Duiding Dit artikel behoort tot de reeks Holebi en transgender Gepubliceerd op

Gevolgen van homofobie

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

De Belgische wetgeving erkent de seksuele diversiteit in onze maatschappij. Toch blijft hetero de norm en haalt homofoob geweld de kranten. En de school? Voor jongeren en leraren die niet aan het stereotiepe man-vrouwbeeld beantwoorden, is die vaak niet veilig genoeg om gewoon zichzelf te kunnen zijn.

Wie?

  • Holebi’s – homo, lesbisch, biseksueel – voelen zich aangetrokken tot iemand van hetzelfde geslacht of tot zowel mannen als vrouwen.
  • Bij transgenders komen geslacht en identiteitsbeleving niet overeen: hun gedrag, uiterlijk en/of innerlijke beleving is niet wat van een jongen of meisje ‘verwacht’ wordt. Ze voelen zich vrouw in een mannenlichaam of omgekeerd. Of ze voelen zich man noch vrouw, maar eerder iets tussenin. Wie transgender is, is niet altijd holebi.
  • LHBT-jongeren zijn lesbisch, homo, bi of transgender.

Probleem?

  • De heteronorm zorgt ervoor dat veel jongeren, leraren, ouders onwennig of afkerig staan tegenover seksuele diversiteit. De helft van de heterojongens heeft moeite met uitingen van homoseksualiteit. Meisjes zijn iets toleranter.
  • Een homonegatieve houding is tegenwoordig subtiel en impliciet: niemand heeft er een probleem mee tot het te zichtbaar wordt of te dichtbij komt.
  • Homofoob geweld (gaybashing) is plagen, uitschelden, belachelijk maken, roddels verspreiden, cyberpesten, fysiek geweld gebruiken, intimideren … op basis van seksuele voorkeur of genderidentiteit.

Gevolgen?

Ontdekken dat je plots tot een minderheid behoort, kan je onzeker maken. Sommige jongeren missen bovendien een netwerk dat hen ondersteunt of ze ervaren veel druk om zich volgens de groepsnorm te gedragen. Wie niet open kan of mag zijn over zijn seksuele oriëntatie of genderidentiteit, heeft een verhoogd risico op:

  • angst, depressie, zich eenzaam voelen
  • probleemgedrag als overtreden van regels en agressief zijn
  • zichzelf pijn doen en/of zelfdoding
  • een kwetsbare schoolcarrière: vaker van school wegblijven, opleiding niet afmaken, schoolresultaten die verslechteren.

Homofoob geweld kan een zware mentale en fysieke tol eisen.

Helft incidenten overkomt holebi’s op school

  • 6 procent van de tweede-, derde- en vierdejaars secundair voelde zich al eens tot hetzelfde geslacht aangetrokken. Dat is er ongeveer 1 in elke klas.
  • Deze LHBT-jongeren zitten niet allemaal lekker in hun vel: 15 procent van de lesbische en bi-meisjes heeft bijvoorbeeld voor haar 23ste verjaardag al minstens een zelfmoordpoging ondernomen. Bij heteromeisjes is dat 1 procent.
  • Het ergste herhaalde incident dat jongeren meemaakten omdat ze holebi zijn, vond in 47 procent van de gevallen op school plaats.

3 Misverstanden

“Homo zijn? Dat is een keuze”

Klopt niet – LHBT-jongeren hebben er niet voor gekozen om zo te zijn. Net zoals niemand ervoor kiest om linkshandig of klein te zijn. Je kan het ook niet aanleren, ervan genezen of er iemand mee besmetten. Bij etnisch-culturele minderheden of leerlingen en ouders met een streng godsdienstige achtergrond leeft dit vooroordeel soms sterk.

“Wij hebben dat op school niet”

Klopt niet – In sommige scholen zijn holebi’s nog onzichtbaar omdat LHBT-jongeren of -leraren zich er niet outen uit angst voor negatieve reacties. Allicht zijn ze er dus wel, maar is jouw school nog te onveilig om uit de kast te komen. Hogescholen en universiteiten scoren beter dan secundaire scholen.

“De ouders pikken lessen over holebi’s en transgenders niet”

Klopt niet – Misschien komen ouders om uitleg vragen, maar daarop kan je je voorbereiden. Hoe? Door erop te drukken dat iedereen gelijkwaardig is op school. Door te zeggen dat deze lessen over respect voor je medemensen gaan. Door ze gerust te stellen dat je zelf geen standpunt inneemt of standpunten veroordeelt. Je stelt leerlingen vragen zodat ze zelf leren nadenken. Bovendien bestaan er eindtermen die scholen verplichten om verschillen in gezinsvormen, gender en diversiteit aan te kaarten.