Gepubliceerd op
Duiding

9 meest gestelde vragen over centrale toetsen

In 2023-24 start ons onderwijs met centrale toetsen. Waarom hebben we die ‘Vlaamse toetsen’ nodig? Kunnen leerlingen of scholen ‘-afgerekend- worden op mindere resultaten? Hoe teaching to the test voorkomen? Nederlands toetsenexpert Bas Hemker (Stichting Cito) en Johan van Braak, promotor-coördinator van het nieuwe steunpunt over toetsen en onderwijsontwikkeling, beantwoorden al je vragen.
 

Johan Van Braak over centrale toetsen

Johan van Braak: “Scholen weten te weinig of hun leerlingen de minimumdoelen bereiken.”

  1. Waarom hebben we centrale toetsen nodig?

  2. Johan van Braak: “Er is nu te weinig informatie over de mate waarin leerlingen de minimumdoelen bereiken. Het is onmogelijk en onwenselijk om toetsen in te voeren voor alle vakken. Maar met centrale toetsen voor wiskunde en Nederlands meten we kennis en vaardigheden die ook belangrijk zijn voor andere vakken, in het dagelijkse leven en op de werkvloer. Met die informatie kan de overheid haar beleid evalueren en bijsturen.”

    “Ook scholen weten te weinig of hun leerlingen de minimumdoelen bereiken. Dat klinkt tegenstrijdig in een onderwijssysteem waarin leerlingen dag in dag uit toetsen maken. Maar uit onderzoek weten we dat het evaluatiebeleid van scholen beter kan. Extern ontwikkelde toetsen geven scholen een nauwkeuriger beeld van de resultaten van hun leerlingen.”

    Bas Hemker: “Scholen kunnen zo kijken waar ze staan met de leerstof. Worden de beoogde doelen gehaald? Op welke onderdelen kan de school extra ondersteuning gebruiken? Een belangrijk voordeel bij centrale toetsen: de doelen zijn voor iedereen gelijk en worden voor iedereen op dezelfde manier gemeten.”

     

  3. In welke leerjaren komen ‘Vlaamse toetsen’? En vanaf wanneer?

  4. Johan van Braak: “We beginnen met het vierde leerjaar en de eerste graad van het secundair onderwijs. We zijn volop gestart met de ontwikkeling van toetsen en testen ze de volgende jaren uitgebreid in een aantal scholen. Dat geeft ons de kans de toetsen nog te verfijnen. Pas in 2024 doen alle leerlingen van deze leerjaren mee.”

    “Daarna breiden we uit naar het zesde leerjaar en als laatste de derde graad van het secundair onderwijs. Een gefaseerde uitvoering dus, zodat we dit grondig en in nauw overleg met het onderwijsveld kunnen doen.”


    Centrale toetsen kan je niet voorbereiden door uren toetsboekjes in te vullen of oefeningen te drillen.

    Bas Hemker: Draagvlak is essentieel. Daarom is het heel zinvol om dit samen met onderwijs te doen. Wat willen zij te weten komen via de toetsen? Betrek de scholen en leraren die uiteindelijk iets met die toetsresultaten moeten doen, ook bij het ontwikkelen van de feedbackrapportages.”

    “Centrale toetsen meten in welke mate de leerlingen de eindtermen voor Nederlands (begrijpend lezen, schrijven, grammatica) en wiskunde halen. We meten op scharniermomenten in de onderwijsloopbaan en de toetsen brengen ook leerwinst van leerlingen en scholen in kaart. Zo krijgen leerlingen in de volgende fase van hun onderwijs optimale ondersteuning. En scholen kunnen reflecteren over hun pad naar de onderwijsdoelen.”

     

  5. Blijven toetsen zoals OVSG en PISA bestaan?

  6. Bas Hemker: “De netgebonden toetsen hebben nog nut, zeker als ze op andere meetmomenten vallen dan de centrale toetsen. En ze zijn ideaal voor vaardigheden die je moeilijker centraal kan meten, zoals spreek- en schrijfvaardigheid, muzische en sportieve vaardigheden.”

    Johan van Braak: “Het steunpunt zal met de onderwijspartners overleggen of we netgebonden toetsen of delen van bestaande toetsen kunnen opnemen in het digitaal toetsplatform. Vlaanderen doet regelmatig mee aan internationale studies zoals PISA, PIRLS en TIMSS. Ze peilen naar mondiale vaardigheden, zoals leesbegrip of probleemoplossend denken. Die testen leren ons niet alleen waar we staan in vergelijking met andere onderwijssystemen, maar ook hoe gelijk of ongelijk de resultaten tussen de leerlingen verspreid zijn. Ze zijn dus niet alleen een maat voor prestaties, maar ook voor rechtvaardigheid.”

     

  7. Hoe kan je teaching to the test voorkomen?

  8. Johan van Braak: “We gaan rijke toetsen ontwikkelen. Geen toetsen die alleen gericht zijn op reproductie van kennis of vaardigheden en waar leerlingen eenvoudig op kunnen worden voorbereid. Leerlingen krijgen uitdagende, levensechte en functionele toetsopdrachten waarvoor ze inzicht, analytisch vermogen en redeneervermogen nodig hebben.”

    “Je leerlingen zullen niet beter scoren als je uren toetsboekjes invult of oefeningen drilt. Met teaching to the test red je het dus niet. De beste voorbereiding voor centrale toetsen? Krachtige leeromgevingen, sociale vangnetten en warme vertrouwensrelaties. Daarmee maak je leerlingen niet alleen klaar voor centrale toetsen, maar ook voor het leven buiten de school.”

    Johan Van Braak over centrale toetsen

    Bas Hemker: “Centrale toetsen zijn maar één van de vele evaluatiemomenten. Natuurlijk toetsen scholen ook andere vaardigheden en vakken.”

  9. Volstaat het om enkel Nederlands en wiskunde te toetsen?

  10. Bas Hemker: “Goed toetsgebruik voorkomt curriculumvernauwing. Centrale toetsen zijn maar één van de vele evaluatiemomenten. Natuurlijk zullen scholen ook andere vaardigheden en vakken blijven toetsen. Er moet een goede balans zijn tussen centrale toetsen en andere bronnen van informatie.”

    Johan van Braak: “De competenties die we gaan meten vallen onder de eindtermen Wiskunde en Nederlands. Maar ze zijn ook een belangrijke basis voor alle andere leerdomeinen. Bovendien is het de bedoeling om de toetsresultaten in te bedden in een breder evaluatiebeleid van scholen. Voor zo’n beleid zetten scholen ook andere gegevens in.”
     

  11. Wat zijn de gevolgen voor leerlingen, leraren en scholen bij mindere toetsresultaten?

  12. Johan van Braak: “Centrale toetsen dienen niet om scholen af te straffen. Wel om te leren uit de cijfers van hun leerlingen. Hoe doen ze het in vergelijking met leerjaargenoten op gelijkaardige scholen? En waar kan de school progressie maken? Het steunpunt geeft concrete handvatten om datageletterdheid en schoolontwikkeling te ondersteunen.”

    “In andere landen zien we bijvoorbeeld dat scholen in arme buurten vaak lager scoren dan het landelijke gemiddelde, maar het toch veel beter doen dan wat we verwachten op basis van de instroom. Dat kan leraren motiveren die in moeilijke contexten elke dag opnieuw het beste van zichzelf geven. Het kan bovendien het maatschappelijke beeld van sociaal-etnisch gesegregeerde scholen bijstellen.”

    “Ook leerlingen worden niet afgerekend op tegenvallende resultaten. De toetsen hebben geen besluitvormende, wel een onderwijsondersteunende functie. Ze bieden leraren en scholen een inkijk in de eindtermen die hun leerlingen goed of minder goed onder de knie hebben. Met eindtermen die nog moeilijk zijn voor een klas of voor individuele leerlingen kan de school extra aan de slag in de klas en er haar evaluatiebeleid op afstemmen.”


    Alle onderwijsspelers zijn het eens dat we alles zullen doen om rankings te vermijden.

  13. Wat met leerlingen met een leerstoornis of in buitengewoon onderwijs?

  14. Johan van Braak: “Het is de bedoeling om zoveel mogelijk leerlingen te laten deelnemen aan de toetsen, met haalbare, redelijke aanpassingen. We onderzoeken in overleg met het onderwijsveld met welke (deel)vrijstellingen we rekening moeten houden. Voor sommige groepen leerlingen, bijvoorbeeld in buitengewoon onderwijs, is het misschien aangewezen om niet aan de toetsen deel te nemen of om niet elke toets af te leggen. Verder bekijken we ook adaptieve testen die zich aanpassen aan het vaardigheidsniveau van leerlingen.”
     

  15. Worden scholen in een ranking geplaatst?

  16. Johan van Braak: “In sommige landen worden de toetsresultaten publiek bekend gemaakt, maar ik hoop dat Vlaanderen dat niet zal doen. Scholen krijgen vooral feedback waarmee ze aan de slag kunnen. Alle onderwijsspelers zijn het eens dat we alles zullen doen om rankings te vermijden.”

    Bas Hemker: “Statistieken geven niet zozeer antwoorden, maar helpen vooral om goede vragen te stellen. De resultaten zijn geen eindpunt maar een beginpunt om na te denken over hoe moet het nu verder.”

    Johan van Braak: “Leerlingen veranderen tijdens hun schoolloopbaan ook van school. Huidig onderzoek houdt daar geen rekening mee. Onze centrale toetsen nemen schoolwissels als dynamisch kenmerk mee. Net als veranderingen in de sociaaleconomische situatie van leerlingen, denk aan het overlijden van een ouder waardoor het gezin een zware schok te verwerken kreeg of werkloosheid van de ouders. Dat heeft allemaal een sterke impact op leerresultaten.”

     

  17. De kwaliteit van ons onderwijs meten maakt het nog niet beter?

  18. Johan van Braak: “Bomen groeien niet sneller of beter door er een meetlint naast te spannen. Meetlinten helpen wel om te zien welke boom extra ondersteuning nodig heeft. Toetsen zijn zoals meetlinten: een middel om onderwijsontwikkeling te ondersteunen.”

    “Door de toetsresultaten kan je als leraar zien welke eindtermen nog moeilijk zijn voor een klas. Zo kan je je onderwijsaanbod gericht afstemmen op die eindtermen. Een goed zicht op de resultaten van leerlingen helpt ook om een doelgericht beleid op schoolniveau vorm te geven. Daarom zetten we aan het steunpunt ook sterk in op duurzame schoolontwikkeling. De meetlinten aflezen en je ondersteund zien om ermee met het voltallige schoolteam aan de slag te gaan, dat verbetert onderwijskwaliteit. Daarvoor doen we het uiteindelijk: om al die kinderen en jongeren te ondersteunen in hun onderwijsloopbaan en hun verdere leven.”

     


Inspireert Klasse Magazine jou in 2021-2022?

  • 4 kwaliteitsnummers met inspiratie van leraren en experts.
  • Fraai ondersteunend materiaal: kalender, posters, kaartjes ...
  • Je Lerarenkaart met meer dan 1000 voordelen in je brievenbus.