Gepubliceerd op
Verhaal

Starter Lisa kreeg een harde praktijkschok

“Ik stond te wenen voor de leerlingen”, vertelt starter Lisa Van Damme (23). Na de veilige stageomgevingen zorgde de eerste echte klaservaring voor een gigantische schok. “Ik ben ingestort voor de klas en ging weg met een enorm gevoel van mislukking.”
 

Rebelse klas

“Ik ben vorig jaar beginnen lesgeven. Maar bijna onmiddellijk wilde ik er al mee stoppen. Dat lag niet aan de school. Integendeel. De school had een schitterend lerarenteam. Ze hebben me heel hartelijk ontvangen en enorm gesteund. Maar ik had een graadklas vol mondige en rebelse leerlingen.

Dat was schrikken en slikken. In mijn stagescholen had ik brave leerlingen, en kwam ik telkens terecht in een kader waar de afspraken al vastlagen. Nu moest ik alles zelf opstarten, en als starter was ik nog niet zeker genoeg van mijn stuk. Ik probeerde ze met zachte hand te leiden, maar daar maakten ze misbruik van. Dus werd ik strenger.”

foto van Lisa Van damme

Lisa Van Damme (23), bachelor lager onderwijs, doorstond haar eerste praktijktest niet.

 

Ingestort voor de klas

“Toch liep het uit de hand. Ik onderschepte een briefje dat de leerlingen doorgaven in de klas. Ze riepen: ‘Je mag dat niet lezen, dat is schending van onze privacy!’ Enkelen liepen naar voren, keerden mijn handtas om en begonnen door mijn persoonlijke spullen te snuisteren. ‘We zullen jouw privacy ook eens schenden.’

Ik ben ingestort voor de klas. Dan ben je helemaal je autoriteit kwijt, natuurlijk. ‘Ga maar wenen bij de directeur, dat kan je toch zo goed’, riepen ze. Waar ben je dan mee bezig? Lesgeven, doelstellingen halen, vergeet het maar. Het gaat gewoon om overleven.”

Positieve ervaringen

“Hoewel de directeur me nog voorstelde om de klas een paar uur op te splitsen, ben ik weggegaan. Met een enorm gevoel van mislukking. Ik kan het niet, dacht ik, ’t is gedaan. Maar na een paar korte opdrachten in andere scholen, kon ik dat beeld bijstellen. En begon ik te groeien als leraar.

Tijdens een lange interim overspoelden mijn collega’s me met schouderklopjes. ‘Je bent een goeie leraar, eindelijk is die klas rustig’. Ouders van een kindje met autisme spraken me aan: ‘Jij hebt onze zoon zelfvertrouwen gegeven, jij zorgt ervoor dat hij graag naar school gaat.’ Dat doet deugd. En door al die goeie ervaringen weet ik nu: ik kan het dan blijkbaar tóch.”
 

Wat zeggen de experts?

Hoe zwaar is de praktijkschok?

Martin Valcke, professor Onderwijskunde UGent: “Als pas afgestudeerde leraren voor het eerst in de klas staan, zijn ze op zichzelf aangewezen. Ze zijn volledig verantwoordelijk voor hun klas, soms met weinig begeleiding, en merken tot hun verbijstering dat daar heel andere dingen gebeuren dan tijdens de beschermde omgeving van hun stages. Van een praktijkschok gesproken. Ze moeten hun leerlingen in de hand houden, maar krijgen ook te maken met collega’s, de directeur, ouders, leer- en zorgproblemen … Ook komen ze terecht in onderwijsvormen en schoolculturen die hun vreemd zijn. Beginnende leraren proberen te overleven: van les tot les, van dag tot dag. Ze werken door tijdens de vakanties, terwijl ze dan op adem moeten komen. En ze krijgen weinig steun. Als het tegenvalt, krijgen ze ook nog eens les op de moeilijkste uren en in de lastigste klassen.”

Verwachten we te veel van starters?

Isabel Rots, studiedienst COV: “Jonge starters steken veel tijd in hun lesvoorbereidingen. Als je dan zo’n supercreatieve les geeft op vrijdag voor de vakantie en je leerlingen hebben er geen zin in, valt je les in duigen. Of leerlingen stellen vragen over de vakinhoud die je niet kan beantwoorden. Dat zien starters vaak als gigantische faalmomenten, zodat ze aan zichzelf gaan twijfelen. Andere starters zien dat net als leermomenten die hen stimuleren om zichzelf professioneel verder te ontwikkelen.”

Hoe kunnen we praktijkschok beter opvangen?

Geert Kelchtermans, professor Onderwijsbeleid en -vernieuwing en lerarenopleiding KU Leuven: “Nog voor ze geld kregen om mentoruren in te richten, waren sommige scholen daar al sterk mee bezig. Ze investeerden in aanvangsbegeleiding van jonge leraren. De mentoruren bevestigden dat engagement. Maar toen die afgeschaft werden, kreeg je een pervers effect: ‘Als de overheid het niet doet, waarom zouden wij het nog doen?’ Andere scholen zijn inspanningen blijven doen, maar ik vrees dat er nu nog minder aanvangsbegeleiding is dan tevoren.”

Wat is de rol van zo’n mentor?

Geert Kelchtermans: “Goede mentoring is niet vanzelfsprekend. Je hebt toegewijde mentoren die hun starter overstelpen met hun eigen cursusmateriaal en het liefst hebben dat die starter hen zo veel mogelijk imiteert. Dan krijgt de mentor bevestiging dat hij goed bezig is. Heel problematisch voor die starter: die wil net dat de mentor hem vrijheid geeft, hem wat laat proberen, zijn eigen stijl laat zoeken. Een goeie mentor staat open voor feedback en kritiek, en krijgt op zijn beurt geweldige ideeën via zijn starter.”

Isabel Rots: “Mentorschap neem je er niet zomaar bij. Dat vereist specifieke deskundigheid, je moet er vorming voor krijgen. Niet voor vakdidactiek of vakinhoudelijke aspecten. Maar wel over hoe je een vertrouwensband kan creëren en bij de starter het gevoel van competentie kan ontwikkelen: ik doe het goed als leraar.”

Waar is mijn
Lerarenkaart?