Mening Gepubliceerd op

“Burgerzin leer je niet in een uurtje theorieles”

2 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Piet CretenHoe leer je leerlingen de waarde van democratie kennen? Volgens leraar Piet Creten volstaat het niet om burgerzin in de eindtermen te zetten. Leerlingen moeten op school ervaren wat democratie is. Daarom pleit hij voor meer verregaande vormen van leerlingenparticipatie.
 


 

Iedereen met een mening over onderwijs (iedereen dus) kon tot voor kort zijn ideeën doorspelen over wat hij belangrijk vindt bij de herziening van de eindtermen. Een snelle blik op de website onsonderwijs.be leert dat veel mensen een sterkere inzet willen op de zogenaamde basiswaarden van onze samenleving: democratie, burgerzin, betrokkenheid, vrijheid van meningsuiting, solidariteit.

Het lijkt inderdaad een goed idee om die waarden expliciet op te nemen in de eindtermen. We leven immers in tijden van grote migratiegolven, waarbij mensen met heel uiteenlopende achtergronden school zullen lopen, zodat alvast de vrees ontstaan is dat bepaalde waarden onder druk zouden kunnen komen. Wie een beetje doorvraagt bij zijn leerlingen merkt overigens dat ook heel wat Maries, Emma’s en Larsen niet bijzonder gehecht zijn aan pakweg het recht op privacy of vrije meningsuiting.


Democratie moet je aan den lijve ondervinden, op school.

De vraag is natuurlijk, hoe leer je die principes van een democratie? Marie, Emma en Lars lijken wel te begrijpen om welke rechten het gaat, ze hebben niet de reflex om ze te verdedigen als ze onder druk komen.

Dergelijke reflexen leer je vooral impliciet, door dagelijks aan den lijve te ondervinden wat echte democratie betekent, door te zien dat je de wereld kan veranderen en door als volwaardige gesprekspartner mee te mogen denken. Het onderwijs heeft op dat vlak een belangrijke rol te spelen. En daarin schieten we, met de beste bedoelingen, nog vaak tekort.

Ik werk op een school met een fantastische leerlingenraad. Van de kleine 1000 leerlingen zijn er 155 actief in de werking van de leerlingenraad en die trekken relatief zelfstandig een heel groot stuk van de school mee in de honderden initiatieven die ze nemen. Een aantal gedreven leraren zorgt voor een goede opleiding en coaching door het jaar. Met andere woorden: ik heb het gevoel les te geven op een school waar leerlingenparticipatie uitstekend werkt.


Leerlingen moeten echt inspraak krijgen, niet enkel adviesrecht.

Maar misschien zijn we toe aan een nieuwe stap. Neem nu de G100 die we enkele jaren geleden op onze school organiseerden. We legden een inspraaktraject af met alle leerlingen. Dat leidde tot 20 bladzijden vol aanbevelingen. Het moet gezegd: vele daarvan zijn intussen gerealiseerd, zowel door de leerlingen zelf, als door bereidwillige mensen op school. Toch loont het de moeite om eens te kijken naar de ideeën die slechts in beperkte mate ingang gevonden hebben.

De leerlingen hadden een vrij uitgesproken mening over de types leraren die de school zou moeten aantrekken en ze wilden een betere evaluatie van leraren. Ze vroegen ook een totaal andere insteek voor het schoolreglement. Er was vraag naar meer ervaringsgericht onderwijs, naar gastdocenten en naar stages in het aso en leerlingen zagen wel wat in teams van leraren die samen leerstofonderdelen uitwerken in lessen waarin de doelstellingen van verschillende vakken samenkomen.

Onlangs wees een van mijn leerlingen me er fijntjes op dat op al die vlakken niets spectaculair veranderde. Terwijl ze er zo veel van verwacht had. Dat was raak.

Het illustreert het probleem van inspraakprojecten. Ze brengen heel wat teweeg en zijn erg waardevol om geesten te helpen rijpen. Maar ze scheppen ook verwachtingen die je als school niet altijd waar kan maken. En zelfs als de voorstellen haalbaar en realiseerbaar zijn, kan de school aan cherry picking doen. De inspraak van leerlingen blijft dus in wezen beperkt tot een soort adviesrecht. Dat is een mooie aanzet tot echte inspraak, maar ook niet meer dan dat.

De vraag rijst dan of we leerlingen op school geen beter idee moeten geven van wat echte inspraak kan betekenen. Dat impliceert dat we bereid moeten zijn om een stukje van onze beslissingsmacht te delen met een democratisch verkozen vertegenwoordiging van de leerlingen.


Geef leerlingen ook inspraak bij personeelsbeleid: aanwervingen, evaluaties.

Daartoe zouden we bv. de rol van de schoolraad anders kunnen invullen. In zo’n schoolraad zit nu al een vertegenwoordiging van de leerlingen. De raad heeft echter een louter adviserende functie, met als gevolg dat er vaak weinig gepraat wordt over de zaken die er echt toe doen. Je zou eventueel een stuk van het pedagogische beleid van de school in handen kunnen leggen van de schoolraad, een beetje naar analogie met de permanente onderwijscommissies in het hoger onderwijs.

Er kan dan nagedacht worden over het pedagogische project, het schoolreglement, de pedagogische studiedag, de invulling van bepaalde lestijden of de oprichting van een nieuwe studierichting. Mee kunnen beslissen impliceert natuurlijk ook dat je met een democratisch verkozen vertegenwoordiging werkt en dat je regelmatig je achterban raadpleegt. Zo blijft een grote groep leerlingen betrokken en worden leerlingen mee eigenaar van hun school.

Of durven we nog een stap verder te gaan? Steeds meer steden (New York, Sevilla, Hamburg, Berlijn, tot en met Kortrijk) doen aan participatief begroten. Burgers kunnen een deel van het budget zelf toewijzen en wegen dus rechtstreeks prioriteiten tegen elkaar af in trajecten zoals onze G100, maar met het grote verschil dat de uitkomst van de debatten meteen leidt tot beleidskeuzes. Het lijkt me perfect mogelijk een soortgelijk inspraakproces te organiseren op school. Zo krijgt elke leerling de kans om mee te beslissen over bepaalde financiële keuzes van de school, bijvoorbeeld op het vlak van sportinfrastructuur, ICT, buitenschoolse activiteiten of de aankoop van lockers.

We kunnen leerlingen ook betrekken bij het personeelsbeleid van de school. Waarom geven we ze geen stem bij de aanwervingen? Ze zouden mee ingeschakeld kunnen worden bij de selectie van kandidaat-leraren op basis van de sollicitatiebrieven en aanwezig kunnen zijn bij sollicitatiegesprekken. Dat geeft beginnende leraren meteen een vliegende start, maar het geeft hen ook een duidelijk beeld van hoe serieus je leerlingeninspraak wil nemen als school.

Wellicht zijn er nog tal van andere mogelijkheden om leerlingen op een meer volwaardige manier te betrekken bij het schoolbeleid en zijn er scholen die daarmee bijzonder goede ervaringen hebben. Ik zou dan ook willen eindigen met een oproep: deel je ervaringen of nieuwe ideeën onder dit opiniestuk. Laten we elkaar inspireren en een van de basiswaarden van onze democratie alvast op school een boost geven.


Piet Creten
Leraar Nederlands aan het Paridaensinstituut in Leuven