Gepubliceerd op
Specialist

Artificiële intelligentie in onderwijs: minder werk voor de leraar?

Artificiële intelligentie in onderwijs kan schoolverlaters of de perfecte vervolgopleiding voorspellen. Maar neemt ook werk uit handen. Techniekethicus Katleen Gabriels zet voor Klasse haar VR-bril op en kijkt in de toekomst van ons onderwijs.

Katleen Gabriels

Katleen Gabriels: “Vaak met dezelfde vrienden optrekken linken aan dalende studieresultaten? Data zijn alleen nuttig als je ze correct combineert”

 

Hoe ziet een schooldag eruit in 2030? Robots met artificiële intelligentie, big data en algoritmes?

Katleen Gabriels: “Met technologie kan je vandaag al heel ver gaan. In Nederland zijn er gemeenten die via data en artificiële intelligentie proberen voorspellen welke leerlingen zullen uitvallen. Die worden preventief opgevolgd. Aan Purdue University in de Verenigde Staten gaan ze een paar stappen verder. Te ver. Daar worden studenten voortdurend gemonitord. Of ze wel of niet in de les zitten, op sociale media zitten tijdens de les, gezond leven, met wie ze tijd doorbrengen. Studenten krijgen dan meldingen als ze te vaak lessen skippen, te veel in de hamburgertent op de campus eten, te veel met dezelfde mensen rondhangen of te weinig sporten.”

“Ik huiver van die manier van meten en wantrouwen. Want het is gevaarlijk: een correlatie is niet hetzelfde als oorzaak-gevolg. Data zijn alleen nuttig als je ze correct combineert, de juiste verbanden legt. Vaak met dezelfde vrienden optrekken linken aan dalende studieresultaten? Met data kan je alles bewijzen. Maar een gebroken hart – waardoor je snakt naar een hamburger en je vrienden meer nodig hebt – wordt niet geregistreerd. En wat met privacy? Weten we zeker dat hun gegevens niet doorverkocht worden aan toekomstige werkgevers?”

 

Welke gevaren zie je bij big data en artificiële intelligentie in onderwijs?

Katleen Gabriels: “Je moet te allen tijde kritisch blijven. Met welke data werd het algoritme getraind dat schoolverlaters moet voorspellen? Daar kunnen vooroordelen in zitten. In de Verenigde Staten houden sommige rechtbanken rekening met algoritmes die de kans op herval bij gedetineerden voorspellen. Mensen met bijvoorbeeld een Afro-Amerikaanse naam kregen soms strengere straffen. Een algoritme van artificiële intelligentie is niet per se objectief.”

“Natuurlijk bestaan er ook zonder technologie vooroordelen. Het CLB of leraren stuurden vroeger kinderen van migranten te vaak naar bso door. Je kan data verzamelen, maar mag nooit zomaar beslissingen delegeren aan artificiële intelligentie. Zo kan artificiële intelligentie gevoed door duizenden foto’s van huidkanker beter melanomen detecteren dan een dermatoloog. Maar laat technologie niet de behandeling dicteren. Houd die beslissing bij de arts. Technologie is een hulpmiddel voor de mens.”

 

Artificiële intelligentie vervangt de leraar niet?

Katleen Gabriels: “Technologie zal de leraar inderdaad nooit vervangen. Er bestaat wel al adaptieve leersoftware met artificiële intelligentie waarbij de computer voor elke leerling oefeningen klaarzet op zijn of haar niveau. Zoiets haalt echt werk uit de handen van de leraar. Die kan zich op de essentie focussen: leerlingen begeleiden.”

“We moeten wel bewaken dat de vrijgekomen tijd effectief naar de leerlingen gaat. In de zorgsector kunnen idealiter digitale technologieën, zoals zelfmetingen van bloeddruk of suikerspiegel, ervoor zorgen dat er meer tijd vrijkomt. Bijvoorbeeld voor een gesprek tussen zorgverlener en patiënt. De valkuil? Dat die vrijgekomen tijd naar nóg meer patiënten op een dag gaat, of naar bezuiniging op het personeel.”


De zogenaamde digital natives zijn digital naives. We overschatten wat jongeren kunnen.

Katleen Gabriels - Techniekethicus

“Technologie kan de leraar zeker ondersteunen. Maar die heeft dan wel een betere kennis van statistiek nodig. In Finland snappen ze dat. Ik studeerde er Moraalwetenschappen en kreeg 8 uur statistiek per week. Daardoor besef je dat data niet altijd iets zeggen over een individu. Er zijn altijd personen die sterk afwijken van het gemiddelde en in de staartjes van de gausscurve zitten. Gegevens interpreteren lukt alleen als je kritisch kan denken, een goede basis om gegevens te interpreteren. Ik pleit daarom voor meer filosofie en kritisch denken in het secundair en hoger onderwijs.”

 

Is het buikgevoel van een leraar even sterk als artificiële intelligentie?

Katleen Gabriels: “Als je op je smartwatch moet kijken om te weten of je goed geslapen hebt, klopt er inderdaad iets niet. Tuurlijk kan een leraar ook heel goed zonder technologie het niveau van een leerling inschatten. Maar voor een wetenschapper is buikgevoel een lastig begrip. Als we op ons buikgevoel afgaan, is de aarde plat en draait de aarde niet rond de zon.”
 

Jongeren snappen, chatten en shoppen online, maar weten ze hoe Google, sociale media of gps werken?

Katleen Gabriels: Vlaanderen loopt hopeloos achter om jongeren mediawijsheid en digitale competenties bij te brengen. Die boot hebben we echt wel gemist. We hebben een fantastisch kenniscentrum Mediawijs, maar dat is nog niet voldoende gekend. Vandaag hebben leerlingen een publieke identiteit. Onze foute foto’s van vroeger staan nergens online, maar jongeren zien of zijn slachtoffer van pestfilmpjes, naaktfoto’s en wraakporno. Je weet niet op welke server ze staan en wanneer ze nog eens opduiken. Dat is een angst die wij niet kenden. Scholen hebben zeker ook de taak om leerlingen mediawijs te maken.”

 

Swipen, tabletnek en likes. Kunnen leraren iets doen aan het dalend concentratieniveau van leerlingen?

Katleen Gabriels: “Pascal schreef al in de zeventiende eeuw dat op een stoel blijven zitten moeilijk is. We moeten eerst en vooral naar onszelf kijken. Hoe vaak leidt onze gsm ons af tijdens het werk of een vergadering? Eventjes je mail of WhatsApp checken? Dan kan het 20 à 30 minuten duren om je concentratie terug te vinden. Een aantal universiteitsprofessoren verbieden laptops omdat die te veel afleiden en je handgeschreven notities beter onthoudt. Leerlingen weghouden van technologie is niet de oplossing. Maar ze moeten wel leren focussen. Hoe kan je anders studeren voor een examen of een thesis schrijven?”

“Leraren die afwisselend en boeiend lesgeven, houden de aandacht van hun leerlingen langer vast. Maar leraren moeten geen circusartiesten worden die elke 3 minuten een nieuw trucje uit hun mouw toveren.”

 

Wordt de digitale kloof tussen leerlingen en leraar groter?

Katleen Gabriels: “Leraren denken dat leerlingen zo veel meer weten over technologie. Dat klopt niet. De zogenaamde digital natives zijn digital naives. We overschatten wat ze kunnen. Hun digitale competenties zijn niet altijd sterk ontwikkeld. En dus doorprikken ze fake news niet, vertrouwen ze Instagram als enige nieuwsbron. Of begrijpen ze de algoritmen achter al die platformen onvoldoende.”

Katleen Gabriels

Katleen Gabriels: “Artificiële intelligentie kan leraren echt ontlasten, zodat ze zich op de essentie kunnen focussen: leerlingen begeleiden”

 

Heeft onderwijs te weinig aandacht voor filosofie, technologie en creativiteit?

Katleen Gabriels: “Ik zou een onderwijs met minder tussenschotten willen. De toekomst van onderwijs is interdisciplinair. De wereld is toch ook niet binair? Iedereen – en zeker ingenieurs – moet filosofie en ethiek krijgen. Mensen die technologie ontwerpen, moeten problemen niet pas oplossen als ze zich voordoen. Ze moeten proactief ethisch nadenken hoe ze te voorkomen. Een website die enkel een veilig wachtwoord aanvaardt, is een voorbeeld van ethische technologie. Een draaideur niet. Die houdt de koude wel buiten, maar discrimineert mensen in een rolstoel. Daar hadden ontwerpers op voorhand over kunnen nadenken.”

“Ik heb Germaanse taal- en letterkunde en filosofie gestudeerd. Geen enkel algoritme zou dat adviseren als studiekeuze. En in de hoogdagen van het spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie werd talen studeren afgeraden. Want vertaalsoftware zou de job van vertalers overnemen. Toch zat ik nog geen dag zonder werk. Ik ben tegen het nutsdenken in onderwijs. We kennen de jobs nog niet die onze kinderen gaan doen. Wat voor jongeren willen we afleveren? En waar willen we als maatschappij naartoe? Dat zijn belangrijkere vragen.”

 

Je schrijft in je boek ‘Onlife’ vaak dat technologie niet neutraal is. Geldt dat ook voor het onderwijs?

Katleen Gabriels: “Technologie leidt tot nieuwe praktijken en visies. 20 jaar geleden wilden we niet overal en altijd bereikbaar zijn met een mobiele telefoon. En 10 jaar geleden zouden we vreemd opkijken van een babyfoon met camera en sensoren, van gps-trackers voor kinderen. Nu staan ze bijna symbool voor goed ouderschap. Maar kinderen hebben blutsen en builen nodig om groot te worden, toch?”

“Ik verbaas me erover dat we dat soort controlerende technologie zo gemakkelijk aanvaarden thuis en op de werkvloer. Bol.com volgt zijn koeriers tot op de meter. Heel efficiënt, maar het laat weinig ruimte voor menselijke aandacht. De slinger gaat te veel de ene kant op en zal wel weer in de andere richting gaan. Nu moeten we dringend de maatschappelijke discussie voeren over huidige en toekomstige technologie.”

 

Bestaat de school als gebouw nog in de toekomst?

Katleen Gabriels: “Leerlingen kunnen online les volgen en samenwerken, leraren kunnen met de juiste technologie zien wanneer de aandacht verslapt … Maar scholen verdwijnen nooit. En leraren ook niet. Je offline les moet wel een meerwaarde zijn. Als je voorleest wat in het handboek staat, kunnen je leerlingen de les even goed online bekijken. De interactie in een klas is essentieel. Daar leren leerlingen en leraren van elkaar. Leerlingen ontwikkelen er skills zoals presenteren, samenwerken, debatteren en reflecteren. Niet alles moet vervangen worden door technologie. De beste leraar in ons collectief geheugen is Mr. Keating uit de film ‘Dead Poets Society’. Die had geen iPad of app nodig.”

Waar is mijn
Lerarenkaart?