Gepubliceerd op
Blog

“We hebben er allemaal gestaan, die eerste dag”

Wouter De Craen
Wouter De Craen is leraar in Brussel. Elk jaar ziet hij een horde nieuwe leraren in de lerarenkamer binnenstappen. Vers van de schoolbanken, gespannen, vol verwachting. Ze roepen herinneringen op aan zijn eigen eerste stappen in het vak.
 


 
Je haalt hem er zo uit. De enige collega die je niet kent. Met aarzelende tred stapt hij de lerarenkamer binnen en kijkt schichtig om zich heen. Twijfelt even of hij zich alsnog spoorslags zou omdraaien en gezwind het hazenpad zou kiezen, maar beslist uiteindelijk toch het hol van de leeuw binnen te dringen. Zo veel jaren aan de andere kant van deze muur gewoond. Zo veel keren op deze poorten geklopt, hopend dat het Sint-Pieter was die kwam opendoen en niet de duivel himself. En nu zelf ingetreden.

Angstvallig overschouwt hij deze onbekende microkosmos. Alles en iedereen lijkt zich hier doelbewust te verplaatsen, maar hij doorziet de matrix niet. Hij heeft nog geen vertrouwde stek hier, nog geen zelfzekere pose. Het ontbreekt hem aan de nodige looplijnen, laat staan leerlijnen. De koffiemachine dan maar. Vooral niet opvallen, normaal doen.


We kennen het: die eerste les voor de tiende keer overlopen en nog twijfelen of ze af is

God weet wat normaal is in deze zoo! De eindeloze afstand tussen deur en koffiemachine beheerst overschuifelen, niet panikeren. Onder al die nieuwsgierige blikken het blozen vermijden en tegelijk vriendelijk knikken, naar iedereen en vooral naar niemand. En zeker geen ‘meneer’ zeggen, je bent een van hen nu. Eindelijk de machine bereiken. Snel een koffie nemen – mét melk en suiker – maar het bekertje vergeten. Oh nee, daar komt de koffie al! Splash!

Toch maar afdruipen dan? Nee, plots lijkt een deel van dit mierennest zich af te scheuren. Help, ze komen mijn kant op. Ze praten, tegen mij, ze spreken zelfs mijn taal, het zijn mensen! Ze zijn bezorgd om me. ‘Iedereen heeft dat wel eens voor, gewoon snel wat spoelen met koud water, hier een handdoek, tegen het belsignaal is het opgedroogd’. Dank u, mevrouw, euh, mama, nee! Sorry, ik bedoel … ‘Zeg maar Veerle.’ Je bent binnen, je bent een van hen.

We hebben er allemaal gestaan, die eerste dag. Na jarenlang zwemmen door studies en stages helemaal geprepareerd op het startblok klimmen en plots beseffen dat je geen zwembandjes meer aanhebt. Zo veel nieuwe gezichten, zo veel nieuwe deuren, zo veel nieuwe regeltjes en nauwelijks tijd om ze allemaal te memoriseren. Die eerste les voor de tiende keer overlopen en toch nog twijfelen of ze wel af is. Het laatste avondmaal nauwelijks door de keel krijgen omdat de stress zich opmaakt voor een nachtelijk offensief. De weg naar de school al drie keer verkend hebben en nog de schrik om verloren te lopen.


Als je daar staat, met knikkende knieën, wees dan niet bang. Spring gewoon.

Toen ik als nieuwe leraar met mijn rij op zoek ging naar het juiste klaslokaal, liepen we per vergissing het lokaal van een collega binnen. Die vroeg me voor welk vak het was, ik antwoordde: Geschiedenis. Hij dacht even na en vroeg me vervolgens en plein public: ‘en wie geeft jou dat?’ We zijn beste vrienden geworden.

Dus, als je daar staat op de rand van die trillende springplank en met knikkende knieën omlaag kijkt, klaar voor de salto mortale, wees dan niet bang. Het water is niet te koud, te diep of te nat. Spring gewoon. Wij drogen je wel af.

Wouter De Craen

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 56.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...