Mening Dit artikel behoort tot de reeks Schoolmarketing Gepubliceerd op

Waarom je scholen beter niet in ranglijsten duwt

2 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Wouter Van Dooren Scholen zijn concurrenten van elkaar en dat kan ver gaan, zelfs tot ranglijsten om scholen te vergelijken op basis van cijfers. Stimuleren zulke lijsten scholen om beter te werken? Wouter Van Dooren, professor Bestuurskunde aan de UAntwerpen denkt van niet. “Een competitiemodel tussen scholen verscherpt sociale ongelijkheid en staat samenwerking in de weg.”
 


 
“Onder het mom van transparantie zetten media politici onder druk om naast de inspectieverslagen ook in eenvoudige cijfers uit te drukken hoe goed scholen werken. Wie kan daartegen zijn? Een ranglijst leest zo makkelijk: je ziet onmiddellijk welke school het beste wiskunde geeft. Maar die lijsten vernauwen het doel van onderwijs tot scoren op toetsen en hebben perverse effecten.”

“Ze stimuleren scholen om veel sterke leerlingen binnen te halen die, zelfs als je ze geen les geeft, goed scoren op testen. En ze verscherpen sociale ongelijkheid op en rond scholen. In het Verenigd Koninkrijk stegen de huizenprijzen spectaculair rond scholen die hoog scoorden op de ranglijsten. Alleen als je een pak geld hebt, kan je daar een huis kopen. Dat kan niet de bedoeling zijn.”
 

Vragen ouders om die ranglijsten om hun schoolkeuze makkelijker te maken?

“Niet echt, denk ik. Maar scholen zullen die cijfers wel uitspelen als marketingelement om sterke leerlingen binnen te krijgen. Dat doen ze nu met resultaten op Olympiades of slaagcijfers in het hoger onderwijs. Redelijk onschuldig, maar ranglijsten gepubliceerd door de overheid zijn dat niet.”

“Zelfs zonder goed onderwijs zullen sterke scholen nog sterker worden en zwakke scholen ondanks alle inspanningen nog zwakker. Want ouders met een zwakkere sociale achtergrond zullen niet naar die lijsten kijken. De sterkste ouders wel. Die zullen hun kinderen nog meer op de sterkste scholen samenbrengen.”


Als ouders en leerlingen doorvertellen dat ze tevreden zijn over het pedagogisch project, zegt dat veel meer dan cijfers

Wouter Van Dooren - Professor Bestuurskunde, UAntwerpen

“Ranglijsten lijken een goede bron om een school te kiezen, maar zijn dat niet. Ouders kunnen veel beter aankloppen bij vrienden, buren of familie om een schoolwerking en -reputatie in te schatten. Daar krijgen ze veel rijkere informatie. Als ouders en leerlingen doorvertellen dat ze tevreden zijn over het pedagogisch project, zegt dat veel meer dan cijfers.”

“En ouders moeten naar de opendeurdag gaan. Om er met leraren te praten en de sfeer op school op te snuiven. De school poetst haar lokalen en project die dag natuurlijk op, maar als je leraren en leerlingen aanspreekt, kijk je daar als ouder snel doorheen.”
 

Overtuigen zachte waarden ouders even sterk als harde cijfers?

Ik denk dat veel ouders scholen zoeken waar kinderen zich goed voelen. Je mag dus als school zeker uitpakken met warme, creatieve waarden. Het succes van methodescholen bewijst dat. Die trekken sterke ouders aan door te focussen op creativiteit en zelfontplooiing. Niet met harde cijfers.”


Investeren in je leerlingen is veel belangrijker dan tijd stoppen in een uitgekiende marketing

Wouter Van Dooren - Professor Bestuurskunde, UAntwerpen

“De school moet het dan uiteraard wel waarmaken. Want als je marketing scherp is maar je product niet, dan red je het niet. Investeren in je leerlingen is veel belangrijker dan tijd stoppen in een uitgekiende marketing. Daar pluk je op termijn de vruchten van.”
 

Zetten ranglijsten scholen en leraren niet op scherp?

Achter die lijsten zit het idee dat scholen en leraren pas goed werken als scholen net als bedrijven concurrenten zijn. Dat is niet zo. Bovendien straffen ranglijsten scholen af die inzetten op welbevinden, op inclusie, op leerlingen die moeilijk kunnen volgen of weinig zelfvertrouwen hebben. Leraren hebben daar een belangrijke opdracht. Ook al levert de tijd en energie die ze daarin steken geen sterke cijfers op.”


Als je allochtone leerlingen in je klas hebt en je ziet dat ze zich goed voelen en het goed doen, dan ben je toch content?

Wouter Van Dooren - Professor Bestuurskunde, UAntwerpen

“Ik pleit voor een netwerkmodel. Zo’n model opent kansen om samen te werken met scholen uit de buurt, over de netten heen. Het gaat ervan uit dat leraren en directeurs goed werk willen leveren en dat ze niet alleen inzetten op cijfers, maar samenwerken aan welbevinden, aan maatschappelijke waarden die gedragen zijn door de samenleving. Samen zorgen voor inclusie, samen zorgen dat leerlingen uit de regio hun plek vinden. Daar doe je het als leraar of directeur toch elke dag voor.”

“Als je allochtone leerlingen in je klas hebt en je ziet dat ze zich goed voelen en het goed doen, dan ben je toch content? Niet als je 10 studenten meer hebt ingeschreven dan de buurtschool of een plaats stijgt in een scholenranking.”