Gepubliceerd op
Trend

Softe jongens en stoere meisjes worstelen met school

Log in om te bewaren.

Jongens doen het slechter op school. Dat blijkt uit talloze cijfers over zittenblijven, schoolverlaters zonder diploma … Maar die cijfers negeren de grote verschillen tussen meisjes en jongens onderling, stellen de onderzoekers van het Procrustesproject vast. Wat blijkt? ‘Wildcats’ en ‘atypische jongens’ hebben het moeilijk op school, terwijl de ‘golden boys and girls’ er floreren.

4 jaar lang liep het project Procrustes: gender op school. Vanuit de vaststelling dat jongens het in het algemeen vanaf het secundair onderwijs minder goed doen op school dan meisjes, besloten onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel, de Universiteit Gent en de KU Leuven verder te kijken naar de redenen daarvoor. Nathalie Michalek (valorisatiecoördinator): “Als je enkel kijkt naar jongens-meisjesverschillen, dan doe je onrecht aan de jongens en meisjes die niet in dat stereotiepe plaatje passen: jongens die het uitstekend doen op school en meisjes die het minder goed doen. Door te kijken naar de verschillen binnen de geslachten, kwamen we te weten welke jongens en meisjes het meest kwetsbaar zijn op school en waarom.“
 

Het bed van Procrustes?

Procrustes is een figuur uit een Griekse mythe. Als herbergier nam hij reizigers gevangen in een ijzeren bed. Via amputatie of uitrekking zorgde hij ervoor dat ze er netjes in pasten. Die mythe kan je toepassen op het onderwijs. Sommige leerlingen voldoen aan de verwachtingen en passen in het bedje van de school, anderen niet en worden soms gekneed om hen er toch in te doen passen.

 

8 profielen

De onderzoekers werkten zowel voor jongens als voor meisjes 8 genderprofielen uit. Dat deden ze op basis van een aantal genderkenmerken, zoals: mening over homoseksualiteit, zichzelf als een typische jongen of meisje beschouwen, mening over de rol van mannen en vrouwen, hoe sociaal geïntegreerd ze zijn op school en of ze druk voelen om zich te conformeren.

  • De “golden boys en girls” vinden dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn en aanvaarden homoseksualiteit. Ze beschouwen zichzelf als echte jongens en meisjes, maar willen niet per se zoals de anderen zijn.
    Zij nemen de sterkste positie in op school: ze ervaren hun schoolwerk als zinvol, stellen minder afwijkend schoolgedrag, voelen zich thuis op school en zijn meer autonoom gemotiveerd.
  • “Macho’s” zijn jongens die niks willen weten van ‘vrouwelijk’ engagement – braafjes schoolwerk maken, doen wat de leraar vraagt … – en zich omwille van hun ‘cool, mannelijke imago’ zich uitdrukkelijk afzetten tegen school. Toch zijn ze positief geëngageerd om te leren.
    “Wildcats” zijn meisjes die zich afzetten tegen school: ze gedragen zich ook het meest regelovertredend op school, maar zijn in vergelijking toch minder stout dan de macho’s. Ze lopen niet zo hoog op met de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen.
  • De “meelopers” (jongens) en “babes” (meisjes) beschouwen zichzelf als typische jongens en meisjes en willen vooral zijn zoals de anderen.
  • De “atypische jongens en meisjes” lijken wel erg op de golden boys en girls, maar beschouwen zichzelf, om welke reden dan ook, niet als typisch voor hun geslachtsgroep. Ze nemen een kwetsbare positie in op school: ze ervaren hun schoolwerk vaker als zinloos, voelen zich minder thuis op school en zijn minder autonoom gemotiveerd om te leren.

De conclusie is verrassend. “Bij de jongens zijn het niet de macho’s – wat leraren vaak wel denken – die het meest kwetsbaar zijn om te blijven zitten, zich slecht te voelen op school of een slechte relatie met leraren te hebben. Maar wel de atypische ‘softe’ jongens. Macho’s overtreden wel vaker de schoolregels, maar ze zijn gemotiveerder om te leren dan de atypische jongens. Bij de meisjes scoort de stoerdere ‘wildcat’ het slechtste“, legt Nathalie Michalek uit. Via de profielen ontdekten de onderzoekers ook wie de ‘golden boys and girls’ zijn. “Deze leerlingen hebben het naar hun zin op school: ze zien het nut in van hun schoolwerk, ze zijn gemotiveerd, ze overtreden de regels opvallend minder vaak en hebben een goede relatie met hun leraren.”

 

Boys should be boys, girls should be girls

Zodra leerlingen druk ondervinden om zich genderstereotiep te gedragen – dat wil zeggen dat meisjes zich meisjesachtig moeten gedragen en jongens jongensachtig – , gaat hun band met de school, hun welbevinden en hun schoolse functioneren erop achteruit. Genderstereotypen beïnvloeden bovendien de schoolresultaten bij álle leerlingen.

Enkele voorbeelden:

  • Jongens die zich inzetten voor school worden meer uitgesloten door hun vrienden.
  • Jongens die zich afzetten tegen de autoriteit van de school, zich weinig inzetten of de klasclown uithangen, worden meer uitgesloten door de school.
  • Meisjes kunnen goede punten en populair zijn combineren, voor jongens is dat veel moeilijker.
  • Meisjes staan gemakkelijker ‘crossgender gedrag’ toe dan jongens. Bijvoorbeeld een meisje dat voetbalt zal het minder hard te verduren krijgen dan een jongen die ballet doet.
  • De druk op jongens om zich als een echte jongen te gedragen neemt nog toe in de eerste graad van het secundair onderwijs, bij meisjes neemt die licht af.

Hoe ga je als school om met de verschillen tussen meisjes en jongens onderling? Door aandacht te besteden aan genderstereotypen in je school. In de reeks ‘Jongens/Meisjes’ van Klasse vind je een plan van aanpak.

In september sterk starten met Klasse Magazine?*

  • 4 straffe nummers voor slechts € 10
  • Met doorleesdossier, verhalen en tips
  • Extra: zot zadelhoesje voor abonnees
Ik word abonnee

*Betaal vóór 7 juli en krijg een Klasse-kalender als extraatje