Zo doen zij het Dit artikel behoort tot de reeks Kansarmoede Gepubliceerd op

Sterke leraren opleiden: stuur ze naar een kansarm gezin

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

In Brussel leeft 41% van de kinderen in een gezin met een inkomen onder de armoederisicodrempel. Scholen, begeleidingsdiensten en de lerarenopleidingen staan voor een enorme professionele uitdaging. Kinderarmoede aanpakken begint bij het opleiden van sterke leraren.
 
Lien Crabeels en Jaantje Verbruggen

“Thuis bij kansarme ouders gaan voorlezen is een van de manieren om onze studenten voor te bereiden op een heel diverse klasgroep”, zegt Jaantje Verbruggen, docent en coördinator van ‘Boekenbende aan Huis’, een voorleesproject van Odisee Brussel in samenwerking met de VGC en de bibliotheek van Jette. Iedereen wint: de student verbreedt zijn kijk en het kind en zijn gezin gaan vooruit.”

Jaantje Verbruggen: “Brusselse scholen ‘selecteren’ kinderen en onze studenten gaan er voorlezen. Kansarm en taalarm gaan vaak hand in hand. Uit onderzoek blijkt dat ouders met een lagere SES minder vaak voorlezen en over persoonlijke ervaringen praten. In Nederland bleek dat allochtone kleuters op het einde van de kleuterklas gemiddeld een taalachterstand hebben van 2 jaar. Voorlezen aan huis probeert iets in gang te zetten.”

Lien Crabeels, derdejaars student kleuteronderwijzer: Het was even schrikken toen ik thuis bij Lilith (4) ging voorlezen. De huisgevel, die voordeur, het opgehoopte vuil in de gang. Ik dacht: ‘Help, waar kom ik terecht’? Maar als je iets later in een veel te klein appartement de warmte voelt waarmee het Armeense gezinnetje je omringt, dan weet je dat het hier wel goed zit. Het is niet omdat een kind in armoede leeft dat er ook emotionele armoede is.”


Onze studenten ontsnappen niet aan de klassieke vooroordelen over armoede

Jaantje Verbruggen - docent in de lerarenopleiding

Jaantje Verbruggen: “Onze studenten ontsnappen niet aan de klassieke vooroordelen over armoede. Dat bewijzen uitspraken als: ‘Die ouders willen precies niet uit de armoede geraken, die willen geen moeite doen’. Of ze vinden het normaler dat een kind in armoede niet ‘mee’ kan op school. Een pijnlijke en spijtige vaststelling is dat ze die vooroordelen vaak ook horen van leraren in hun stagescholen.”

“Het voorleesproject helpt studenten genuanceerder te kijken. Ook in de lessen, leergroepen en andere projecten benadrukken we het gevaar van de self fulfilling prophecy: studenten moeten beseffen welke gevolgen hun vooroordelen – en hun houding als leraar – hebben op het zelfbeeld, het leerproces en de ontwikkeling van elk kind.”

Lien Crabeels: “Ik heb geleerd dat een handleiding om kinderen in armoede aan te pakken niet bestaat. En dat je moet kijken naar wat elk kind nodig heeft. Hoe komt het dat een kleuter agressief en gefrustreerd is? Wat heeft dat kind nodig: beweging, wat warmte en aandacht, (h)erkenning van zijn cultuur in de klas? Alleen als een kind zich goed voelt, kan het leren.”


Reduceer gezinnen niet tot hun probleem

Lien Crabeels - derdejaarsstudent kleuteronderwijzer

Lien Crabeels: “Om signalen op te pikken dat het kind het thuis moeilijk heeft, moet je aandachtig observeren: welke kledij draagt de kleuter, wat zit er in zijn brooddoos, hoe komt hij naar school, wie komt hem halen …? Dat vertelt vaak al heel veel. Elk kind, elk gezin is zo anders. Op de verplichte stage in Brusselse scholen leer ik voortdurend mijn eigen referentiekader los te laten en verder te kijken dan wat ik zelf ken. Gezinnen mag je niet reduceren tot hun probleem, leraren moeten kijken naar de (leer)kansen die je het kind wél kan bieden.”

 

logo Kleine kinderen grote kansenDeze tekst kwam tot stand binnen het project Kleine Kinderen Grote Kansen. Het project wil bijdragen om kinderarmoede en sociale ongelijkheid in Vlaanderen te doorbreken en is een samenwerking van de lerarenopleidingen, de begeleidingsdiensten, het Steunpount Diversiteit en Leren, de Koning Boudewijnstichting, het Departement Onderwijs en Vorming en Klasse. Meer info op www.grotekansen.be