij schreef vooral voor zichzelf: om alles wat in zijn kop zat, eruit te krijgen. Fascinerend!”

Begeestering

“Al tijdens mijn stages zocht ik de gezelligheid en gezapigheid van een klein schooltje waar alles kan en mag. Dat experimenteren, die vrijheid, dat is wat me aantrekt in onderwijs. De Revinze, waar ik nu lesgeef, past daarom bij mij.”

“Mijn passie voor boeken in de klas kwam er dankzij mijn collega Ann Muylle, de Boekenjuf van 2011. ‘Dat is een mooi boekje, doe je daar iets mee?’ Zeg je zoiets tegen mij, dan denk ik meteen: ‘Oké, hoe ga ik dat aanpakken?’ Of: ‘Rien, ik heb een gedicht gelezen. Dat is echt iets voor u.’ Ann heeft iets in mij losgepeuterd.”

“Waar Ann Muylle mijne Jezus is, is Daniele Daniëls mijne God. Een pedagoge die gek is van boeken, een vakmadam die kan begeesteren en zelfs een volwassen mens als ik kan terugbrengen naar mijn kindertijd. Zit ik daar in een bijscholing met 40 anderen, dan zit ik na te denken, dingen uit te vinden en ontstaan er verhalen in mijn hoofd. Ik zei haar: ‘Ik wil een boek schrijven’. Haar tip: ‘Denk niet na, doe dat.’”

Een leeg schrift

“In de pen kruipen is iets waar ik al langer over denk. En die ambitie is eigenlijk een belofte. Mijn papa wás zelf schrijver. In ‘97 had hij een trombose: zijn taalcentrum is volledig stuk. Die gave kan hij niet meer benutten.”

“Ik zou zijn verhaal willen brengen door de ogen van zijn kleinkinderen. Hen laten vertellen waarom opa anders is dan andere opa’s. En waarom dat ook een ongelooflijk waardevolle vent is. Ik wil dat zijn verhaal en wat wij meegemaakt hebben als gezin, dat dat leesbaar wordt.”


Boeken moeten leven in de klas. Gebruik ze bij de instap van een les, en dat hoeft zelfs geen taalles te zijn.

Rien Deleu - Boekenmeester 2020

Woordfabriek

“Boeken moeten leven in de klas. Gebruik ze bij de instap van een les, en dat hoeft zelfs geen taalles te zijn. Toon zoveel mogelijk boeken aan je leerlingen zonder dat ze het beseffen. Dat kan met prentenboeken, romans, krantenknipsels, zelfs met kookboeken.”

“In ‘Het Land van de Grote Woordfabriek’ spreken rijke mensen dure woorden. Florian wil eigenlijk ‘ik hou van jou’ kopen, maar dat kan hij niet betalen. Dus zoekt hij woorden in vuilbakken en daarmee gaat hij naar Cibelle, het meisje waarop hij verliefd is. Hij gebruikt ze op zo’n mooie manier dat zij snapt wat hij bedoelt. Zo eenvoudig schoon, dat prentenboek! Aan dat verhaal heb ik woordsoorten gekoppeld. Vol verwondering gaan mijn leerlingen ermee door een stukje taalbeschouwing.”

“Als beloning mogen ze in het Leeskasteel: een omgekeerde kartonnen doos bekleed met vergeelde blaadjes uit de boeken van mijn oma. Of plukken ze een gedicht van onze blauwe met wolkjes beschilderde Poëzieparaplu. Vinden ze het mooi, dan bewaren ze dat in hun bank. Niet mooi? Dan hangen we het terug en pakken we een ander.”

Een kast op het oog

“Als ik mijn zin mag doen, wil ik een echte ouderwetse kleerkast in mijn klas. Met hoge deuren en tierlantijntjes. Zo eentje van bij de oma, die piept als je ze opent. Met daarin een paar livingskes met glasgordijntjes in allerlei kleuren. In elk vakje past net een kind met een boek en een leeslampje. Is er nog een vakje vrij? Dan pak je een boek en mag je gaan lezen. En als je leeskwartier voorbij is: boef, kast dicht!”

“Toen ik 18 was, ben ik eens ingesprongen voor een stemacteur die ziek was. Alle 3 heb ik die verhalen nog, en die leg ik bewust in de luisterverhalenbib van de klas. Aan het einde van het schooljaar verklap ik dat mijn stem op 3 van die cd’s zit. Dan zie ik ze graven in hun geheugen: ‘Welk verhaaltje heeft de meester ingelezen?’”

“Ieder jaar laat ik de leerlingen ook een toneel opnemen. Ze mogen er geluidjes bij maken. En expressief voorlezen: vrolijk, boos of bang. Dat biedt heel veel leeskansen. Soms leest een kind niet graag alleen, maar wel graag met vrienden. Of doet een kind spontaan een andere stem na: ‘Ik ben een krokodil, ik spreek zo!’ Daar kan je echt een spel van maken. Dus die titel van ‘Boekenmeester’ is misschien beter ‘Leesmeester’. Wat je leest, is minder belangrijk. Áls je maar hier en daar een keer leest.”
 

Boekenmeester 2020 Rein Deleu

5 tips voor verhalen in de klas

  1. Durf op je bek gaan

  2. “Ga met heel veel plezier keihard op je bek. Doordat veel mensen nogal perfectionistisch zijn, durven ze het niet verkeerd doen. Maar je leert zoveel als je je kan afvragen: ‘Oh nee, dat werkte niet. Hoe dan wel?’ Dat vind ik heel belangrijk. Durf een boek of verhaal te betrekken waarvan je denkt: ‘Misschien kan het’.

  3. Daag jezelf uit en begeester

  4. “Mijn oogkleppen probeer ik zo wijd mogelijk te zetten. Alles kan inspiratie zijn. Neem lesmateriaal niet klakkeloos over. En ga niet te rap naar een definitieve vorm. Je kunt niet zeggen dat je een goede knutselles hebt gegeven als je iets van Pinterest hebt nagemaakt.”

    “Treed af en toe eens buiten die comfortzone. Iets wat het ene jaar goed werkt, is voor mij een stimulans om te denken: ‘Kan het nog anders lukken ook?’ Kinderen willen iemand die begeestert. Ze willen natuurlijk een vakkundige leraar, maar ze verdienen ook iemand die ze herinneren.”

    “De Boekentoren of het Boekenpaspoort hebben maar een paar weken geleefd, en dan verdwijnen ze weer. Kinderen beleven de magie, maar laat hem niet doodbloeden door ze systematisch te laten bestaan. Zoek manieren om boeken aan te bieden, die de nieuwsgierigheid blijven opwekken.”

  5. Verplicht niet

  6. “Geef je leerlingen vrijheid en begeleid ze in het zoeken naar een boek. De opdracht ‘Lees de eerste 5 bladzijden’ bijvoorbeeld. Wil je verder lezen? Ja? Oké dan. Is het nee? Dan hebben ze 5 bladzijden gelezen en is die ‘nee’ ergens op gebaseerd. Dat is voor mij even waardevol als een boek helemaal uitlezen.”

  7. Beperk je niet tot boeken

  8. “Sommige leerlingen zijn gewoon geen boekenkinderen, maar lezen misschien wel graag een stukje krant. Of de spelregels van een gezelschapsspel. ‘Lees de uitleg en speel het spel.’ Na tien minuten check je even. Lukt het al? Of zou je nog eens rustig kijken wat er allemaal in de doos zit. Welke stukjes in de spelregels zijn belangrijker?”

  9. Voed je eigen fantasie

“Wees creatief en bedenk 10 invalshoeken. En vraag je dan pas af of het praktisch mogelijk is. Fantaseer, dat doen we als volwassenen vaak te weinig. Die kinderlijke manier van denken, daar ben ik jaloers op. Je kan kinderen nooit iets wijs maken in verhalen. Daar bestaat de ultieme vrijheid. Laat ze plezier beleven als ze over dingen nadenken.” 

 

Haal Klasse Magazine in je bubbel

  • 4 kwaliteitsnummers met inspiratie van leraren en experts.
  • Fraai ondersteunend materiaal: kalender, poster, zorgkaartjes ...
  • Je Lerarenkaart met meer dan 1000 voordelen in je brievenbus.