Gepubliceerd op
Specialist

Ruimte-educatie helpt tegen baksteen in de maag

Later een villa op het platteland of een rijwoning in de stad? 12-jarigen gaan voor de villa, blijkt uit onderzoek van Lien De Saegher (KU Leuven). “Ook in leermethodes duikt vooral de stereotiepe vrijstaande woning op”, stelt ze vast. “Via ruimte-educatie maken je leerlingen kennis met duurzame woonvormen en worden ze zich bewust van de impact van hun latere keuzes.”

Lien De Saegher (KU Leuven) over ruimte-educatie

Wat onderzocht je precies?

Lien De Saegher : “We bouwen Vlaanderen langzaam maar zeker vol, maar het maatschappelijk draagvlak om er wat aan te doen, is beperkt. En dus wou ik weten hoe we dat thema in onderwijs benaderen. Want als we de ‘bouwshift’ echt waar willen maken om zo de ruimtelijke versnippering tegen te gaan, planten we beter al op jonge leeftijd de juiste zaadjes. Ik nam 14 methodes voor de lagere school onder de loep, van wereldoriëntatie over wiskunde tot zelfs godsdienst. Appartement, tweewoonst, vrijstaande woning: ik turfde welke woning het vaakst opdook, en ook vraagstukken en leesteksten scande ik op een link met mijn thema.”
 

Wat ontdekte je?

Lien De Saegher : “Onderwijsmethodes voor de lagere school hangen vaak een fout en stereotiep beeld op. Van de afgebeelde woningen is meer dan de helft vrijstaand, terwijl dat in realiteit maar 28 % is. Bij wiskundige vraagstukken draait het wel erg vaak rond de prijs van een bouwgrond. En soms gaan methodes nog een stap verder, met dialogen of verhaaltjes waarin gezinnen de stad ontvluchten omdat de lucht te vervuild is en de straten onveilig. Terwijl een verkeersluwe straat in de stad het qua luchtkwaliteit en veilige speelplekken vaak beter doet dan een verbindingsweg op ‘het platteland’.”
 

Welke invloed heeft dat op kinderen?

Lien De Saegher : “Ik vroeg 2 klassen naar hun woonwens. Een klas van het platteland en een klas in een stadsschool. De meeste kinderen koesterden dezelfde droom: een mooie alleenstaande woning in het groen. Verrassend, want stadskinderen zien zulke woningen amper opduiken in hun omgeving. Hun woonverwachting verschilde wel: daar zag je dat de kinderen van de stadsschool hun verwachtingen vaker bijstelden naar andere woonvormen, zoals een rijwoning of een appartement.”


De meeste kinderen koesterden dezelfde droom: een mooie alleenstaande woning in het groen

Lien De Saegher - KU Leuven
“De kracht van impliciete boodschappen kan je niet onderschatten. Als een leermethode ander woonvormen dan de alleenstaande villa negeert, bepaalt dat mee het woonbeeld van kinderen. In sommige methodes nam dat ook vormen aan die niet enkel schadelijk zijn voor onze leefomgeving, maar ook voor onze samenleving. Als er al eens een appartement opdook, woonde daar vaak een familie met een migratieachtergrond. Goed mogelijk dat die link helaas realistisch is, maar de negatieve bijklank van een woonblok straalt op dat moment ook af op de mensen die er wonen.”
 

Uitgeverijen moeten het roer dus omgooien?

Lien De Saegher : “Methodemakers moeten alleszins alerter zijn. De gevoeligheid die nu groeit, had ook bij thema’s zoals diversiteit of gender zijn tijd nodig. Vandaag vinden we het normaal dat in een dialoogje niet enkel Jan maar ook Ahmed opduikt, of dat je bij een foto van sportende kinderen ook meisjes ziet voetballen. Racisme en genderstereotypen zijn de wereld nog niet uit. Maar we gaan wel bewuster met die thema’s om. Ruimte-educatie heeft in die zin nog een lange weg te gaan.”

“Onbekend is onbemind, en dus uitte in mijn onderzoek geen enkel kind de wens of de verwachting later in een co-housingproject in te trekken. Tot we erover praatten, en kinderen de voordelen zagen van alternatieve en sociale woonvormen zoals co-housing: altijd vriendjes in de buurt en een gedeelde grote tuin.”
 

De leermethodes aanpassen: volstaat dat?

Lien De Saegher : “Volgens mij moeten ook leraren met ruimte-educatie aan de slag. ‘We doen al zoveel, moet dat ook nog?’ Alle begrip voor die verzuchting. Ik kom zelf uit een onderwijsfamilie, ik weet hoeveel hooi leraren op hun vork nemen. Je kan niet in elk thema thuis zijn. Klimaat, racisme, gezonde voeding: allemaal belangrijk. Dan lijkt ruimtelijke ordening een pak minder hip, en op het eerste gezicht minder dringend.”

“En toch: verkeerde keuzes op dat vlak hebben verstrekkende gevolgen. Als mensen de woonkernen ontvluchten, slibben de wegen dicht omdat ze geen vlotte toegang tot openbaar vervoer hebben en in de stad gaan werken. Als we verspreid wonen worden nutsvoorzieningen duurder en belasten ze het milieu meer. Verharding neemt toe waardoor grondwatertekorten ontstaan. En alleenstaande woningen nemen niet alleen veel plaats in, ze zijn ook minder energie-efficiënt. Als we die trend willen keren, moeten al van jongs af aan draagvlak creëren voor een andere aanpak.”

Lien De Saegher (KU Leuven) over ruimte-educatie

Lien De Saegher – KU Leuven: “Lessen rond ruimte blijven nogal vaak onder de kerktoren hangen.”

Hoe pak je ruimte-educatie concreet aan in je les?

Lien De Saegher : “Het is een thema met sterke links naar andere leerstof. Lessen rond ruimte blijven nogal vaak onder de kerktoren hangen. Hoe je met de fiets van thuis naar school kan, een kaartje van de bebouwde kom, het aantal inwoners van je gemeente. Maar als je breder kijkt, zijn er veel meer kansen.”

“Wordt er een nieuwe wijk gebouwd in je buurt? Neem een kijkje met je klas en bekijk welke impact dat heeft op je dorp of stad. Wat met verharding van de ondergrond? Waar lopen de nutsvoorzieningen? Waar moeten de auto’s van die nieuwe bewoners naartoe? Of ook: Wat is het dichtstbijzijnde treinstation? In welke stad ben je het snelst met openbaar vervoer? Zo zien kinderen dat de plek waar je woont, een keuze is die veel bepaalt. Of je in de file staat voor je job, met de fiets naar je hobby’s kan en hoe ver de bakker is.”
 

Hoe kaart je dit onderwerp aan zonder te beschuldigen?

Lien De Saegher : “Bij de introductie van de Mobiscore merkte je inderdaad dat mensen defensief reageerden. Dat we allemaal deel zijn van het probleem, is een ongemakkelijke waarheid. Maar in je klas kunnen kinderen leren om daar open over na te denken: niet op een beschuldigende manier, maar met oog voor het hele verhaal en de gevolgen van onze keuzes.”
 

Is ruimte-educatie niet te complex voor leraren en leerlingen?

Lien De Saegher : “Ik ontwikkelde zelf een lespakket voor de 2 klassen die ik bevroeg. Ook wie niet thuis is in het thema, kan er zo mee aan de slag. Net zoals lessen over de klimaatverandering: niet elke leraar is daar heel bewust mee bezig in zijn eigen leven, en toch komt het elk jaar wel ergens aan bod.”

“Een concreet voorbeeld? Ik liet leerlingen op een bouwplaat van Lego de vergelijking maken tussen een wijk en lintbebouwing. Internet, elektriciteit en water: met verschillende kleuren touw gingen ze na hoeveel meter nutsvoorzieningen ze telkens moesten aanleggen. En hoe die extra meters zich in een enorme meerprijs vertaalden. Een interessante rekenoefening voor die leerlingen én een eyeopener.”

“Dat merkte ik ook in de bevraging die ze achteraf invulden. Het lesonderwerp was duidelijk goed blijven hangen, en heel wat leerlingen hadden er ook thuis over nagekaart. Met een investering van 2 lesuren creëer je dus ook bij ouders bewustzijn.”
 

Wat hoop je met je onderzoek nog te bereiken?

Lien De Saegher : “In de eerste plaats hoop ik dat leermethodes hun aanpak bijsturen. Ik had al contact met enkele uitgeverijen, een erg positieve ervaring. Hun signaal was duidelijk: ze willen er wat aan doen, liever vroeg dan laat. Daarnaast hoop ik dat leraren ook met hun klas in het thema duiken. Alle vertrouwen dat ze erin slagen om hun leerlingen bewust te maken van het ruimtevraagstuk. Daar zijn ze tenslotte meesters in.”

Lien De Saegher (KU Leuven) over ruimte-educatie
Met haar masterproef over ruimte-educatie won Lien De Saegher (KULeuven) de Klasseprijs 2020. Zin om zelf met je leerlingen in het thema ruimte-educatie te duiken? Op KlasCement vind je kant-en-klaar lesmateriaal van Lien. En hier lees je haar integrale scriptie.

Inspireert Klasse Magazine jou in 2021-2022?

  • 4 kwaliteitsnummers met inspiratie van leraren en experts.
  • Fraai ondersteunend materiaal: kalender, posters, kaartjes ...
  • Je Lerarenkaart met meer dan 1000 voordelen in je brievenbus.