Gepubliceerd op
Blog

“Lesgeven in bso was de beste leerschool”

Laura BuelinckxIn zijn beginjaren ging het lesgeven voor Jorgen niet zonder slag of stoot, ook letterlijk niet. Langzaam maar zeker kreeg hij een betere band met ‘zijn jongens’ in een Brusselse concentratieschool. Die ervaring neemt hij mee naar het internaat.
 

Ik staar naar het plafond van het klaslokaal. Ik zie helder blauw water en rotsen. Ik adem in en uit, zoals in de yogales. De zonnevlecht-ademhaling. Ik probeer rustig te blijven en denk aan de mooie zomer in Slovenië.

‘Wat doet die nu’, krijst een leerling. Ze willen me uit mijn kot lokken, snappen niet dat ik rustig blijf. Een gefrustreerde voet trapt een gat in de deur van het lokaal. ‘Jaqouille’, sneert een andere leerling. Het woord staat in geen enkel woordenboek. In deze omgeving betekent het ‘klootzak’, denk ik. Welkom in het tweede middelbaar, een bso-klas in een Brusselse concentratieschool. De leraar – dat ben ik, toen nog onervaren – is onmachtig. De leerlingen heersen over deze 20 vierkante meter.

De klas staat vaker op stelten. Iemand roept plots ‘caillou’ en slaat een medeleerling op zijn hoofd. Alle andere veren recht en doen hetzelfde. Ze lachen hard. Te hard. Hier vallen nog gewonden, denk ik, terwijl ik diep in- en uitadem. In diezelfde 50 minuten verstopt een tiener zich achter de gordijnen, een andere kruipt in de metalen kast. 2 klasgenoten beuken daarna de kastdeuren stuk. Wat later verlost de bel me. Ik ben vrij, op naar de volgende 20 vierkante meter opgepompte adrenaline.


Sommige leraren hebben een goede band met hun bso-jongens. Ik hoor eerst niet tot dat selecte clubje

Jorgen Briers

’s Nachts lig ik wakker. Er zijn collega’s die een goede band hebben met deze jongens. Ik hoor niet tot dat selecte clubje. Te weinig ervaring. De fout die ik maakte? Tijdens de tweede les sloeg ik met mijn vuist op tafel en schreeuwde ‘Stop’. Alleen: oldschool gezag aanvaarden deze jongens niet. Op straat niet – ze slingeren stenen naar de politie, in de klas niet. Lesgeven is een harde stiel. De 90 lessen die volgen, zijn te kort om mijn uitval recht te trekken.

‘Bij mij zou het niet waar zijn’, hoor ik mensen zeggen. En zelfs: ‘Stuur ze allemaal de school uit, of zelfs verder weg’. Adviseurs die je beter mijdt, hun slagzinnen helpen niemand echt verder. ‘Wat hebben deze jongens nodig opdat ze je graag zien’, op die vraag wil ik het antwoord kennen. En bij wie beter aankloppen dan bij de leraren die wel met ze kunnen werken.

Een kant-en-klare oplossing krijg ik niet. Het is voor iedereen anders. Wat wel vaststaat: deze jongeren willen gehoord en gezien worden voor wat ze echt zijn. Ze zijn mooi, sterk, gekwetst, angstig, verstandig, handig of onhandig. Ze verlangen, zoals iedereen, naar een compliment, naar erkenning, liefde en connectie. Alleen niet stilletjes en knikkend, maar luidruchtig en opstandig. Daarom hebben ze duidelijke regels nodig, gedeeld door het hele team.


In plaats van langgerekte gevechten, leggen we samen een stukje schoolloopbaan af

Jorgen Briers

Ik zoek uit wat ik ze van mezelf kan aanbieden zodat zij het beste van zichzelf kunnen geven aan mij. Met een ‘kamp leraar’ versus ‘kamp leerlingen’, kom ik nergens. Wel door 1 team te vormen. Het vraagt engelengeduld en tonnen energie om dat te bereiken en vol te houden. Ik ga letterlijk naast de leerlingen zitten. Vooraan in de klas projecteert een van hen in een beurtrol zijn werkboek aan mijn computer. En ja, ze zijn soms slordig, lui of luidruchtig. Maar even vaak komen ze grappig en bijdehand uit de hoek. Of zoeken ze zelf naar een band met mij. Een leerling laat me een foto zien van een bekende, coole Turkse zanger. ‘Jij lijkt op hem’, knikt de klas.

Jaar na jaar ben ik minder een buitenstaander. Ik moet niet meer naar het plafond staren. In plaats van langgerekte gevechten, leggen we samen een stukje schoolloopbaan af. We rijden in een houten kar met vierkante wielen op een hobbelige weg. Onze finish? Geen idee, maar de kar bolt, we willen dezelfde richting uit en maken meters. Omdat er nu wél connectie is.

Die blutsen, builen en succesjes neem ik vandaag mee naar mijn nieuwe job: opvoeder in een internaat dichterbij huis. 10 jaar lang elke dag uren pendelen naar de hoofdstad, hakte erin. Maar qua leerschool kan het tellen. Bij die jongens uit bso leerde ik het evenwicht tussen zorg geven en lijnen trekken. Pas dan is er verbinding. En hier tussen de kinderen weg van thuis is connectie maken zo mogelijk nog belangrijker.

In 4 weken naar beter klasmanagement?

Schrijf je in voor de gratis online tipreeks en krijg in je mailbox:

  • inspirerende praktijken van collega's
  • strategieën om te proberen bij jouw leerlingen
  • kant-en-klare tools