Gepubliceerd op
Mening

Hoe zien jouw leerlingen eruit in 2030?

Hoe zien jouw leerlingen eruit in de toekomst? “Ze worden steeds diverser. En er zullen steeds meer leerlingen in de stad wonen”, zegt pedagoog Pedro De Bruyckere. Hij en zijn collega’s onderwijswaarzeggers werpen een blik op de school van morgen.

“De leerling van 2030 is stedelijk en divers”

Pedro De Bruyckere: “Als je nu naar de thuistaal van kleuters kijkt, dan weet je: de leerling van 2030 zal divers zijn. En stedelijk. In die steden zal er te weinig plaats zijn voor de leerlingen. Bijkomend probleem is dat de studenten lerarenopleiding die diversiteit niet weerspiegelen. De afgestudeerden komen dus in totaal andere klassen terecht dan waar ze zelf in hebben gezeten.” 

Saskia Vandeputte: “Die diversiteit gaat ook over gender, taal, interesses, manier van leren, voorkeuren, gezinssamenstelling, hoe je eruitziet, wat je draagt … De uitdaging voor de school in 2030 is het stukje identiteit van de leerlingen te vinden dat hen op school verbindt, ondanks al die verschillen. Daarnaast zullen die leerlingen meer eigenaar zijn van hun eigen leerproces en leertraject.”
“Zelfevaluatie werkt beter dan examens”

Bram Bruggeman: “Je leerlingen werken in team en beoordelen elkaars prestaties. Jij stelt als leraar heldere doelstellingen op, geeft via een beoordelingsschema de succescriteria voor je leerlingen aan en geeft instant feedback. Dat vereist van je leerlingen constante activiteit, maar zo daag je ze voortdurend uit en prikkel je hun nieuwsgierigheid: de beste voorwaarde om bij te leren.”

“Laat ons in 2030 vertrekken van 0 in plaats van 100 procent. Voorzie voor je leerlingen een aantal leerpaden waarin ze de basis zelfstandig kunnen verwerken. Wie de basis heeft verwerkt, kan naar een volgend level gaan, zoals in een game. Zo ga je stapsgewijs vooruit en krijg je voortdurend een positieve stimulans om hogerop te raken. De minder sterke leerlingen daag je uit om minstens de basis te verwerken, en de sterkere leerlingen geef je geen plafond voor hun leren meer. ”

“Kennis blijft belangrijk”

Bert Smits: Handboeken bestaan nog in 2030. Maar ze zullen vooral voor docenten zijn. Daarin focust de auteur op een plan van aanpak: hoe werk ik met mijn leerlingen, welke vragen stel ik, wat zijn de stappen en fases in hun leerproces? Het handboek verliest dus zijn functie als opslagplaats van kennis. Er zullen in 2030 immers veel meer informatiebronnen beschikbaar zijn.”

“Leren wordt één groot openboekexamen. De leerlingen verzamelen vele korte stukjes informatie en verbinden die met elkaar. Zo ontstaat inzicht, conceptueel denken, krijgt informatie betekenis en wordt ze dus kennis. Denk aan de kindertekening waar je puntjes met elkaar moet verbinden: plots duikt er een olifant op. Dat betekent ook dat leerlingen kennis en vaardigheden integreren, waardoor die discussie alvast tot het verleden behoort. Maar kennis blijft wel belangrijk.”

 

Deze 4 waarzeggers keken in de glazen bol van Klasse

Bram Bruggeman, leraar, lerarenopleider en ICT-coördinator bij CVO Het Perspectief, Gent. 
Pedro De Bruyckere, pedagoog, docent en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool, expert jongerencultuur, coauteur van ‘Jongens zijn slimmer dan meisjes’. 
Bert Smits, sociaalpedagoog, voorzitter van het ‘Mysterie van Onderwijs’, een platform voor onderwijsinnovatie. 
Saskia Vandeputte, begeleider schoolteams bij veranderingsprocessen, begeleider van het vak Supervisie in de specifieke lerarenopleiding (Universiteit Antwerpen).

Pik je Lerarenkaart op vóór 8 juli!*

  • Voor je klas en jezelf
  • Meer dan 1000 voordelen
  • Een zomer vol inspiratie
Waar ligt mijn Lerarenkaart?

*Opgelet: dit is je laatste kans om je Lerarenkaart 2019 af te halen