Gepubliceerd op
Zo doen zij het

“We bogen taalvertraging om naar een versnelling”

Basisschool De Tandem maakt haar naam waar: samen met zorgleraar Louise geeft leraar Kendra er les in het eerste leerjaar. Ze zetten extra in op taal en fietsen de kinderen sneller naar een rijke woordenschat. “Als we ze dit jaar een sterke basis geven, rendeert dat een leven lang.”
 

Kendra D’Hondt: “60% van onze leerlingen spreekt thuis geen Nederlands. Ik voelde me soms machteloos: hoe kan je leren lezen als je de ‘ui’ of ‘uu’ nog niet goed uitspreekt? Ik haalde alle creatieve werkvormen boven. Maar in je eentje 6 groepjes intensief begeleiden is haast onmogelijk. Na elk thema uit Veilig Leren Lezen nam ik een toets af. Wat ik ook deed, mijn klas zat steevast in het rood. Niet erg opbeurend.”

“Toen kwam corona. Onze collegiale visitatie in de derde kleuterklas ging niet door, waardoor ik de instromers voor september niet leerde kennen. Kleuters bleven thuis tijdens de eerste lockdown: een groot deel hoorde of sprak maanden geen Nederlands. De doemberichten over leerachterstand baarden me grote zorgen. Wat zou dat straks geven in mijn klas?”

“Onze directeur bleef gelukkig niet bij de pakken zitten: ze trok 60 van de 199 zorguren uit voor de 3 klassen van het eerste leerjaar. Elke leraar krijgt een zorgleraar als co-teacher. Ze verantwoordt die keuze naar het team: “Als kinderen een sterke basis hebben, plukken jullie daar later allemaal de vruchten van.”

Leerlingen scannen een QR-code met een tablet

Kendra D’Hondt, leraar eerste leerjaar: “Sommige ouders leren thuis samen met hun kinderen Nederlandse woorden uitspreken, dankzij de werkblaadjes met QR-code.”

Ondersteunen en uitdagen

“Met zorgjuf Louise naast me ondersteunen we onze leerlingen én dagen we ze uit. De sterke kinderen starten zonder hulp, de middengroep duwen we met wat uitleg in gang. Als ze vragen hebben, staan we paraat. De derde groep bieden we extra instructie en ondersteuning. Zo zit niemand nodeloos lang te wachten op uitleg. Louise en ik bereiden de lessen samen voor. Dat we didactisch prima matchen, is mooi meegenomen.”

“Het materiaal dat we tijdens de lockdown ontwikkelden, komt nog altijd goed van pas. De leerlingen scannen thuis op hun werkblad een QR-code met de gsm van papa of mama. Dan horen ze mij de klanken en de woorden voorlezen. Zo leerden sommige ouders samen met hun kinderen Nederlands spreken.”
 

Sprookjes tekenen en vertellen

“De QR-code om taal te stimuleren is een blijver. Tijdens spreekopdrachten film ik mijn leerlingen. Die video’s gebruiken we als intro voor ons hoekenwerk: de kinderen scannen de QR-code met hun tablet en zien zichzelf of een klasgenootje instructies geven: ‘Plaats de plant op de tafel of onder de tafel.”

“Ik ontwikkel ook interactieve spreeklessen, bijvoorbeeld rond sprookjes. Leerlingen luisteren naar Roodkapje en tekenen een plattegrond van het bos. Die gebruiken ze om het verhaal aan elkaar door te vertellen. Of ze bouwen een maquette van het huis van De Drie Biggetjes en maken een top drie van belangrijkste bouwmaterialen. Ze leggen het verhaal in de juiste volgorde en schrijven er zinnen bij. Daarna spelen ze een personage, eerst met voorbeeldzinnen, dan met hun eigen tekst. Na het toneel evalueren we: ‘Begrepen we iedereen? Sprak iedereen duidelijk? Vergat je niks te vertellen?’ Zowel onder parallelcollega’s als in de leergemeenschap bespreken we hoe de les verliep en waar we kunnen bijsturen.”

2 leerlingen voor de woordmuur

Kendra D’Hondt, leraar eerste leerjaar: “We wilden leerlingen niet overladen met meerduidige woorden. Daardoor maakten we hun woordenschat arm.”

Piramides bouwen

“Dat onze kinderen veel taalkansen nodig hebben, is duidelijk. Gelukkig plaatste een beleidsmedewerker van Stedelijk Onderwijs Antwerpen de vuurrode resultaten van onze leerlingen op de CITO-testen in perspectief: ‘Vergelijk hen niet met de norm, maar met zichzelf’. Hij leerde ons persoonlijke groei zien in de curves. Een hele geruststelling: onze kinderen zetten duidelijk stappen. Ze hebben alleen meer tijd nodig om de norm te halen. Een jongetje dat verhuisd is uit Nederland, scoorde opmerkelijk beter op de test, die door onze noorderburen ontwikkeld is. Anders dan de meeste van onze leerlingen zag hij wel al eens ‘de wieken van een molen’.”

“Vandaag beseffen we dat we onze leerlingen soms woordenschat-arm maakten omdat we hen niet wilden overladen met verschillende betekenissen. We hadden het over ‘de bank’ als zitmeubel, maar vertelden hen niet dat de plek waar je geld spaart ook een bank is. Nu bouw ik samen met de collega’s piramides: onderaan een brede laag basiswoorden die de leerlingen eigenlijk al moeten kennen, een middenstuk met woorden die we dit jaar leren, en smallere top met uitbreidingswoorden als voorbereiding op volgend leerjaar. Een ideale tool om te scannen of ons taalaanbod in de klas wel rijk genoeg is.”

“Hoewel we de wereld zo veel mogelijk de klas binnenloodsen en leerling constant nieuwe woorden aanbrengen, zijn we blij dat we weer op daguitstap mogen. Eb en vloed zien op het strand, de meeuwen die over je hoofd scheren, dat geeft betekenis aan woorden. Sommige kinderen hier hebben amper een voet buiten hun eigen wijk gezet, zagen de zee alleen in kinderboeken of op tv.”

2 leerlingen in de klas

Kendra D’Hondt, leraar eerste leerjaar: “Je kan klagen dat een groep leerlingen de norm nog altijd niet haalt of blij zijn met 30% vooruitgang”

30% vooruitgang

“Dat je leerlingen met zichzelf vergelijkt, betekent niet dat je de lat lager legt. Als onze zorgcoördinator een terugval ziet, grijpt ze in. Ze analyseert de toetsen waar het kind minder op scoorde en werkt het bij na de les. Ook in de klas monitoren we constant: Terwijl ik het kringgesprek leid, oefent mijn collega letters met leerlingen die meer tijd nodig hebben. Focussen op de persoonlijke vooruitgang van elk kind helpt ons om gerichter actie te ondernemen.”

“Op de lettertoets scoorden onze leerlingen al na één maand beter dan de klas van vorig jaar. Bijna niemand kleurde rood. Bij de AVI-leestoetsen hinkte vorig jaar ongeveer 70% van onze kinderen achterop. Nu heeft 40% leesachterstand. Je kan klagen dat een deel de norm nog steeds niet haalt, of je kan blij zijn met 30% vooruitgang.”

“Die succesjes zijn geen reden om op onze lauweren te rusten. We blijven zoeken naar methodieken die de leerstof dichter bij de leerling te brengen. We passen nu de LIST-methode toe om te leren lezen: we ontdekken een letter of klank via een verhaal, bijvoorbeeld de ‘sch’ van schoen. Eerst lees ik een verhaal voor met die klank, dan leggen de leerlingen die letter met pomponnetjes of wiebeloogjes. Uiteindelijk zoeken we woorden met dezelfde klank.”

Kendra D’Hondt, leraar eerste leerjaar, leest voor uit een boek

Kendra D’Hondt, leraar eerste leerjaar: “Elke dag lees ik voor, dan lezen we in koor en ten slotte laat ik iets lezen door een leerling.”

De juf en het monster

“Met ondersteunend lezen mikken we nog hoger: elke dag lees ik voor, dan lezen we in koor en ten slotte laat ik iets lezen door een leerling. Aan de teksten koppel ik doelen uit wereldoriëntatie of rekenen. Een krantenbericht over een meteoor leidt tot een creatieve schrijfopdracht: wat als er een buitenaards wezen in zat, wat denkt die over onze planeet? Tijdens het hoekenwerk voeren kinderen spreektaken uit zonder dat ze het weten: in een grot van bruin papier op een tafel overleggen ze hoe ze muurschilderingen zullen maken.”

“Onderwijs in coronatijd is een zware beproeving, maar wel een die ons veel vernieuwingen opleverde. Ik zie de leerwinst bij mijn leerlingen dankzij co-teaching en onze nadruk op taal. We gebruiken de data van onze toetsen om lessen bij te sturen of leerlingen individueel te begeleiden. Door al die ingrepen zitten onze leerlingen tijdens corona niet met een taalvertraging, maar zowaar met een -versnelling. Een creatieve zin als: ’Mijn monster eet juf. Juf is bang en roept aaaaaaaaa!’ las ik de voorbije jaren nog niet op mijn schrijfopdrachten.”

Jouw Lerarenkaart 2022 thuis?*

  • 4 kwaliteitsmagazines met inspiratie van leraren en experts
  • Fraai ondersteunend materiaal (kalender, poster, kaartjes ...)
  • Je Lerarenkaart 2022 valt in je brievenbus met het decembernummer
*Betaal vóór 2 november en krijg je Lerarenkaart 2022 thuis (enkel voor rechthebbenden)