Gepubliceerd op
Specialist

Fair evalueren: “Blik liever vooruit dan terug”

‘Fair’ evalueren aan het einde van het tweede corona-schooljaar, hoe doe je dat? Klasse vroeg het aan stafmedewerker Joost Laeremans (Katholiek Onderwijs Vlaanderen) en pedagoog Pedro De Bruyckere (Arteveldehogeschool).

n.v.d.r. Klasse maakte dit artikel in volle coronacrisis. De omstandigheden en richtlijnen voor onderwijs wijzigen voortdurend. Up-to-date info over geldende maatregelen lees je hier.

Portret Joost Laereman

Joost Laeremans: “We hebben meer info dan vorig schooljaar”

Na de eerste lockdown was het devies: ‘Oordeel bij twijfel in het voordeel van de leerling’. Geldt die mildheid dit jaar ook?

Pedro De Bruyckere: “Zijn slechte resultaten te wijten aan corona, of beheerst het kind de leerstof nog niet goed? Een moeilijke inschatting, waar ongeveer de hele wereld mee worstelt. Daarom vertrek je beter van een toekomstblik: wat moeten je leerlingen zeker mee hebben voor de optie die ze volgend schooljaar willen volgen? Moet je leerling zijn wiskundige arsenaal nog verbreden in functie van zijn studiekeuze ‘Wetenschappen-wiskunde’? Bied dan op tijd extra oefeningen en begeleiding aan voor je besluit tot een negatief studieadvies voor een richting met zware wiskunde.”

Joost Laeremans: “Dit jaar beschikt de klassenraad over meer info dan vorig jaar: de leerlingen van de eerste graad gingen bijna altijd voltijds naar school. De tweede en de derde graad kregen afstandsonderwijs, maar de scholen sloten geen 3 maanden. Voor de grote meerderheid van de leerlingen beschikt de delibererende klassenraad dan ook over voldoende gegevens om eind juni een gemotiveerde beslissing te kunnen nemen. Op basis daarvan maakt die autonoom een inschatting van de kansen van de leerling om volgend schooljaar op een goede manier te starten.”
 

Moet je dan geen rekening houden met slechte internetverbindingen of weinig hulp van ouders bij online onderwijs?

Joost Laeremans: “Toch wel, door het afstandsonderwijs voor de tweede en derde graad zal het deliberatiedossier voor een aantal leerlingen daardoor inderdaad beperkingen hebben. Dat kan trouwens ook door mentale problemen of door een minder intensieve begeleiding bij leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.”

“Binnen het individuele deliberatiedossier van een leerling kijken we echter altijd breed. Net zoals we dat vóór corona al deden bij een leerling die door psychische problemen een paar maanden uitviel, bijvoorbeeld. We hebben begrip, maar vragen ons ook af of het realistisch is dat die leerling in september start in een bepaalde richting. Was een leerling sterk bezig, maar had hij even een dip door corona, dan kan de klassenraad hem toch laten doorstromen.”

“In de laatste etappe naar de eindmeet is het daarom belangrijk te blijven inzetten op remediëring bij leerlingen die het moeilijk hadden: het voltijds contactonderwijs sinds 10 mei biedt scholen op dat vlak extra kansen. En in september traceren onze schoolteams individuele leervertraging tijdens de portretterende klassenraden.”


De klassenraad kan in individuele gevallen rekening houden met een coronadip

Joost Laeremans - Katholiek Onderwijs Vlaanderen

Er vielen dit schooljaar een aantal lesweken weg. Moeten leraren opnieuw essentiële doelen selecteren?

Pedro De Bruyckere: “In het basisonderwijs is het een goed idee om Nederlands, wiskunde en Frans voorrang te geven. Enerzijds tekenen we voor die vakken al een paar jaar een dalend niveau op, anderzijds is begrijpend lezen een belangrijke basis voor anderen vakken. Maar taal en rekenen hoog op de agenda zetten, wil niet zeggen dat je voor andere vakken geen extra kansen moet bieden, als je vaststelt dat ook daar doelen nog niet behaald zijn. Bied eventueel ook voor wereldoriëntatie een extra kans, als een kind lessen miste door ziekte van een ouder, bijvoorbeeld.”

“Niet alles valt misschien dit jaar nog in te halen. Communiceer daarom over de leerlijn over graden en niveaus heen: spreek met collega’s af welke uitgestelde lesdoelen ze volgend jaar nog moeten behandelen of intensief herhalen.”

Joost Laeremans: “ Evalueer alleen leerinhouden die voldoende aan bod zijn gekomen. Kwamen leerdoelen in het afstandsonderwijs aan bod, herhaal ze dan kort in de contactlessen. Idealiter moet je niet in de leerstof knippen, aangezien het online onderwijs dit schooljaar al beter ingeburgerd was en heel wat andere activiteiten zoals schooluitstappen wegvielen. Veel leerlingen verwerkten de doelstellingen, al is dat niet voor iedereen evident. Krijg je je leerplan toch niet gezien, dan kan je met je pedagogische begeleidingsdienst bekijken wat minder belangrijk is met het oog op volgend schooljaar.”
 

Heel wat tijd in het atelier of op de stageplek viel weg. Wat als afstuderende leerlingen de doelstellingen voor de praktijkvakken niet halen?

Pedro De Bruyckere: “Pas afgestudeerde leerlingen uit (d)bso kunnen idealiter ‘on the ground’ hun vaardigheden en kennis versterken. Het is dan ook aan de bedrijfswereld om in te zetten op levenslang leren. Ook voor leerlingen uit aso en tso kan het hoger onderwijs remediëringstrajecten opzetten op basis van oriëntatieproeven. Verschillende lerarenopleidingen doen dit nu al.”

Joost Laeremans: “Het kostte de scholen soms veel moeite om op zoek te gaan naar stageplaatsen of alternatieve invullingen. Ook de praktijkvakken waren inderdaad een probleem. Met de nodige creativiteit zijn de meeste scholen erin geslaagd om voldoende evaluatiegegevens te verzamelen. Bij leerlingen die de leerplandoelen voor de praktijkvakken niet behaalden, zal de delibererende klassenraad de vraag beantwoorden of de leerling over een voldoende basis beschikt om naar een volgend leerjaar te kunnen overgaan of de stap te zetten naar de arbeidsmarkt.”

Portret Pedro De Bruyckere

Pedro De Bruyckere: “Ik hoop dat de bedrijfswereld inzet op levenslang leren om vaardigheden en kennis van leerlingen bso te versterken.”

Vorig schooljaar stelden scholen soms evaluatie uit tot het einde van de graad. Wat als die leerlingen nu niet slagen?

Joost Laeremans: “Een deel van de scholen gaf vorig jaar inderdaad in het eerste, derde en vijfde jaar secundair aan leerlingen een ‘attest regelmatige lesbijwoning’ (ARL). Daarmee stelden ze de deliberatie uit naar het einde van de graad. Als zo’n leerling dit jaar niet slaagt, zal hij het tweede jaar van die graad moeten overzitten. Scholen stelden alles in het werk om leerachterstanden uit het eerste jaar van de graad weg te werken.”
 

Als er twijfel is over een leerling, kan een herexamen dan zekerheid verschaffen?

Pedro De Bruyckere: “De Vlaamse Scholierenkoepel vraagt om na dit zware schooljaar zuinig te zijn op herexamens. Maar ik zou dit middel niet zomaar weggooien als je een leerling hiermee een extra kans biedt. Weeg wel af of het herexamen haalbaar is: is je leerling zelfstandig genoeg om tijdens de vakantie op zijn eentje leerstof te herhalen? Leerlingen met achterstand de tip geven om naar de zomerschool te gaan, kan ook.”

Joost Laeremans: “Laten we inderdaad voorzichtig omgaan met bijkomende proeven. Bij de overgrote meerderheid van de leerlingen bevat het deliberatiedossier voldoende gegevens. Daarnaast is het een heel zwaar jaar geweest, leraren en leerlingen hebben hun vakantie verdiend. Een vakantietaak als remediëring bij een A-attest, kan soms ook een alternatief zijn.”
 

Moeten leraren bij evalueren ook de komende jaren nog rekening houden met de gevolgen van corona?

Pedro De Bruyckere: “Ik denk dat we de volgende 2,5 jaar tot 5 jaar nog leervertraging door corona zullen detecteren, en leerachterstand wegwerken. Zelfs bij kleuters kan door langdurige stress een ontwikkelingsvertraging optreden. De grote massa zal hier geen last van hebben, maar bijvoorbeeld kinderen met een moeilijke thuissituatie misschien wel. Over een paar jaar leg je mogelijk de link niet meer met corona. Observeren, remediëren en ondersteunen blijven dus belangrijke onderdelen van evaluatie.”

Jouw Lerarenkaart 2022 thuis?*

  • 4 kwaliteitsmagazines met inspiratie van leraren en experts
  • Fraai ondersteunend materiaal (kalender, poster, kaartjes ...)
  • Je Lerarenkaart 2022 valt in je brievenbus met het decembernummer
*Betaal vóór 2 november en krijg je Lerarenkaart 2022 thuis (enkel voor rechthebbenden)