Mening Gepubliceerd op

‘Taal en Cultuur’: geen apart domein in hervormd secundair onderwijs?

5 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Kris Van den BrandenKris Van den Branden, academisch promotor van het Centrum voor Taal en Onderwijs, wikt en weegt de plannen voor de modernisering van het secundair onderwijs. Welke plaats krijgen taal- en cultuuronderwijs? Wat winnen we? En wat verliezen we?
 


 

‘Taal en Cultuur’

De Vlaamse regering keurde de modernisering van het secundair onderwijs goed. In de tweede en derde graad komen er 8 studiedomeinen. Onder andere ‘Landbouw en tuinbouw’, ‘Zorg en Welzijn’ en ‘STEM’ werden als domein gemarkeerd, maar ‘Taal en Cultuur’ niet. Dat is een opmerkelijke beslissing. Leven we in de 21ste eeuw immers niet in een informatie- en communicatiemaatschappij en in een globaliserende samenleving waarin aan onze talige en culturele competenties steeds complexere eisen worden gesteld?


Taal en cultuur zijn cruciaal voor alle leerlingen in alle studiedomeinen.

Kris van den Branden- directeur CT&O

Misschien is de beslissing van de Vlaamse regering wel net door die vaststelling ingegeven. Omdat talige en (inter)culturele competenties zulke sleutelcompetenties zijn voor ieders functioneren op de arbeidsmarkt, in het maatschappelijk en het persoonlijk leven, is het van cruciaal belang dat met alle leerlingen in alle studiedomeinen, en doorheen alle vakken, aan talige/culturele competenties wordt gewerkt.

In alle vakken kan geïntegreerd gewerkt worden aan de vaardigheid van alle jongeren om kritisch met geschreven en digitale informatie te leren omgaan, om helder en coherent verslag uit te brengen (mondeling en schriftelijk), om samen te overleggen, debatteren en discussiëren…. Door bijvoorbeeld in een vak als techniek leerlingen kritisch naar diverse handleidingen en instructies te laten kijken en hen daarover te laten overleggen, wordt het vakonderwijs tegelijk taalontwikkelend onderwijs.

Nauw daarbij aansluitend kunnen in elk van de 8 gekozen studiedomeinen de taalvakken (Nederlands, Frans, Engels….) dienen om gericht aan taalcompetenties te werken. In die vakken kan – opnieuw voor alle leerlingen – de schijnwerper gericht worden op specifieke leesstrategieën, de opbouw van heldere verslagen, schrijf- en spellingvaardigheden, registerverschillen tussen informele en formele teksten, de criteria voor een goede argumentatie tijdens een debat, de kracht van literatuur en andere cultuuruitingen om emoties en maatschappelijke gebeurtenissen te verwerken, enzovoort.


Kunnen leerlingen zich nog verdiepen in taal en cultuur? Die vraag blijft onbeantwoord.

Kris van den Branden - professor Taalkunde

Bij voorkeur worden in de 8 studiedomeinen sterke inhoudelijke verbindingen gezocht tussen wat er gericht in de taalvakken gebeurt en de geïntegreerde aandacht voor taal en cultuur binnen de niet-taalvakken. Als bijvoorbeeld binnen het vak geschiedenis aandacht wordt besteed aan migratiestromen, dan kan tijdens de les Engels of Frans een beklijvend uittreksel uit een biografische roman over een migrant aanleiding geven tot een boeiend debat.

Zo wint het taalonderwijs aan actualiteitswaarde, zinvolheid, levensechtheid, en dus ook aan motiverende waarde voor de leerlingen. Door sterke verbindingen tussen geïntegreerd en gericht werken aan taalcompetenties verhoogt bovendien de kans dat alle leerlingen het vereiste niveau aan basisgeletterdheid behalen.


Onze economie en maatschappij hebben nood aan creatieve ideeën op vlak van taal, cultuur en communicatie.

Kris van den Branden - professor Taalkunde

Als al het voorgaande gerealiseerd wordt, dan blijft nog minstens 1 vraag onbeantwoord. Wat met de verdieping van taal- en cultuurgebonden competenties? Wat met leerlingen die een passie ontwikkelen voor taal, meertaligheid en literatuur? Wat met die vele leerlingen die de ambitie voelen opborrelen om journalist, leraar talen, intercultureel bemiddelaar of mediaspecialist te worden? Moeten zij de kans niet krijgen talig/culturele competenties tot op een hoog niveau – een hoger niveau dan de leerlingen in de andere studiedomeinen – te ontwikkelen?

Heeft onze 21ste-eeuwse maatschappij, waarin iedereen overspoeld wordt met – vaak ongefilterde – informatie en waarin de globalisering alle culturele grenzen doorbreekt, geen nood aan jonge mensen die zich hierin willen verdiepen? Hebben onze economie en maatschappij geen nood aan jonge mensen die op het vlak van taal, cultuur en communicatie met creatieve ideeën voor de dag kunnen komen?

En als we daar allemaal nood aan hebben, kunnen we dat dan realiseren zonder een apart studiedomein “taal en cultuur”? Of zou een apart studiedomein hierbij voor meerwaarde kunnen zorgen? Moeten we er met andere woorden niet voor zorgen dat we, als het over taal en cultuur gaat, in ons secundair onderwijs geïntegreerd, gericht én verdiepend kunnen werken? Is dat geen debat waard?

Kris Van den Branden
Centrum voor Taal en Onderwijs/Specifieke Lerarenopleiding – Faculteit Letteren KU Leuven, auteur van het boek ‘Onderwijs voor de 21ste eeuw’.